The Merry Maidens gegraveerd door W. & G. Cooke, 1804

Verstening komt vaker voor bij de verhalen die vertelt worden over megalieten. Het kwam voor in het verhaal rondom de Lehnekenstein, de langgraven Braut en Bräutigam en andere megalieten, genoemd in het artikel trouwen bij een megaliet. En verstening speelt ook een rol bij de tweelingstenen van Saint-Micaud die genoemd werden in dolmens en feeën in Frankrijk. De reden van de verstening verschilt. In de eerste voorbeelden wilde de bruid niet trouwen en wenste ze liever in steen te veranderen dan het huwelijk aan te gaan, in het tweede voorbeeld weigerde een man en een vrouw te bidden toen een processie voorbij kwam. Ze bleven werken op zondag en ze werden in steen veranderd als straf. De nog overgebleven menhir, ooit één van de tweelingstenen, in Frankrijk is voorzien van diverse petrogliefen. Er zijn nog talloze andere verhalen over verstening, enkele zijn in dit artikel te vinden.

De Rollright Stones

De Rollright Stones, de naar rechts rollende stenen, ontlenen hun naam aan een legende over een koning en zijn leger die over de Cotswolds marcheerden. Dit is een streek in Centraal-Engeland en ze wilden heel Engeland innemen. Het gaat om een menhir of staande steen, een steencirkel en een megalithische tombe. Op de plek waar de megalieten nu liggen, ontmoetten ze een heks die de koning uitdaagde en zei: “Zeven lange stappen zult u nemen en als u Long Compton kunt zien, zult u koning van Engeland zijn”. Bij zijn zevende stap verrees een heuvel die het uitzicht vertroebelde, en de heks veranderde de mannen allemaal in steen. De koning werd de “King Stone” (de koningsteen); zijn leger veranderde in de “King’s Men” (de mannen van de koning; een steencirkel met een diameter van 33 meter, op 76 meter vanaf de King Stone) en zijn ridders werden de Whispering Knights (de fluisterende ridders; op 400 meter afstand van de King’s Men). De heuvel, hoewel in hoogte verminderd door eeuwen van ploegen, is nog steeds in situ.

In andere versies van het verhaal is het juist een tovenaar die tot de verstening overgaat, of zelfs een Saksische generaal. Vanwege de samenzweerderige manier waarop de poortstenen naar elkaar toe leunen, zouden de stenen van de Whispering Knights verraderlijke ridders zijn die samenzweren tegen de koning. Anderen denken dat ze bidden. De heks werd een vlierboom, zogenaamd nog in de heg. Als deze wordt doorgesneden, wordt de betovering verbroken en komen de stenen weer tot leven.

Volgens de legende is het onmogelijk om de King’s Men te tellen. Er wordt gezegd er nooit een man zal leven die de stenen drie keer zal tellen en elke keer hetzelfde aantal zal zien. Er wordt ook gezegd dat iedereen die driemaal hetzelfde aantal telt, de wens van zijn of haar hart vervuld zal zien (het juiste aantal tellen is moeilijker dan je zou verwachten!). Een bakker zwoer dat hij ze kon tellen en om het te bewijzen, bakte hij een aantal broden en legde er één op elk van de stenen. Maar elke keer dat hij ze probeerde te verzamelen, ontbraken er een paar broden, weggenomen door de duivel of door feeën.

King’s Men, 1907

Er zijn nog meer verhalen verbonden aan de stenen. Zo zou je feeën kunnen zien dansen rond de stenen en de stenen zouden tijdens specifieke dagen om middernacht gaan drinken uit een nabijgelegen beek. Een lokale boer zou een van de grootste stenen hebben verwijderd om een ​​brug over een beek te maken. Er waren 24 paarden nodig om de steen de heuvel af te slepen en onderweg kwam een ​​man om het leven. Uiteindelijk kregen ze de steen over de beek, maar tegen de ochtend was hij compleet op de oever terecht gekomen. Dit gebeurde elke keer dat ze het probeerden. Daarna mislukten de oogsten, dus besloten ze de steen terug te leggen. Er was maar één paard voor nodig om het de heuvel op te slepen!

En zoals over meerdere staande stenen in Wales wordt verteld: ook bij de Rollright Stones zal elke passerende koerier die stukjes van de King Stone afhakt, merken dat de wielen van zijn kar onherroepelijk worden vergrendeld.

De heks (gemaakt door David Gosling) en de King Stone nabij de Rollright Stones
De King’s Men, 1645

De mythe over het ontstaan ​​van The Merry Maidens, de vrolijke meisjes; een steencirkel die ook bovenaan dit artikel is afgebeeld, suggereert dat negentien maagden in steen werden veranderd als straf voor het dansen op een zondag. De Pipers, doedelzakspelers, zijn twee megalieten op enige afstand ten noordoosten van de cirkel. Dit zouden de versteende overblijfselen zijn van de muzikanten die voor de dansers speelden. Een meer gedetailleerd verhaal legt uit waarom de Pipers zo ver van de Maidens staan. Blijkbaar hoorden de twee pipers de kerkklok in St. Buryan middernacht slaan. Ze realiseerden zich dat ze de sabbat overtraden en begonnen de heuvel op te rennen, weg van de meisjes die doorgingen met dansen. 

De site bestaat uit een cirkelvormige ring van 19 rechtopstaande stenen, ongeveer 24 meter in diameter. Dit is een van de best bewaarde steencirkels in het Verenigd Koninkrijk en men gelooft dat de stenen zoals we ze nu zien zich op hun oorspronkelijke plaats bevinden. De stenen zijn niet groot, de grootste is ongeveer 1,4 meter hoog. Opgravingen hebben aangetoond dat vlak naast deze cirkel een tweede stenen cirkel was die ongeveer 200 meter verderop stond, maar in de 19e eeuw werd vernietigd.

Naast de verste Piper ligt een hele grote steen die half in de aarde is begraven. Het lijkt nooit genoemd te worden in beschrijvingen van de site. Ten westen van de Merry Maidens-cirkel bevindt zich nog een menhir, Gun Rith genaamd. Op zo’n 100 meter van de Merry Maidens ligt de Tregiffian Burial Chamber (op onderstaande afbeelding met een A gemerkt). Het grote stenen graf, waarvan de helft in 1846 door een weg werd afgesneden, was, in tegenstelling tot Cornish quoits, voor het grootste deel bedekt met aarde, met alleen de ingang zichtbaar. Vanaf de rand van de site leidde een doorgang, bedekt met vier stenen van 3 meter lang, naar de 4 meter diepe grafkamer. Voor de kamer vormde een liggende sierlijke steen, met cup-and-ring-markeringen, een barrière. De originele steen bevindt zich in Truro, in het Royal Cornwall Museum, de lokale steen is een replica. Binnen in het graf bevond zich het kamergraf, dat bestond uit rechtopstaande stenen en een afdekplaat. Tregiffian vormde waarschijnlijk een heilige plaats, samen met de Merry Maidens en andere sites in de omgeving.

The Merry Maidens and the Pipers, met nog meer megalieten in de buurt

Deze versteninglegendes worden vaak geassocieerd met steencirkels, zoals wordt weerspiegeld in de volksnamen van sommige van de nabijgelegen locaties, bijvoorbeeld de Tregeseal Dancing Stones, de Nine Maidens of Boskednan, evenals de verder weg gelegen Hurlers en Pipers op Bodmin Moor.

The Hurlers (drie steencirkels)
The Pipers liggen nabij de drie steencirkels
The Hurlers, William Borlase, 1754

Er is een legende over de Menhir van Hohenleina, ook Menhir von Krostitz of Die Steinerne Frau genoemd, die gerelateerd is aan zijn vorm: volgens het verhaal zou een bakkersvrouw in een tijd van schaarste in het geheim zand uit een put halen om het te mixen met het meel voor haar brood. Omdat ze dit ook op een zondag deed, werd ze als straf in steen veranderd. Volgens een variant van deze legende zou de vrouw hebben ontkend wat ze had gedaan en gezworen dat ze in steen zou veranderen, wat prompt gebeurde. Rond 1850 werd de steen opgeblazen. De fragmenten werden gebruikt voor de bouw van de brouwerij Krostitz.

Een paar honderd meter van deze menhir lag de Riesen- of Teufelsstein, hier waren afdrukken (reuzenvinger) in te zien. De reus zou deze steen vanaf de Petersberg bij Halle naar Hohenleinaer gegooid hebben, want hier werd een kerk gebouwd (1207). De steen vloog tussen de twee torenspitsen door. De reus zou ‘Pumphut‘ geheten hebben, dit is een legendarische figuur uit Oberlausitz. Hij wordt meestal afgebeeld als een molenaarsjongen met een puntmuts en beschikt over grote magische vermogens. Dit leverde hem ook de bijnaam op van de heksenmeester van Oberlausitz. Deze duivelssteen werd in de jaren zestig ook vernietigd. Dezelfde legende wordt verteld over andere menhirs in de buurt van de berg, zoals de Teufelsstein von Nehlitz, de Teufelsstein von Sennewitz, de Teufelsstein von Piltitz en de Menhir von Seeben.

De legende over Pumphut is van Sorbische oorsprong en wijdverbreid in Saksen. In zijn werk “Deutsche Mythologie” beschreef Jacob Grimm Pumphut als een kobold die al lang in het Pausa-gebied rondliep en ook wijdverbreid was in Westfalen. Pumphut wordt geassocieerd met Donar, de god van de donder, in het Burgenland-district. Een spijkersteen in Wethau getuigt van dit verband. Volgens de legende sloeg Pumphut tijdens een onweersbui met zijn hoed spijkers in deze steen.

Die „Steinerne Jungfrau“ bij Dölau
Een ijzeren spijker is in de menhir bij Dölau geslagen

Er zijn verschillende legendes in verband met de menhir bij Dölau, hier werd een reuzenmaagd versteend. Tijdens een onweersbui, om haar jurk niet te bevuilen, had ze haar broden op de grond gegooid en was op hen door een plas gelopen. Vanwege deze ongerechtigheid werd ze met haar broden in steen veranderd. Hierdoor wordt duidelijk dat er vroeger nog kleinere stenen in het gebied lagen, dat laatste wordt inderdaad aangegeven op een bijzondere kaart van rond 1840 waar “de drie stenen maagden” werd opgemerkt. Een andere versie van de legende is dat, verrast door het onweer, een moeder met twee kinderen (dus weer drie!) of één jong meisje dat in Lettin naar het bal wilde gaan, hier versteend zou(den) zijn voor dezelfde misdaad. Weer een een andere legende zegt dat hier drie vrouwen in steen veranderden en dat er vroeger twee kleinere stenen naast de grote hebben gestaan. Voor de oude heiligheid van deze plek spreekt ook een eigenaardige gewoonte, die vreemd genoeg tot de 19e eeuw bleef bestaan; de drie predikers uit de omliggende steden prediken om de beurt een keer per jaar bij deze steen. Het ging om een Nagelstein, nog in 1886 waren spijkers te zien die in de „Steinerne Jungfrau“ waren geslagen. Dit komt vaker voor bij bloed- of offerstenen, zie ook verhalen over offerstenen.

Ook over de Malkstein bij Groß-Storkwitz wordt verteld dat een maagd in steen werd verandert, omdat ze frauduleuze praktijken bezigde bij het melken van koeien. Ook gaat het verhaal dat er bij deze steen melk werd verkocht toen de pest het gebied beheerste.

Een ouder verhaal gaat echter over Bockmarthe, een vrouw in een rijtuig voortgetrokken door vier bokken. Ze melkt stiekem de koeien en als ze achterna wordt gezeten door ruiters, verdwijnt ze met de wagen en bokken in de grond. In een groter gebied wordt dit verhaal verteld, het zou over de godin Vrouw Holle gaan.

Op de Malkstein staan twee mannen die elkaar ontmoeten (waarvan één een strijdbijl draagt), op de andere brede kant een man met een kruis en een paard, op de smalle zijden een staande man en een wormachtig dier (de oudst bekende afbeelding van een draak).

De Malkstein (ook wel Reiterstein);
de steen een monument zijn geweest voor een held uit de 11e of 12e eeuw
of een gedenksteen voor de slag van Riade tegen de Hongaren in 933.

Vóór 1856 werd het van zijn oorspronkelijke locatie verwijderd en geplaatst in wat toen het Museum van Oudheden in de Grote Tuin in Dresden was. Daar werd de steen het slachtoffer van de bombardementen op Dresden in de nacht van 13 op 14 februari 1945.

Het kenmerk dat een persoon als straf in steen is veranderd, komt meerdere keren terug in Duitsland. Zo stonden vroeger op de Siebenbrüderbergen bij Mohrin in de Neumark (vlakbij het voormalige pad naar Zellin) zeven grote granietblokken, waarvan er één groter was dan de andere. Hierover wordt verteld: er waren eens zeven broeders die op een ochtend de koeien hoedden en ze waren overmoedig. Toen de zon hoger steeg, openden ze hun koffers om te ontbijten. Een van hen had kaas. Ze wilden dit allemaal en men weet niet of ze gek waren geworden of gewoon overmoedig, in ieder geval pakten ze hun zwepen en sloegen tot het bloed er uit kwam. Hiervoor werden ze gestraft, ter plekke veranderden ze in steen. Ze hebben er gestaan tot de weg naar Zellin werd verplaatst.

Ook over de Menhir van Artern wordt iets soortgelijks verteld: het zou een monument zijn voor een prins die in de strijd is gesneuveld. Een andere legende vertelt over een reuzin. Deze reisde van noord naar zuid en droeg een grote kant spek op de rug, die met touwen was vastgemaakt. Ze stopte bij Edersleben en klopte stenen uit haar schoenen. Deze stenen zouden later door de boeren als veldmarkeringen zijn gebruikt. Omdat de reuzin haar last te zwaar vond, riep ze de goden op haar in steen te veranderen. De goden hoorden het verzoek van de reuzin en veranderden de spekkant in steen. Er wordt gezegd dat de voren afkomstig zijn van de indrukken van de koorden. Deze menhir is ook vernietigd in het verleden.

De naam Sackstein gaat terug op een legende die met verstening in verband kan worden gebracht. Volgens deze legende wilde een boer op zondagochtend een zak aardappelen vullen. Net toen hij klaar was met zijn werk, begonnen de kerkklokken te luiden. 

Plotseling werd de zak zo zwaar dat de boer hem niet meer kon tillen omdat hij in steen was veranderd.

Deze menhir is ook bekend als Der Lange SteinKluckstein of Hinkelstein. Het is een menhir nabij Bürstadt in het district Bergstraße in Hessen.

Sackstein

Bij de Menhir von Wasserleben (ook wel Brotstein genoemd) zou een meisje een stuk brood dat ze bij zich had, in een plas hebben gestopt toen het regende (om haar schoenen niet vuil te maken bij het oversteken ervan). Als straf werd ze in een broodachtige steen veranderd. Volgens een soortgelijke legende zou een lokale vrouw brood hebben gestolen. Toen ze dit bij ondervraging ontkende, zou ze meteen dood neervallen. De steen markeert haar plaats van overlijden.

Volgens de legende werd de Bülheimer Großmutter (ook wel de Menhir von Kleinenber) een eenzame grootmoeder in steen veranderd terwijl ze hout aan het verzamelen was in het bos. In de middeleeuwen werden een christelijk kruis en een staf in de steen uitgehouwen.

Boven: Brotstein

Rechts: Büllheimer Großmutter

De Räther menhir werd opgenomen in een legende over de naburige vier stenen van Krimpe. Over hun oorsprong wordt gezegd dat er ooit een koetsier met een koets, getrokken door vier paarden, vast kwam te zitten tijdens een dooi. Ondanks hun beste inspanningen konden de paarden de wagen niet verplaatsen. Toen begon de koetsier te vloeken en wenste dat de duivel ze allemaal in steen zou veranderen. Nauwelijks had hij dit gezegd of er brak een onweer los en paarden, rijtuigen en koetsier veranderden in steen. ’s Nachts moet je nog steeds het brullen, schreeuwen en snuiven van de paarden bij de stenen kunnen horen. De versteende koetsier wordt geïdentificeerd met de Räther menhir.

Op Sardinië zijn de menhirs ‘Su Para e sa Mongia‘ bekend. De benaming kan vertaald worden in ‘de non en de monnik’. De grootste van de twee trachiet menhirs, zo’n twee en drie meter hoog, is antropomorf van vorm maar het is geen standbeeldmenhir. De legende die bij deze twee menhirs hoort, gaat over de liefde tussen hen en hun straf in de vorm van verstening.

De mondelinge traditie heeft twee versies opgeleverd over Su Para e sa Mongia: in de eerste besloten de twee geliefden, die de onmogelijkheid erkenden om hun droom van liefde te bekronen en het oordeel van de kerkelijke autoriteiten vreesden, hun soutane leven achter te laten en uit hun kloosters naar Sant’Antioco te vluchten in de hoop op een gelukkig huwelijksleven in een andere plaats. De legende gaat echter dat ze, niet ver van het kleine eiland aangekomen, werden getroffen door de goddelijke toorn die hen in steen veranderde.

De tweede versie vertelt daarentegen over een jonge man die, op zoek naar asperges in de velden van de landengte, de twee geliefden op heterdaad betrapte, overweldigd door de passie van de vleselijke daad en in hen de twee geestelijken herkende dankzij hun kleding die niet ver weg te vinden was. Hij beriep zich op de goddelijke tussenkomst. Kort daarna zag de jongeman dat de twee lichamen op dat moment in steen veranderden. In beide versies van het verhaal stonden de versteende monnik en non rechtop in de grond als waarschuwing voor mogelijke straf voor iedereen die zo’n onreine daad had begaan.

Su Para, met de gezichten op het zuidwesten en noordwesten is drie meter hoog, kegelvormig met holtes en uitsteeksels die herinneren aan de mannelijke kenmerken. Sa Mongia is twee meter hoog en heeft een uitsteeksel en verschillende cupels die typisch zijn voor de vrouwelijke figuur, maar is gericht op het zuidoosten en noordoosten alsof de twee geliefden elkaar in de ogen kunnen kijken maar niet dichtbij genoeg zijn om elkaar aan te raken. 

Waarschijnlijk waren de menhirs voorzien van menselijke kenmerken om de voorouders te gedenken. De menhirs op Sardinië waren een plaats van gebed en aanbidding in verschillende levensfasen in het dorp, hun oppervlak werd aangeraakt, besprenkeld met vloeistoffen of versierd met geschenken op het moment van bevalling of conceptie, om de goden gunstig te stemmen tijdens de overgang naar het hiernamaals of om vruchtbaarheid in de velden op te roepen. De riten werden afgekeurd door de kerk, die er alles aan deed om de riten te hinderen en sommigen zelfs te vernietigen. Gelukkig zijn er nog zo’n 740 menhirs aanwezig op Sardinië en leeft hun heilige karakter nog voort. Het zijn belangrijke getuigenissen van de prehistorie van het eiland, ze zijn verspreid over het grondgebied: geïsoleerd of in paren, maar ook uitgelijnd in parallelle rijen of concentrische cirkels vormend. 

Boven: Su Para e sa Mongia

Rechts: U Frate ea Suora

Een soortgelijk verhaal als over ‘Su Para e sa Mongia‘ wordt verteld over de megalieten U Frate ea Suora (de broer/monnik en de non/zus) op Corsica. Gekerstende legendes worden vaak geassocieerd met de Corsicaanse menhirs. De afbeeldingen van een mens zijn altijd gekoppeld aan de opgerichte stenen. Hier zouden de twee monolieten die dicht bij elkaar staan minnaars zijn geweest die uit het klooster in Sartène waren gevlucht. Zij werden bij de eerste rust in steen veranderd voor hun misdaad.

Marinda Ruiter

Whispering Knights, William Stukeley, 1743 

Bronnen

https://de.wikipedia.org/wiki/Su_Para_e_sa_Mongia

https://www.zobodat.at/pdf/Sitzber-natforsch-Ges-Leipzig_42_0001-0064.pdf

https://de.wikipedia.org/wiki/Menhir_von_Hohenleina

https://de.wikipedia.org/wiki/Menhir_von_Gro%C3%9Fstorkwitz

https://de.wikipedia.org/wiki/Menhir_von_B%C3%BCrstadt

https://de.wikipedia.org/wiki/Menhir_von_Wasserleben

http://www.stone-circles.org.uk/stone/hurlers.htm

https://www.rollrightstones.co.uk/stones/whispering-knights

https://www.rollrightstones.co.uk/articles/story/folklore-and-legends

https://en.wikipedia.org/wiki/Tregiffian_Burial_Chamber

http://sherrytowers.com/2014/04/13/archeoastronomy-a-description-of-the-uk-merry-maidens-site/

https://de.wikipedia.org/wiki/Martin_Pumphut

Afbeeldingen

Su Para e sa Mongia https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Su_Para_e_sa_Mongia.jpg#/media/Datei:Su_Para_e_sa_Mongia.jpg

Een ijzeren spijker Von Einsamer Schütze – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9960125

Sackstein Von Kurt Althoff – Eigenes Werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=41892093

Brotstein Von Karamellmann5 – Eigenes Werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=85308991

Büllheimer Von Tsungam – Eigenes Werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=68332213

De heks https://www.geograph.org.uk/photo/2950744

King’s Men By Joan Blaeu – Nuevo Atlas del Reyno de Inglaterra Scroll to ‘Ver Obra’, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=41126040

King’s Men https://megalithix.wordpress.com/2008/11/19/kings-men-rollright/

Vorig artikelGiza en Carnac; Kalenders voor Ons Tijdperk
Volgend artikelOerweekend bij het Hunebedcentrum
Paastip voor het hele gezin

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.