Waar zijn we, in deze familiekroniek? We begonnen met Eber, een naar Drenthe terugkerende veteraan van de Auxillairy, de Romeinse hulptroepen. Hij leek niet echt welkom te zijn, want de wereld van zijn jeugd zat niet echt op hem te wachten, en toch weer wel, want zaken leken op hun plaats te vallen, toen de tegenstand gebroken leek. Hij trouwde met Hilde, een vrouw met een onbekende achtergrond. Gevonden bij een ven, als baby. Na de slag om de ruige hoogte en divers verraad is Eber verdwenen. Zijn neef Adal neeft de leiding van de familie over. Adal sterft, als hij een van de verraders te pakken wil nemen. Deze verrader, Gert van Taarlo, zal als slaaf aan de Romeinen worden verkocht. Adal heeft twee zonen, Witte Maante en Rooie Bernt. Eber heeft een dochter, Akke, en weet niet dat hij ook een zoon heeft, Jonge Garm. Het kind werd geboren nadat zijn vrouw Hilde voor dood achtergelaten werd op de plaats waar ze als kind gevonden was. Een onbekende kracht uit het ven genas haar en deed haar kind gezond op de wereld komen. Waar is Eber? Rooie Bernt neemt tijdelijk de leiding van de familie op zich en Witte Maante gaat vele jaren na Ebers verdwijnen samen met Jonge Garm op zoek. Ze hebben namen van mensen die de slaven hebben gekocht, waar Eber er één van was. Leeft hij nog? Heeft hij de moed gehad om te leven, denkend dat zijn grote liefde Hilde dood was? Hoe is het hem vergaan? En waarom is Wolte, de oude vriend van Eber, nu in het oude stamgebied van de Tencteri, ook zijn voorgeslacht, in het zuidelijke gebied aan de Rijn?

Vorig artikelBoeren en Verzamelaars
Volgend artikelDE STALKNECHT – Hoofdstuk 21

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.