De laatste stukje dak was het meest uitdagende stuk van de reconstructie. Het was een soort koepel vormige constructie gemaakt met de wilgentenen. Dank zijn de creatieve blik van het bedrijf ARRE is het toch mogelijk geweest hier een oplossing voor te vinden.

Een paar jaar geleden heeft ADC Archeoprojecten de opgraving van Reevediep, Kampen gepubliceerd. Tijdens deze opgraving is er een plattegrond van een mesolithisch onderkomen aangetroffen. In tegenstelling tot bijna alle reconstructies die momenteel overal in Nederland gebouwd zijn gaat het hier niet om een lichte boogconstructie, maar om een relatief zwaar gebouw met paalsporen en een verdiepte bodem.

Ongeveer 2 jaar geleden werd er een projectplan geschreven door de Werkgroep Experimentele Archeologie Groningen (WEAG) in het kader van het 100 jarig bestaan van het Groninger Instituut voor Archeologie (GIA). In dat plan werd o.a. de bouw van een mesolithische reconstructie naar de meest recente inzichten uit Kampen opgenomen. Niet geheel verrassend, maar corona had flink veel impact op de uitwerking van dit project. Delen van het project konden helaas niet worden uitgevoerd. Toch wilde het Hunebedcentrum wel graag de oude mesolithische reconstructie vervangen, en dan het liefst voor een onderkomen dat op de meest recente wetenschappelijke inzichten is gebaseerd. Vandaar dat er afgelopen juni, beter laat dan nooit, toch is begonnen met de bouw van een nieuwe mesolithische reconstructie.

Een herinterpretatie van mesolithische onderkomens

In het Odyssey project van de NWO, waarin oude opgravingen opnieuw bestudeerd werden, is door Marcel Niekus en Johan Jelsma ontdekt dat de mesolithische site Bergumermeer geen hutplattegronden bevatte. De sporen die destijds door Newel geïnterpreteerd werden als hutplattegronden zijn naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door vallende bomen. Met deze conclusie viel ook de archeologische basis weg van vrijwel elke reconstructie van mesolithische onderkomens die door heel Nederland zijn gebouwd. Archeoloog Yannick de Raaff (2020) publiceerde een artikel waarin hij verklaart waarom de ‘oude’ mesolithische reconstructie in Nederland domineert.

Tijdens de opgraving in Kampen Reevediep is er een plattegrond van een mesolithische onderkomen aangetroffen. Deze interpretatie wijkt erg af van de eerdere beeldvorming en dus ook van de bestaande reconstructies van mesolithische onderkomens. Wat is er dan precies gevonden in deze opgraving?

Archeologische inzichten opgraving Kampen

Tijdens de opgraving zijn meerdere paalsporen gevonden. Dit zijn geen paalsporen van een lichte constructie, maar van forse palen die samen een veel robuustere constructie kunnen hebben gevormd. Op basis daarvan wordt aangenomen dat de hut een diameter heeft gehad van ongeveer 4 meter en een oppervlakte van ongeveer 14 vierkante meter.

Geerts (et al. 2019. Pp 241) concluderen in hun onderzoek dat de paalkuilen in het verleden tussen de 55 en 68 cm diep zijn geweest en de diepste zelfs 93 cm. Het bovenste deel van het maaiveld is niet meer intact. Daarom wordt zo’n 12 tot 18 centimeter van die 50+ cm maar teruggevonden. Eventuele ondiepere palen zijn hierdoor niet meer zichtbaar. De hut is ook aan de binnenkant verdiept geweest.

Volgens Geerts (et al. 2019. Pp 242) doet de paalzetting veronderstellen dat de hut een puntdak gehad heeft. Daarbij zullen vanaf de centrale paal, liggende balken naar de zes andere palen geplaatst zijn. Op dit geraamte kon via dwarsverbindingen een dak gemaakt worden. Een haardplaats zal dan niet centraal in de hut gelegen hebben maar iets naast het midden. Ten westen naast de centrale paal op basis van de resultaten van de ruimtelijke analyse. Daarnaast werd in het onderzoek geconcludeerd dat het om een hut gaat met een verdiepte vloer en een opening aan de zuidoost zijde.

Het idee van een hut-constructie wordt versterkt door de gevonden vuursteenconcentraties bestaande uit vuursteenkernen. Deze kernen worden gebruikt om vuurstenen werktuigen te produceren en kunnen daarnaast ook wijzen op terugkerend verblijf of gebruik (Müller, et al. 2018. P.79). De paalzettingen komen precies overeen met de vondstverspreiding van het vuursteen.

De hut en bijbehorende vondsten dateren uit het laat mesolithicum. Ook op basis van andere vondsten (houtskool en hazelnootdopen), wordt het herhalende bezoek van de mesolithische jagers en verzamelaars bevestigd.

Van opgraving naar bouwplan

Op basis van de aangetroffen paalgaten en de interpretaties van archeologen daarna, is door studenten van de WEAG een 3D-model gemaakt. Dit model is gebruikt als basis voor de reconstructie van een nieuwe mesolithische hut bij het Hunebedcentrum.

3D-model van de mesolithische hut op basis van archeologische data (Bron: WEAG)

Het bouwproces

Het doel van dit bouwproject was het realiseren van een nieuwe reconstructie naar de meest recente archeologische inzichten. Zo hebben de bezoekers van het Hunebedcentrum toegang tot beeldende interpretatie van het leven in het mesolithicum. Het doel is niet geweest om de reconstructie te bouwen met uitsluitend mesolithisch gereedschap. De bouw heeft zeker bijgedragen aan inzichten over de bouw van een soortgelijke structuur maar heeft geen onderzoeksvraag gehad. Daarom zou dit project beter beschreven kunnen worden als experiëntiële archeologie in plaats van experimentele archeologie. De foto’s geven het verloop weer van het bouwproces.

De dragende palen zijn ongeveer 50 centimeter ingegraven, net als bij de interpretatie van de archeologische opgravingsdata. Om praktische overwegingen is de bodem niet verdiept.
De constructie bestaat uit 7 basisbalken. Deze zijn pas gefixeerd nadat de volgende balken boven op de palen waren bevestigd.
De balken die op de basisbalken zijn bevestigd zijn eerst de bevestigingsplekken uitgehold met een bijl.
Nadat alle balken erop waren bevestigd en pasten zijn alle balken gefixeerd.
Het toevoegen van de draagbalken voor de dakconstructie was de volgende stap. Deze steunen allemaal op de middelste paal en de balken op de basisbalken
Nadat alle draagbalken waren toegevoegd, en een dwarsbalk voor de constructie van een rookgat, is begonnen met het rondom bevestigen van wilgentenen. Op de wilgen kon vervolgens riet worden aangebracht.
In totaal zijn er zo’n 400 bossen Nederlands riet gebruikt. Niemand had hier ervaring mee, door korte workshops hebben de vrijwilligers dit eigen gemaakt.
Al het riet is opgeklopt bij de reconstructie. Dat is een keuze. Het zorgt ervoor dat het riet mooi overloopt wat goed is voor de afwatering. Boven in zie je riet dat nog niet is opgeklopt.
De laatste stukje dak was het meest uitdagende stuk van de reconstructie. Het was een soort koepel vormige constructie gemaakt met de wilgentenen. Dank zijn de creatieve blik van het bedrijf ARRE is het toch mogelijk geweest hier een oplossing voor te vinden.
Het eind resultaat van de mesolithische reconstructie aan de buitenkant. De binnenkant wordt op dit moment nog afgemaakt en ingericht.

Keuzes in het bouwproces

Dit project is niet uitsluitend uitgevoerd voor onderzoek. Het is bedoeld om bezoekers een beter beeld te kunnen geven van het mesolithicum. Dat is ook meteen een uitdaging, deze reconstructie is gebouwd in een openluchtmuseum met zo’n 100.000 bezoekers per jaar. Daarom zijn er concessies gedaan in het bouwproces wat nooit onderdeel geweest zou kunnen zijn van een mesolithisch bouwwerk. In het kader van efficiëntie, duurzaamheid en veiligheid is gekozen om te werken met modern gereedschap en soms ook modern materiaal. Dit is zo min mogelijk zichtbaar in het eindproduct.

Daarnaast is de tweede uitdaging dat wij niet altijd toegang hebben tot dezelfde materialen. Waarschijnlijk hadden de mesolithische jager en verzamelaars enorm veel materiaal keus in het toen bestaande oerbos. Er wordt dan ook aangenomen dat mensen selectief keuzes maakten welk materiaal het meest handig was in vorm, hoeveelheid moeite of kwaliteit. In dit geval zijn veel materialen kant en klaar gekocht. Zo zijn de houten balken besteld bij een houthandel en werd het riet geleverd in bundels. De houten balken waren perfect rond en zijn daarom bewerkt met bijlen om weer een ‘authentieke’ look te creëren voor het eindresultaat.

Detail foto van de bevestiging van de rietbundel. Het riet is bevestigd dunne ijzeren staven en dunne ijzerdraadjes.
Detail foto van het aangedraaide ijzerdraad om het riet te kunnen bevestigen
De houten balken zijn allemaal met een bijl bewerkt om zo de juiste uitstraling te creëren.
Daarnaast is houtskool gebruikt om de haksporen te accentueren en ze minder ‘nieuw’ te laten lijken.
Het eindresultaat van het bewerken met houtskool.

Medemogelijk gemaakt door:

Dit project in eerste instantie medemogelijk gemaakt door financiële steun van het Mondriaan Fonds. Daarnaast heeft de WEAG een grote rol gespeeld in de totstandkoming van deze reconstructie. Enorm veel dank aan de grote groep vrijwilligers die geholpen heeft met de bouw, zonder hun was dit niet mogelijk geweest. Een speciale vermelding voor de bedrijven ARRE en Rietdekkers Borger voor hun hulp en advies met betrekking tot de bouw.

Bronnen:

De Raaff, Y. (De)constructing the Mesolithic. EXARC Journal Digest. 2020. 54 – 60. ISSN: 2212-523X

Muller, A., Vermue, F., Niekus, M. en Geerts, R. 2018. Nieuw licht op de prehistorie van Kampen. In: Kamper Almanak: Cultuurhistorisch jaarboek. SNS Historisch Centrum. Pp. 71 – 84.

R.C.A. Geerts, A. Müller, M.J.L.Th. Niekus en F.J. Vermue. 2019. Mesolithisch Kampen onder de oever van het Reevendiep. ADC Monografie 26. ADC ArcheoProjecten: Amersfoort. 

Vorig artikelArcheoHotspot in het Hunebedcentrum
Volgend artikelRhombenporfier

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.