DE VOORBEREIDING – Hoofdstuk 8

1
225
De verloren vader

Een tocht naar het noorden, naar mijn vader, dat durfde ik wel aan, maar de plannen van Lucius en de families om hem heen waren veel vergaander. Dat vroeg voorbereiding, tenminste, zo keek ik er tegenaan. Lucius had niets te verliezen. Ik wel. Ik had de kennis van mijn stiefvader Jochanan nodig om de zaak uit te werken. Met Felix en Marcus aan mijn zijde, nam ik voor een onbepaalde tijd afscheid van Lucius, Wolte en al mijn dierbaren daar aan de andere kant van de Rijn. Ik zou proberen zo snel mogelijk alles te regelen en te weten wat nodig was, maar niemand kon me vertellen hoeveel tijd daar voor nodig was.

Ik zal u niet vermoeien met onbelangrijke details over de terugreis naar de villa, het landhuis van Jochanan en mijn stiefmoeder. Met Jochanan ging het goed. Met stiefmoeder niet. Dat maakte dat ik ook wat langer bleef. Haar slechte gezondheid gaf zorgen. Ik zou niet enige weken, maar met zekerheid enige maanden weg kunnen zijn, als ik al ooit terug zou keren, en wilde niet de kans lopen dat ze bij mijn terugkomst overleden zou zijn. Ook haar negativisme ten aanzien van mijn speurtocht werkte remmend. Ze voelde zich zo vernederd door “die slaaf”, mijn vader Eber, die haar ‘alles’ afgenomen zou hebben, wat dat dan ook maar was, dat ze er alles voor over had om mij thuis te houden. Voor mij was “die slaaf” door alles wat ik van hem vernomen had, uitgegroeid tot een obsessie, met een halfgod als middelpunt. Althans zo voelde het. Mijn moeder stierf een toch nog vrij plotselinge dood, in het voorjaar. Ik ben de hele winter op de ouderlijke villa geweest. Stiefouderlijke villa. Al dat verwarrende gedoe met al die ouder smaakt mijn verhaal er niet makkelijker op. Eber is mijn vader, Jochanan mijn stiefvader, maar wel een goeie man die ik dankbaar ben voor alles wat hij mij leerde. En mijn stiefmoeder, ach laat maar.

Jochanan zocht via bodes en brieven contact met familieleden en kennissen in Noviomagus, om te kijken of het nuttige en het aangename verenigd konden worden. De laatste brieven werden meegegeven op het moment dat Jochanan op het land was. Ze lagen klaar. Mijn stiefmoeder drukte een eigen brief tussen de papieren, zo bleek later, veel later. Op Jochanans brieven kwamen op ongeregelde tijden reacties. Zo hoorde hij van de handelstochten naar het noorden, ten tijde van de zogenaamde Lottingen. Ik zou me bij die handelaren aan kunnen sluiten. De oude Wolte moest opgehaald worden, zo dacht Johanan. Stuur gewoon Felix en Marcus naar hem toe. Dan komen die knechten terug met een oude man, twee extra paarden en een os. Ja, Wolte zou wel meewerken. Wolte had vast al zijn bezittingen omgeruild voor vee. Hij bood mij dan de os en een paard aan als vergoeding voor alle moeite die hij mij al gekost had en mij nog zou kosten voor ik hem veilig en wel terug had op zijn geboortegrond. Aanvankelijk aarzelde ik. Hij merkte dat. Ik moest het gewoon aannemen, want hij zou niet weer terugkeren en in Drenthe ook niets aan zijn bezittingen hebben. Hij ging naar huis om te sterven. Hij was oud en versleten, maar wilde zijn laatste krachten in de reis steken. Zo zou het gaan, dacht Johanan. “Maar vader”, zei ik, “we gaan Wolte niet naar zijn geboortegrond brengen. We gaan met een hele stam! En ze blijven, de stam komt niet terug! De Tencteri van over de Rijn zoeken heil bij hun familie ten noorden van de noordelijkste Rijnlanden…..”

Lucius voelde zich zo bedreigd door de druk die de stammen aan zijn kant van de Rijn op zijn familie zetten, dat hij de verwachting had dat hij in een strijd tussen deze stammen en de Romeinen vermorzeld zou gaan worden. Dat wilde hij de families om hem heen niet aandoen. Er was al druk gesproken over vertrekken. Sommigen wilden blijven. Een 70-tal mensen was ervan overtuigd dat de gang naar het noorden, zoals de Tencteri al eerder hadden gedaan, de beste oplossing was. De kinderen gingen mee. Wat ouderen, veel jongeren, enkele kleintjes, samen z’’n 85 mensen. Aansluiting zoeken bij de stammen in het noorden, waar Eber woonde, waar de ‘oude’ trek naar het noorden zich vast had gevestigd. Hoe pak je dat aan, hoe voorkom je dat je door de Romeinen terug wordt gestuurd, dat ze je verdenken van een overval op hun kamp, of door hen tot slaaf wordt gemaakt; hoe voorkom je dat ze je als bedreiging zien en gewoon afmaken? Vader Jochanan kreeg nieuwe berichten binnen. Hij had contact met andere handelaren in Bonna, magistraten, centurions, alles in een vertrouwelijke sfeer. Hij bleek een grote handelsexpeditie op te zetten. Groter dan gewoon. Een handelsexpeditie waarbij meer dan 70 mensen een rol konden spelen. Er werden brieven verzonden en verklaringen ontvangen, om deze handelsexpeditie doorgang te verlenen. Deels waren we op papier handelaren. Deels voormalige soldaten, die hun tijd hadden uitgediend, en met concubines en kinderen naar hun moederland wilden. Deels waren we aan de groep toegevoegde beveiligers. Zo konden krijgers van de Tencteri zich voordoen als Auxilliary, Romeinse hulptroepen, en zonder problemen hun wapens meenemen naar het noorden. Als het op papier maar klopte, tot in de officiële ontslagstukken van de voormalige soldaten aan toe, als het maar veilig leek voor de Romeinen. We moesten wel. Onze route moest door Romeins gebied gaan, want een omtrekkende beweging over de oostkant van de Rijnoever zat er niet in. De daar verblijvende stammen en de druk opvoerende krijgers uit het oosten zouden ons nooit vertrouwen.

Toen Jochanan en ik afscheid namen, in het eerder genoemde voorjaar, was het een afscheid voor altijd, zei hij. Tenminste, dat verwachtte hij. Hij zei trots op me te zijn. Trotser had hij niet kunnen zijn op een eigen zoon, en als die eigen zoon, zo had hij me altijd gezien. Ik sprak uit dat ik alle hoop had dat ik nog weer van me kon laten horen, maar besefte dat Jochanan gelijk kon hebben. Het zou waarschijnlijk een afscheid voor het leven zijn. Jochanan stuurde ook enkele compagnons van hem mee. Er werden wat oude Romeinse schepen gekocht en Lucius had ook nog twee drijvende schuiten liggen. Het afscheid was aan de oever van de Rijn. Het moment waarop we stroomopwaarts voeren, richting Lucius, richting verbrande vlakte, en de aanlegplaats in het riviertje daar achter.

Een nog veel groter afscheid volgde enige weken later. Van de Tencteri in het oude stamland was niet veel meer over, op het moment dat we met alle schepen naar het noorden vertrokken. De voorgaande uittochten, de strafexpeditie van de Romeinen, de mensen die niet terugkwamen na ontmoetingen met de krijgers uit het oosten, het had er allemaal flink ingeslagen. Iedereen had zijn eigen redenen om te bljven waar ze waren, of toch mee te gaan. Sommigen overwogen om wel te gaan, maar dan gewoon naar de andere kant van de Rijnoever, en daar te gaan werken op een Romeinse buitenplaats. Dan waren er de ouderen, voor wie de grond en de omgeving zo vertrouwd waren, dat ze echt niet en nooit weg wilden. Daar, bij hun oude dorp, daar wilden ze sterven.

Ik had het te druk met alles, om mij echt met dat afscheid van die omgeving bezig te houden. Alles wat mij dierbaar was ging mee. Ik was weer Quintus van Bonna, Ben Jochanan, de Romeinse handelaar. Ik zorgde voor de selectie van alles wat ik kopen kon, als zogenaamde handelswaar, maar feitelijk voor materiaal om een nieuwe samenleving te kunnen opzetten. Niet iedereen in het noorden zou blij zijn met al die nieuwkomers. We moesten wat hebben waar we ze blij mee konden máken. Ook onderweg zou nog volop gekocht kunnen worden. Zo staken we van wal. De Rijn op. Vijf schepen vol mensen, dieren, op weg naar een totaal nieuw bestaan. Mijn alfbroer Lucius, zijn vrouw, de oude Wolte, zelfs zijn Velediaanse priesteres ging mee. Felix, Marcus, en andere mensen uit mijn wereld, en een deel van de hunne, bleven achter. We werden uitgewuifd toen we ons lieten meedrijven op de stroom van de Rijn. Vaarwel, land van mijn voorouders. Vaarwel, land van de Tencteri. We gaan naar het nieuwe land van de Tencteri. We gaan naar mijn vader Eber.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.