"Het Varusveld"; de oudste afbeelding van de Sloopsteine bij Haltern, Friedrich Johann Lorenz Meyer (1801)

In de gemeente Belm bij Osnabrück in Duitsland, rond het dorp Vehrte, was de duivel in de oudheid erg actief. Het is niet alleen dat zijn deegbak en zijn oven hier kunnen worden gevonden…het is bekend dat hij met de machtige Süntelstein de eerste kerk in Venne wilde verpletteren. Hij haalde deze uit het Steinernes Meer. Ook probeerde hij eens op deze plek op een listige manier boter krijgen. En iets verderop, bij Haltern, zou de duivel in een hunebed hebben gewoond.

In 2017 bezocht ik dit gebied voor het eerst. Na bijna alle Nederlandse hunebedden te hebben gezien, ik had alleen de dolmen die in het museum in Delfzijl is geplaatst nog niet gezien, viel mijn oog tijdens de terugweg van een kerstmarkt in Duitsland op een bordje met een hunebed. Na wat online speurwerk ontdekte ik dat er enorm veel hunebedden in Duitsland liggen en dat er een mooie autoroute is langs de meest bijzondere megalieten; de Straße der Megalithkultur. Meerdere megalieten rond Vehrte zijn onderdeel van deze toeristische route. In februari 2022 ging ik terug naar het gebied wat tijdens de kerstening veranderde. Dat de megalieten in verband worden gebracht met de duivel, toont aan dat ze in voorchristelijke tijden belangrijke plekken waren voor de lokale bevolking.

Teufels Backtrog (Sprockhoff-Nr. 915) ligt nog in de overblijfselen van een dekheuvel. Er zijn nog zeven draagstenen en drie dekstenen overgebleven. Een toegang werd niet vastgesteld, daarom duidde Ernst Sprockhoff dit bouwwerk aan als Rechteckdolmen.
Teufels Backofen (Sprockhoff-Nr. 916) is een ganggraf dat oorspronkelijk zes meter lang en twee meter breed was. Het heeft nog een duidelijk herkenbare ingang in het midden van de zuidelijke kant. Er zijn nog negen draagstenen en vier dekstenen overgebleven.

De twee hunebedden bij Vehrte worden ook wel de Teufels Backofen (de oven van de duivel, Vehrte Grab I) en Teufels Backtrog of Teufels Teigtrog (de deegbak van de duivel, Vehrte Grab II) genoemd. De hunebedden werden tussen 3500 en 2800 v.Chr. opgericht en worden toegeschreven aan de Trechterbekercultuur. Op de kleinere, waar de “Kriebeke” langs stroomt, kneedde de duivel zijn brood; de andere was zijn oven. Ze liggen op zo’n 200 meter afstand van elkaar en ze liggen vlak bij de Wittekindsweg. Wittekind (of Widukind) werd al genoemd in het artikel over Karel de grote en de (vernietiging van) hunebedden.

De Teufels Backofen werd voor het jaar 1920 als volgt beschreven: op een beboste helling met een weids uitzicht naar het zuiden. De draagstenen zijn aan de buitenkant bedekt met aarde en vormen samen met de bovenliggende dekstenen een holte die open is naar het oosten en enige gelijkenis vertoont met een oven.

In dezelfde tijd werd de Teufels Teigtrog beschreven als: 200 passen ten zuiden van de vorige (de oven), voorbij een enkel huisje, in landbouwgrond. Het graf is slecht bewaard gebleven. Bijzonder zijn twee ingangsstenen aan de zuidzijde samen met een bijbehorend, omgevallen sluitstuk. Aan de westkant van het monument ligt veel puin, waaronder drie grotere blokken in de positie van ringstenen.

De hunebedden worden niet alleen aan de duivel, maar ook aan een verhaal over reuzen gelinkt:

Vroeger leefden er twee reuzen in het Osnabrücker Land, de een in het Haldem-gebergte en de ander in het Venner-gebergte. Ze bakten samen hun brood. De reus op de bergen van Haldem had de oven. Toen de reus uit Venner bergen deeg voortduwde, klopte hij bij Bohmte zijn klompen uit. Hieruit ontstond een grote zandheuvel die Heemannshügel werd genoemd, omdat de reus Heemann heette. De reuzen hadden slechts een deegschraper; ze gooiden deze altijd naar elkaar. Maar een keer mislukte de worp en viel de schraper op Krons Kampe, op een stuk land dat sindsdien de Hünenstürk heet.

Een van de reuzenzonen ging in dienst bij de heer von der Horst zu Haldem. Zijn eerste klus was het uitmesten van de stallen. Toen hij de vork in zijn hand kreeg, zei hij: “Dat is een vork die je gebruikt om grote bonen te eten.” Dus ging hij naar de smidse en liet een grotere vork voor zichzelf maken, toen ging hij aan het werk. Omdat hij de stal altijd met de grote vork uitmestte, was de stal al snel schoon. Dat behaagde de heer. Toen moest de reus ook ploegen. Maar hij duwde de ploeg altijd op de hielen van de paarden. Toen zei de heer: “Dat is niet nodig, de paarden zijn gespannen om de ploeg te trekken.” De reus antwoordde. “De paarden zijn er alleen voor de sier, je kunt de ploeg best met één hand duwen.” Al snel had hij het veld op deze manier omgeploegd. Dat beviel de heer zeer goed.

Maar toen de reus ging eten, ergerde de meester zich; want de reus at niet voor twee, drie of vier…maar zoveel als de rest van het huis nodig had. Toen wilde de meester weer van de reus af en zei tegen zijn dienaren: “Morgenochtend moeten jullie hout van de berg halen, voor ieder van jullie zijn stammen aangewezen, en wie van jullie als laatste ter plaatse is, moet gaan! Maar de reus was behoorlijk slaperig, en dus dachten de anderen dat ze hem in zijn slaap konden bedriegen. Ze reden ’s morgens vroeg naar het bos.

Een paar uur later werd de reus wakker en zag dat de andere bedienden al weg waren. Dus spande hij snel zijn paarden in en reed weg. Toen hij bij de berg kwam, hadden de andere bedienden hun hout al uitgehouwen en waren het aan het laden. In een opwelling greep hij een paar bomen, trok ze omhoog en gooide ze met hun wortels en aarde op de wagen. Hij was de eerste die zijn lading vulde. Maar toen ze van de berg naar beneden kwamen, konden de paarden het niet trekken. De anderen waren blij en wilden hem voorbij gaan. De reus bond echter de voeten van de paarden aan elkaar, legde ze over de wagen, stak zijn pink in het schachtgat en reed de wagen snel weg.

Toen hij op het erf kwam, kon de poort het rijtuig niet doorlaten. Dus hij stapte uit en brak de hele poort uit elkaar. Nu kwam de heer weer in de problemen, omdat zijn plan niet was gelukt. Dus hij wilde de dat reus zo vriendelijk zou zijn om de dienst op te geven. De reus zei toen: “Ik zal je een klap geven; als je het kunt verdragen, dan zal ik gaan.” Toen beefde de heer. Maar hij dacht dat hij anders niet van de reus af zou komen, en stemde toe. Toen sloeg de reus hem zo hard van achteren dat hij over het huis vloog. Maar de wind blies in zijn mantel, zodat hij langzaam naar beneden kwam zonder gewond te raken. En hij was gelukkig verlost van de reus.

Helemaal boven: de Süntelstein is te zien tussen de bomen. Rechts in het veld liggen ook enorme stenen.

Links: de Süntelstein is aan één kant met verf beklad. Hier is het hoofd van een duivel afgebeeld.

Boven: de Süntelstein gefotografeerd aan de zijde zonder verf.

Allen eigen foto’s, genomen in februari 2022

De Süntelstein (ook wel Teufelsstein of Sonnenstein genoemd), tot ver buiten de grenzen van de regio Osnabrück bekend, is een rechtopstaand granieten blok dat in de vroege steentijd cultusdoeleinden heeft gediend. De steen wordt ook als Suentelstein benoemd, een heilige steen of zonnesteen. Het is een vier meter hoge menhir.

Op de noordkant kan men een gezicht van de duivel zien. Deze is al tijden met verf aangegeven. Misschien heeft er een steencirkel rond de Süntelstein gestaan; een historische bron uit 1848 vermeldt een krans van kleinere stenen die de Süntelstein omringden. Het verhaal dat over deze bijzondere steen wordt vertelt, gaat als volgt:

Toen de eerste kerk in Venne werd gebouwd, woonde de duivel nog in de Vehrter Bruche aan de andere kant van de berg waar de deegtrog en de oven tot op de dag van vandaag te zien zijn. Hij was zeer ontevreden over het heilige werk van het kerkbouw. Om de deur van de kerk te versperren, nam hij om middernacht een groot blok graniet. Hij bond er een dikke ketting kruiselings omheen en begon het toen op zijn rug omhoog te slepen. Maar de steen was zo zwaar dat hij, ondanks zijn enorme kracht, erg heet werd. Soms stopte hij om op adem te komen.

De tijd verstreek intussen tot het ochtendgloren. Op het moment dat hij net de top van de berg had bereikt, schoot de eerste straal van de opkomende zon vanuit het oosten over hem heen en kraaide een waakzame haan zijn ochtendgroeten vanuit het Venner dal. Toen kwam er een einde aan de nachtelijke heerschappij van de duivel. Boos greep hij de steen bij de kop en duwde hem uit alle macht in de harde grond van de berg.

Sindsdien heeft de duivel het gebied verlaten. De steen staat nog steeds op dezelfde plek waar hij in de aarde is gestampt; maar door de gewelddadige klap kreeg hij twee doorlopende scheuren in het midden en van boven naar beneden waar de ketting hem omsloot. Ook zijn de sporen van de ketting nog zichtbaar aan de buitenranden van deze scheuren, en aan de kant van de steen tegenover Venne kan men duidelijk de indrukken van het lichaam van de duivel zien; want de helse hitte van zijn lichaam heeft het graniet doen smelten waar hij het aanraakte.

Sinds die tijd is de steen elke ochtend drie keer om zijn as gedraaid bij de eerste straal van de rijzende zon. Ter eeuwige herinnering aan de redding van de Venner-kerk door de zon, die de nachtelijke heerschappij van het kwaad vernietigde, wordt de steen nog altijd de Süntelstein genoemd.

In een andere versie van het verhaal woonde de duivel in het Wiehengebergte tussen Venne en Vehrte. De duivel hield er niet van dat de christelijke god steeds meer zijn heerschappij kreeg en zelfs een kerk liet bouwen in Venne. Om uit wraak de kerkdeur te versperren, haastte hij zich op een nacht naar de Gattberg en ging op zoek naar de machtigste rots in het “Steinernes Meer”.  

  

Karel de Grote richtte in Saksen zogenaamde missiecellen op; een van hen ontwikkelde zich later tot de stad Osnabrück met een bisschopszetel. Van hieruit reisden priesters door de regio Osnabrück om te bekeren. De “kapel in het oosten” van Osnabrück werd gebouwd in de negende eeuw: Ostercappeln. Het gebied van Wittlager Land behoorde tot deze oorspronkelijke parochiekerkwijk.

In de 13e eeuw werd vóór 1273 splitste Venne zich af van Ostercappeln en werd het kerkelijk recht onafhankelijk. Kort daarna begonnen de Venners met de bouw van een kerk, zodat ze vanaf dat moment niet meer helemaal naar Ostercappeln hoefden te gaan voor kerkdiensten. Hoewel er in hun gebied met Darpvenne al een dorpsachtige nederzetting was, richtte de gemeente hun kerk verder naar het noorden op (op een terrein dat toebehoorde aan de Meyerhof zu Venne). De kerk was gewijd aan St. Walburga. 

De Süntelstein vond zijn weg naar de literatuur via de gebroeders Grimm, als nummer 200 in de verzameling Deutsche Sagen:

“In de buurt van Osnabrück is er een oude steen, die dertien voet boven de grond uitsteekt, waarvan de boeren zeggen dat de duivel hem door de lucht leidde en hem liet vallen.
Ze tonen ook de plaats waar de ketting zat, waar hij hem aan vasthield”.

Butterstein in het Steinernes Meer

Het Steinernes Meer is een gebied op de overwegend beboste noordoosthelling van de Gattberg. Er is een grote opeenhoping van grote, tot 3,80 meter hoge, rotsblokken die tijdens de Saale-ijstijd naar Centraal-Europa zijn gekomen.

Midden op het grafheuvelveld op de Gattberg ligt een roodgrijze, dakvormige granieten kei van 1,65 meter lang, 1,20 meter breed en 0,75 meter hoog. Hij wordt de Butterstein (botersteen) genoemd. Op de helling aan de zuidzijde is er een komvormige inkeping met een diepte van 1,5 centimeter en een diameter van 5 centimeter te zien, in het noordwesten heeft de steen een zoolachtig snijwerk van ongeveer 7-10 centimeter breed en 23 centimeter lang.

Tijdens archeologisch onderzoek werd ontdekt dat de steen is omgeven door een kunstmatige bestrating, gemaakt van keien ter grootte van een vuist. Afgaande op de sporen van verwerking en hun locatie, positie en grootte, is de functie van deze en soortgelijke stenen waarschijnlijk cultisch. De exacte chronologische classificatie is meestal onmogelijk, maar een neolithische of bronstijd wordt aangenomen.

Ook aan deze Butterstein is een verhaal over de duivel verbonden:

De duivel wilde een groot banket voor voor zijn assistenten en handlangers bereiden. Maar hij miste een behoorlijk stuk boter. Wetende dat geen enkel respectabel persoon hem iets zou verkopen met zijn natuurlijke uiterlijk, veranderde hij zijn vorm en vertrok.

Op de Gattberg woonde een arme boerin. Ze had alleen een kaal stuk land, dus ze kon alleen met hard werken de eindjes aan elkaar knopen. Toch wist ze met haar enige magere koe een melkoverschot te genereren. Ze had er nu een mooi stuk boter van gemaakt en wilde het meenemen naar Osnabrück om het daar op de markt te verkopen. Zodra ze onderweg was, kwam ze toevallig een kruidenier tegen met een opvallende rode veer op zijn hoed. Hij wenste haar beleefd een fijne dag en bleef haar zeer vriendelijk aanspreken. Terwijl ze op deze manier met elkaar begonnen te praten, had de vrouw het uiteindelijk ook over haar boter.

De kruidenier was nu zeer geïnteresseerd en vroeg om een ​​stuk te mogen proberen om een ​​prijs vast te kunnen stellen. In haar onschuld had de boerin niet herkend dat de vreemdeling iets vreemds over zich had, namelijk een geitenpoot die hij probeerde te verbergen. Ze was ook veel te verbluft door het vooruitzicht zichzelf de lange reis naar Osnabrück te kunnen besparen. Dus sneed hij zichzelf wat van de boter en proefde het als een kenner. Maar omdat hij een gierige dag had, begon hij slecht te praten over wat hij had geproefd om beter te kunnen onderhandelen. De oude boef ging echter te ver. Eindelijk maakte het ene gewelddadige woord plaats voor het andere. En voor hij het wist, zwaaide de boerin, die haar eer had verloren, haar wandelstok wijd uit en liet die met een klap op de kruideniershoed vallen.

Toen werd hij zo woedend dat hij luid brulde en zijn masker liet vallen. Met gloeiende ogen schreeuwde de duivel tegen haar: “Je zult boeten! Jij en je boter zullen in steen veranderen en hier voor altijd op deze berg liggen.’ De boerin was natuurlijk doodsbang. Maar niets hielp, want de verschrikkelijke vloek was in een oogwenk vervuld. Daarmee had de ongecontroleerde duivel zichzelf echter nog kwaad gedaan, want zonder de boter bleek zijn banket een nogal magere aangelegenheid.

In de loop van vele eeuwen verloor de goudgele boter zijn kleur en werd uiteindelijk grijs. Maar je kunt nog steeds op een hoek van de steen het stuk zien dat de duivel afsneed om te testen.

Butterstein

Bij Haltern ligt de Sloopersteine, ook hier is weer een verband met de duivel. Het werd vermeden door mensen omdat de duivel erin zou wonen. Het bouwwerk wordt ook Sloopsteene en in het Nederduitse Schloppstäine genoemd. Het ligt op de Rothen Berg tussen Wersen en Westerkappeln. De naam zou komen van “Schlopp” (onderluik). Dit betekent de toegang tot de grafkamer. Over dit hunebed werd voor 1867 gemeld:

Op de zogenaamde Halter Daren, op de met naaldhout begroeide helling, staat een stenen monument, dat de mensen de Sluppsteine ​​noemen. De eigenaar is de eigenaar van het Mehrpahlsches Hof in Haltern. Het monument is op sommige plaatsen al onderzocht – zoals de gids me vertelde: om schatten op te graven – maar over het algemeen lijkt het minder te zijn geplunderd dan andere vanwege de afgelegen ligging, vooral omdat de grote dekstenen die zijn gevallen het zoeken erg moeilijk maken. Het wordt ook vermeden door de mensen omdat de duivel erin zou wonen. Het heeft echter soms gediend als een “slipsteen” tijdens storm en regen, zoals blijkt uit het getuigenis van de gids, die er zelf vaak onder is gevlucht, evenals de sporen van houtvuur, as en kolen. Het monument is ongeveer 20 passen lang en 8 passen breed. Het heeft 5 dekstenen, maar er is er nog maar één, de andere zijn naar beneden gevallen.

Later werd over dit hunebed vermeld: De oostelijke belangrijkste deksteen, een enorme stenen tafel, is zijdelings van de balken gezonken. In zijn schuine positie naar het westen biedt de stenen kolos een natuurlijke beschermende muur tegen regen en stormen en wordt vaak gebruikt door jagers en bosarbeiders als schuilplaats. Hieruit ontleent men een tweede verklaring van het begrip ‘slopstenen’ (slipstenen in plaats van slaapstenen). 

Meyer rapporteert op dit punt in zijn boek over de veronderstelde locatie van de Varus-slag, in het bijzonder over de tumulus (grafheuvel) die onder Germanicus is gemaakt en waarvan wordt gezegd dat deze de botten bevat van de gevallen Romeinen van de Varus-slag. De locatie en vorm van deze heuvel, de vondst en de omgeving lijken erop te wijzen dat dit het overwinningsveld van Herrmann is en dat is de grafheuvel van Varus en zijn legioenen.

Drie hunebedden, een (waarschijnlijke) menhir en een grote steen op een grafheuvelveld worden allen in verband gebracht met de duivel. De link met boter of vet en (de afdrukken van) de duivel of reus werd al eerder genoemd in de artikelen over megalieten in de maneschijn, de offerstenen en het vervolg daarop. Ook werden hier voorbeelden gegeven van enorme stenen die op christelijke bouwwerken worden gegooid (en meestal het doel misten) door duivels of reuzen. Dit gebeurde ook in Spanje, zoals beschreven in wie bouwde de megalieten op het Iberisch schiereiland. En de Süntelstein zou om zijn as draaien, ook andere megalieten werden omgedraaid (zo werd in eerder genoemde artikelen beschreven).

Foto’s van de Teufels Backofen zijn te vinden in de verzameling van Willem Donker; de Teufels Backofen uit dit artikel, maar ook is er een Teufelsbackofen bij Goldenbow (bij de Teufelsbach, duivelsbeek) en er is een Teufelsbackofen bij het Everstorfer Forst (met steenkrans en napjes). Ook heeft Willem Donker foto’s van de Teufels Teigtrog en de Sloopsteine op deze site staan.

Marinda Ruiter

De Slooptsteine

Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gro%C3%9Fsteingr%C3%A4ber_bei_Vehrte

https://www.megalithic.co.uk/article.php?sid=11217

https://www.megalithic.co.uk/article.php?sid=11218

https://www.megalithic.co.uk/article.php?sid=11220

https://www.outdooractive.com/de/poi/osnabruecker-land/suentelstein/16917490/

https://www.outdooractive.com/de/poi/osnabruecker-land/teufels-backofen/16917328/

https://de.wikipedia.org/wiki/Gattberg

https://www.megalithic.co.uk/article.php?sid=35331

https://www.megalithic.co.uk/article.php?sid=12863

https://mamaija.net/wiki/S%C3%BCntelstein

https://www.pressenet.info/sagen/butterstein.html

https://www.walburgiskirche.de/ueber-uns/Geschichte-der-Walburgisgemeinde

Afbeeldingen

By K. Gerken, Niedersächsisches Landesamt für Denkmalpflege – https://denkmalatlas.niedersachsen.de/viewer/metadata/28948998/1/-/, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=107556970

By Basotxerri – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=70559916

Süntelstein https://www.top-rated.online/cities/Osnabruck/place/p/8419938/S%C3%BCntelstein

Süntelstein https://www.outdooractive.com/de/poi/osnabruecker-land/suentelstein/16593249/#dmlb=1

Butterstein Von Megalithicguy – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=29538705

Von Wummelwurz – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=33189094

Sloopsteine https://www.steinzeitforschung.de/2017/06/01/die-aelteste-darstellung-der-sloopsteine-bei-haltern-1801/

Slooptsteine Von Sail over – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=14912028

Vorig artikelLeer
Volgend artikelDaslookroomkaas

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.