De verloren vader

Wat zeiden we ook al weer van Eber? Hij leeft zijn rustige leventje als wijs oud man in zijn hoeve in het veen. Daar, op de rand van het gebied waar de hoeven van het oude diepje staan. Hij woont er samen met Hilde, de eeuwig jong lijkende Hilde, die nu ook al op leeftijd moet zijn. Dan is er nog Akke, hun dochter, en Jonge Garm, hun zoon. Verderop, bij het oude diep, daar staan enkele hoeves bij elkaar. Daar woont de rest van de nabije familie, met de families van de dienende onvrijen. Voor ons zijn de broers Witte Maante en Rooie Bernt van belang. Ze zijn neven van Eber. Bij hen in de hoeves woont Irmin, een voorkind van Witte Maante. Het is een open, levenslustig en extravert kind, met een sterke persoonlijkheid, en de kracht mensen voor zich te winnen. Ze groeit op tot een vrouw. Maar dat is achteraf gepraat. We kijken terug naar het moment dat hij terug is gekeerd uit slavernij.

Eigenlijk is het min of meer vanzelf gegaan. Hilde kon na zoveel jaar de boer gespeeld te hebben, het werk niet meer aan een man overlaten. Haar bemoeienis met alles wat er op de hoeves aan het oude diep gebeurde, begon te irriteren toen Eber terug was. Eber had eigenlijk helemaal geen zin meer in het boerenwerk. Hij was vaak afwezig, letterlijk en figuurlijk. Daar kwam nog bij dat zijn rol als leider en wijze raadsman zoveel tijd vergde, dat hij er ook niet echt aan toe kwam.

Jonge Garm ving het werk op wat hij al dan niet noodgedwongen liet liggen. Jonge Garm groeide door deze rol, want het maakte hem tot de man die hij graag wilde zijn: een waardig opvolger van zijn vader. Zijn vrouw uit het zuiden wist al snel wat ze moest doen op hun boerderij. Wat een zegen, deze vruchtbare grond en al dat water, vergeleken met de droge grond waar ze als meisje op had moeten leven. Hilde kon er moeilijk mee omgaan, dat ze een leidende rol van haar overnam. Niet als de priesteres van de stam, maar wel als de leidende boerin. Na één seizoen ruziemaken en teleurgesteld raken, na de hartverwarmende terugkeer, besloten Eber en Hilde de boerderij  en de leiding over de andere hoeves aan Jonge Garm en zijn mooie sterke Negia over te laten. De vrede keerde terug, iedereen was elkaar weer dierbaar.

Een jaar na zijn terugkeer voltooide Eber een kleine hoeve in het veen, op de zandkop waar zijn vorige hoeve gestaan had. De pacht van de drie andere hoeves en het kleine beetje dat de akkertjes op de zandkop opleverden moesten voldoende zijn voor twee oude mensen. De stamleden en raadverlangende boeren, de mensen die van hem een uitspraak verwachtten in geschillen, ze zouden blijven komen, en zouden ook wat van de oogst, wat vlees of wat anders meenemen. Ze zouden zich goed weten te redden.

Oude mensen? Hilde was naar mensenjaren gerekend de jongste niet meer, maar waar was dat aan te merken? Het leek of de tijd stil had gestaan. Zelfs haar haar wilde maar niet wit worden. Toen ze terugkeerden naar de zandkop, was Hildes buik aan het groeien. Er trappelde iemand van plezier, die eerste nacht dat Eber en Hilde samen aan het vuur lagen. Een voetje drukte haar buik omhoog. Het meisje kreeg bij de geboorte de naam ’Alba’ mee, omdat ze zo bleek was. Ze deed naar naam eer aan, toen ze opgroeide. Ze kreeg vuurrood haar en hield een hele lichte huid, die slecht over de zon kon. Ebers oudste dochter Akke hielp bij de bevalling. Ze had het druk, ook Negia stond op het punt te bevallen. Dat werd ook een prachtige dochter, in alles het tegenbeeld van Alba, want haar mooie bruine huid en donker haar stak af bij dat van Alba, of moeten we het andersom zeggen? Alba viel extra op met haar lichte huid door de bruine schoonheid van de dochter van Jonge Garm? Het werden vriendinnen voor het leven. We vergeten echter nog het wonder van die ene bevalling. De bevalling van Hilde. Akke was al vertrokken naar Negia, toen Hilde’s buik nog niet tot rust was gekomen. Ze beviel van een tweede kind. Ze was zwanger geweest van een tweeling. Ook dit kind had een bleke huid en vuurrrood haar. Het was een jongen. Een heel rustig kind zou het worden. Een dromer. Hij zou Maante gaan heten. Vanwege zijn haar, en om in de verhalen rond de haardvuren de familieleden uit elkaar te houden, werd hij Rooie Maante genoemd.

Daar, in het veen, had Eber zijn gelukkigste dagen doorgebracht. Daar wilde hij ook zijn laatste dagen slijten. Alba groeide gedeeltelijk op bij hem en Hilde, en gedeeltelijk bij Jonge Garm en Negia. Als Eber op zijn zoveelste paard de hoeves afreed, voor inspectie, wijze raad en het beslissen in onderlinge misverstanden, kon het gebeuren dat Hilde met Akke hun eigen rondgang hadden langs de vrouwen van de families. Dan was het voor Alba en haar nichtje een tijd van groot plezier, als ze daar weer een tijdje mocht wonen. Alba ontwikkelde zich op haar eigen wijze. Ze werd was al rond haar elfde jaar een ervaren jager en wist raad met vallen zetten en visnetten. Ze vulde zo de wintervoorraad aan en zorgde de rest van het jaar voor een extraatje. Meestal was ze samen op pad met haar nichtje, wat hen de bijnaam ‘Ymir’, de tweeling, opleverde. Rooie Maante, Alba’s tweelingbroer, zag het aan, en leek zich er niet zo voor te interesseren. Hij was vooral bezig met het vee. Hij leek met dieren te praten, met de koeien, de schapen, de varkens. Hij was een herder in al zijn vezels en al zijn gedrag.

Verder bleven ook de mensen uit de wijde omgeving komen naar Ebers hoeve in het veen. Als de maan vol was, deed Eber een rondgang, als de maan weg was, was hij thuis. En dan wisten ze hem te vinden. De zoon van de Grote Moeder was terug. Zo ging zijn naam en faam door de bossen, over de velden, over de tong en door de oren van de mensen tot in de verste verten. Te pas en te onpas vroegen ze zijn raad. Zelfs als hij als antwoord wat mompelde om van ze af te komen, waren ze hem dankbaar. Want hoe moest hij alles weten? De mensen wogen zijn woorden keer op keer tot er een voor ieder bevredigende uitleg aan gegeven kon worden. Zo was iedereen weer gelukkig. Het kwam maar zelden voor, dat er geen slapers waren, zo vaak hadden de stamgenoten hem nodig. Of waren er nu zo véél stamgenoten die hem zo nu en dan raadpleegden? Veel maakte het Eber en Hilde niet uit. De mensen brachten hun eigen eten mee, lieten vaak uit dankbaarheid ook nog wat achter, en hielden hen op de hoogte van wat er her en der gebeurde.

Vorig artikelActiviteiten georganiseerd door Het Drentse Landschap
Volgend artikelGal Messa, a dolmen in Padavigampola, Sri Lanka

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.