Jan Pruntel en zijn zwerfsteencollectie

0
436
010 In Spannenburg in Friesland mocht Jan Pruntel samen met zijn maatje Wouter Schothorst een schatkamer vol zwerfstenen doorpluizen. De stenen waren bij baggerwerkzaamheden van het Prinses Margrietkanaal tevoorschijn gekomen. Op de foto twee rhombenporfieren, zwerfstenen uit het Oslo-gebied in Zuid-Noorwegen.

Veel mensen zoeken stenen. De een zoekt vooral mooie stenen om te slijpen, de ander is vooral op fossielen gericht. Daarnaast heb je amateurgeologen die gidsgesteenten verzamelen. Zij richten zich op zwerfstenen waarvan de herkomst in Scandinavië bekend is.

Namen als P. van der Lijn, J.B. Bernink, L.B. Bos en K. van der Kleij zijn bekende klanken in de zwerfsteenwereld. In de eerste helft van de vorige eeuw hebben deze mannen veel gedaan om zwerfstenen onder de aandacht van het publiek te brengen. In een moeilijke tijd met weinig mogelijkheden publiceerden ze enkele boeken waarin vondsten van zwerfstenen en zwerfsteenfossielen werden beschreven en afgebeeld. Daarnaast determineerden ze stenen en fossielen, gaven lessen aan scholieren, hielden veel lezingen en excursies. Vormen, kleuren en bijzonderheden van zwerfstenen werden zo onder de aandacht gebracht.

001Pieter van der Lijn (1870-1964) was de nestor onder de zwerfsteenliefhebbers. Hij schreef tal van publicaties over grindstenen, fossielen en noordelijke zwerfstenen.
002 In 1923 verscheen het Keienboek van Van der Lijn. In de jaren daarna volgden tal van herdrukken.

Van der Lijn was een generalist op zwerfsteengebied. Om het even of het grindstenen van Maas en Rijn waren, of fossiele schelpen uit oude zee-afzettingen, hij schreef er prachtig over. Dit alles leidde in 1923 tot de uitgave van het Keienboek. In de jaren daarna zou het keienboek nog vele herdrukken beleven. Bernink was directeur van het bekende museum Natura Docet in Denekamp, terwijl Van der Kleij zijn bekendheid onder verzamelaars ontleende aan zijn boek over Noordelijke gidsgesteenten. Zijn boek was destijds een topper vanwege de vele foto’s, die toen nog in zwart-wit afgedrukt werden. Van de Kleij verzamelde zijn stenen meest in Zuidwest-Drenthe. Vooral de omgeving van Echten en Linde leverde in die tijd veel bijzondere vondsten.

Ook L.B. Bos was een verzamelaar in hart en nieren. Hij was onderwijzer in Friesland, die zijn passie voor zwerfstenen en zwerfsteenfossielen op een aantrekkelijke wijze etaleerde. Zijn zoektochten met leerlingen zijn legendarisch en bij velen nog in het geheugen gegrift. Zoeken deed men toen voornamelijk per fiets, waarbij vele kilometers onder de wielen werden weggereden. Meester Bos deed dat met leerlingen. Voor hem had dit een bijkomend voordeel. Stenen die Bos interessant vond – en dat waren er vele – konden verdeeld over de fietsen zo makkelijk meegenomen worden. Veel van zijn leerlingen raakten enthousiast voor geologie, stenen en fossielen. Dit resulteerde jaren later in een aantal prachtige zwerfsteencollecties, die gelukkig bewaard zijn gebleven.

Bijzonder is dat het enthousiasme van Bos aanleiding was dat tal van mensen in Friesland, meer nog dan in Drenthe en Groningen, zich beziggingen houden met de zwerfsteengeologie. Ruilverkavelingen, graafwerkzaamheden en vooral het uitbaggeren van sloten leverden in de loop van de tijd tal van fraaie zwerfstenen op. Vooral kristallijne gidsgesteenten hadden hun belangstelling. Mensen als Veenstra, Heidstra, Faber, Jager, De Jong en Hofstee stelden in de loop van de tijd indrukwekkende verzamelingen samen. Door een toevallige samenloop en door van elkaar te leren waren deze verzamelaars in staat om hun zwerfstenen zelf te zagen en te polijsten., wat de aantrekkelijkheid van zwerfstenen en hun collecties alleen maar groter maakte.

005 Jan Veenstra uit Veenwouden vormden samen met zijn vriend Hendrik Heidstra een koppel stenenzoekers, die beiden prachtige zwerfsteenverzamelingen hebben aangelegd. De collecties zijn ondergebracht in het IJstijdenmuseum in Buitenpost (Fr.)

Jan Pruntel

In het rijtje amateur-geologen/zwerfsteenzoekers ontbreekt nog een persoon. Ik doel op Jan Pruntel. Hij woonde in Havelte en genoot bekendheid als raadslid van de PVDA in de gemeente Westerveld. Zijn plotselinge overlijden op 65-jarige leeftijd in 2017 kwam veel te vroeg.

Jan Pruntel

Op de bovenverdieping van zijn huis in Havelte had Jan een ruime stenenkamer met veel licht. Hier bewaarde hij zijn collectie noordelijke zwerfstenen. Die verzamelde hij vooral in de omgeving van zijn woonplaats, maar bracht hem ook vaak naar Friesland.

Zijn finest hours beleefde Pruntel in Spannenburg. Samen met zijn zoekvriend Wouter Schothorst hadden zij toestemming om een enorme hoeveelheid zwerfstenen te doorzoeken, die bij het uitbaggeren van het Prinses Margrietkanaal tevoorschijn waren gekomen. Naar schatting ging een kleine 400 ton zwerfstenen door hun handen. Uit deze hoop gletsjerkeien verhuisde menige zwerfsteen naar Havelte, waar de meeste gezaagd en gepolijst werden. Hoe hij dit deed, staat op zijn website beschreven. Het voordeel van de opgebaggerde stenen was, dat deze na een schoonmaakbeurt fraai van kleur waren.

De zwerfstenen werden overzichtelijk naar herkomst in kasten en op legplanken uitgestald. De keien met hun gepolijste oppervlak zijn door kleur en verschillen in structuur een lust voor het oog. Toen ik in Havelte was, wreef ik hier en daar als een fetisjist met mijn handen over de gladde oppervlakken. Zwerfstenen die óf te groot óf te mooi waren om door te zagen, bleven zoals ze waren. Al zijn stenen zagen er fraai uit en waren prachtig schoon. Dit maakte het herkennen en op naam brengen van de stenen makkelijker.

007 Bruine Oostzeeporfier. Beide zwerfstenen zijn door Jan Pruntel in Havelte gevonden en door hem gezaagd en gepolijst. Hoe hij hierbij tewerk ging, valt op zijn website te lezen.

De zorg waarop Jan Pruntel verzamelde zag je terug in de manier waarop hij zijn collectie beheerde en registreerde. Behalve verzamelen en determineren, fotografeerde hij al zijn stenen. Samen met vondstgegevens, afmeting, aangevuld met een beschrijving van de bewuste steen, stelde hij hiermee fotoboeken samen. Deze wijze van registratie maakt zijn verzameling ook zo waardevol. Om het verhaal compleet te maken, ontwikkelde Pruntel ook een website over noordelijke zwerfstenen. Ondanks zijn overlijden in 2017 is de website tot op de dag van vandaag op het internet te raadplegen (https://jpruntel.home.xs4all.nl/). De zwerfsteenbeschrijvingen op de site zijn een kopie van de beschrijving op de fotobladen.

008 Samen met zijn fotoalbums ontwikkelde Jan Pruntel ook een uitgebreide website over noordelijke zwerfstenen. De website is nog steeds op internet te raadplegen.
009 Zowel in zijn fotoalbums als op de website zijn de zwerfstenen overzichtelijk gerangschikt. De stenenfoto’s worden vergezeld door een beschrijving en uiteraard vindplaats.

Geologisch erfgoed

De een vroeger, de ander later, ook zwerfsteenverzamelaars zijn mensen en raken op een gegeven moment uit de tijd. Vaak ontstaat dan een probleem. De nabestaanden worden ongewild geconfronteerd of erger nog opgezadeld met een vaak grote nalatenschap aan zwerfstenen, boeken en parafernalia. Een levende verzameling wordt op zo’n moment een dode collectie. Wat daarmee te doen?Het komt weinig voor dat de nabestaanden zo’n zwerfsteencollectie zelf gaan beheren, en ‘levend’ houden. In sommige gevallen wordt voor een container gekozen, als voor de keien geen bestemming te vinden is. Of ze slijten hun leven verder in tuinen, rond vijvers of er wordt een paadje van aangelegd. Ik noem maar iets.

010 In Spannenburg in Friesland mocht Jan Pruntel samen met zijn maatje Wouter Schothorst een schatkamer vol zwerfstenen doorpluizen. De stenen waren bij baggerwerkzaamheden van het Prinses Margrietkanaal tevoorschijn gekomen. Op de foto twee rhombenporfieren, zwerfstenen uit het Oslo-gebied in Zuid-Noorwegen.

De stenenkamer en de uitgebreide collectie van Jan Pruntel is na het overlijden van Jan door zijn echtgenote jarenlang in ere gehouden. Tot eind vorig jaar. Toen werd besloten om de collectie een andere bestemming te geven. Of het nu fossielen of gewone zwerfstenen zijn, collecties die een eenheid vormen omdat deze in een beperkt geografisch gebied zijn verzameld, hebben een meerwaarde, vooral als de registratie op orde is. De zwerfsteencollectie van Jan

Pruntel voldoet daaraan en is daarom te beschouwen als Nederlands geologisch erfgoed. Ook in de omgeving van Havelte zijn de vondstmogelijkheden zo veranderd en verschraald, dat een vergelijkbare stenenverzameling nooit meer samengesteld kan worden. Het klinkt sommigen wellicht zwaar in de oren, maar het verloren gaan of bewust vernietigen van een dergelijke verzameling zou een vorm van barbarisme zijn. Dit laatste is jammer genoeg al te vaak gebeurd. Toen het Hunebedcentrum de vraag werd voorgelegd om de zwerfsteencollectie van Jan Pruntel in beheer over te nemen, was het antwoord bevestigend. Zo’n belangrijke collectie zwerfstenen verdient het om bewaard te blijven, ook al betekent dit dat de stenen, voorlopig althans, in opslag gaan. Dit laatste gebeurt al sinds jaar en dag met vondstmateriaal dat bij archeologische opgravingen tevoorschijn komt. Het merendeel van de zwerfstenen is in de Saale-ijstijd, zo’n 155.000 jaar geleden door gletsjerijs uit verschillende delen van Scandinavië door het gletsjerijs naar ons land vervoerd.  De stenen vertellen verhalen over gebergtevorming, vulkanisme en aardbevingen, onvoorstelbaar lang geleden en zijn stuk voor stuk te beschouwen als de stille getuigen van deze gebeurtenissen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.