Het is tegen de middag als de mensen terugkeren naar hun eigen hoeves. De wegen van Eber en Hilde scheiden zich voor vandaag. Hilde zal mee met haar familie, die deels ook het feest, de vergadering en de ceremonie heeft meegemaakt. De kleine Akke zal blij zijn als ze haar mamma weer ziet. Ze was een paar dagen op de hoeve van de grootouders, waar een oudtante op haar paste. Ebert blijft nog een dag voor overleg bij Adal. Er is nog een keer overleg met enkele Etten, familiehoofden, mensen van elders, over hoe het is gegaan, de afgelopen dagen, weken, en hoe ze verder willen. Er is een slag gewonnen. Niemand weet of er een oorlog is gewonnen, want niemand weet of er nog een nieuwe dreiging in de lucht zit.

Als het dan zover is, loopt Eber van Adals hoeve naar zijn eigen hoeve in het veen. Zijn trouwe paard was door Hilde meegenomen. Ze zal die dag ’s morgens weer op de eigen hoeve zijn aangekomen, denkt Eber. Nu is het tijd om alles van zich af te zetten. Er moet weer tijd worden gemaakt voor het gezin, voor wat de onvrijen nodig hebben, voor wat voor hen allemaal nodig is om goed de winter in te komen. Nooit meer vechten, geen bloedvergieten meer. Hoe heeft hij jarenlang kunnen leven als een verscheurend beest, zonder dat hij door had hoeveel menselijk leed er zit achter iedere dode. Het was alsof zijn hele lijf was overgenomen door een duivel, voor wie bloed en dood niets anders was als eten en drinken. Nu hoeft het niet meer, als het tenminste gaat zoals het zal moeten gaan. Dat seizoen verwachten ze geen enkele dreiging meer, en als die er in het verleden was, dan is dat nooit twee zomers achter elkaar geweest. Nu moet het goed komen. Nu wil hij de kleine Akke weer op schoot hebben. Of…. Hoe zal de jongste gaan heten? Hilde vertelde hem dat ze weer zwanger is. Zo gaan de gedachten alle kanten op, en is de wandeling eigenlijk tijdloos, omdat hij zo ineens voor het punt staat, waar de hoeve voor hem op zal doemen.

Als dat zover is, valt het hem op hoe stil het is. Hij verwacht wat rook uit het gat in het dak. Niet omdat het zo koud is, maar omdat er vast wel eten gemaakt zal worden. Hij verwacht onvrijen aan het werk. Hij verwacht zijn paard te zien. Niets van dat alles. Wat kan er aan de hand zijn? De deur staat los. De schrik slaat hem om het hart, en dan neemt de geest van de ervaren strijder het ineens weer van hem over. Hier is wat mis. Hij denkt sneller, handelt sneller, neemt de hele omgeving in zich op, en loopt met een getrokken dolk zo onopvallend mogelijk langs struiken en in de schaduw van bomen het laatste eind naar huis. Zijn uitrusting is bij Allard, dat spul zal hij later wel ophalen. Kruipend door sloten en struiken, soms wadend door water en beginnend veen, zoekt hij in een cirkel het hele terrein rondom de hoeve af. Niks, helemaal niks, nog geen vee te zien.

Dan hoort hij vanuit de hoeve een stem. Een zwakke stem. Hij herkent de stem van Hilde. Is het een valstrik? Wie zou er nog meer binnen kunnen zijn? Voorzichtig benadert hij de hoeve, nauwkeurig uitziend naar ogen van derden. Er lijkt niemand te zijn. Als hij naar binnen stapt, ziet hij Hilde naast de haardstede op de grond liggen. In haar buik steekt een pijl. De wond lijkt diep te zijn. Hilde lijkt stervende te zijn. Ze leeft nog wel, dat wel, dat zeker wel, en als Eber haar hoofd in zijn handen neemt, stamelt ze met een zwakke stem: “Breng mij naar het ven”. Eber heeft niet meer de kans om haar een kus te geven, of wat te zeggen. Ze raakt buiten bewustzijn, voor hij kan reageren.

Breng mij naar het ven? Woede en verdriet vechten om controle over Ebers trillende lijf, als hij probeert te begrijpen wat ze bedoelt. Als eerste inspecteert hij haar buik en ziet dat de pijl er bijna doorheen is gegaan. Hij doet in onmacht en als uiterste reddingspoging wat hij heeft geleerd. Hij drukt de pijl nog wat verder, zodat deze er aan de andere kant uitkomt, breekt de punt eraf, en trekt de schacht uit haar buik. Ze is buiten bewustzijn, ze voelt het niet meer. Maar wat kan hij nu voor haar doen? Wat heeft hij voor mogelijkheden om haar wond te behandelen? Wat zou Hilde zelf gedaan hebben? Hij windt enkele stroken linnen om haar buik, terwijl hij mos op de wonden drukt, om bloed op te vangen. Het zou nog zuiverend werken ook, of was dat wat anders dat hij moest gebruiken? Alles wat hij geleerd heeft op het slagveld is hij kwijt. Breng mij naar het ven? Wat kan dat dan zijn, en wat kan daar dan in vredesnaam voor zin van uitgaan, om haar nu te vervoeren?

Dan schiet hem te binnen wat Hilde hem ooit vertelde. Niemand weet wie haar ware ouders zijn geweest. Ze is gevonden in een mandje van gevlochten wilgetenen, besmeerd met berkenpek en toen dik bestreken met varkensvet, zodat het mandje waterdicht werd en bleef drijven. Ze lag in haar mandje op de rand van het ven, op trilveen. Zompig veen, maar zodanig begroeid, dat je er net op zou kunnen lopen. Blijf niet staan, want je zakt erdoor. Gek genoeg liepen er geen sporen naar het mandje toe. Hoe heeft men haar daar neer kunnen leggen? Het was bij een boom. Die ene boom, die Hilde hem gewezen heeft. Niet zo ver van hun hoeve. Breng mij naar het ven. Wil Hilde daar sterven? Of verwacht ze wat anders? Breng mij naar het ven. Als dat gevraagd wordt, dan zal Eber het doen.

Eber neemt Hilde op zijn armen en loopt met haar naar de boom aan de rand van het ven. Verder gaat hij niet. Hij gaat haar toch niet op het trilveen leggen? Ze is nog steeds buiten bewustzijn, maar ze ademt nog, en ze zal niet sterven omdat hij haar koud en nat heeft laten worden. Hij legt haar omslagdoek onder haar, en zijn omslagmantel over haar heen. En dan? Het is al tegen de avond. Er ligt nevel over het ven. Als hij naast haar zit, en met zijn handen door haar haren streelt, ziet hij dat de nevel dikker wordt. Het wordt zo dik, dat het overzicht over het ven weg is, terwijl het nog lang niet donker is. De nevel lijkt zijn kant op te komen.

Wat gebeurt er? Raakt hij bedwelmd door moerasgassen, zoals de ouden soms hebben ervaren? Kwalijke dampen, waardoor je dingen gaat zien die er niet zijn? Daarvoor lijkt hij nog veel te helder. Maar in die dichte nevel lijkt hij een figuur te zien. Een figuur, met een duidelijke bestemming, als ze – het lijkt een vrouw te zijn – steeds dichter bij hem lijkt te komen. Eber deinst achteruit. Hij heeft alles bevochten wat levend was en gedood kon worden, maar dit maakt hem bang. Dit onbegrijpelijke. Het lijkt hem wel te begrijpen. “Dank je”, hoort hij een vrouwenstem zeggen. “Dank je dat je mijn dochter terug hebt gebracht!”. De stem is krachtig en duidelijk, maar kan er niet zijn, want er is toch niemand? Er is alleen de nevelfiguur, de vrouw van het ven, de vrouw die over het water naar Hilde lijkt te schrijden. “Wees niet bang, er gebeurt je niets. En Hilde ook niet.” Ook dat wordt nog gezegd. Dan zie hij Hilde enkele meters voor zich opgenomen worden in de nevel, opgetild worden door de nevel, en met de Vrouwe van het Ven, de Grote Moeder, waar grootmoeder Rana over vertelde, want die moet het zijn, in de nevel van het ven verdwijnen.

Met lege handen loopt hij in het halfdonker naar huis, naar zijn lege hoeve. Met een vol hoofd en veel vragen. Wat is er gebeurd? Het is te donker om nu naar Allard te gaan. Als het nu heldere maan was geweest, dan was hij direct manschappen gaan halen. Maar wat moet hij, wat kan hij? En tegelijkertijd beseft hij in al zijn machteloosheid dat die nacht, waarin hij niets kan, genoeg kan zijn voor de daders (want als er niets meer op de hoeve is moeten het er meer zijn geweest) om weg te komen. Vanuit de struiken zijn twee paar ogen op hem gericht. Eén paar kinderogen heeft alles gezien, alles, ook dat van de overval op de hoeve. In alle stilte is het kind, de kleine Akke, met in haar handen de houten ruiter, tussen de struiken gekropen. Ze zei niets, ze huilde niet, ze was als aan de grond genageld, maar volgde alles. Ze durft niets te zeggen, ook nu niet. Want er zijn twee andere ogen, verderop. Ze weet het, al weet Eber van niets. Eber loopt zijn hoeve binnen. Voor het rookgat hangt nog wat gedroogd vlees, waarvan hij zich tegoed doet. En dan. Helemaal nies meer. Even een felle pijn in zijn hoofd, dan is alles zwart.

Vorig artikelKoning Arthur en Stonehenge
Volgend artikelKraanvogels

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.