DE ARENA VAN BONNA – Hoofdstuk 23

0
352

Bonna (Bonn), aan de oevers van de Rijn. In de villa van Gungerius. Na het gevecht. Als de andere morgen de mensen op de villa uitslapen, na een nacht van vechten en hard werken om alles op te ruimen, komt onverwacht de meester terug. Gungerius had bericht gekregen van deserteurs, die in de richting van zijn villa zouden rijden. Hij vertrouwde het niet. Er werden namen genoemd. Sommigen hadden zelfs ervaring in de arena. Gungerius heeft dan ook enkele soldaten bij zich. Als Eber wordt gewekt, beseft dat nu de vlucht helemaal niet meer mogelijk is, want al zijn zijn wonden na een week voldoende hersteld, met de soldaten op de villa rest hem slechts het schikken in zijn lot. Voorlopig. Want de geest van de vechter is wakker geworden en blijft wakker.

De meesteres vertelt van de glorieuze daden van Eber. Gungerius vraagt hem uit en krijgt zijn antwoorden. Eber kan moeilijk verbergen dat hij jarenlang soldaat is geweest, dat hij de leiding had over anderen van de Auxillairy, en dat hij ook leiding had gegeven bij die slag om de ruige hoogte in het noorden. Zijn wapenbeheersing zegt toch al genoeg. En die wonden, ja, dat was nou de ongeoefendheid. Dat had hij kunnen voorkomen. Eber weet tot in de details te vertellen hoe de zaken waren verlopen. De wapenrusting van Gungerius ligt inmiddels weer in de kist. Schoongemaakt en wel. Het bloed van de deserteurs is eraf. Ter afschrikking van andere deserteurs – er zwerft nog meer rond – staan twee hoofden net buiten de poort van de ville op palen aan weerszijden van de weg.

Na een dag of 20 vertrekken de soldaten weer. Gungerius vertelt dat hij een probleem heeft. Hij heeft ze moeten betalen. Samen met de herstelkosten na de verwoestende aanwezigheid van de deserteurs, heeft het een flink gat in zijn geldkist geslagen. De oogst van dat jaar zal niet alles goedmaken. Hij kijkt Eber recht in de ogen en doet hem een voorstel, waar die van opkijkt. Hij, Eber, die oude slaaf, die zo kan toeslaan, dat vijf deserteurs dood op de grond liggen. Dat is een sensatie in de arena van Bonna. Hij, Gungerius, kan met een weddenschap zoveel zilver en goudgeld winnen, dat hij uit de zorgen is. Hij, Eber, zal van hem een houten zwaard krijgen, als teken dat hij in vrijheid is gesteld, als Eber een gevecht in de arena voor hem aan wil gaan. Het hoeft geen gevecht op leven en dood te zijn.

Dat laatste, dat snapt Eber heel goed. Mooie woorden, maar als je eenmaal baas probeert te worden, wordt niet gekeken naar lijfsbehoud van de man tegenover je. Als hij verliest, bloed hij op zijn minst dood. Het alternatief is ook niet best. Gungerius kan zijn financiële zorgen ook achter zich laten als hij Eber verkoopt aan de arena, om zich daar dood te vechten. Dit is de ‘dank’ voor het lijfsbehoud van de meesteres? Een vrouw die anders door de deserteurs verkracht en vermoord zou zijn geweest? Voor Gungerius is alles geld en handel. Als een waar Romein, ondanks zijn Germaanse achtergronden, is een vrouw zijn bezit en zijn ook alle slaven niet meer dan inwisselbaar bezit. “Ik doe het”, zegt Eber. “Maar alleen als ik Julius en mijn vrouw, zijn verzorgster, ook mee kan nemen.” Dat is ‘te duur’. Alleen Julius. Eber heeft weinig te kiezen. Hij gaat akkoord.

De weken daarna is alles anders. Eber krijgt het beste van het beste te eten en te drinken. Goed vlees, wijn, het beste bier, mede, broden fijn en grof, wat hij maar wil en nodig denkt te hebben. Gungerius heeft een van de beste gladiatoren uit de arena van Bonn laten komen, om met Eber te oefenen. Het is een grote, donkere man, geboren in Abessinië, luisterend naar de naam Negus. Hij is half zo jong of half zo oud als Eber. Sterk, lenig en kent alle trucs die een gladiator moet kennen, bij alle tegenstanders met alle typen wapens. Er groeit al snel een vriendschap tussen deze twee mannen, terwijl ze ook de noodzaak van hun samenzijn niet uit het oog verliezen. “Als wij tegenover elkaar komen te staan, dan maak ik je dood!”, zegt Negus. “Laten we maar hopen dat dit niet nodig is”, zegt Eber, “want voor je het weet lig je met je hoofd in het zand naar je eigen lopende lijk te kijken!” Ze kunnen er om lachen.

Er wordt de weken erna hard gevochten, oftewel flink getraind. Wat er ook gebeurde, Eber kreeg het gezicht van Negus nooit goed te zien. Hij hield doorlopend zijn helm op. Ernstige brandwonden, dat was zijn verhaal erbij. Negus had een kamer apart. Hij at ook apart. Hij had dat nodig om zich te kunnen concentreren op het gevecht, zo werd er gezegd. Vanuit zijn stam had hij een eigen godsdienst met eigen woorden en gebruiken, en dat moest door kunnen gaan, zonder inmening van wie dan ook. Iedereen accepteerde dat, want Negus was de keizer van het zwaard, de prijsvechter, en die verwende je een beetje. Dat ging goed, tot Eber een keer wat te vroeg op de plek was waar ze trainden. Geen Negus. Ach, dan haal je hem toch even op. Eber duwde de deur van zijn kamer open, en wilde wat grappigs zeggen, in de zin van….. lekker uitgeslapen jongen? En keek naar twee blote borsten van een zich wassende bloedmooie donkere vrouw. “Zo, Negus heeft vannacht wat anders gedaan dan slapen”, glipte het uit zijn mond. De vrouw keek hem strak aan en zei toen: “Kun jij een geheim bewaren?” Het was de stem van Negus. “Jij…. Jij …..Jij bent een vrouw!!!” Stamelde Eber. “Ja, altijd al geweest trouwens, maakt dat wat uit?” Eber liep naar haar toe. “Jouw geheim is veilig bij mij. Maar hoe komt een vrouw als jij hier in de arena terecht?”

Negus, eigenlijk Negia, vertelde dat ze de dochter was van een Afrikaans stamhoofd, die graag een zoon had gehad, en zijn dochter opvoedde als een zoon. In een confrontatie met een zuidelijk Romeins legioen werd ze gevangen genomen. Ze wilde zich dood vechten, en maakte daarbij zoveel soldaten af, dat de centurion op haar toestapte. De strijd was verloren, haar eenheid was uitgemoord, en ze zou als verslagene eerloos naar huis moeten gaan, zo zei hij. Haar familie zou haar negeren. Maar ze zou haar eer kunnen redden door het gevecht door te zetten in de arena’s. Dan zou ze op den duur met goud beladen naar huis kunnen gaan. “Ik ben erin getrapt. Want wie overleeft nou de arena’s? Dat is maar voor weinigen weggelegd. En dan nog met goud beladen? Kom nou.” Tussentijds verborg ze haar borsten achter een strakke doek en een borstcuras. Al doende werd zij weer een hij. Of, anders gezegd, niemand wist anders. Haar toch al wat donkerder stem had inderdaad ook die van een man kunnen zijn. Als zij haar helm weer opzet wordt ze weer een hij, en niemand weet beter.

Het is zes weken na zin vluchtpoging. De training is achter de rug. Gungerius, Eber en een gevolg, met Gungerius echtgenote in een prachtige Romeinse wagen, rijden Bonna binnen, op weg naar de Arena. Er wordt gejuicht, er wordt geschreeuwd, vrouwen dagen de gladiatoren uit om ’s avonds langs te komen, als ze durven, de handel doet goeie zaken, het is feest en het is een bloedserieus gebeuren, met de nadruk op het eerste deel van dat woord. Want bloed gaat er vloeien. Voor Eber – aangekondigd onder zijn oude soldatennaam Eberius als Eberius de Oude, kampioen van Germanië, is het de vrijheid of de dood. Er wordt flink gegokt. Eber heeft nog geen idee wie zijn tegenstander zal zijn, maar de Romeinen schijnen al meer te weten. Gungerius zet zich neer bij een stelletje hooggeplaatste heren in toga, onder een kleed, dat de zon uit hun ogen neemt. Het is warm. Je ruikt het zweet en….. wat komt daar bekend voor?

Daar staat hij, met zijn wapperende witte haren in de zwoele wind, zijn lange witte baard tot op zijn borst, en zijn sterke lijf tot in alle spieren aangespannen, als hij indruk wil maken, en volkomen ontspannen en soepel, als het gevecht lijkt te beginnen. Zijn rode tunica is alles wat hij bij zich heeft. Het boerenleven op de villa heeft hem in goede conditie gehouden. De training heeft alles weer los gehaald wat hij ooit kende, en nieuwe vaardigheden toegevoegd. Maar Eber heeft nog geen wapen gekregen. De mensen juichen, gieren brullen, de tribunes dreunen van de stampende voeten. Die bekende geur. Al snel wordt Eber duidelijk tegen wie of wat hij moet vechten. Er wordt een brullende woedende oerosstier losgelaten. Het beest rent door de arena, alsof het achterna wordt gezeten. Wat hebben ze met het dier gedaan? Ja, zo’n stier kan tekeer gaan. Eber heeft het vaak gezien. Maar deze is door het dolle heen. En hij krijgt Eber in de gaten. Op alles voorbereid, jazeker, maar ook op een gevecht met een oerosstier? “Denk aan je broer jongen!” Wie is dat? Wie roept daar? Hij ziet een vrouw in de arena staan. Het is zijn moeder. Wat is het lang geleden dat hij beelden van haar heeft gehad. Moeder is weer weg voor het goed tot hem doordringt. Eber denkt in een flits terug aan zijn broer Gurt. Gurt leefde nog toen hij als jonge jongen naar het Romeinse leger vertrok. Het jaar daarop was Gurt op de horens van een stier genomen en stierf. Gurt had de stier uitgedaagd met een stuk stof. Dat beest ziet blijkbaar zo slecht, dat hij een stuk stof aanvalt, als je daarmee zwaait, en zijn kracht niet richt op de mens ernaast, maar je moet wel snel zijn, want anders pakt hij je alsnog. En Gurt was snel genoeg, maar viel………

Eber is gelukkig op zijn leeftijd nog soepel genoeg om weg te springen als het beest aanvalt. Weglopen heeft geen zin, want de stier is sneller. Maar minder behendig, dus wegspringen en dan rennen, om opnieuw de stier af te wachten en weg te springen, dat rekt tijd. Zo manouvreert Eber zichzelf en de stier in de richting van de binnenmuur van de arena. Hij trekt in één snelle beweging zijn rode tunica uit. De oerosstier zet zich schrap en rent met alle kracht en een topsnelheid naar datgene wat hij het beste ziet….. de wapperende tunica. Eber springt opzij, de tunica wordt op de horens geregen en dan is er die allesverwoestende en allesstoppende muur, de muur van de arena, waar het beest met volle kracht zijn kop op kapot ramt. Er komt nog één keer een oorverdovend gebrul. Dan valt hij dood neer. De stier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.