Verkiezelde favosiet (Paleofavosites sp.) - Zwerfsteen van Alteveer (Gr.)

Het beloofde een mooie dag te worden. In het voorjaar van 1928 stond Pieter van der Lijn op het station van Amersfoort te wachten op de trein naar Groningen. Doel was stenen zoeken. Op de noordpunt van de Hondsrug, tussen de Akkerstraat en de Moesstraat, werd een grote bouwput gegraven. In de nieuwbouw van drukkerij J.B.Wolters, die hier gepland was, zou generaties lang de bekende Bos-Atlas gemaakt en gedrukt worden.

Van der Lijn was een vooraanstaand amateur-geoloog met veel kennis van zwerfstenen. In 1923 verscheen de eerste druk van zijn fameuze Keienboek, dat daarna nog vele herdrukken zou beleven. De bouwput op de Hondsrug was bij Van der Lijn in beeld gekomen door de kalkstenen die ter plaatse in de keileem voorkwamen. En die bevatten een scala aan fossielen.

Noem het maar vindersgeluk, maar in de bouwput van Wolters beleefde Van der Lijn zijn finest hour. In die tijd werd nog veel met de hand gegraven. Dit betekende dat naast granieten, zandstenen en gneizen, veel fossielrijke kalkstenen en kalksteenkoralen opgegraven werden. Het is niet moeilijk om zijn emoties in te schatten, toen hij tussen de kalkstenen en fossiele koralen een paar centimeter groot, kogelrond sponsje vond. Voor de noordelijke Hondsrug een unicum! Het fossiele sponsje toonde ondiepe, overlangs verlopende groeven en had bovenaan een kuiltje. Van der Lijn herkende het onmiddellijk als Astylospongia praemorsa. Het was de eerste vondst in de keileem van de Groninger Hondsrug en dat zou het ook blijven. Nadien zijn er nog twee kogelronde sponzen gevonden, maar die waren van een andere soort (Carpospongia globosa).

Verkiezelde spons (Astylospongia praemorsa) – Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.)

Verkiezelde fossielen

Van der Lijn had geen moeite om in zijn fossiele spons van Groningen een Astylospongia te herkennen. Vergelijkbare verkiezelde sponzen had hij al jaren eerder en ook in grotere aantallen in Oost-Overijsel gevonden. Ze kwamen vooral voor in het grind van zandzuigerijen bij Sibculo en Westerhaar. Ook op de heidevelden in Twente werden ze wel opgeraapt.

Kalkstenen als in Groningen komen in de Twentse zandzuigerijen niet voor. Alle fossielen die in het grind gevonden worden, zijn zwaar verkiezeld. Dat ze gevonden werden kwam door de behoefte aan bouwzand. Grind was bijzaak, maar de grindhopen waren voor verzamelaars ‘schatkamers’. De verkiezelde fossielen zitten in zandlagen, die uit wit kwartszand bestaan. Zand en grind zijn vroeg in het Pleistoceen door snelstromende rivieren uit Scandinavië, maar ook uit landen als Polen en Duitsland naar ons land vervoerd. Van deze rivieren was de Eridanos veruit het belangrijkst. In het ijstijdvak was de Eridanos Europa’s grootste rivier ooit. Nu nog bekende rivieren als Rijn, Elbe, Wezer, Weichsel, Schelde en ook de Engelse Thames waren toen zijrivieren van de Eridanos. In een eerder verhaal leest u meer hierover.

De Eridanos was in het Vroeg-Pleistoceen een verwilderde rivier, met talrijke stroomtakken, vertakkende stroompjes, zand- en grindbanken. De rivier op de foto geeft hiervan een indruk.

De verkiezelde fossielen in Eridanoszanden worden al tientallen jaren gezocht. De vindplaatsen bij Sibculo, Westerhaar en later Kloosterhaar hadden bij verzamelaars een magische klank. Ze werden later overvleugeld door zandwinningen in de Wilsumer Berge in het Duitse grensgebied. Ook in Drenthe en Oost-Groningen kon je in talrijke zandzuigerijen je geluk beproeven, alhoewel de fossielen daar veel schaarser, kleiner en vaak ook meer beschadigd waren. In de loop van de tijd hebben talloze amateurgeologen, waaronder Peter de Vries uit Sappemeer, van deze verkiezelde fossielen indrukwekkende verzamelingen opgebouwd.

De verzameling van Peter en Karin de Vries in het Hunebedcentrum

Welke fossielen kun je in het grind vinden?

In het algemeen komen verkiezelingen vrij veel voor en ook in grote variatie, maar vergeleken met de kalksteenfossielen die in het Hondsruggebied en ook elders in keileem-afzettingen gevonden worden, zijn het er niet veel. Dit lijkt in tegenspraak, maar afgezet tegen de wekelijkse bezoeken, en soms nog vaker, werd er in deze zandwinningslocaties in een jaar tijds toch veel gevonden. Komt bij dat je er niet veel voor hoefde te doen. Alleen oprapen, bekijken en meenemen. Dat is bij kalkstenen uit de keileem wel anders.

De grindfossielen komen uit een groot deel van Midden-, Noordwest- en Noord-Europa en beslaan verschillende geologische perioden. Om de belangrijkste te noemen: Van Ordovicische en voor een gering deel ook van Silurische ouderdom zijn (knikker)algen, sponzen, koralen, bryozoën en brachiopoden. Het vinden van een verkiezelde goniatiet vormde de kers op de taart. Goniatieten waren primitieve voorlopers van de latere zo uitgebreide groep ammonieten. Zij zijn afkomstig uit Onder-Carbonische afzettingen uit het Sauerland. Uit de Jura-periode kennen we steenkern-fragmenten en afdrukken van een flink aantal soorten ammonieten. Ze komen uit afzettingen uit het Wiehen-gebergte en mogelijk ook het Teutoburgerwoud. Uit het Boven-Krijt van Duitsland, Polen en Litouwen komen talrijke verkiezelde sponzen, afdrukken van ammonieten, belemnieten en schaalfragmenten van oesters. Al deze fossielen zijn door rivierwater naar ons land getransporteerd.

Behalve dierlijke fossielen is in het grind ook versteend hout te vinden, soms zelfs in grote exemplaren. Deze laatste zijn ingevroren in drijvend grondijs naar ons land vervoerd. Het meeste versteende hout is aan de geelwitte, gebleekte kleur en de typische houtstructuur makkelijk te herkennen. Daarnaast zijn zwaar verkiezelde, veel donkerder getinte stukjes versteend hout ook niet zeldzaam. Het meeste fossiele hout is afkomstig van naaldbomen. Het betreffen vooral verkiezelde worteldelen, die aan de basis van bruinkoolafzettingen in het oosten van Duitsland in de onderliggende bruinkoolzanden als boomstronken voorkwamen en zijn versteend. Jaarringen en de zeer fijne houtstructuur van het naaldhout zijn met de loep niet moeilijk te herkennen. Behalve naaldhout vinden we nu en dan ook verkiezelde stukken en stukjes loofhout. Veel zeldzamer zijn donkere, dicht verkiezelde stukjes verkiezeld hout van vroege vertegenwoordigers van naaldbomen uit de Perm-periode. Deze rolsteentjes zijn afkomstig uit Permische afzettingen in het zuidoosten van Duitsland en zijn aangevoerd door de oer-Elbe.

Voorbeelden van zwerfsteenvondsten van lavendelblauw verkiezelde fossielen

Verkiezelde spons (Aulocopium aurantium) – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)
Verkiezelde spons (Carpospongia globosa) – Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.)
Verkiezelde favosiet (Paleofavosites sp.) – Zwerfsteen van Alteveer (Gr.)
Verkiezelde helioliet (Propora conferta) – Zwerfsteen van Braderup (Sylt)
Verkiezelde Laat-Ordovicische crinoïdenkalk – Zwerfsteen van Walchum (Dld.)
Verkiezelde Laat-Ordovicische kalksteen – Zwerfsteen van Alteveer (Gr.)
Verkiezelde crinoïdenkalk (‘schroevensteen’) – Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.)
Verkiezelde Laat-Ordovicische kalksteen – Alteveer (Gr.)
Verkiezelde knikkeralgen (Coelosphaeridium cyclocrinophyllum) – Noordbroek (Gr.)
Verkiezelde afdruk van een brachiopode (Leptaena rhomboïdalis) – Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.)
Verkiezeld pygidium van een trilobiet (Phacops (Chasmops) macroura) – Zwerfsteen van Alteveer (Gr.)
Verkiezelde solitaire rugose koraal – Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.)

Lavendelblauwe verkiezelingen

Onder deze verkiezelde fossielen spreken vooral ‘lavendelblauwe verkiezelingen’ tot de verbeelding. De naam lavendelblauw danken ze aan de afwijkende en tegelijk karakteristieke grijze, grijsblauwe tot bijna paarszwarte kleur. Onder lavendelblauwe verkiezelingen vormen Ordovicische sponzen de meest aansprekende groep. Door hun karakteristieke vormen wordt er ook na jaren verzamelen nog steeds naarstig naar gezocht. Een gave Astylospongia of een ‘diadema’ maken je dag goed. Naast sponzen komen in het uitgezeefde grind nog tal van andere verkiezelde fossielen voor. Tabulate en rugose koralen uit het Ordovicium en sommige uit het Siluur komen relatief veel voor. Ze hebben dezelfde kleur als de verkiezelde sponzen. Ook verschillende soorten uit de groep heliolites-koralen worden geregeld gevonden. In het riviergrind vormen de favosieten met hun bijenraatstructuur de belangrijkste groep onder de koraalfossielen.

De meeste lavendelblauwe fossielen zijn beschadigd

Veruit de meeste lavendelblauwe fossielen zijn afgerond, gebroken tot bijna onherkenbaar afgesleten. De fossiele koralen zijn dit ook. Zij vormen meestal sterk beschadigde fragmenten, die oorspronkelijk de buitenkant van de kolonies vormden. Gave koraalkolonies zijn zeer zeldzaam. Dit laatste hoeft niet te verbazen sinds bekend is hoe lang de transportweg over de rivierbodem was. Grindkoralen zijn doorgaans maar een paar centimeter groot. Verkiezelingen van vuistgrootte en meer zijn in onze streken erg zeldzaam. Daarvoor moest je op Sylt zijn.

Bij Braderup, op het Duitse Noordzee-eiland Sylt werd tot voor enkele jaren grindhoudend zand van de Eridanos afgegraven. Het gezeefde grind was gemiddeld een stuk grover dan in ons land. Sponzen en koralen van 10cm en meer waren niet bijzonder zeldzaam. Ook in aantal kwamen ze meer voor. In de loop van de tijd zijn op Sylt vele duizenden, vaak prachtig bewaard gebleven verkiezelde fossielen gevonden. Zoeken heeft nu op Sylt geen zin meer. De zandwinning bij Braderup is stilgelegd, en ook op het strand bij Westerland worden vrijwel geen fossielen meer gevonden.

Wijze van verkiezeling

De meeste lavendelblauwe fossielen zijn chalcedoon-verkiezeld. Ze tonen een karakteristieke grijze, grijsblauwe tot blauwzwarte kleur, en hebben vaak een glans die aan windlak doet denken. Windlak is in de laatste ijstijd op zwerfstenen ontstaan door verstuivend zand en stof. Het lijkt alsof de stenen gelakt zijn. De lavendelblauwe grindfossielen tonen regelmatig een vergelijkbare glans, alleen is deze ontstaan door slijtage en polijsting tijdens het transport op de rivierbodem. Uit de koraalfossielen blijkt dat de oorspronkelijke koraalkolonies niet gelijkmatig door en door chalcedoon-verkiezeld waren. Veel vondsten, vooral grotere exemplaren, bestaan aan de buitenzijde uit chalcedoon. Meer naar binnen gaat chalcedoon over in grovere, geelachtig tot wit getinte kwarts. Koraaldetails die in de chalcedoon-verkiezelde delen goed zichtbaar zijn, zijn onduidelijk of ontbreken op plaatsen waar witte kwarts aanwezig is. Uit de vondsten blijkt dat de meeste koraalfossielen in het grind fragmenten zijn van de stevige, maar relatief dunne grijze tot blauw-zwarte, dichtverkiezelde buitenkant van koraalkolonies.

Uit de vondsten blijkt ook dat de fossielen, toen deze nog omgeven waren door het kalkige moedergesteente, al grotendeels verkiezeld waren. De kalksteenafzettingen zelf zijn in de warm/vochtige Krijt- en Tertiaire periode door chemische verwering opgelost en verdwenen. De onoplosbare verkiezelde koralen en andere fossielen bleven als verweringsresidu over. Samen met andere grindbestanddelen en kwartszand waren lavendelblauwe verkiezelingen bestanddeel van een verweringsdek, dat tot in het Onder-Pleistoceen  uitgestrekte delen van Noord-Scandinavië en aangrenzend Rusland bedekt moet hebben.

Agaatvorming in lavendelblauwe verkiezelingen

De verkiezelde fossielen en kalksteentjes zijn doorgaans sterk verkiezeld, waarbij kleine holtes vaak gevuld zijn met druivetros-achtige chalcedoon. Ook agaatvorming komt geregeld voor, zowel in het groot als in het klein. Bij sommige verkiezelde favosieten  zijn de afzonderlijke koraalbuisjes (corallieten) vaak opgevuld met agaat-achtige structuurtjes. Parallel aan de binnenwandjes en de horizontale dwarsplaatjes, die de koraalbuisjes verdelen (tabulae) is chalcedoon afgezet. Smalle witachtige en donkerder bandjes wisselen elkaar af. Vaak omgeven deze laatste een donkerder gekleurde chalcedoonkern, die overigens ook van witte kwarts kan zijn. De mini-agaatvormingen zijn vooral bij koralen uit de favosites-groep goed te zien. Bij deze laatste zijn de agaat-structuurtjes vaak in rijen boven elkaar geplaatst.

Agaat, lavendelblauw – Zwerfsteen van Wilsum (Dld.) Onder de lavendelblauwe verkiezelingen zijn in de loop van de tijd prachtige agaten gevonden. Vooral uit zandgroeven op het Duitse wadden-eiland Sylt zijn fraaie vondsteen gedaan.
Verkiezelde koraal (Paleofavosites sp.) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) De verticale woonbuisjes (=corallieten) van dit koraal zijn door dwarsplaatses (=tabulae) onderverdeeld. In de zo ontstane vakjes is bij de verkiezeling op de wandjes chalcedoon afgezet, vaak in opeenvolgende zones. De donkerder grijze centra zijn gevuld met kristallijne kwarts.
Verkiezelde koraal (Paleofavosites) – Zwerfsteen van De Haerst, Zwolle (Gld.) Op de wanden van corallieten en tabulae zijn smalle bandjes met blauwgrijze chalcedoon afgezet. Het overgrote deel van de ruimten is met kwarts gevuld
Verkiezelde koraal (Paleofavosites) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) Bij dit fossiel is in de corallietruimte een kleine agaat gevormd. Rechts daarvan is in een vergelijkbaar vakje een kwartsgoede zichtbaar, ook in het klein
Verkiezelde koraal (Paleofavosites) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) In de corallieten zijn hier en daar fraaie mini-agaatvormingen zichtbaar.

Ouderdom van de lavendelblauwe verkiezelingen

In het uitgezeefde grind komen naast de bekende fossielen ook lavendelblauw verkiezelde kalksteentjes voor. Ze zijn doorgaans klein en bevatten vaak herkenbare, vaak enigszins uitgeprepareerde fossielen van knikkeralgen, stengelleden van zeelelies, brachiopoden en bryozoën. Ook vervellingsresten van trilobieten zijn meerdere keren aangetroffen. De fossielen tekenen zich door hun vorm of donkere kleur duidelijk af in de steentjes. 

Uit de samenstelling blijkt, dat deze verkiezelde kalksteentjes in overgrote meerderheid uit het laatste deel van het Ordovicium stammen. De soorten-samenstelling van de tabulate koralen, heliolieten en trepostomate bryozoën is hiermee in overeenstemming. Bijzonder is dat lavendelblauw verkiezelde fossielen uit de Siluur-periode uiterst zeldzaam zijn. Deze discrepantie kan te maken hebben met het feit dat in Silurische kalksteenlagen verkiezelingsverschijnselen weinig voorkomen of zelfs ontbreken. De verkiezelingen kunnen verband houden met bentoniet-laagjes. Bentoniet is een klei-soort, die door verwering uit vulkanische tuf-afzettingen is ontstaan. Laagjes met benthoniet komen verspreid in het Ordovicium voor. Ze zijn een mogelijke bron van kiezel (SiO2), waardoor Ordovicische kalksteenfossielen wél en Silurische niet zijn verkiezeld.

Het ‘Witte Klif’ bij Braderup op Sylt. De zandgroeven bij Braderup waar men het witte Eridanoszand exploiteerde, zijn jaren geleden alle gesloten. Alleen in het Witte Klif daar, zijn de scheef gelaagde, grove zanden van deze rivier nog te zien. Fossielen zoeken op Sylt heeft geen zin meer. 
Verkiezelde koraal (Propora conferta) – Braderup, Sylt (Dld.)
Verkiezelde koraal (Sarcinula organum) – Braderup, Sylt (Dld.)
Verkiezeld koraal (Propora tubulata) – Braderup, Sylt (Dld.)

De herkomst van lavendelblauwe verkiezelingen

Over de herkomst van de lavendelblauwe verkiezelingen valt weinig met zekerheid te zeggen. Meermalen is geopperd dat ze uit het noordoostelijke Oostzeegebied komen. Uit de samenstelling van de grindfossielen blijkt dat deze sterk afwijkt van het sortiment sponzen in kalkafzettingen in het noordoostelijke Oostzee-gebied. Bovendien zijn sponzen in deze afzettingen vrij zeldzaam.

Door de tektonische kanteling van het Baltisch schild liggen in het noordelijke deel van het Oostzeegebied vrijwel uitsluitend kristallijne gesteenten aan het oppervlak. Deze bestaan in meerderheid uit granieten en metamorfe gesteenten. Paleozoïsche sedimenten komen nog wel op een paar plaatsen voor in de zuidelijke Botnische Golf, maar ontbreken op het aanpalende vasteland. Zuidelijker, in Estland en rond St. Petersburg in Rusland wordt het kristallijne grondgebergte wel bedekt door sedimentgesteenten uit het Cambrium, Ordovicium, Siluur en het Devoon. Toch is het niet waarschijnlijk dat de verkiezelingen daar vandaan komen. De samenstelling van de fossielen in deze kalken wijkt af van die van de lavendelblauwe verkiezelingen. Hier komt nog bij dat de verkiezelingsgraad van de fossielen in deze Estische kalksteenafzettingen gering is. Tot op heden zijn nergens in het Noord-Balticum sedimenten gevonden, die als leverancier van de lavendelblauwe verkiezelingen in aanmerking komen. De conclusie kan daarom niet anders zijn dat de moedergesteenten gewoon ‘op’ zijn; door erosie verdwenen.

De Oostzee-eilanden Gotland (Zweden), Saaremaa en Hiiumaa (Estland) liggen geheel of gedeeltelijk binnen de zone met Silurische kalksteenafzettingen.
Verkiezelde koraal (Paleofavosites) – Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.) Op de foto is een doormidden gebroken en afgerolde koraalkolonie van Paleofavosites te zien. De buitenzijde van de verkiezeling bestaat uit lavendelblauwe chalcedoon. Meer naar binnen maakt dit plaats voor een grovere verkiezeling van grijswitte kwarts.
Verkiezelde koraal (Protoheliolites norvegicus) – Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.) Net als bij het exemplaar hiernaast bestaat het grootste deel uit een grove kwartsverkiezeling, waarin fijnere details slecht bewaard zijn gebleven.

Ook zin in zoeken?

Zowel in sortiment als in aantallen imponeert de collectie van Peter de Vries. Bij het zien ervan zal menigeen denken, dat wil ik ook. Toch is het zoeken naar deze fossielen er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. In de Wilsumer Berge zijn vrijwel alle zandwinningen inmiddels verleden tijd. De zuigerijen zijn gesloten. Nieuwe vergunningen worden om milieu redenen niet meer gegeven. Ook in Overijssel, Drenthe en Oost-Groningen is het kommer en kwel. Voor een enkeling is er na verkregen toestemming nog wel het een en ander te vinden. Kortom, de vondstmogelijkheden van weleer zijn voorgoed verleden tijd

Derivatolites parvistella – Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.) De door roest bruin gekleurde binnenzijde van deze verkiezeling toont weinig of geen details meer door grofkristallijne kwarts. De buitenzijde van de koraalkolonie bestaat uit dichte blauwgrijze chalcedoon. Ook zijn een flink aantal kiezelringen herkenbaar. Onder de loep zijn details van het zeer fijne koraalskelet van Derivatolites nog goed te zien.
Verkiezelde kolonievormende rugose koraal (Palaeophyllum) – Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.)
Verkiezelde koraal (Paleofavosites, onderzijde corallum) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)
Verkiezelde koraal (Agetolites mirabilis) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)
Verkiezelde Silurische koraal (Halysites) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) Aan deze vondst is een uitgeprepareerde, palissade-achtige kettingrij van corallieten te zien. Tussen de grotere corallieten zijn, nauwelijks zichtbaar, smalle tubules (=mesocorallieten) ingeschakeld. Bij Catenipora ontbreken deze.
Verkiezelde Silurische koraal (Favosites) – Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.) Op de grijze corallietwandjes zijn ronde tot ovale perforaties zichtbaar. Het zijn poriën, die bij Favosites uitsluitend op de wandjes voorkomen. Bij Paleofavosites komen deze vooral voor in de hoeken van de koraalbuisjes.
Verkiezelde Silurische koraal (Multisolenia tortuosaeformis) – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) Multisolenia is een tabulate koraal, verwant aan favosites. Door een andere rangschiking van de afzonderlijke koraalbuisjes zijn bij deze soort bijzonder veel solenia aanwezig. Dit zijn verlengd, trechtervormige poriën. In zijaanzicht vormen deze verticale rijen tussen de corallieten. De corallietwandjes hebben hierdoor een enigszins golvend verloop.
Vorig artikelOerschool en Oeracademie – Prehistorie dichtbij
Volgend artikelPepijn Vemer is nieuwe voorzitter van Hunebedcentrum
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.