Een van de twee hunebedden van Rolde, met op korte afstand de kerk (waar volgens verhalen een ander hunebed gelegen heeft)

Een jong stel mocht van hun ouders niet met elkaar trouwen. Een tovenares gaf de jongen het advies om met middernacht naar het hunebed te gaan. Door het opzeggen van een spreuk zou hij daar de duivel kunnen oproepen, die hem hulp kon bieden. De wanhopige jongen deed het, met een gruwelijk gevolg. Hij werd vermist, en later volkomen zwart – als verkoold – terug gevonden bij het hunebed.

De bewoners van de streek rond dit hunebed zouden, volgens Antoon van Schoonhove, het gebruik hebben gehad reizigers door de nauwe opening ervan te jagen en met uitwerpselen te bekogelen. Daarna werden ze vermoord en geofferd op de altaarsteen. Aan dat laatste gebruik zou Bonifatius een einde gemaakt hebben.

Dit verhaal zou gaan over Duvels Kut, een hunebed bij Rolde. In 1547 vermeldt Antoon van Schoonhove, die destijds kanunnik in Brugge was, de Duvelskut als een steenhoop die door Tacitus beschreven zou zijn als de Zuilen van Hercules. Bovenop ligt een platte steen die naar het idee van Van Schoonhove als altaarsteen zou moeten hebben gediend. Hij schrijft dat de stenen zo groot zijn dat ze niet met wagens of schepen aangevoerd kunnen zijn. Steengroeven ontbreken in het gebied. Zijn verklaring is dat het door de demonen gebouwd moet zijn. 

De twee hunebedden bij Rolde, eigen foto, maart 2022

Er gaan verhalen dat er nog een hunebed bij Rolde is geweest. Deze zou gelegen hebben op de plek waar nu de kerk te vinden is. Onder leiding van een dominee werd in 1961 met een wichelroede het hart van het schip aangewezen als de plek waar deze megaliet gelokaliseerd zou zijn, het zou 7 bij 2 meter groot zijn geweest. Op een overzichtstekening van de opgraving in en om de kerk uit 1961 zijn grote stenen te zien. Onder het koor trof men een pakking van heideplaggen aan, het had nog een dikte van 40 centimeter. Aanwezige paalgaten en een kuil maakten een oude indruk, de opgravers dachten aan een prehistorische grafheuvel. Helaas is er geen publicatie van deze opgraving verschenen.

Behalve in Rolde stonden de eerste Drentse kerken in Vries, Anloo, Emmen, Beilen en Diever. Deze zes ‘oerparochies’ vormden eeuwenlang de basis van het Drentse bestuurssysteem. Aanvankelijk waren het de plekken waar de bisschop van Utrecht als landsheer van Drenthe eens in de vier jaar persoonlijk recht kwam spreken. De kans is groot dat de locaties al voor de kerstening belangrijk waren. Later werden die oude parochies de zes Drentse rechtsgebieden. Dingspelen heetten ze in Drenthe. Het is wonderbaarlijk dat de twee hunebedden van Rolde zo dicht bij de kerk behouden zijn gebleven. Want Karel de Grote vaardigde een edict uit waarin werd voorgeschreven de voorchristelijke bouwwerken te vernietigen.

Van de drie keer per jaar dat de Etstoel bijeenkwam, vergaderde men twee keer in de kerk van Rolde die daarmee de belangrijkste kerk van Drenthe werd. Men vergaderde er op de tweede maandag na Pasen (‘Zworenmaandag’) en op de dinsdag na Pinksteren. De derde vergadering was dan op 19 augustus in de kerk van Anloo. Die dag was de feestdag van Sint Magnus, de heilige waar de Anlooër kerk aan gewijd was. Nog steeds wordt daar elk jaar onder grote belangstelling op Sint Magnus een zitting van de Etstoel nagespeeld.

Volgens overlevering is de Ballerkuil de plaats waar de Etstoel de Paaslotting hield en werd hier al in voorchristelijke tijden bijeen gekomen. Drenthe’s eerste geschiedschrijver Picardt omschrijft de plek in 1660 als een kuil, oudtijds in het bos gelegen, ooit gebruikt als vergaderplaats, omgeven door van aarde gemaakte zitplaatsen. In 1895 werd, ter gelegenheid van het bezoek van prinses Wilhelmina en koningin-regentes Emma aan Drenthe, een ‘Oud-germaansche rechtspleging’ nagespeeld in de Ballerkuil. Mede daardoor werd de Ballerkuil het symbool van het oude Drenthe en een toeristische attractie. Tegenwoordig is de wetenschap ervan overtuigd dat de thans als zodanig aangewezen Ballerkuil geen middeleeuwse vergaderplaats was. Veel aannemelijker is een kuil ten zuiden van Balloo, die door de spoorbaan Assen-Stadskanaal onzichtbaar is geworden.

Overblijfsel van hunebed D10

De naam Duvels Kut is in onbruik geraakt en vrijwel vergeten. Volgens Herman Clerinx gaat het niet om één van de hunebedden bij Rolde, maar om hunebed D10 (aan de rand van de Gasterse Duinen). Dit hunebed werd nog tijdens de renaissance Duyffelskutte’s Duyvels Kut of De Kut van de Duivel genoemd. Ook archeoloog Wijnand van der Sanden betoogd dat D10 beter overeenstemt met de beschrijving.

Overigens beschreef Tacitus de Zuilen van Hercules als staande aan weerszijden van het Vlie, de destijds smalle waterloop van het Flevomeer naar de zee. Tegenwoordig beschrijft het Vlie het zeegat in de Waddenzee, maar in de vroege middeleeuwen zag het zeegebied er heel anders uit. Het Vlie lag dus niet op dezelfde plek als nu toen Tacitus er over schreef. En zijn beschrijving ging niet over een eigen waarneming van de zuilen, maar die van Drusus Germanicus.

Map van de campagne van Drusus tegen de ‘Germanen’, 12-9 v.Chr.

Drusus werd in 13 v.Chr door keizer Augustus aangesteld als gouverneur van Gallië. Hij kreeg een dubbele opdracht mee, ten eerste het uitvoeren van een volkstelling (census) met een taxatie van de inkomsten van de bevolking, en ten tweede een aanval vanuit het westen vanaf de Rijn uit te voeren op Germanië. Zijn broer Tiberius zou vanuit het zuiden over de Donau optrekken, en men zou elkaar bij de Elbe ontmoeten. Op het eind van de zomer voer Drusus via het Flevomeer naar de Noordzee tot aan de monding van de Wezer. Hij werd hierbij geholpen door de Friezen, die o.a. landdekking gaven. Drusus versloeg de Bructeren bij het eiland Burchana. 

Burchana (Borkum) was oudtijds het voornaamste der Noordzee-eilanden. Het wordt in de 4de eeuw als barnsteeneiland vermeld, onder de naam Abalus. Het was echter te laat in het seizoen om een landing uit te voeren, zodat Drusus besloot terug te keren naar de winterkampen aan de Rijn. Op deze terugtocht kwam zijn vloot door stormen in moeilijkheden, maar met behulp van de Friezen kreeg hij zijn vloot weer vlot.

Tacitus beschrijft nog dat Drusus Germanicus niet door een gebrek aan moed een verdere verkenning ondernam. De oceaan verhinderde het hem, en eerder ook Hercules die zijn naam gaf aan de zuilen. Overigens gaven de Romeinen vaker namen uit hun eigen mythologie aan de Goden die in andere culturen werden vereerd. Op deze manier konden de lezers zich voorstellen om wat voor goden het ging, maar specifieke details van de goden gingen op deze manier verloren. Tacitus vergeleek Donar met Hercules, het zou kunnen dat de zuilen door de Friezen aan deze godheid waren verbonden. Ook Jacob Grimm zag overeenkomsten tussen Donar en Hercules (en Thor, Jupiter of Diespiter). Volgens Grimm werd Donar later gelijkgesteld met de duivel, wat past in de demonisering van voorchristelijke godheden.

Met deze beschrijving, liggend aan weerszijden van het Vlie, in het achterhoofd zouden zowel de hunebedden bij Rolde als D10 niet op de plek te vinden zijn waar de Zuilen van Hercules waren volgens Tacitus.

Alhoewel de hunebedden bij Rolde imposant zijn, kan ik me niet voorstellen dat zij als Zuilen van Hercules zouden zijn beschreven. De Romeinen hebben heus wel grotere megalieten gezien. Het lijkt me logischer dat deze naam pas later verbonden raakte aan de hunebedden in Drenthe.

Het Vlie is de doorgang naar de zee vanaf het Flevomeer

Tegenwoordig wordt de identificatie van de Zuilen van Hercules met de hunebedden in Drenthe dan ook verworpen, men denkt liever aan twee rotsen in de Noordzee of de Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld Helgoland. Daar zijn wel ‘zuilen’ te zien, zoals bijvoorbeeld Lange Anna. De Zuilen van Hercules worden ook in de Middellandse Zee gelokaliseerd, ze verbinden deze zee met de Atlantische Oceaan. En ook daar betreft het natuurlijke formaties, geen zuilen die door mensen zijn gemaakt.

Lange Anna op Helgoland
De rots van Gibraltar links op de achtergrond en de Monte Hacho rechts, de Zuilen van Hercules die de Middellandse Zee verbinden met de Atlantische Oceaan.

Ik blijf voor dit artikel liever op Nederlands grondgebied. Zijn in Nederland ook imposante stenen te vinden bij de Noordzee? Ik moet denken aan het verhaal over de Engelse steen. De kop van deze steen zou te zien zijn geweest op de Hooge Berg op Texel. Men had geprobeerd het onderste stuk van deze steen te vinden door diep rondom de steen te graven, maar men had geen eind gevonden. De steen was zo ver in de aarde verzonken dat hij Texel, onder de Noordzee door, verbond met Engeland, vandaar de naam. Het was een steen zonder eind. Naast deze plek is een zandafgraving, de Zandkuil, te vinden.

Een oudere benaming van deze steen is overigens Engelsteen. Was de Engelse Steen of Engelsteen, die tegenwoordig onder de Zeven Pannenkoeken zou liggen, een heidense offersteen? Aan het Doolhof op de Hogeberg worden mythische, magische of heidense krachten toegedicht. De Zeven Pannenkoeken is de benaming van een heuvel, deze heuvel wordt ook Engelse Steen of Engelensteen genoemd. Hij is recent gerestaureerd. In het verleden zou hier dus een steen gestaan hebben, later stond er een ‘naald’ of ‘piramide’ op de heuvel. De Zeven Pannenkoeken verwijst naar de zeven treden die naar de top leiden.

‘Bosch genaamt Engelsteen op het Eiland Texel behoorende aan mijnheer G.W. Reinbach’, ongesigneerd, ongedateerd.
Tekening van na 1794, naar een aanleg van voor 1785

In 1764 kocht Cornelis Roepel het gebied en maakte er een mooi landgoedje van met een sterrenbos en een wandellaan. Het had geen vorige eigenaar, zodat het voorheen woeste heidegrond kan zijn geweest. In 1784 werd het verkocht aan de heer Kikkert. Deze bouwde er een uitspanning en legde er een klein Doolhof aan. Dit doolhof verdween in de loop der tijd en het werd een bos. Pieter van Cuyck beschreef de Engelse Steen:

Aan het hellen van die hoogte, welke de Hooge Berg genoemt wordt, tegen het zuiden, alwaar eene plantaadje is, legt eene ronde, gladde, en bruinroodachtige, langwerpige kei, welke door het volk genoemd wordt de Engelsche steen; zy stak met haaren top een weinig uit den grond, en het domme gemeen waande, dat de voet van die kei tot in Engeland doorging; doch toen dezelve werd ondergraven en blootgemaakt wierdt, zag men, dat het eene losse kei was, welke naar gissing omtrent vijf-en-twintig duizend ponden woog. Onder aan dien heuvel, is een gegraven inham, welke de Zandkuil genoemt wordt, waaruit een ieder voor een gering geld zand kan halen. Deze heuvel, daar wy nu op koomen, draagt den naam van den Engelschen steen, van welken steen of kei, op dien heuvel gevonden, zoo als ook van de reeden van zyne benaming, ik reeds van te vooren gesproken heb.

De Zeven Pannenkoeken, ca. 1900
Opgegraven veldkeien in de Burghtkerk in Den Burg – gemeente Texel

Met Pinksteren is het Bossiesdag. Dan gaat de Texelse jeugd naar de plek van het Doolhof. Elk jaar op Derde Pinksterdag trokken veel Texelse families, voorzien van de nodige lekkernijen, naar het bossie. De volwassenen maakten het gezellig en de kinderen speelden op de hellingen van de Zandkuil. Dat ging er behoorlijk ruig aan toe zodat er vaak pollen gras door de lucht vlogen en stukken van de hellingen instortten. Een ondernemer bouwde een paviljoen op de bovenrand van de kuil. Bij goed weer dronken de welgestelde Texelaars daar een kop thee, en lieten hun kinderen in de kuil spelen. Bossiesdag is door de kerken van Den Burg aan het eind van de twintigste eeuw weer opgepakt, nu vindt het op Eerste Pinksterdag plaats.

Van de Engelse Steen zelf is niets te zien, maar vroeger stak hij voor een klein deel uit de grond. De steen zou nog altijd (schuin) onder de heuvel liggen. Er zijn meer zwerfstenen op Texel te vinden. De toren van de grote kerk in Den Burg schijnt op een fundering van zwerfstenen te staan. Den Burg is ontstaan als een ringwalburg in de vroege middeleeuwen. Deze versterking was waarschijnlijk de basis van een Friese koning of krijgsheer. De enorme keien die in 2020 zijn gevonden bij opgravingen in de Sixtus- of Burghtkerk in Den Burg, zijn mogelijk gebruikt als fundering voor een klokkenstoel in de periode 900-1200. Dat blijkt uit onderzoek van de gemeente Texel.

De ontdekking van de vijf veldkeien was aanleiding voor een uitgebreid archeologisch onderzoek naar de functie van de keien en de geschiedenis van de kerk. De grote veldkeien liggen direct ten noorden van de huidige bakstenen toren in de kerk, in de buurt van het portaal. In 1952 heeft archeoloog dr. Herre Halbertsma al eerder opgravingen gedaan rond de kerk. Op basis van zijn graafwerk en de vondst van de veldkeien blijkt dat de huidige Burghkerk op een middeleeuwse terp is gebouwd, op een ophoging van zo’n 2,5 meter. Toen is waarschijnlijk ook de eerste houten kerk gebouwd. Mogelijk was deze plek vóór die tijd een ‘fanum’: een ‘Fries’ heiligdom. Het gebeurde vaker dat een nieuw heiligdom op een oud heiligdom werd geplaatst. De aangetroffen stenen kunnen dus onderdeel zijn geweest van een voorchristelijk heiligdom. Er zijn niet veel bronnen bewaard gebleven uit deze tijd, maar het lijkt erop dat het christendom op het ‘Friese’ Texel niet erg enthousiast werd ontvangen.

De ringwal met de kerk

Zowel in Rolde als Den Burg zou de kerk op een plek kunnen zijn gebouwd die al belangrijk was in voorchristelijke tijd. En in de Ballerkuil en Zandkuil kwamen mensen samen voor de volksvergadering. Bij de Ballerkuil zou dit op tweede maandag na Pasen (‘Zworenmaandag’) zijn geweest, later werd dit verplaatst naar de kerk in Rolde (en nog later werd Assen de plek voor de Etstoel). Bij de Zandkuil was dit Derde Pinksterdag, wat nu verplaatst is naar Eerste Pinksterdag en in veranderde vorm nog altijd plaatsvindt.

In Europa worden megalieten vaak in verband gebracht met de duivel of andere bovennatuurlijke wezens, zoals feeën of gekerstende varianten (engelen, heiligen). Een verklaring is dat (een deel van) de lokale bevolking tijdens de kerstening bleef vasthouden aan de voorchristelijke rituelen bij de megalieten. De mensen die het ‘nieuwe’ geloof aanhingen, zouden verhalen hebben gehoord over duivel aanbidding. Men bleef beter ver weg van deze plekken, het was er gevaarlijk. Soms werden de plekken vernietigd of aan het zicht onttrokken. Bewust werden de plekken gedemoniseerd door kerkelijke autoriteiten, aanhangers van het oude geloof werden vervolgd. Maar soms lukte het niet om de mensen weg te houden van de voorchristelijk belangrijke plekken. De plekken en gebruiken werden in sommige gevallen geassimileerd, ze kregen een christelijk tintje en worden niet zelden nog steeds als belangrijk gezien.

Vrouwen zouden zwanger worden als ze bij volle maan zeven maal heen en weer door het duivelsoog in Mên-an-Tol kruipen, zo is te lezen in het artikel over kinderstenen. Het doet denken aan het kruipen door het kleine gat bij de ‘duvels kut’. En bij dit hunebed werd ook advies gevraagd aan rondom liefde. Werd dit advies gevraagd aan de duivel? En werden hier werkelijk mensen ter dood gebracht? Of gaat het om het demoniseren van een voorchristelijk gebruik?

Ook zou het zitten op (of glijden van) megalieten een vrouw vruchtbaar kunnen maken. En vrouwen moesten gaan staan of zitten op een steen als ze (wilden) trouwen, er worden voorbeelden gegeven in het artikel trouwen bij een megaliet. Zou men dit geweten hebben tijdens de recente restauratie van de Zeven Pannenkoeken, want er is een enorme stoel geplaatst op de Engelen Steen…

Zeven Pannenkoeken, 2020

Niet alleen in Nederland wordt de duivel in verband gebracht met megalieten. In de duivel en de hunebedden bij Vehrte werden al voorbeelden gegeven van duivelsverhalen die in het gebied rondom Vehrte, in Duitsland, aan de megalieten zijn gekoppeld. Ook in Frankrijk worden megalieten gekoppeld aan de duivel, zo waren al enkele voorbeelden te lezen in dolmen en feeën in Frankrijk. Ook op het Iberisch schiereiland is het soms de duivel of een heidense Moor die de megalieten bouwde. De Moren (of reuzen) gooiden met gemak enorme stenen naar de Christenen, maar soms hielpen ze juist bij de bouw van een kathedraal. En er zijn talloze voorbeelden te vinden over de klauwen van de duivel die te zien zijn in offerstenen. Deze werden in de stenen gedrukt toen de duivel ermee gooide, voorbeelden zijn te vinden in verhalen over offerstenen en het vervolg daarop. Ook Hercules liet zijn sporen na in de imposante zuilen. Alhoewel onbekend is waar deze zuilen nu precies hebben gestaan, is deze indruk vastgelegd door Tacitus en worden ze zo’n 2000 jaar later nog altijd opgemerkt.

Marinda Ruiter

Hercules, lopend met over elke schouder een grote zuil, Albrecht Altdorfer, ca. 1506 – 1538 (Rijksmuseum)

Bronnen

Tacitus, in moerassen & donkere wouden, de Romeinen in Germanië, ISBN 9789025304546

Reuzenstenen op de es, de hunebedden van Rolde, Wijnand van der Sande, ISBN 9789040083679

Thor, Morgan Daimler

https://nl.wikipedia.org/wiki/Duvelskut

https://www.verhalenbank.nl/items/show/128148

http://www.cascade1987.nl/2021/01/24/

https://www.texelsecourant.nl/extra/216857/het-mysterie-van-de-engelsche-steen-onder-de-zeven-pannekoeken-

De Engelse Steen van Texel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nero_Claudius_Drusus

https://www.geheugenvandrenthe.nl/duvelskut

https://www.geheugenvandrenthe.nl/ballerkuil

https://nl.wikipedia.org/wiki/Doolhof_(Texel)

https://www.irenemaas.nl/pages/Archief/pages/Doolhof.htm

https://www.ivn.nl/sites/ivnn/files/landschapselementen_het_hoge_berg_gebied.pdf

https://www.verhalenbank.nl/items/show/128149

https://www.nhnieuws.nl/nieuws/286990/reuzenkeien-in-texelse-burghtkerk-onderdeel-van-middeleeuwse-klokkenstoel

https://www.texel.nl/actueel/archeologisch-onderzoek-naar-veldkeien-in-de-burghtkerk-afgerond/

Afbeeldingen

Een van de twee hunebedden van Rolde, foto van een ansichtkaart

Map By Cristiano64 – Lavoro proprio, self-made, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2456460

Zeven Pannekoeken https://www.boswachtersblog.nl/texel/2020/09/22/zeven-pannenkoeken-in-ere-hersteld/

Hercules https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Hercules_draagt_de_zuilen,_RP-P-OB-2949.jpg

Zuilen van Hercules Door NASA / JPL / NIMA – http://photojournal.jpl.nasa.gov/catalog/PIA03397, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=422648

Vorig artikelLezing: Prehistorische gemeenschappen op het zand – speciale deposities – is geweest!
Volgend artikelEuropese dag van de Megalithische cultuur bij het Hunebedcentrum

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.