Ebers gedachten dwalen af en hij hoort amper hoe zijn vader vertelt over de rust die hij gevonden heeft, nu hij zich niet meer druk hoeft te maken over zijn vee en zijn akkers. Hij luistert nog slechts met één oor als verteld wordt over Rana, die besloot dat Garm maar niet teveel moest horen over wat er met Eber en de hoeves gebeurde, want dan zou hij alleen maar terug willen komen om de leiding over te nemen. “En als ik dat gedaan had”, zegt Garm, “dan hadden we nooit precies geweten hoe het de familie zou vergaan zonder mij”. Eber is er weer helemaal bij als Garm vertelt over de dag van de brand. “Wolte is gewend om ’s nachts zijn weg door de wouden te vinden”, zegt Garm.

“In een hoge boom in het Zuider Woud heeft hij een jachthut gebouwd. Vanuit die jachthut zag hij op een avond een felle gloed in het noorden. Hij herkende de plaats als de omgeving van jouw hoeve. Hij klauterde naar beneden en arriveerde in het holst van de nacht bij de restanten van de nieuwe boerderij. Het vuur smeulde nog na. Hij bootste de roep van een duif na. Omdat die ’s nachts meestal niets van zich laten horen is dat een opvallend geluid, dat ook weer niet echt opvalt, voor wie de duif niet goed kent. Het is dan ook een afgesproken teken als Wolte contact met iemand zoekt. Rana herkende dit teken. Ze ging op de tast naar buiten. In de laatste gloed van het smeulende vuur zag ze Woltes gestalte. Nadat ze nog even omkeek of niemand haar had zien vertrekken, zocht ze in het donker haar weg naar de Uitgestotene, terwijl de plassen van de wegtrekkende regen schitterden in het maanlicht.

Wolte kreeg alles te horen wat Rana op dat moment wist, ook de theorie over Maantes brandstichting. Rana was ongerust. Zouden Eber, Hilde en de kleine Akke nog veilig de hut bereikt hebben? Als ze in de stromende regen over de paden in het veen gelopen hebben, was één misstap op de glibberige veenblubber voldoende om voor eeuwig daar te blijven. Wolte zou nog wel even in de hut kijken, vertelde hij voor hij vertrok. De maan en de sterren gaven op dat moment zoveel licht, dat hij met gemak de weg zou vinden. Van wolken en regen was al geen sprake meer. Op een drafje verdween hij in het woud. Bij de ruige hoogte aangekomen begon Ebers paard te snuiven. Wolte hoorde het in de verte. Dat was een goed teken. Zover waren ze dus al gekomen. Wolte kwam dichterbij, benaderde het paard voorzichtig en klopte het edele dier een paar keer op de hals. Zo liet hij het dier merken dat het niets te vrezen had. Het paard dwaalde wat rond op de zandkop. Wolte vervolgde in alle stilte zijn weg. De hut was al vrij snel bereikt. Voorzichtig schoof Wolte het koeienvel opzij, dat de opening bedekte. Hij zag Eber, Akke en Hilde in de streep maanlicht die naar binnen viel. Alles leek gelukkig in orde te zijn. Ze ademden rustig. Hoe kon hij het beste de familie van hun goede gezondheid overtuigen? “Wolte wou de andere morgen direct naar mij toekomen”, vertelt Garm. “Hij wou me op de hoogte brengen van wat er gebeurd was. Hij zag Ebers pijlen liggen en besloot er twee van mee te nemen, die hij mij en Rana zou geven als teken. Dat hij die meebracht zou aantonen dat de eigenaar veilig en wel de hut bereikt had. Met de beide pijlen tussen de zijne gestoken, vertrok hij naar zijn boomhut.”

Eber luistert en luistert. Hem bekruipt het gevoel dat de zo kleine wereld van een paar hoeves aan het Oude Diep minstens zo ingewikkeld in elkaar zit als de grote wereld die bestuurd wordt door Rome. Kunnen we dat nu niet eens eenvoudiger aanpakken met elkaar, denkt hij, die heeft geleerd dat je soms gewoon praktisch dingen aan moet pakken. Kunnen mensen nu niet eens gewoon oude patronen, oude regels, oude gewoonten, alles waar ze zelf bijna in verzuipen, doorbreken, om dan gewoon in lieve vrede samen een nieuwe dag te beginnen? Hij moet onwillekeurig denken aan een verhaal van die ene spreker, die hem het bronzen visje heeft gegeven. De man die vertelde dat het op een gegeven moment zo’n totale chaos zal worden, dat iedereen tegen iedereen vecht, en dat dan op een hoorn geblazen zal worden.

Dan komt de zoon van de Onzichtbare God terug om met alles en iedereen een nieuwe wereld te maken. Dat moet wel, want we maken het zelf allemaal zo moeilijk. Kijk eens naar Wolte, die de Romeinse wereld ontvluchtte, kijk eens naar Garm, die Wolte gelijk gaf, hij kan het weten. Eber, de man die alles heeft meegemaakt wat er op de wereld is mee te maken. Die gebaad heeft in het bloed van de verslagen vijanden. Een oorlog winnen is mooi, maar als je hem verliest kun je als overlevende misschien naar huis, en als je hem wint ga je als soldaat bijna kapot onder alles wat er van duizenden verslagen vijanden op een slagveld overblijft. En jij mag het opruimen. “Hoor je me nog?”Garm merkt dat Eber met zijn gedachten ‘weg’ is. En Garm vertelt verder……

“Woltes nachtelijke omzwervingen hadden zo lang geduurd, dat de zon haar eerste stralen al over de horizon zond, toen hij in slaap viel. Hij droomde van brandende dorpen en uitgemoorde volkeren. De emoties van die nacht en de herinneringen uit de tijd dat hij nog Romeins soldaat was, liepen door elkaar, tot er één gruwelijk verhaal ontstond. Tegen de tijd dat hij wakker werd, was de zon al weer dalende. Met een schok realiseerde hij zich dat hij Garm en Rana nog niet ingelicht had over Ebers en Hildes veilige verblijf in de hut in het veen”, zo vervolgt Garm. “Ik ontving als eerste je pijl en het goede nieuws”, zegt Garm. Hij haalt de pijl tevoorschijn. Iedereen maakt zijn eigen pijlen met zijn eigen veertjes, kleuren of andere herkenningstekens. Garm stopt hem weer weg, als een kostbare relikwie. “Wolte naderde een tijdje later de hoeves aan het oude Diepje. De roep van een uil, drie keer herhaald, was zijn herkenningsteken voor overdag.

Even later was Rana bij hem, in het kreupelhout aan de rand van het woud. Rana was radeloos. Ze vertelde dat Maante gek geworden was. Ze wist niet wat ze moest doen, maar klampte zich vast aan de gedachte dat ze in ieder geval Wolte nog had als vertrouweling. Wolte moest haar teleurstellen. Als uitgestotene kon hij toch niets doen? Ze zouden hem doden als hij zijn gezicht liet zien. Op dat moment zagen ze dat Eber als een stuk geschoten wild aan een stok naar buiten gedragen werd. Met stomheid geslagen volgde Wolte de stoet, in de veilige bescherming van het dichte bos. Hij kon niet goed horen wat Maante zei. De beelden gingen boekdelen spreken. Die gek gaat Eber verzuipen! was zijn gedachte, terwijl Eber heen en weer geslingerd werd. Onmiddellijk greep hij een pijl, de eerste die hem voor de vingers kwam, spande zijn boog, richtte en liet de pees tussen zijn vingers doorglijden. De pijl, Ebers pijl, snorde vanuit de bosrand op zijn doel af. Hij drong diep door in de borstkas van de oude Maante. Maante was niet meer. Hij werd het Offer Waarover Niemand Spreekt.

Terwijl Wolte zag dat Maante voor altijd wegzonk in het moeras, realiseerde hij zich dat zijn hand het vonnis voltrokken had dat onder normale omstandigheden ook uitgevoerd had moeten worden. Of als straf volgens de stamwetten omdat Maante iemand de dood in wilde jagen en daarvoor diens bezittingen verbrand had, of als wraak, als wetten tekort schoten. Wolte zag de Romeinse koopman weer voor zijn ogen sterven. Geen wet had vat op diens daden gehad, maar hij was zijn straf niet ontlopen. Wolte de Wreker had door zijn daad niet meer goed kunnen maken wat die koopman misdaan had, maar hij had zo wel voorkomen dat er ooit nog weer jonge jongens door die man in het leger van de Romeinen terecht zouden komen. Hij had al zijn boosheid en verdriet om zijn verloren vrienden in de spanning van zijn boog gelegd en was het kwijt toen de pijl de dodelijke punt vervoerde, richting koopman.

Maantes dood was even terecht. Wel keek hij ervan op dat niemand op zoek ging naar de schutter. Hij had wel gezien dat Rana uit het bos tevoorschijn gekomen was, maar had het verhaal van het offer niet meegekregen. Pas later, terug in zijn boomhut, realiseerde hij dat hij Ebers pijl voor het dodelijke schot gebruikt had. Maar was het ook niet Ebers terugkomst geweest die alles in werking gezet had? “Indirect had Eber de dood van Maante veroorzaakt, direct had zijn pijl het gedaan, het had zo moeten zijn, het was goed”. Zo eindigde Garm zijn lange verhaal. Eber schrok bij die woorden. Zijn vader zag het. “Je kon niet anders”, zei hij. “Jij deed wat je moest doen, maar Maante ook. Dat is de werkelijkheid waarmee we moeten leren leven.”

De andere morgen verlaat Eber de hoeve van zijn zuster en zwager. Garm loopt nog een eindje met hem mee. Hij zal zijn verdere levensavond Ebbe van Aldrik blijven, zo heeft hij beslist. Als zogenaamde kostganger van wat in werkelijkheid zijn eigen dochter is, zal hij meehelpen op de akkers, om zijn tijd een beetje te vullen en voor de rest geniet hij van de jacht en de natuur, zolang hij nog kan. Hij ziet het helemaal zitten. Wie had dat ooit kunnen denken dat hij, Garm, ooit zo tegen de wereld aan zou kijken! Eber luistert amper naar wat zijn vader zegt. Hij heeft nog teveel te overdenken. Ze nemen afscheid en Eber geeft zijn paard een por in de flanken. In draf bereiken ze de steenbergen. Hilde en haar ouders krijgen niet meer te horen dan wat Eber op dat moment kwijt wil. Maante is dood en de Vrouwe van het Ven heeft dat zo gewild. Niemand mag de waarheid verder weten. Niemand mag twijfelen aan het Godsoordeel. Want als ooit uitkomt wat er werkelijk gebeurd is, staan alle zekerheden weer ter discussie. Als men er ooit achter komt dat Maante gewoon vermoord is, zal men zich ook weer afvragen of Eber niet alsnog geofferd moet worden. Ook Hilde heeft nog een onprettige mededeling. Akke heeft zich door de toestanden van de laatste dagen niet goed gevoeld. Ze is bang haar kind te verliezen, als ze niet voldoende rust krijgt. Ze zal nog een maan bij haar ouders blijven wonen. Als de kleine Akke er weer bovenop is en de boerderij is weer opgebouwd, zal ze terugkeren naar de hoeves aan het Diepje. Eber keert die avond in alle stilte terug aan Ranas vuur. Wat zou hij moeten vertellen? Was er nog iets wat ze niet wist? En, misschien nog belangrijker, is er nog iets wat hij zelf niet weet?

Vorig artikelDe Prehistorie van werktuigen, lijm en materialen deel 2/3
Volgend artikelVeel vraag naar online lesgeven

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.