Door Jeljer Huisman, student Archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dag 1: Voorbereidingen voor de eerste kuil. 18-06-21

De eerste dag van het onderzoek was er één van voorbereiden en hopen dat alle voorbereidingen voldoende waren. Er is met de mannen van de Technische Dienst van het Hunebedcentrum gekeken naar de stammen hout die in stukken van 30 cm gezaagd moeten worden. Deze zijn nog niet nodig voor de eerste stookdag. Voor de eerste stookdag zijn alleen de jonge dennen nodig. Er zijn 2 jonge dennen van 1,50 m lang in stukken van 30 cm gehakt. Ik verwacht dat er per haardkuil 1 den aan hout nodig is.

Foto’s 1,2 en 3 (van links naar rechts): Verloop van het verwerken van 1 jonge den tot stukken van 30cm

Na dit karwei zijn er graszoden van 30 bij 30 cm gestoken. In totaal 2 kruiwagens wat ongeveer gelijkstaat aan 15 graszoden. De vraag was of dit genoeg zou zijn voor 2 haardkuilen. Als er meer nodig bleek, konden op de stookdag zelf, extra zoden worden afgestoken.

Het plan was om de kuilen zelf ook alvast uit te graven ter voorbereiding aan de stookdag. Echter dreigden er onweersbuien in het weekend. Ik heb dus besloten om deze niet uit te graven. Als er namelijk water in de kuilen zou komen te staan zou het heel lastig worden om de kuilen op temperatuur te krijgen.

Foto 4: Het steken van graszoden met schep en kruiwagen.

Dag 2: De eerste stook dag. 23-06-21

De eerste stookdag brak aan. Samen met Jochem Dorrestein, van de Werkgroep voor Experimentele Archeologie Groningen, en Roelie Meijer is er vandaag gewerkt. Het plan voor de dag was om twee kuilen met jonge den te stoken, echter kwamen we bij aankomst op het Hunebedcentrum achter een vervelend feit. Van de aardewerken schaal die als opvang moest dienen onder in de kuil had ik maar één van. We hebben deze dag helaas maar één kuil kunnen stoken.

Foto 5: Aardewerken schaal die onder in de kuil ligt als opvang

De haardkuil was aan om 9:50 uur. We hebben deze over een periode van 7 uur gestookt en ieder half uur de temperatuur gemeten beginnend om 10:20 uur. De temperatuur in de kuil begon goed. Binnen het eerste uur zaten we op ~800 graden Celsius. De temperatuur onder in de haardkuil hebben we niet kunnen meten met de thermometer die we hadden. We hebben deze temperaturen gemeten via de luchtgaten die rondom de kuil zitten zoals te zien is op foto 6. Rond 11:00 uur is gekozen om te stoppen met brandstof toevoegen aan het vuur. Hierna heeft het nog een uur lang goed op temperatuur gezeten voordat het begon af te koelen. We hebben gekozen om weer brandstof toe te voegen.

Foto 6: Meting van de temperatuur via het luchtgat

De laag zoden rondom het vuur begon af te brokkelen en in te storten rond 14:00 uur. Er zijn toen wat herstelwerkzaamheden verricht om het bovenste luchtgat weer te herstellen zodat er niet teveel zuurstof bij het dennenhout kon komen. Voor het transformatieproces van hars naar teer zijn namelijk omstandigheden met weinig zuurstof nodig in de kuil.

Foto 7: Herstel aan de zoden

Na de laatste temperatuurmeting om 16:50 is de kuil leeggehaald. We hebben met deze kuil geen teer kunnen produceren jammer genoeg. Zo zie je maar weer dat een experiment nooit in één keer gaat zoals je eigenlijk zou willen. Wat we wel hebben ontdekt in de aardewerken schaal op de bodem van de kuil is een stukje geglaasd, gebubbeld dennenhout. Dit geeft ons wel weer kracht om door te gaan. Dit soort verglazing is typisch voor het omzetten van hars naar teer. Het is halverwege het proces, maar dit geeft een goede indicatie dat het wel mogelijk is om het transformatieproces in de kuil uit te voeren.

Foto 8: Geglaasd, gebubbeld hout

Naast dit stukje hout is er ook een chemische lucht waargenomen in de aardewerken schaal. Dit is nog een andere goede indicatie van het voorgenoemde transformatieproces.

De schaal onderin de kuil was zeer vervuild met as en zand. We zijn tot de conclusie gekomen dat er een soort filter nodig is om het teer zo goed mogelijk van de vervuilende elementen in de kuil te scheiden. Ook denken we dat het vuur gelijkmatiger opgestookt moet worden. De temperatuur moet rond de 800 graden blijven liggen gedurende de 7 a 8 uur, zodat er genoeg hitte in de kuil komt om het transformatieproces te laten werken

We nemen deze informatie weer mee naar onze volgende stookdag en hopen op een beter resultaat krijgen.

Vorig artikelTouw maken van de brandnetel
Volgend artikelDoet u mee aan een onderzoek?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.