Großsteingrab "Karlsteine" bei Osnabrück, Hans Peter Feddersen, 1870

De Karlsteine; een hunebed dat in verband wordt gebracht met Karel de Grote. Er zijn eigenlijk twee Karlsteine. Große Karlsteine en Kleine Karlsteine liggen vlakbij elkaar. De Karlsteine liggen op een heuvel met de naam Hain in Haste, een stadsdeel van Osnabrück in het Landkreis Osnabrück. Meestal wordt het grote bouwwerk bedoeld met de naam Karlsteine.

De Karlsteine is vernoemd naar een legende: Karel de Grote zou een enorme deksteen met een zweep hebben vernietigd, nadat de Saksische leider Widukind vroeg om een teken van God.

In het jaar 800 wordt Karel de Grote door paus Leo III in Rome gekroond tot keizer van het Westen, een titel die sinds de val van het West-Romeinse Rijk in 476 niet meer door een vorst werd gevoerd. Karel werd in 768 – na de dood van zijn vader en broer – koning van de Franken. Zijn hele regeringsperiode lang trekt Karel ten strijde: tegen de islamitische heersers van het Iberisch Schiereiland (het huidige Spanje en Portugal), tegen de Longobarden in het zuiden (het huidige Italië) en tegen de Denen en de Saksen in Noordwest-Europa. Dit gaat soms gepaard met grof geweld en massale executies. 

Al langere tijd werd geprobeerd megalithische bouwwerken te vernietigen. Zo besloot het Concilie van Nantes in 658 niet alleen de megalithische graven met de grond gelijk te maken, maar ook te begraven, zodat de heidense relikwieën volledig uit het bewustzijn van de mensen zouden verdwijnen. In een edict uit 789 riep Karel de Grote op tot de vernietiging van alle megalithische graven; bovendien werd onder Karel de Grote de beoefening van heidense rituelen bestraft met de doodstraf. Hij werd niet voor niets ‘predikant met het zwaard’ genoemd.

Europa ten tijde van Karel de Grote

In megalieten in de maneschijn gaf ik al aan dat dit niet alleen te maken heeft gehad met de strijd tegen afgoderij. Het was ook een politieke zet; er werden volksvergaderingen (ding) bij de voorchristelijke bouwwerken gehouden. En met de vernietiging van de dingplaatsen probeerden de Franken het verzet te breken en de macht in eigen handen te krijgen.

Overblijfsel van Großsteingrab Gerichtsstätte (gerechtsplaats; dit hunebed werd vroeger ook der Steinberg genoemd), Dötlingen in het Landkreis Oldenburg, Nedersaksen. In de 18e eeuw werd op deze plek recht gesproken over plaatselijke zaken. De eigenaar van het nabijgelegen Hof Aschenbeck hield tussen 1742 en 1812 Holzgericht (vergelijkbaar met de door de marken benoemde holtrichters op de Veluwe in Nederland) over Waldfrevel (schade aan de bossen en de houtoogst). Het kwam vaak voor dat hunebedden werden gebruikt als verzamelplaats voor vergaderingen en als rechtbank.

In Duitsland wordt een hunebed een Megalithgrab, Großsteingrab of Hühnengrab genoemd: een megalietgraf, grootsteengraf of hunegraf. Een Hühnenbett, hunebed, is een specifiek type in Duitsland, dit woord wordt niet gebruikt voor alle typen megalithische graven zoals in Nederland. Hüne komt van het middelhoogduits huine en betekent reus. Een andere mogelijkheid is dat het verwijst naar Hūnen wat “Saksen” of “Westfalen” betekent.

Soms werden de bouwwerken door de christelijke kerk geassimileerd; de megalieten werden gezegend en omgevormd tot een kapel of kerk. In bepaalde gevallen werd de megaliet vernietigt en werden de stenen gebruikt bij de bouw van het christelijke bouwwerk (soms, maar niet altijd op de plek waar het voorchristelijke heiligdom was). Volgens de Annales regni Francorum (Koninklijke Frankische Annalen) voerden de Franken in 772 campagne in Saksen toen Karel de Grote opdracht gaf tot de vernietiging van het heiligdom van Irminsul.

De Große Karlsteine, die aan het begin van het artikel wordt genoemd, is bijzonder. Het bouwwerk bestaat namelijk niet uit granietblokken die tijdens de ijstijd naar het gebied zijn vervoerd door gletsjers. Het is gebouwd met Piesbergzandsteen, ook Piesbergquarzit, Kohlensandstein, Karbonquarzit of Kohlenquarzit genoemd, gewonnen uit de Piesberg. De Kleine Karlsteine is bijna verdwenen, de stenen zijn gebruikt als bouwmateriaal (waarschijnlijk voor de Alexanderkirche in Wallenhorst die zes kilometer verder ligt).

Volgens de legende werd de Oude Alexanderkirche gesticht door Karel de Grote, die, na Widukind in Wallenhorst te verslaan, “de heidense tempel vernietigde en de eerste kerk ervan bouwde. Hij zette een gouden kip op de top van de toren als teken dat ze meer kerken zou uitbroeden”. De Oude Wallenhorst-kerk is een van de oudste kerken in het bisdom Osnabrück. 

Oude Alexanderkirche in Wallenhorst

Onder de kerk bevindt zich een stenen fundament, dat op twee plaatsen verder reikt dan de plattegrond van de huidige kerk en zeker kan worden toegewezen aan het heidense heiligdom dat in de legende wordt genoemd. De kerk was een station op de Baltisch-Westfaalse Sint Jakobsweg naar Santiago de Compostela.

Iets onder de Karlsteine is “Kreuz im Hone” gelegen, dit verwijst naar de eerste markt in deze omgeving. Dit Kreuz wordt ook wel “Teggenbökenkreuz” (tien beuken) genoemd, omdat het wordt omringd door tien beukenbomen. In de oudheid werd gezegd dat het zeven beuken waren, die de herinnering levend moesten houden aan zeven broeders die in het leger van de keizer dienden.

De zeven broeders hadden Karel de Grote gesmeekt om op god te vertrouwen, toen hij jaagde op de heidense koning. De eerste christelijke kerkdienst zou op deze plek zijn gehouden. In het Latijn staat op het kruis vermeld:

HOC
LOGO
CAROLI MAGNI TEMPORIBOS PRIMAM
IN HAC REGIONE MISSAM CELEBRATAM
ESSE
ANTI =
QUI =
TUS
TRADI =
TUM
EST

Dit betekent: op dit punt werd in de tijd van Karel de grote de eerste mis in het gebied gevierd, zoals al sinds de oudheid is overgeleverd.

Op de Lüneburger Heide is ook een Karlstein te vinden. Naast verovering en plundering was het doel van de jarenlange en soms zeer wrede Saksische oorlogen onderwerping aan het christendom. Tijdens deze oorlogen zou Karel de Grote door de Saksen op de Lüneburger Heide zijn verslagen en volgens een legende op een beboste heuvel op de zogenaamde Karlstein in de gemeente Rosengarten (Nordheide) zijn gaan liggen.

De hoefijzers zijn nog duidelijk te zien op de Karlstein op de Lüneburger Heide

Eerder beval Karel, op straffe van de dood, hem niet wakker te maken. Maar toen de vijandelijke Saksen naderden, moest zijn entourage optreden. Uit angst voor de gevolgen gooiden ze zijn hond naar hem. Toen Karel de Grote wakker werd en het gevaar zag, riep hij: “Zo zeker als ik deze steen met mijn zwaard zal splijten, zullen we zeker de Saksen verslaan.” Hij sprong op zijn paard, sprong over de steen, spleet hem in één klap en versloeg de Saksen op de Lüneburger Heide.

Tegenwoordig herinneren de hoefijzerafdrukken van het paard en de pootafdrukken van de hond in de steen aan wat er op de Lüneburger Heide gebeurde. Hoefijzerstenen zijn gebruikt als oriëntatiepunten, executieplaatsen of gebedshuizen. Het is niet duidelijk waarom de hoefijzers in de Karlstein zijn aangebracht. De diepe groeven in de steen blijken natuurlijke, verweerde drainagevoegen te zijn. Dit wordt vaker gezien in offerstenen, voorbeelden worden ook gemeld in dat artikel. En de pootafdruk van de hond van koning Arthur en de hoefafdruk van zijn paard zijn al genoemd in het artikel over koning Arthur en megalieten.

Hoefijzers worden ook in verband gebracht met Widukind; hij zou deze omgekeerd hebben. Zo zouden de sporen van zijn paard niet naar de locatie leiden waar hij naar toe ging, als hij tussen zijn kastelen heen en weer reed. Hij was de leider van het Saksische volk en tegenstander van de Frankische koning Karel de Grote ten tijde van de Saksenoorlogen (772-804). Uiteindelijk won Karel de Grote, voegde het stamhertogdom Saksen toe aan het Frankische Rijk en beval de bekering van de heidense Saksen tot het christendom. Over de afkomst en de jeugd van Widukind (wiens naam “kind van het woud” betekende en welke waarschijnlijk een gekozen naam was om zijn rol als leider van het verzet tegen de Franken te onderstrepen) is niets bekend.

De overblijfselen van de Helmichssteine; met metaal zijn verdwenen draagstenen aangegeven

Het Großsteingrab in Wallenhorst-Rulle, de Helmichsteine, werd opgericht tussen 3500 en 2800 v.Chr. in wat nu Nedersaksen is. Geva van Vestfold, dochter van de Deense koning Siegfried I, zou hier begraven zijn. Zo’n begrafenis hoeft niets te maken te hebben met de bouw van een hunebed. Er zijn in Europa vele hunebedden hergebruikt in latere tijden (bijvoorbeeld in de bronstijd, ijzertijd en middeleeuwen). De Wittekindsburg ligt ongeveer een kilometer ten zuidoosten van de Helmichsteine. Dit is een vesting (ringwal) uit de vroege middeleeuwen en stamt uit de tijd van de Saksenoorlogen.

Geva was de vrouw van Widukind of Wittekind (743-807). Widukind was de leidende kracht in de Saksenoorlogen, waarin de Saksen voor hun onafhankelijkheid vochten en het behoud van de eigen religie. Nadat Karel de Grote in 777 de Saksen had verslagen, moesten alle Saksische edelen op de rijksdag in Paderborn verschijnen. Widukind weigerde dit en ging naar zijn schoonvader Siegfried bij de Denen. Op de rijksdag werd de aanwezige Saksische adel bevestigd in hun positie in Saksen en daarmee werden ze deel van het Frankische bestel.

In 778 trok Karel naar Spanje om tegen de Saracenen te strijden, al snel hervatten de Westfaalse Saksen hun verzet.

Het verzet bestond niet alleen uit plundertochten in het Rijnland maar richtte zich ook tegen de eigen adel. In 782 keerde Widukind terug als leider van de nieuwe opstand en plunderde verschillende Frankische gebieden. Hij wist een Frankisch leger te verslaan bij de Süntel.

Deze opstand, waarbij ook Friezen en Wenden (Sorben) betrokken waren, eindigde met de massale onthoofding van 4.500 Saksen door Karel de Grote.

Widukind Denkmal in Herford, Nordrhein-Westfalen, 1967

Volgens een Duitse versie van de sage zou Widukind over de kam van het Wiehengebergte zijn gereden in afwachting van een goddelijk teken. Moest hij al dan niet het christendom aannemen en zich aan Karel de Grote onderwerpen? Dat zou het einde van de oorlogen tussen zijn Saksen en de Franken betekenen. Daarop zou het paard van Widukind (Wittekind) met zijn hoef een steen hebben los gekrabd. Terstond ontsprong daar een bron, de Wittekindsbron. Daarop ging Widukind, overtuigd dat dit inderdaad een goddelijk teken was, onmiddellijk over tot het christelijk geloof en onderwierp zich aan Karel.

Widukind (Wittekind) liet een kerk bouwen op de bron. De samensmelting van een lentelegende die op een bergpas speelt met het besluit zich te onderwerpen aan de militair superieure Karel de Grote, geïnterpreteerd als een christelijk-religieuze bekeringservaring, geeft aan dat er vroeger een Saksisch lenteheiligdom was op de plaats van de huidige kerk in Bergkirchen. De stenen kerk die er nu staat, is een opvolger van de houten kerk die op deze plek is gebouwd na de Saksische oorlogen. Ten zuidwesten van de kerktoren bevindt zich op het kerkterrein de Wittekindsquelle, vermoedelijke plaats van het middeleeuws Saksisch lenteheiligdom en de legendarische plaats van het bronwonder. De kerk en de bron liggen op korte afstand van de oversteek over het Wiehengebirge als laatste verhoging voor het Noord-Duitse laagland met Widukinds woonplaats Wildeshausen erin. In de Wildeshauser Geest zijn talrijke grafheuvels en megalithische graven te vinden.

Met zijn doop bereikte Widukind uiteindelijk een vredesverdrag met Karel de Grote. Tegelijkertijd versterkte hij de positie van de Saksische bovenlaag in het Frankische rijk: in de jaren die volgden werden Saksische edelen na hun doop in de Frankische graafschapsgrondwet opgenomen, zodat de historicus Widukind von Corvey vaststelde dat de twee volkeren al in de 10e eeuw tot één volk waren samengegroeid.

De Wittekindsteen ligt aan de Westfaalse Hellweg tussen Duisburg en Paderborn, deze weg is vermoedelijk al zo’n 5000 jaar oud. Het is de route waarover zout uit het Oosten van Europa al 2000 jaar voor Christus richting de havens in het Westen werd vervoerd. Volgens Friedrich Vormbaum is de naam van de Wittekindsteen afgeleid van een lokale legende, waarin de Saksische hertog Widukind en Karel de Grote elkaar de steen de hand schudden na een militair conflict.

De Wittekindsteen

Een andere legende vertelt dat Widukind deze stenen stoel liet maken om uit te rusten en naar de prachtige heuvels te kijken. De Wittekindstein wordt nu geïnterpreteerd als een oordeelssteen uit de middeleeuwen.

Volgens Jacob Grimm komt het oudste bewijs van het voorkomen van de Hellweg uit de Oudhoogduitse tijd: in een document uit het jaar 890 staat helvius sive strata publica , d.w.z. “Hellweg of openbare weg”. Het Duitse woordenboek van de gebroeders Grimm geeft de betekenis “landweg, legerweg in Westfalen”. Oorspronkelijk was het het pad “waarop de lijken werden gereden” (meer precieze informatie in Jacob Grimm’s werk Deutsche Mythologie). Ook Wolfgang Golther, die in het gedeelte over Hel, de godin van de dood, in zijn Handbuch der Teutonic Mythologie schreef: ” Helvegr is het pad naar de onderwereld, dat overeenkomt met de Westfaalse Hellweg, Totenweg (dodenweg).

Een hunebed in het verlaten dorp Wötz wordt genoemd in een Altmark-legende. De legende meldt dat een Frankische ridder, die Karel de Grote naar de Saksische hertog Widukind had gestuurd, verdwaald was in het verlaten gebied en daar een paar Wenden tegenkwam. Ze wilden een oude man vermoorden. Ze legden de ridder uit dat de man hun vader was en omdat hij niet meer kon werken, zouden ze hem doden (zoals hun gewoonte was). Ze wilden hem verbranden en de urn begraven in het megalithische graf, naast de urn van een held die daar lang geleden begraven was. Maar de ridder wilde de moord niet accepteren. Dus kocht hij de oude man vrij en maakte hem de poortwachter van zijn kasteel.

De hunebedden op een Google Maps kaart, gemaakt door Willem Donker. Foto’s door hem gemaakt zijn ook op het hunebednieuwscafé te vinden: Leetze 1, Leetze 2, Leetze 3, Leetze 4, Leetze 5, Leetze 6, Leetze7 en Leetze 8

Het graf bij Wötz hoort bij de megalithische graven bij Leetze. De megalithische graven bevinden zich op een meridionale lijn van ongeveer 1100 meter lang. Volgens onderzoek van Johann Friedrich Danneil (in 1843) liep deze lijn verder naar het noorden en omvatte nog een ander graf in Wötz, dat ongeveer 30 passen (ongeveer 23 meter) ten noordwesten van graf 1 lag, en ten minste zeven graven in Wallstawe. Deze werden echter al aan het einde van de 19e eeuw vernietigd. Op 3,1 kilometer ten zuidwesten van de graven bij Leetze ligt het grote stenen graf Bierstedt. Er waren oorspronkelijk 13 megalithische graven bij Bierstedt; 12 werden halverwege de 19e eeuw vernietigd.

Een regionale legende interpreteert het grote stenen graf bij Bierstedt als het graf van een meid genaamd Ilse. Ze werd verleid en zwanger gemaakt door de oudste zoon van de boer. Toen de boer haar hierdoor wegjoeg, hing ze zichzelf op. Ze werd vervolgens begraven bij een bron en drie stenen werden op haar graf gerold. De geest van de meid zou nog lang bij de bron hebben rondgespookt.

Monument voor Roland in Roncesvalles

Karel de Grote trok dus in 778 naar Spanje. Tijdens de rijksdagen in Paderborn waarin de Saksen zich lieten dopen verscheen ook een groepje aanzienlijke vreemdelingen: Arabieren uit Noord-Spanje die de hulp van de machtige Franken komen inroepen tegen hun heer Abd al-Rahman I, emir van Cordova. In dit verzoek om inmenging in een geschil tussen de Saracenen onderling heeft Karel de Grote vermoedelijk een welkome aanleiding gezien om zijn gebied uit te breiden zuidelijk van de Pyreneeën; misschien heeft hij wel gespeeld met de gedachte het hele schiereiland te veroveren.

Op het Iberisch schiereiland worden verhalen over Jentilak en Mouros (Moren) in verband gebracht met megalieten, zoals beschreven in wie bouwde de megalieten op het Iberisch schiereiland. Megalieten worden ook in verband gebracht met de ridder Roland (Roldán of Roelant, in het Oudfrankisch Hruodland of Hruotland), de neef van Karel de Grote. Zijn naam gaat terug op de Oudgermaanse benaming Hrôth Nanths, een typische tweeledige naam die zoveel betekent als ‘”degene die door het hele land beroemd is“.

De verhalen melden dat de Jentilak de bevolking hielp in de Slag bij Roncesvalles. De Jentilak zijn reuzen, ze konden met gemak enorme megalieten gooien en met hun hulp versloegen de Basken de Franken. Roland kwam om.

Onder de Baskische bergbewoners doet nog steeds de sage de ronde, dat in stormachtige nachten de echo van een hoorn kan worden gehoord. Dit is de hoorn Olifant die Hruotland bij zijn sterven zou hebben geblazen om de Frankische voorhoede te waarschuwen. In Catalonië werd Roland (of Rotllà zoals de Catalanen hem noemen) een mythische, sterke, reus. In zowel Noord- als Zuid-Catalonië zijn er veel plaatsnamen die iets te maken hebben met Rotllà.

In het Roelantslied worden de Basken vervangen door een enorm aantal Moren of Saracenen. Het Roelantslied is een vertaling van het Chanson de Roland; het maakt deel uit van de groep Frankische of Karelromans met gebeurtenissen die aan Karel de Grote en zijn ridders worden toegeschreven. Het Roelantslied dateert uit de 13e eeuw, het Franse origineel uit de periode 1050−1150. De heldendaden die voorkomen in de Karelromans zijn, bij elkaar opgeteld, zo talrijk dat ze onmogelijk voor rekening van een enkele vorst en zijn gevolg kunnen komen. In feite zijn de verhalen dan ook gebaseerd op de volksliteratuur over Karel de Grote en de dynastie der Merovingers. Oudere verhalen werden hergebruikt. Hetzelfde gebeurde bij de verhalen over koning Arthur (zie koning Arthur en megalieten en koning Arthur en Stonehenge).

De term Saracenen is weinig precies: sinds de Kruistochten werd het woord, dat van schrijvers uit de klassieke Oudheid afkomstig was, in veel literatuur als algemene aanduiding gebruikt voor moslims en later alle tegenstanders van de christenen.

Palet de Roland dolmen in Villeneuve Minervois. Het is een kleine dolmen met een zeer korte ingang, en het kijkt uit over de vlakte naar de Pyreneeën, met een glimp van de Middellandse Zee op dagen van goed zicht.

De palet de Roland is een toponiem dat op verschillende plaatsen voorkomt. Hier is het Roland, graaf van Bretagne, dappere oorlogszuchtige vriend van keizer Karel de Grote, die zijn naam aan de dolmen gaf. Het zijn telkens platte stenen (vaak dolmens) met een gewicht van meerdere kwintalen waarmee Roland, begiftigd met bovenmenselijke kracht, het spelletje palet zou hebben gespeeld. Eigenlijk heeft ‘jeu de palets’ veel weg van ‘jeu de boules’. In plaats van ballen wordt het met platte schijven (pucks) gespeeld.

De oorsprong van dit spel is in nevelen gehuld, maar er bestaat een afbeelding uit de 14e eeuw waarop paletspelers staan, en in een handboek over de jacht uit 1354 wordt een afstand bepaald in “paletworpen”. Het spel werd toen nog gewoon op de grond gespeeld. Het houten bord wat nu wordt gebruikt, dateert vermoedelijk uit het begin van de 20e eeuw.

Roland gooide dus met de enorme stenen tijdens zijn spelletje palet. Het doet weer denken aan de Jentil die spelletjes met stenen spelen, zoals pilota, of koning Arthur die met de platte sluitstenen van quoits speelde in het gelijknamige spelletje. En in Utrecht gooiden de reuzen De Gesloten Steen heen en weer, tot hij werd vastgelegd aan de ketting.

Het Palet de Rotllan (“palet de Roland” in het Catalaans) in Arles-sur-Tech, werd lang beschouwd als een dolmen, maar het bestaat uit verschillende granieten molenstenen. De dolmen du Vieil Homme, of dolmen de la Jagantière, wordt soms het “Palet de Roland” genoemd, omdat volgens een legende de steen werd gevormd door Roland, de neef van Karel de Grote. Hij gebruikte de steen als palet (puck) en wierp deze naar Narbonne.

De dolmen van Lo Morrel dos Fados (dolmen op een heuvel in het Occitaans), ook wel de dolmen van de feeën (dolmen de las Fadas) of Palet de Roland genoemd, bevindt zich in Pépieux. Het is het grootste dolmenische graf in het zuiden van Frankrijk, aldus Jean Guilaine, die het tot de belangrijkste megalithische vindplaatsen in Frankrijk schaart. De dolmen bestaat uit een lange megalithische galerij van 24 meter in lengte, opgenomen in een tumulus van ongeveer 35 meter lengte. Het bestaat uit drie verschillende delen:

  • een gang van 12 meter gemarkeerd door tegenover elkaar geplaatste megalieten, afgewisseld met lage stapelmuren waarvan originele stenen bewaard zijn gebleven.
  • een 6 meter lange voorkamer die zijn imposante deksteen heeft behouden die op krachtige megaliten rust, waarvan er twee onlangs zijn gerestaureerd.
  • een grafkamer.
Dolmen Lo Morrel dos Fados à Pépieux

Het in deze dolmen gevonden archeologische materiaal wordt bewaard in het opgravingsdepot van Carcassonne, met uitzondering van een dolk met klinknagels die wordt bewaard in het museum van Olonzac. Het is bewijs van een ontluikende metallurgie, tussen 3400 en 2900 v.Chr., begunstigd door het bestaan ​​van koperafzettingen in de Minervois.

In het nauw gedreven bij Salto de Roldán, ontsnapte Roland door te paard van de ene bergtop naar de andere te springen. Er zijn echter verschillen in details, want er zijn vele versies van het verhaal. De sprong was in een niet nader gespecificeerde richting of van Peña de Amán tot Peña de San Miguel, en weer andere verhalen was het van Peña de San Miguel naar Peña de Amán. In sommige verhalen landde het paard met zo’n kracht dat het de afdrukken van zijn hoeven in de rots achterliet. Het paard stierf soms daardoor of werd midden in de sprong gedood door een tovenaar. In sommige verhalen ging Roland te voet verder naar het noorden en sloeg hij met zijn zwaard in de Pyreneeën om Roland’s Breach te creëren, zodat hij Frankrijk nog een laatste keer kon zien voordat hij stierf.

In het Roelantslied is een zonsverduistering aanwezig, ook laat Karel de Grote de zon stilstaan. De zonsverduistering voorspelt de dood van Roland, Karel laat de zon stilstaan om de dag lang genoeg te laten zijn om na de dood van zijn geliefde neef de Saracenen te overwinnen. De langste dag, midzomer, wordt vaak in verband gebracht met dolmen en hunebedden.

Karel kan Saragossa in bezit nemen, er volgt een vernietiging van de moskeeën en synagogen en de heidenen laten zich gedwongen dopen. De koningin vormt een uitzondering; zij zal met de Franken mee terugreizen en krijgt de gelegenheid zich vrijwillig te bekeren. Onderweg worden Roland, Olivier en Turpin begraven in de kerk van St. Romain te Blaye. Ganelon wordt gevierendeeld als straf voor zijn verraad, want hij zorgde voor het drama, en ook de verloofde van Roland sterft als ze hoort over zijn dood. Koningin Bramimonde wordt in Aken gedoopt en krijgt de naam Julienne.

Er zijn naast het Roelantslied vele bewerkingen en vertalingen van het Chanson de Roland. In de jaren 1230-1250 zijn in opdracht van de Noorse koning Haakon IV Haakonarson een aantal chansons de geste in Oudnoors proza vertaald en samengebracht in een compilatiewerk dat bekend staat onder de titel Karlamagnús saga. Van omstreeks 1172 dateert de zeer vrije vertaling in paarsgewijs rijmende verzen van Pfaffe Konrad uit Beieren, het Ruolandes Liet. Ook in het Welsh is een prozacompilatie van Karelromans overgeleverd. Dit werk met de titel Campeu Charlymaen behoort tot de veertiende eeuw en bevat een vertaling van het eerste gedeelte van het Chanson de Roland.

In Frankrijk en Italië wordt Roland’s legende vaak via poppenspel verteld. In Italië en de Slavische landen wordt de ridder Roland voornamelijk Orlando genoemd en zijn de verhalen rond zijn persoon wat meer geromantiseerd.

Ook in België wordt een versie van het verhaal verteld. Volgens de legende werd Tchantchès – wat Franciscus betekent in het Waals – op 25 augustus 760 in Luik geboren op een totaal wonderbaarlijke wijze tussen twee kasseien in de wijk Outremeuse, dit doet weer denken aan de kinderstenen. De baby weigert water te drinken. Hij wordt dan met een fles peket gevoed. Bij zijn doop valt hij met zijn gezicht tegen de rand van de doopvont, wat zijn beschadigde en specifieke neusvorm verklaart.

Als jongeman leert hij ridder Roland kennen en ze worden bevriend. Daardoor wordt Tchantchès geïntroduceerd aan het hof van Karel de Grote en is hij aanwezig bij de slag van de Roncevaux-Pas.

Op het kritieke moment was hij evenwel in slaap gevallen, waardoor hij bij het ontwaken enkel het overlijden van ridder Roland kan vaststellen.

Roland, Tchantchès en Karel de Grote

In 787 werd Willehad gewijd tot bisschop van Bremen in het noorden van Duitsland. Hoewel heiligenlevens graag willen doen geloven dat het optreden van een missionaris in het gebied waar hij werkzaam is in no time zorgt voor een kudde vrome christenen, is de werkelijkheid veel weerbarstiger. Zeven dagen na de inwijding van een houten kerk van Bremen, op 8 september, sterft Willehad. Drie jaar later gaat de kerk in vlammen op. De Saksenoorlog laaide weer op, maar dat werd al eerder verteld in dit artikel.

Bisschopsstad Bremen sinds 787. Karel de Grote en Willehad kijken tevreden toe. Postzegeluitgifte Bondsrepubliek Duitsland 1987

Het Rolandbeeld voor het stadhuis van Bremen is opgenomen in de Werelderfgoedlijst van UNESCO (samen met het stadhuis wat er naast ligt, beide aan de Marktplatz en naast de kathedraal gelegen). Volgens de legende zal de stad Bremen vrij en zelfstandig blijven, zolang de Roland overeind staat en over de stad waakt. Daarom zou in de kelders van het stadhuis een tweede standbeeld verstopt zijn dat snel als vervanging geplaatst kan worden, wanneer de originele Roland ooit zou omvallen.

Boven: De Bremer el; de afstand tussen de knieën van Roland is exact 55,372 cm.

Links: Het Rolandbeeld in Bremen

Net zoals bij het vlakbij staande beeld van De Bremer stadsmuzikanten wordt aan het aanraken van het beeld bijzondere betekenis toegekend:
iedereen die over de knie van Roland gewreven heeft,
zal weer naar Bremen terugkomen.

De acht gevelbeelden op het stadhuis in Bremen stellen de keizer en de zeven keurvorsten van het Heilige Roomse Rijk voor. De figuur tussen de voeten van Roland zou de kreupele zijn die volgens de legende in 1032 rond een stuk land kroop dat vervolgens door gravin Emma van Lesum als Bürgerweide aan de stad werd geschonken. Tegenwoordig is de Bürgerweide een deels bebouwd evenemententerrein in Bremen waar elk jaar de Bremen Freimarkt plaatsvindt.

Emma stamde uit de adellijke Saksische familie van de Immedingen, vermoedelijk afstammelingen van Widukind. Zij werd begraven in de kathedraal van Bremen. Haar lichaam is tot stof vergaan, behalve haar hand (waarmee ze giften ronddeelde aan de armen). Haar hand werd als relikwie bijgezet in de abdij van Sint-Ludgerus in de abdij van Werden.

Het belang van het blijven staan van het standbeeld van Roland doet weer denken aan verhalen over megalieten. Er zijn bijvoorbeeld verhalen dat de wereld zal vergaan als er één omvalt of wordt verplaatst zoals de “Pierre Brunehault”. Deze steen van Brunehilde is een menhir in België. Brunehilde was een Visigotische prinses die tussen 567 en 613 regentes was van Austrasië en Bourgondië. Brunehilde werd ook gekoppeld aan de Romeinse heerwegen, die in die tijd werden gerestaureerd, vandaar de naar haar vernoemde Chaussée Brunehaut. Er zijn diverse verhalen verbonden aan Brunehilde. Volgens een van die verhalen is de menhir Pierre Brunehault opgericht op de plaats waar het lijk van Brunhilde gevonden werd, nadat zij, vastgebonden aan een galopperend paard, ter dood was gebracht door de Franken.

Maar terug naar de dood van Roland. Hij begeeft zich naar een heuveltje, waar onder een boom vier blokken marmer liggen, om te sterven. Met zijn laatste krachten tracht hij zijn zwaard Durendal tegen een rots kapot te slaan – hij vindt dat het wapen alleen Christus mag dienen – maar in plaats van het staal splijt hij slechts de steen. Met zijn laatste adem eert Roland zijn vaderland, zegt heil tegen zijn meester en valt met zijn gezicht richting de vijand. In de slag bij Roncesvalles werd hij een martelaar en ook werd hij het symbool voor de soevereiniteit van Bremen. Een held die stierf in de strijd tegen de heidenen in Spanje kreeg een standbeeld in de stad die werd gesticht in het gebied waar Karel de Grote met het zwaard de heidense Saksen kerstende.

Toen Napoleon Bonaparte het beeld naar het Louvre wilde brengen, slaagden de Bremers er in hem te overtuigen van de geringe artistieke waarde van het Rolandbeeld, zodat het op zijn plaats kon blijven staan. Tussen Lübbecke en Holzhausen, boven het dorp Mehnen, vlakbij de bergketen, ligt een heuvel genaamd de Babilonie. Widukind had hier ooit een machtig kasteel. Het is nu gezonken, maar de oude koning zit er in en wacht tot zijn tijd komt.

Marinda Ruiter

Brunehilde vastgebonden aan het paard, Évariste Vital Luminais, 19e eeuw

Bronnen

https://www.dbnl.org/tekst/_roe001roel02_01/index.php

https://www.beleven.org/verhaal/het_roelandslied

Karl der Grosse und die Schlacht an der Hase, Detlef Albrecht

Geschichte(n) auf der Spur: Historische und geheimnisvolle Ausflugsziele in unserer Region, Neue Osnabrücker Zeitung

https://www.unesco.nl/nl/erfgoed/stadhuis-en-roland-standbeeld-op-het-marktplein-van-bremen

https://www.canonvannederland.nl/nl/kareldegrote

https://nl.wikipedia.org/wiki/Roelantslied

https://nl.wikipedia.org/wiki/Roland_(ridder)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rolandstandbeeld_(Bremen)

https://www.geocaching.com/geocache/GC4ZHNK_grosssteingrab-mundersum?guid=b74aea16-a77e-49cd-b23f-e09444e6a8ee

https://de.wikipedia.org/wiki/Hellweg

https://de.wikipedia.org/wiki/Wittekindstein

https://nl.wikipedia.org/wiki/Widukind

https://nl.wikipedia.org/wiki/Karlsteine

https://de.wikipedia.org/wiki/Karlsteine

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gro%C3%9Fsteingrab_Gerichtsst%C3%A4tte

http://www.irishmegaliths.org.uk/fzRoland.htm

https://fr.wikipedia.org/wiki/Dolmen_Lo_Morrel_dos_Fados

https://www.pg-wallenhorst.de/index.php/st-alexander-wallenhorst/st-alexander-wallenhorst/kirche-und-geschichte/2-kirche-und-geschichte

https://de.wikipedia.org/wiki/Alte_St.-Alexander-Kirche_(Wallenhorst)

https://www.nederlanders.fr/profiles/blogs/les-palets-wereldberoemd-in-heel-hoog-bretagne

https://evolution-mensch.de/Anthropologie/Gro%C3%9Fsteingr%C3%A4ber_bei_Leetze

https://de.wikipedia.org/wiki/Gro%C3%9Fsteingr%C3%A4ber_bei_Leetze

https://de.wikipedia.org/wiki/Gro%C3%9Fsteingr%C3%A4ber_bei_Bierstedt

https://nl.wikipedia.org/wiki/Chauss%C3%A9e_Brunehaut

https://nl.wikipedia.org/wiki/Emma_van_Lesum

https://unesco-queesties.nl/karel-de-grote-kerstende-bremen-met-roelandslied/

http://www.historien.nl/karel-de-grote-widukind-en-willehad/

https://www.lueneburger-heide.de/natur/artikel/14561/karlstein.html

https://en.wikipedia.org/wiki/Salto_de_Rold%C3%A1n

Afbeeldingen

Karlsteine By Hans Peter Feddersen – https://www.site.uottawa.ca/~bochmann/MalerFeddersen/Werkverzeichnis/Bilder-sel-Th-Fs.html, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=93351232

By Rodelar – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=79188814

Roland By AwOiSoAk KaOsIoWa, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=57548060

Bremer el By Palauenc05 – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=108927834

Wittekindsteen Von Grugerio – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=22889709

Helmichsteine By Sail over – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=14996305

Europa CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=740563

Gerichtstatte Von Einsamer Schütze – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=27580416

Palet de Roland https://dolmen.wordpress.com/dolmens/palet-de-roland-dolmen/

Viel homme By Elliesram13 – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=21652106

Dolmen By ArnoLagrange – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=16380735

Alexanderkirche By MrsMyer – Self-photographed, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=6946001

Brunehilde By Évariste Vital Luminais – http://www.leclere-mdv.com/html/fiche.jsp?id=9244145&np=1&lng=fr&npp=10000&ordre=&aff=&sold=&r=, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=97334665

Vorig artikelWorkshop benen en hoornen spitsen maken
Volgend artikelDoorgrond de archeologie – deel 1

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.