Figuur 1 : Voorkant van de tumulus Colombiers-sur-Seulles

In de categorie ‘mijn hunebed’ nodigen we mensen uit te schrijven over hun persoonlijke ervaringen met hunebedden en prehistorische locaties. Hier een verhaal van Pierre van Eijl.

Hunebed of tumulus?

De tumulus van Colombiers-sur-Seulles (zie figuur 1) is een hunebed in Normandië dat ligt in de buurt van Caen aan de westkust van Frankrijk. Het hunebed is vernoemd naar het dorpje Colombiers-sur-Seulles dat in de buurt ligt. Het ligt dichtbij de Normandische kust, vlakbij de stranden van D-day, waar de geallieerden in juni 1944 landden. Dit hunebed heet hier trouwens een tumulus, dat eigenlijk grafheuvel betekent. We houden in dit artikel de naam ’hunebed’ aan omdat de vertrouwde Nederlandse benaming is. We hebben van te voren dit hunebed uitgezocht voor een bezoek omdat het een nogal afwijkende vorm heeft vergeleken met wat we in Nederland gewend zijn.

Figuur 2: Bord bij de tumulus Colombiers-sur-Seuilles

Kolossaal hunebed

Toen we er aan kwamen (zie bord in figuur 2), zagen we pas hoe ongelooflijk groot dit hunebed was. Het bestond uit een grote langwerpige dekheuvel van 60 meter lang en 10 meter breed (bron meetgegevens: Wikipedia). Het linkerdeel is naar schatting 5 meter hoog en het rechterdeel wat lager met halverwege het hunebed een relatief kleine kamer met een korte toegangsweg (zie figuur 3). Alleen het onderste gedeelte van de kamer is nog aanwezig, de overkapping met dekstenen is weg. De hunebedkamer moet op deze plek, toen de dekheuvel nog compleet was, een stuk hoger zijn geweest.

Figuur 3: De kamer in het hunebed

Het hunebed is gedateerd van 4000 tot 4500 jaar v. Chr. en zou volgens het informatiebord bij het hunebed het oudste stenen monument van Normandië zijn. Dat betekent dat het aanzienlijk ouder is dan de Nederlandse hunebedden die van 3350 tot 3050 v. Chr. gebouwd zijn. In de zijkanten van het hunebed zitten muurtjes van gestapelde stenen, soms vier lagen boven elkaar (zie figuur 4).

Figuur 4: Stenen muurtjes in de zijkant van het hunebed

Bij opgravingen vond men dat de aarden dekheuvel zorgvuldig is opgebouwd. Ze bleek gecompartimenteerd te zijn door stenen en houten scheidingswanden. Op de tekening op het informatiebord bij het hunebed zijn de compartimenten nog te zien (figuur 5).

Figuur 5: Compartimenten in de tumulus Colombiers-sur-Seulles met stenen (amas de terre et de pierres) en houten scheidingswanden (cloisons internes en bois)

Dit lange hunebed werd in 1825 voor het eerst opgegraven. De kamer van het hunebed (chambre funéraire) bevatte talrijke menselijke botten, waarvan vele half verbrand waren. Dankzij nieuwe opgravingen tussen 1969 en 1997 kon het hunebed worden gedateerd (bron: Wikipedia).

Energetische uitstraling

Voor de ingang van de hunebedkamer voel ik met mijn handen de metafysische energetische uitstraling van twee energieplekken op een halve meter en een hele meter afstand. Dan komt bij de ingang een drempelsteen (figuur 6) die een energieovergang markeert naar de intensere hunebedenergie.

Figuur 6: Ingang hunebed met duidelijk zichtbare drempelsteen

Een halve meter in de ingang zit een energiepunt. Dan volgen twee energiepunten in de kamer op een halve en een hele meter naar binnen toe. De kamer zelf bestaat uit staande stenen met daartussen muurtjes van stopstenen (zie figuur 7).

Figuur 7: Blik in de kamer van het hunebed met stopstenen tussen de staande stenen

Alle energiepunten hebben een doorsnede van circa een halve meter. Het zijn typisch energieplekken die gebruikt worden voor de spirituele functie van het hunebed als de priesters en priesteressen hier in trance gaan (zie het boek ‘Magische Stenen, korte verhalen uit de hunebedtijd’ waarin voorbeelden hiervan staan). Het hele hunebed is voelbaar energetisch, maar links en rechts van de kamer achter de staande stenen is het opvallend sterk. Waarschijnlijk wordt van beide kanten de centrale kamer energetisch opgeladen.

De overwinning

Ik ga op de rand van de hunebedkamer zitten en stel me in op een aura-reading van iets belangrijks wat ooit hier gebeurd is. Op een bepaald moment begin ik indrukken te krijgen. Ik hoor het geluid van trommels waar ritmisch op getrommeld wordt. Ik hoor stemmen en ook gejuich. Ik begrijp dat ze overwonnen hebben. Dan wordt een gevangene binnengeleid in de kamer. Hij zegt tegen de aanwezigen: “Ik bid u mij te sparen!” Maar de aanwezigen denken daar duidelijk anders over. “Niet doden en niet martelen” zegt de man, “ik kan u naar de plek brengen waar de wapens liggen begraven die u graag wilt!” De mannen in het hunebed zijn meteen gespitst op wat deze gevangene zegt. Die wapens willen ze wel hebben want dat zijn bijzondere krachtige wapens. “We willen die wapens wel hebben, maar daarna maken wij je af” zegt één van de mannen. “Als de wapens gepakt worden zoals ze nu zijn, rust er een vloek op” zegt de gevangene, “dan gaan jullie allemaal dood en zal de gemeenschap hier door ellende getroffen worden. De priesters van Alcezan hebben krachtige formules gebruikt om de wapens te beschermen”.

Geheime krachten

“Wat moeten we dan?” vraagt één van de mannen, “we kunnen jou beter dood maken”. De gevangene antwoordt: “Ik kan jullie naar de wapens brengen, maar dan moeten jullie me naar de priesters van Alcezan laten gaan om de vloek op te lossen!” “Hoe weten we of je je aan die afspraak houdt?” vraagt één van de mannen. “Als ik naar de priester ga en ze gaan de vloek oplossen, zal ik een vuur ontsteken met veel rook. Als jullie dat zien, weten jullie dat ik bezig ben, maar wacht dan met de wapens meenemen. Het oplossen van de vloek kost enkele dagen. Als je na drie dagen in de verte op de berg ‘Helerion’ een groot vuur ziet, mag je de wapens meenemen. Die mogen dan alleen gebruikt worden ter verdediging, anders keren ze zich tegen je.”

De mannen staan in dubio want ze kennen de verhalen over de geheime krachten van de priesters van Alcezan. “Als we met hem naar de wapens gaan” zegt één van de mannen, “dan hebben we die alvast. Als hij gelogen heeft kan onze priester een vloek over hem uitspreken!” Dat leek anderen ook een goed idee. De gevangene werd naar buiten gebracht, waar nog enkele andere gevangenen wachten. “Die moeten mee,” zei de gevangene, ‘ze zijn mijn escorte om me te beschermen tegen de rovers van ‘Abunde’ (een dorp van een stam verderop)”. De mannen moeten weer overleggen, maar het verzoek was reëel. De rovers van Abunde zwierven hier vaak rond en in je eentje had je weinig kans om het te overleven.

Op zoek naar de wapens

In optocht met een aantal gewapende krijgers gaan de gevangenen op pad. Het is een weg door het bos en langs rotsen die steil aflopen naar beneden, typisch voor die omgeving. De gevangene geeft aanwijzingen voor de weg. Gaandeweg wordt het pad een sluipweggetje door een bergachtig gebied. Sommige krijgers worden wat zenuwachtig en vragen zich af of dit wel goed gaat. Dan dalen ze af naar een wat lager gelegen gebied. De gevangene zegt dat ze nu heel stil moeten zijn, want hier wordt de tocht gevaarlijk. De gevangene wijst op een plek in een rotswand: “Hier moeten we naar toe” fluistert hij. Ze zien een grote steen voor de ingang van een grot liggen. Die steen moet eerst opzij gezet worden om naar binnen te kunnen. Dat is nog niet zo gemakkelijk. De steen is loodzwaar. Door dikke stokken als hefboom te gebruiken lukt het de steen wat te verschuiven. De gevangene zegt nogmaals dat ze heel stil moeten zijn, anders kunnen mensen in de buurt gealarmeerd worden. Uiteindelijk lukt het de steen zover op te schuiven dat een mens hierlangs in de grot kan kruipen.

In de grot

De gevangene moet er eerst doorheen als een test dat het daarachter veilig is. Maar met gebonden handen is dat moeilijk. Hij krijgt een touw om zijn nek geknoopt en zo kruipt hij over de steen de grot binnen. Twee krijgers komen nu ook mee de grot in. “De wapens liggen verderop in de grot” fluistert de gevangene. Maar ja, het is daar knap donker. “We moeten een vuur hebben” besluit één van de krijgers, “anders zien we niets”. “Je mag geen rook maken,” zegt de gevangene, “anders worden we gezien”. “Het kan niet anders” zegt één van de krijgers, “het is aardedonker verderop.”

“Laat mij maar vooruit gaan” zegt de gevangene, ‘dan kijk ik of ik jullie een wapen kan brengen.” ”Maar dan moeten we het touw losmaken!” zegt één van de krijgers, half verbaasd en verontwaardigd. “Dan moeten we toch het donker ingaan” zegt de gevangene berustend. Maar nu worden de krijgers wat onrustig. Je ziet daar immers geen hand voor ogen! En ze zijn ooit wel eens iemand in een grot kwijtgeraakt, die nooit meer terug is gekomen. “We laten je los” zegt één van de krijgers, “maar als je ons bedriegt, zullen we je weten te vinden.” ”Natuurlijk,” zegt de gevangene, “ik kom jullie straks een wapen brengen.” Ze maken het touw om zijn nek los en laten hem dieper de grot ingaan. “Het is nog een heel eind door de grot” roept de gevangene, “maar ik zal de wapens vinden!”

Wachten op de terugkeer

Ze horen hem verder lopen de grot in en langzamerhand wordt het stil. De mannen besluiten buiten de grot te wachten totdat hij terug komt. Ze wachten een lange tijd, maar ze zien noch horen de gevangene terug komen. Het begint schemerig te worden en de krijgers weten dat dit gevaarlijk gebied is waar hun stam niet meer de baas is. Uiteindelijk besluiten ze terug te gaan en de ingang van de grot weer te sluiten zodat de gevangene niet kan ontsnappen. De volgende dag kunnen ze dan nog een keer gaan kijken. Met de andere gevangenen gaan ze terug. Ze bedreigen die onderweg: “Als jullie man ons bedrogen heeft, zullen we je weten aan te pakken!” De gevangenen kijken angstig voor zich uit, ze zijn hun leven niet zeker.

De overval

Een eind verderop als ze over een smal bebost bergpad langs een steile helling lopen, gebeurt er iets vreemds. Pijlen vliegen door de lucht en een paar krijgers worden geraakt. Angstaanjagende geluiden komen uit de struiken en de leider van de groep wordt door een speer getroffen. De wapens die ze zo graag wilden hebben, komen op een onverwachte manier naar hen toe! De krijgers duiken weg om de pijlen te ontwijken, pijlen die dodelijk kunnen zijn. Ze laten hun gevangenen achter en slepen twee gewonden mee. Daarbij wordt nog een krijger in zijn rug getroffen door een bijl die naar hem toegeworpen wordt. De krijgers vluchten weg en zo snel als de aanval begonnen is, houdt die weer op. Met hun gewonden gaan ze vlug naar hun dorp terug. De achtergelaten gevangenen worden snel bevrijd door de vijandige krijgers die weer in de bosjes verdwijnen.

Terug in het dorp

De teruggekeerde krijgers vertellen thuis over de onverwachte overval van waarschijnlijk een roversbende. De gevangenen zijn ze daardoor kwijt geraakt en ze hebben niet de begeerde wapens te pakken gekregen. De priester van het hunebed heeft wel door hoe het zit: de mannen zijn door de gevangene om te tuin geleid!

Wat is met de gevangene gebeurd?

Maar wat is met de gevangene in de grot gebeurd? Als het touw om zijn nek eraf is, gaat hij dieper de grot in en maakt extra geluiden om de krijgers te laten denken dat hij heel diep de grot ingaat. Maar al vrij snel weet hij een zijgang te bereiken die hij kent. Hij loopt daar doorheen en komt bij een uitgang terecht. Hij loopt naar buiten en gaat zo snel mogelijk het bos in naar de krijgers van zijn stam. Hij overlegt snel met ze, waarna een aantal krijgers een strijdgroep vormt en op pad gaat. Zij lopen naar het stuk bos op de berghelling waar ze een hinderlaag opzetten voor de krijgers van de andere stam. Het doel is bevrijding van hun stamgenoten. En dat lukt hen dus!

Terugblik op de grootte van het hunebed

Terugblikkend op de grootte van het hunebed herinnerde ik me het langgraf bij Emmen, genummerd D43. Een enorm langgerekt megalithisch complex van 40 meter lang en 7 meter breed met maar liefst twee aparte hunebedden erin. Ook dit was groot terwijl de hunebedden maar een klein gedeelte van het complex uitmaakten. Zonder de stenen die rondom het 40 meter lange complex staan, zouden de hunebedden niet krachtig zijn, maar met de stenen waren ze dat wel. Zo was het ook bij de tumulus Colombiers-sur-Seulles. Zonder de grote heuvels met de stenen aan weerskanten zou het hunebed energetisch niet krachtig genoeg zijn om zijn functie voor de priesters te kunnen uitoefenen. Aan de zijkant van de heuvel staan twee stenen die oorspronkelijk niet thuishoren op die plek want ze zitten niet op een energieplek zoals de andere stenen (figuur 8).

Figuur 8: Restanten van dekstenen?

Mogelijk zijn het twee dekstenen van de hunebedkamer of restanten daarvan.

Grafkamer of spirituele krachtplek?

De menselijke botten gevonden in de hunebedkamer kunnen het vermoeden versterken dat het hier een grafmonument betreft. De aura-reading van dit hunebed laat zien dat dat niet zo is. Het energetische karakter van het hunebed, die een grote kennis van de bouwers vereiste op het gebied van ontdekken, kanaliseren en richten van metafysische energie, is daar niet mee in overeenstemming. Ze wijzen meer in de richting van een spirituele krachtplek waar priesters en priesteressen in trance konden gaan om contact te maken met hun goden (spirituele gidsen). Bij een aura-reading van een groot Deens hunebed, Troldstuerne, waar ooit menselijke botten gevonden waren, bleek het om een massaslachting te gaan van de plaatselijke bevolking door een binnenvallende strijdgroep. Oorspronkelijk was het gebouwd als een hunebed waar priesteressen actief waren.

Informatie

Meer verhalen over het verleden van hunebedden die door middel van aura-reading zijn verkregen, zijn te vinden in deze rubriek ‘Mijnhunebed’ van het Hunebedcentrum te Borger en op de website van het KoendalinieNetwerk. Daar staat ook wat een aura-reading is. In het boek ‘Magische stenen, korte verhalen uit de hunebedtijd’ staan meer verslagen van aura-readingen van hunebedden en wordt ingegaan op de mogelijkheden de spirituele functie ervan wetenschappelijk nader te onderzoeken. Wil je testen in hoeverre je een goed beeld hebt van de oorspronkelijke functie van hunebedden zoals die in de aura-readingen naar voren is gekomen?  Dan kan je meedoen aan de Hunebedquiz. Veel succes ermee!

Vorig artikelDevil and angel, megaliths in the Netherlands
Volgend artikelPROLOOG Op zoek naar de verloren vader – hoofdstuk 2

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.