Basalt? Vrijwel iedereen kent het. Je hoeft maar te denken aan dijken, kademuren en terreinmarkeringen rond hunebedden uit de tijd van Van Giffen. Basalt heeft geen nadere uitleg nodig. Toch zijn er heel wat mensen die denken dat de basaltzuiltjes in onze dijken in fabrieken gemaakt zijn. Dat het gesteente van vulkanische oorsprong is en dat de karakteristieke veelhoekige zuilvorm pas ontstaat als lava gekristalliseerd en afgekoeld is, is minder bekend.

Basalt van onze dijken is al zo’n 150 jaar lang in gebruik. Het meeste werd gewonnen in groeven in het Westerwald in Duitsland, waar men de lange zuilen in eerste instantie uit de wand loswrikte en op de bodem van de groeve in stukken liet vallen. Later ging men er voorzichtiger mee om. Men liet de zuilen met touwen zakken, waarna deze op maat in stukken werden gehakt.

Dat basalt ook als zwerfsteen voorkomt, is iets dat zwerfsteenliefhebbers bekend in de oren klinkt. De Rijn heeft heel wat zuilfragmenten en afgeronde rolstenen van basalt naar Midden-Nederland vervoerd. De stenen zijn verweerd niet langer grijszwart, maar tonen een sterk verweerde, in natte toestand, soms kleiïg aanvoelende grijsbruine verweringshuid.

Ook uit het verre Scandinavië zijn talrijke basalten naar ons land getransporteerd. Het landijs in achtereenvolgende ijstijden heeft uit verschillende delen van Noorwegen, Zweden, Finland, Oostzee en de Botnische Golf een reeks heel verschillend uitziende basaltzwerfstenen aangevoerd.

De basalten uit Scandinavië zijn ouder, veel ouder en zeer veel ouder dan die in het Rijngebied in Duitsland. Deze dateren uit het Tertiair, toen het hotspotvulkanisme in het Westerwald en later in de Eifel zijn sporen heeft nagelaten. De jongste basalten in Scandinavië, die ook echt nog als basalt te herkennen zijn, dateren uit de Krijt- en Jura-periode, toen breukvorming in de aardkorst het ontstaan van de noordelijke Atlantische Oceaan aankondigde.

Veel ouder dan deze zijn basaltgesteenten die in de omgeving van Oslo in Zuid-Noorwegen voorkomen. Deze ontstonden aan het eind van het Carboon en deels ook in het Perm, toen repen aardkorst in een slenkzone vele honderden meters in de aardkorst wegzakten. Langs de diep reikende breuken trad vulkanisme op. In eerste instantie ontstonden donkere basalten, later gevolgd door immens uitgestrekte lavadekken van rhombenporfier.

Behalve bovengenoemde basalten kennen we onder noordelijke zwerfstenen ook ‘oer-basalten’. Hoewel echt basalt, zien deze er qua uiterlijk heel anders uit. Ook de samenstelling is ingrijpend veranderd. Er zijn talloze bij die je niet of nauwelijks meer als basalt herkent. Deze oude paleo-basalten (paleo = oud) komen op talloze plaatsen in Scandinavië voor. Vandaar ook dat de variatie onder zwerfstenen groot is. Ze dateren uit het Precambrium. Van talrijke paleo-basalten bedraagt de ouderdom zo’n slordige 1800 miljoen jaar.

Wellicht één van de mooiste paleo-basalten, ook in mineralogisch opzicht, is gevonden in de keientuin van het Hunebedcentrum in Borger. De ca. 20cm grote steen is violetrood met talloze enigszins pistache-groene, rondachtige vlekken en vlekjes van epidoot. Sommige vlekjes zijn meer naar het midden met kwarts gevuld. Deze vlekjes zijn oorspronkelijke gasblaasjes die in de afkoelende lava gevangen bleven. Door de stroperigheid van de lava destijds kon het gas in de belletjes niet meer naar het oppervlak ontsnappen. Sommige blaasjes zijn niet helemaal opgevuld met epidoot, waardoor kleine kristalholtes (geodes) ontstaan.

Veel paleo-basalten zijn onderzees ontstaan. Warmte en de aanwezigheid van water is oorzaak dat de gevormde basalten hydrothermaal veranderden. Deze processen vinden plaats in de bovenste delen van de aardkorst en zelfs aan het oppervlak. Onze paleo-basalten zijn dus laag-metamorfe gesteenten (relatief lage temperatuur en druk). Bestaande mineralen in het gesteente werden hierbij afgebroken, omgezet of opgelost. Via microporiën in het gesteente voerden waterige oplossingen minerale bouwstenen aan, waarbij tal van nieuwe mineralen ontstonden. Basalt bevat veel plagioklaas. Dit veldspaatmineraal wordt hydrothermaal deels omgezet in epidoot. Behalve epidoot kunnen in de gasblaasjes ook mineralen als calciet, preniet, chloriet, amfibool, chalcedoon, agaat, jaspis en kwarts afgezet zijn. Oorspronkelijk aanwezige magnetiet (basalt is daardoor magnetisch) is geoxideerd tot hematiet. Dit mineraal is verantwoordelijk voor de violetrode tint van veel paleobasalten.

Eerder werden oude basalten met opgevulde holten ‘melafier-amandelsteen’ of gewoon ‘amandelsteen’ genoemd. Tegenwoordig heten deze vormen gewoon paleo-basalt, en wil je het helemaal juist doen dan wordt de naam aangevuld met ‘amydaloïdaal’ (=amandelvormig). De paleo-basalt uit de keientuin met zijn epidootgevulde gasblaasjes is dus een amygdaloïdale epidoothoudende paleo-basalt. Krijg dit maar eens op een etiketje.

De herkomst van deze violetrode met epidoot gevulde paleobasalt (‘Oostzee melafier-amandelsteen’) ligt waarschijnlijk in de noordwestelijke Oostzee.

Wilt u meer weten over zwerfstenen dan raden we u aan om eens te kijken op www.stenenzoeken.nl

Vorig artikelOmeletje met paardenbloemwortels
Volgend artikelMode in de prehistorie – maken van prehistorische kleding
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.