Nieuwe inzichten dieet van neolithische bewoners in Nederland

0
624
Beeld: ©RCE / NAR77 Versteende uitwerpselen (coprolieten) uit de Nieuwe Steentijd

Onlangs is in museum Batavialand het eerste exemplaar van het boek Neolithic Human Diet uitgereikt aan Michiel Rijsberman, gedeputeerde Kunst & Cultuur van de provincie Flevoland door Arjan de Zeeuw, directeur Kennis & Advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 

Een heel directe manier om te kijken naar het dieet van mensen is het onderzoeken van hun uitwerpselen. Ook wel coprolieten genoemd. Bij het opgraven van vindplaatsen zijn, in voornamelijk de provincie Flevoland, versteende uitwerpselen gevonden van mensen die behoorden tot de Swifterbantcultuur uit de Nieuwe Steentijd (neolithicum) zo’n 6500 jaar geleden.

Internationale samenwerking

Een internationaal team van onderzoekers van universiteiten en bedrijven uit Nederland, Groot-Brittannië en Spanje, heeft onder leiding van BIAX Consult de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan naar de coprolieten. De specialisten gebruikten een combinatie van bekende en nieuwe, experimentele technieken. Ze stonden voor een heel simpele vraag“Wat aten zij?” Meestal moeten archeologen afgaan op indirecte aanwijzingen: gereedschappen, kookpotten, botten, afval van voedselbereidingen. Altijd dingen die nou juist niet werden opgegeten. Met dit onderzoek was het dit keer mogelijk om te kijken naar de dingen die wél werden gegeten – en die daarbuiten geen archeologische sporen nalieten.

Visbotjes

De resultaten van het onderzoek geven ongekend nieuwe inzichten in het dieet van de neolithische bewoners van Nederland en de hygiënische omstandigheden waarin zij leefden. Verrassend waren verschillende planten waarvan blaadjes en zaadjes werden geïdentificeerd in de uitwerpselen. Dit is zeer bijzonder, omdat die archeologische vaak slecht bewaard blijven. Er zaten – naast bekende voedselplanten als wilde appel, ook veel zaden van de witte waterlelie bij, en blaadjes van de maretak en varkensgras. Daarnaast is het opvallend dat in iedere drol wel kleine visbotjes zitten. Het lijkt wel of dergelijke kleine visjes in de lente in grote aantallen werden gevangen en dan in potten gekookt. Een andere opvallende uitkomst van het onderzoek is dat er veel (verschillende) darmparasieten zijn aangetroffen in de drollen. De mensen van de Swifterbantcultuur hebben waarschijnlijk behoorlijk te lijden gehad van die infecties. De blaadjes van varkensgras en andere kruidachtige planten werden mogelijk als een soort medicijn gebruikt tegen dit soort parasieten.

Programma Kennis voor Archeologie

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het programma Kennis voor Archeologie (2018-2021) in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Dit artikel is afkomstig van de website cultureelerfgoed.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.