De holenbeer – Ursus spelaeus

0
788
Holenbeer

Ursus spelaeus, beter bekend als de holenbeer, is veruit een van de meest bekende pleistocene zoogdieren in het fossielenbestand uit Europa, vooral dankzij zijn gedrag om in grotten te verblijven. Het grote aantal fossielen van holenberen in grotten wijst er sterk op dat deze beer regelmatig in grotten verbleef, misschien om uit te rusten na het foerageren. De beren die wij vandaag de dag kennen, komen daarentegen alleen in grotten tijdens de winterslaap en slapen buiten tijdens de warmere maanden. Het enorme aantal fossielen van Ursus spelaeus in bepaalde grotten heeft ook geleid tot de theorie dat deze beren in sociale groepen leefden, hoewel diepgaande studie van de lagen en datering heeft aangetoond dat de overblijfselen van individuele beren zijn die zich in de loop van het Pleistoceen hebben opgebouwd. Bijzonder is dat intussen vast is komen te staan dat holenberen planteneters waren.

Holenbeer Foto Sergiodlarosa, CC BY-SA 3.0 http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/, via Wikimedia Commons


Zoals te verwachten was, kwamen holenberen het meest voor in gebieden met grote hoeveelheden grotten, vooral kalksteen met grotten die in de loop van lange tijd door het water waren uitgeslepen. Holenberen leefden dus in ecosystemen tussen laaglandvlaktes en hooggebergte waar een grotere verscheidenheid aan bomen en vegetatie groeide. Afgezien van een grotere verscheidenheid aan voedsel, suggereert een dergelijke habitatvoorkeur dat Ursus spelaeus niet concurreerde met andere Europese megafauna zoals de wolharige neushoorn en de wolharige mammoet, aangezien zij meer open gebieden bewoonden. Holenberen konden zich ook over het grootste deel van Europa verspreiden en zich vestigen waar zij geschikte habitats aantroffen, omdat de lagere zeespiegel betekende dat mariene grenzen zoals het Kanaal en de Noordzee niet bestonden.

holenbeer in Hunebedcentrum

Uiteindelijk lijkt de holenbeer als soort te zijn bezweken onder de gevolgen van habitatverlies, want doordat de beer alleen in grotten leeft, war er maar een beperkt aantal gebieden beschikbaar, vooral in Midden en Oost Europa. Maar toen het Pleistoceen zijn laatste fase bereikte, begonnen de Neanderthalers steeds meer voor te komen, en ook deze mensensoort gebruikte grotten als schuilplaats. Het was onvermijdelijk dat één soort het moest afleggen, en het was de holenbeer die het verloor van de grotere aantallen en intelligentie van de Neanderthalers.
Maar ondanks het feit dat zij de overhand lijken te hebben gekregen, schijnen de Neanderthalers ook voor de holenbeer veel respect te hebben gehad. Er zijn verschillende begraafplaatsen in Europa waar de resten van verschillende beren zijn samengebracht in kuilen en vervolgens bedekt met stenen platen. De beroemdste vindplaats is misschien wel Drachenloch in Zwitserland, waar zeven holenbeer-schedels zo zijn opgesteld dat ze naar de voorkant van de grot wijzen, terwijl zes andere zijn geplaatst in uitsparingen in de grotwand verderop. Verdere resten zijn gebundeld gevonden, samen met een schedel van een drie jaar oude jonge beer waarvan de wang was doorboord door het pootbeen van een andere jonge beer. Hoewel sommige onderzoekers beweren dat dit natuurlijke verschijnselen zijn, zijn er heel wat anderen die geloven dat resten als deze afkomstig zijn van een oude berencultus. Hoe en waarom beren vereerd werden is niet zeker, maar het zou van alles kunnen zijn, van een totemdier, tot een bewaker van de grotten tegen indringers, tot misschien zelfs een bescherming tegen andere holenberen die naar Neanderthaler-nederzettingen afdwaalden.

De holenberen vormden eigenlijk geen aparte soort. Het waren varianten van de huidige bruine beer die tot in de 10e eeuw ook in Nederland leefde. Bij ons leefden ze niet in grotten maar gewoon in de bossen. Ze waren wel een stuk groter dan de bruine beer. De mannelijke exemplaren konden tot 3,5 meter hoog zijn wanneer ze op hun achterpoten stonden en tot rond 600 kilo wegen.

In het Hunebedcentrum is een holenbeer te zien die is samengesteld uit vondsten van de grot van Luegg, in Steiermarken (Oostenrijk). Professor F.J.P. van Calcar van de Universiteit Groningen heeft deze gekocht in 1901 voor het toen nieuwe geologische museum in Groningen. De holenbeer is in bruikleen van het Universiteitsmuseum Groningen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.