Een bijzonder sporenfossiel – Syringomorpha

0
419
Natgemaakt oppervlak van de zandsteen met Syringomorpha nilssoni, gevonden door Harrie Wolters bij Albersdorf in Sleeswijk-Holstein. Op het bovenvlak van de steen zijn twee min of meer parallelle reeksen buisdoorsneden aan de twee donkere lijnen goed zichtbaar. Dwars erop loopt nog een derde reeks buisjes. De levenssporen van Syringomorpha staan loodrecht op de gelaagdheid van de zandsteen. De andere resten van dit sporenfossiel liggen onregelmatig in het gesteente.

Bij fossielen denk je al snel aan versteende zee-egels in vuursteen, een plantenafdruk in steen of aan een kies van een mammoet. Kortom, aan iets uit het verre verleden dat zelfs voor mensen die niets van fossielen weten, herkenbaar is. Er zijn echter ook fossielen die eigenlijk geen echte fossielen zijn, maar iets van hun aanwezigheid en hun activiteiten in steen hebben achtergelaten. Dit zijn sporenfossielen.

In de geologie gelden levenssporen ook als fossielen. Het bekendst en niet eens zo gek ver uit de buurt, zijn de bekende dinosauriersporen van Barkhausen in het Wiehengebergte in Duitsland, halverwege Osnabrück en Minden. In een voormalige zandsteengroeve kijk je tegen een steil staande helling aan met grote olifantachtige pootafdrukken, met daarnaast afdrukken, die je aan die van een heel grote kip doen denken. Sommige sporen zijn voor de leek nauwelijks herkenbaar, andere zijn veel duidelijker. Hier liepen zo’n 150 miljoen jaar geleden dino’s rond op de slikkige bodem van een lagune. Van de dieren zelf is niets bewaard gebleven. We weten zelfs niet hoe ze er precies uitzagen.

In een oude zandsteengroeve bij Barkhausen aan de Hunte is een steilwand bewaard gebleven waarop tal van pootafdrukken van dinosauriërs zichtbaar zijn. De wand in de groeve is tegenwoordig overdekt om erosie tegen te gaan. Infoborden vertellen het verhaal over de levenssporen.

Sporenfossielen in zwerfstenen

Sporenfossielen ofwel levenssporen zijn niet zeldzaam, zelfs niet in ons land. In Drenthe bijvoorbeeld zijn ze makkelijk te vinden en ook nog eens in verschillende soorten. Je vindt ze in zwerfstenen van zandsteen die in de voorlaatste ijstijd met het gletsjerijs uit Zuid-Zweden naar ons land zijn vervoerd.

Bijzonder is wel dat de bruinachtige tot lichtgele zandstenen nagenoeg allemaal uit het Vroeg-Cambrium stammen. Dit was de periode waarin een ‘explosie’ van leven plaats vond. De zwerfstenen zijn belangrijk omdat ze ons een uniek inzicht geven in het leven op aarde in die tijd. Ze laten zien dat er voor de ‘explosie’ al een grote diversiteit aan organismen op aarde aanwezig moet zijn geweest. Het ontbreken van harde delen is de reden waarom wij van deze Precambrische levensvormen zo weinig weten. De sporenfossielen zijn ook belangrijk om te helpen de evolutie van organismen te begrijpen. Ze laten zien hoe verschillende soorten organismen zich hebben ontwikkeld van eenvoudige tot meer complexe vormen.

Waar komen sporenfossielen voor en waar zijn ze ontstaan?

In Zuid-Zweden en in een deel van de zuidelijke Oostzee tot iets voorbij het Deense eiland Bornholm graasden, groeven en bouwden zo’n slordige 540 miljoen jaar geleden allerlei dieren op en in de zandige bodem van een zeer ondiepe zee. Bij hun dagelijkse activiteiten lieten de dieren sporen na, die in het zand achterbleven en later fossiliseerden. Alleen, de levenssporen ontstonden niet op de plaats waar nu Zuid-Zweden en Bornholm liggen. Dit deel van Scandinavië lag in het Cambrium ver ten zuiden van de evenaar, zo ongeveer op de plaats van het huidige Argentinië. Door plaattektonische processen – zeg maar continentverschuivingen – is dat gebied met een snelheid van om en nabij 4 cm per jaar over de aardbol geschoven tot waar het thans ligt.

Vreemd en tegelijk jammer is dat van de veroorzakers van de sporen in de zandsteen geen spoor is teruggevonden. We weten, op enkele uitzonderingen na, niet wie de makers waren. Uit de vorm van sommige levenssporen kan worden afgeleid hoe ze zijn ontstaan, maar daar blijft het bij. Sommige sporen zijn overduidelijk door kreeftachtige dieren als trilobieten achtergelaten. De graafgangen van Diplocraterion en mogelijk ook die van Monocraterion zijn goed te vergelijken met huidige zeebodembewonende organismen. De overeenkomst van de U-vormig gebogen graafgang en zijn twee ronde openingen van Diplocraterion komt overeen met die van de huidige wadpier (Arenicola maritima). Voor de rest blijft het gissen.

Het meest bekend en ook het vaakst gevonden zijn zwerfstenen van buizenzandsteen (Skolithos linearis). De buisjes zijn de opgevulde woonbuizen van onbekende, wellicht wormachtige organismen, die hun woonbuisjes van zandkorrels bouwden. De kokertjes staken boven de zeebodem uit. Van Skolithos bestaan een aantal soorten/typen: een met meer verspreid staande buizen, de verwante kokerzandsteen en ook een type met veel smallere buisjes
Monocraterion is een graafspoor. De maker is onbekend. Het dier groef in de zeebodem. Door zijn activiteiten zakten de bodemlaagjes trechtervormig weg in de graafgang. Waarschijnlijk heeft het dier bij eb- en vloed zijn graafgang telkens weer naar boven moeten uitbouwen. Zwerfsteen van het Hoge Veld bij Norg (Dr.)
Monocraterion zittelli – Gezaagde en gepolijste zwerfsteen van Damsdorf (Dld.)
Diplocraterion groef een U-vormige gang in het bodemzand. De gelaagdheid van het zand tussen beide buizen is door de graafactiviteiten verstoord. Ook hier zijn eb- en vloedbewegingen waarschijnlijk de oorzaak van de laagverstoringen, omdat het dier de openingen van beide buizen open moest houden. De U-vormige buis lijkt sterk op die van de huidige wadpier. Zwerfsteen van Borger (Dr.)
Diplocraterion met een deel van de U-vormige buis en doorgebogen sedimentlaagjes ertussen. Zwerfsteen van Gaarkeuken (Gr.)
Bij Balka in het oosten van Bornholm loop je langs de volkomen vlakke kust over een stuk versteend strand uit het Cambrium, alsof het recent is. Het fossiele strandoppervlak is bedekt met vele duizenden dwarsdoorsneden van Diplocraterion. Van enige afstand gezien lijken de kriskras gerangschikte graafgangdoorsneden wel wat op kraaienpoten. In het Hunebedcentrum ligt een ca. 60 cm grote zwerfsteen van grijswitte Balkazandsteen met deze Diplocraterion. Deze is bij Smilde gevonden.

Een heel bijzonder sporenfossiel

Harrie Wolters heeft iets met zandstenen met levenssporen. Hij heeft er een soort radar voor. Vaak is hij de eerste die deze stenen opraapt. In de keientuin en ook recentelijk nog op de grote keienhoop in de oertijdtuin, vond hij verschillende zandstenen met duidelijke levenssporen. Zijn ‘finest hour’, om het zo maar te zeggen, beleefde hij onlangs in Albersdorf in Sleeswijk-Holstein. Op een akker daar in de buurt raapte hij een geelbruine zwerfsteen op met sporen van Syringomorpha nilssoni. Hoewel makkelijk herkenbaar, is Syringomorpha een raadsel. Geen idee welk dier dit heeft achtergelaten. Stenen met dit sporenfossiel zijn bovendien erg zeldzaam. De vondst van Harrie mag gerust een unicum genoemd worden. Voor zover bekend is dit sporenfossiel niet eerder zo duidelijk en vooral zo groot in een zandsteen in ons land gevonden.

Natgemaakt oppervlak van de zandsteen met Syringomorpha nilssoni, gevonden door Harrie Wolters bij Albersdorf in Sleeswijk-Holstein. Op het bovenvlak van de steen zijn twee min of meer parallelle reeksen buisdoorsneden aan de twee donkere lijnen goed zichtbaar. Dwars erop loopt nog een derde reeks buisjes. De levenssporen van Syringomorpha staan loodrecht op de gelaagdheid van de zandsteen. De andere resten van dit sporenfossiel liggen onregelmatig in het gesteente.
Dezelfde steen, nu droog gefotografeerd.

Wat is Syringomorpha nilssoni?

We hebben het bij dit sporenfossiel over een dier. In het verleden werd daar een andere interpretatie van gegeven. De Zweedse geoloog Torell beschreef het fossiel in 1868 als Cordaites(?) nilssoni. Torell moet bij de beschrijving van het fossiel als een blad van een nieuw soort van het plantengeslacht Cordaites toch enige twijfel hebben gehad. Daar duidt ook het toegevoegde vraagteken bij de naam op. Torell hield de afdruk in de zandsteen voor een blad met nerven. Enige tijd later werd duidelijk dat het onmogelijk om een blad van een boomachtige plant kon gaan. De Duitse onderzoeker Rudolf Richter onderzocht het sporenfossiel in 1927 in een zwerfsteen, die in de omgeving van Berlijn gevonden was. Hij was van mening dat het om een kolonie van wormen moest gaan, die tezamen samenleefden op de vlakke ondergrond van een blad van een wiersoort. Hij noemde het fossiel Syringomorpha. Bij gebrek aan beter, is zijn veronderstelling nog steeds in zwang.

Het sporenfossiel van Syringomorpha lijkt in zijn meest gevonden vorm wel wat op een panfluit. Het bestaat uit zijdelings met elkaar vergroeide, rondachtige buisjes of staafjes van 2 tot 7 cm lengte. Op dwarsdoorsnede tonen de buisjes reeksen achter elkaar gelegen hoefijzertjes. In de meeste gevallen liggen de kolonies willekeurig in het gesteente verspreid, onafhankelijk van de gelaagdheid.

In de geelbruine zandsteen van Albersdorf vormen de kolonies van Syringomorpha onder meer een tweetal lange, min of meer parallel verlopende reeksen buisjes. Of beide met elkaar verbonden waren, valt niet te beoordelen. De beide reeksen buisjes worden bijna loodrecht doorkruist door een derde reeks. Duidelijk is dat de kolonies loodrecht op de gelaagdheid staan. Dit laatste is niet eerder gevonden. Aan de andere zijde van de zandsteen is eerder een stuk van de steen afgebroken. Waarschijnlijk vormden de twee nu zichtbare fragmenten van Syringomorpha een zwakke plek in de steen. Op de bijgevoegde foto’s is de vorm van deze fragmenten (?) duidelijk zichtbaar.

In de collectie van het Hunebedcentrum zijn nog een viertal zwerfstenen met Syringomorpha aanwezig. Met de vondst van Harrie Wolters hebben we wel een topper binnengehaald.

Van de zandsteen van Albersdorf is eerder een stuk afgebroken op de plaats waar twee kolonies van Syringomorpha een zwakke plek in het gesteente vormden. De kolonies doen qua vorm aan een panfluit denken. Bij de rechter afdruk is dit duidelijk zichtbaar.
De aaneengeschakelde buisjes van Syringomorpha vormen kleine hoefijzervormige figuurtjes in het oppervlak van de zwerfstenen. Het type zandsteen waar dit fossiel in gevonden wordt, varieert nogal. De steen van Albersdorf is een grofkorrelige zandsteen. Andere typen zijn veel fijnkorreliger, zoals op deze foto. Zwerfsteen van Damsdorf (Dld.).
Syringomorpha nilssoni – Zwerfsteen van Wippingen, Emsland (Dld).
Syringomorpha nilssoni, overlangse doorsnede, in een glauconietische zandsteen van Borger (Dr.)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.