Foto 2019: Pleonr – Creative Commons License

Deze week was de ‘Spaanse Stonehenge’ in het nieuws. De site was weer drooggevallen omdat het stuwmeer vanwege de aanhoudende droogte bijna leeg is. Afgelopen januari deden we veldwerk in Zuid-Spanje voor Deel 19 van Mythische Stenen. Toen viel ons al op dat veel rivieren waren drooggevallen, waaronder de rivieren bij de neolithische nederzettingen Los Milares en Gorafe. Waar in het neolithicum vruchtbare valleien lagen, rukken nu de woestijnen op. Nogal wrang dat de bevolkingsexplosie die door de landbouw mogelijk werd, er 6000 jaar later de oorzaak van is dat de aarde zucht onder de gevolgen van overbevolking.

Maar dit terzijde. Het Spaanse Stonehenge is eigenlijk de Dolmen de Guadalperal die bij de aanleg van het Valdecañas-stuwmeer in 1963 onder water is verdwenen. Vroeger lag het monument dus aan de oevers van de rivier de Taag. Droogte in het afgelopen decennium heeft het monument in verschillende zomers blootgelegd. Helaas heeft de overstroming het monument beschadigd door erosie van de stenen en hun gravures. De structuur werd voor het eerst in 50 jaar volledig gezien in juli 2019, toen een NASA-satellietfoto tijdens de droogte 150 stenen onthulde.

Foto: Google Earth 2021

In Deel 19 uit de hunebedreisgidsserie Mythische Stenen wordt de reis door Zuid-Spanje beschreven. Daar zijn de koepelgraven van bijzonder belang. Ze werden tussen 4200 en 2500 v. Chr. gebouwd. Aanvankelijk als collectief graf, later voor grote heersers. Onderstaande tekst en foto’s zijn een weergave van pagina 157-161 van deel 19. Het boek (en alle andere delen, Deel 14 Schotland volgt in het najaar) is sinds dit voorjaar te koop in de winkel van het Hunebedcentrum en op www.hunebed.eu. Op het YouTube kanaal zijn tientallen filmpjes (https://www.youtube.com/channel/UC8uWg2WCvIeMyDTwXywDVQA) van hunebedden in Europa te zien. Daar staan ook filmpjes van hunebedden in Zuid-Spanje.

‘Het monument bestaat uit 150 granieten monolieten die verticaal zijn geplaatst om een eivormige kamer met een diameter van 5 meter. De gang die gericht is op het oosten, is ongeveer 21 meter lang en 1,4 meter breed. De dekheuvel was voorzien randstenen. Aan het einde van de gang, bij de ingang van de kamer, staat een menhir van ongeveer 2 meter hoog met een uitgesneden slang en verschillende cups. De slang zou de rivier de Taag voorstellen. Omdat er geen dekstenen aanwezig zijn, is eerder wel de vergelijking met Stonehenge gemaakt, maar wetenschappelijk gezien gaat die vergelijking mank. Eigenlijk is het monument van hetzelfde type als dat we zagen bij Montehermoso: Gang, grote kamer en enkele concentrische cirkels er omheen.

In een nabijgelegen stortplaats lagen elf bijlen, scherven, vuurstenen messen en een koperen pons. Er werd in 1925 ook een nederzetting ontdekt, met funderingen, houtskool- en asvlekken, aardewerk, maalstenen en stenen om bijlen te slijpen.

Foto 2012: Pleonr – Creative Commons License

Het lukt ons niet het monument te bereiken. We nemen verschillende weggetjes, maar steeds komen we voor hekwerken te staan. Uiteindelijk geven we het op, met de gedachte dat het waarschijnlijk nog onder water zal staan. Om bij het monument te komen, kun je het beste – na lange droogte – in Peraleda de la Mata parkeren en ongeveer 6 km over het privé-terrein van El Gualdalperal naar Dolmen de Guadalperal lopen.

Foto: Hendrik Gommer

De nabijgelegen Dolmen de Azután*** is in 2001 uitvoerig onderzocht. Toen is vast komen te staan dat het monument rond 4200 v. Chr. is gebouwd en tot in de kopertijd door Klokbekermakers werd gebruikt. Het lijkt erop dat de centrale kamer was voorzien van twee zijkamers aan weerszijden. Ook hier zijn concentrische cirkels aanwezig.

Er werden scherven, gereedschap van bot, gepolijste bijlen en kralen gevonden. In de kamer werden op de draagstenen gravures gevonden van golvende en zigzaglijnen, evenals antropomorfe figuren. Het hunebed lag vlakbij een nederzetting en de rivier Taag.

Vanuit Oropesa op CM-4100, 1 km na kruising met CM-4104, links van de weg; 200 meter daarvoor parkeren langs de weg bij inham.

Foto: Hendrik Gommer

De datering van Azután zet te denken over de datering van de andere hunebedden met concentrische cirkels. Vanwege de kamer, de lange gang (12 meter), de concentrische cirkels en de ligging bij de Taag kan worden aangenomen dat de bouwers verwant waren aan de bouwers van Dolmen de Guadalperal en de dolmens rond Montehermoso. Het kan bijna niet anders of hier was sprake van eenzelfde cultuur die zich langs de Taag verspreidde. Dat zou betekenen dat de andere monumenten veel ouder zijn dan ze eerder zijn gedateerd. Hergebruik rond 3000 v. Chr. is natuurlijk altijd mogelijk.’

Vorig artikelFlintenroute, een fietstocht over de Hondsrug van 45 km
Volgend artikelDe vuistbijl als ‘Zwitsers zakmes’ – deel 9

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.