De stenen godin bij het bronheiligdom Notre-Dame-de-la-Vie (Frankrijk)

0
300
Replica van een oud beeld bij de waterpomp van Sanctuaire de Notre-Dame-de-la-Vie. Eigen foto, januari 2023

In Saint-Martin-de-Belleville, een dorpje gelegen in de Franse Alpen, is een bedevaartsoord. Het is een bijzondere plek die in voorchristelijke tijd al belangrijk was. Er staat een replica van een heel oud stenen beeld bij de bronfontein van de Sanctuaire de Notre-Dame-de-la-Vie (Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van het Leven).

Het dorp ligt in het Bellevilledal, het dal waarin ook Val Thorens en Les Menuires liggen. Het maakt deel uit van het skigebied Les Trois Vallées. De kapel werd gebouwd tussen 1633 en 1680 op de plek waar een oudere kapel stond, deze was kleiner dan het huidige gebouw. De huidige kapel is gebouwd in de vorm van een Grieks kruis met een centrale koepel en drie uitstralende veelhoekige kapellen.

Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van het Leven, eigen foto januari 2023

Het heiligdom heeft drie altaarstukken (waaronder een uit 1636, beschouwd als de oudste in Tarentaise); het leven van Maria wordt uitgebeeld, er is een altaarstuk van de Maagd met haar zoon en de Hemelvaart van Maria wordt uitgebeeld.

Elk jaar op 15 augustus organiseert de plaats Saint-Martin-de-Belleville het dorpsfeest. ’s Ochtends is er een zeer belangrijke bedevaart naar het heiligdom van Notre-Dame-de-la-Vie. In de Oud-Katholieke en de Orthodoxe Kerken wordt dit feest Ontslapen van de Heilige Maria, Moeder Gods resp. Ontslapenis van de Moeder Gods genoemd. De termen Maria Hemelvaart of Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart zijn ingeburgerd maar theologisch niet correct. De Hemelvaart is enkel voorbehouden voor haar Zoon, Jezus Christus. Maria is Tenhemelopgenomen.

De kapel Notre-Dame-de-la-Vie, eigen foto januari 2023

Omstreeks het jaar 1000 raakte het parochiewezen georganiseerd en gebeurden begrafenissen steeds vaker op een kerkhof. Pastoors konden hier nauwer toezicht houden. Het werd steeds moeilijker ongedoopte kinderen heimelijk te begraven. Volgens de kerkelijke leer waren deze kinderen belast met de erfzonde en hoorden ze thuis in ongewijde grond bij de heidenen en de doodzondaars. Weliswaar zouden de doodgeboren baby’s in het voorgeborchte geen kwellingen ondergaan, maar deze gedachte bood weinig troost aan ouders die hoopten in het hiernamaals te worden herenigd met hun kind. Bovendien was er de vrees dat de ziel van hun ongedoopte kinderen zou komen rondspoken als dwaallicht.

Vandaar de behoefte aan toevluchtsoorden waar de kleine overledene in allerijl naar toe werd gedragen. Peetvader en peetmoeder – of de ouder(s) zelf – plaatsten de dode baby op het altaar en baden dat de baby even tot leven zou komen, zodat een priester de doop zou verrichten en dat de ziel van de baby naar het paradijs zou gaan.

De ingebakerde pasgeborene, overleden, wordt op het altaar geplaatst in een heiligdom gewijd aan de Maagd, beschermer van kinderen. De moeder bidt in de hoop op een opstanding.

Het heiligdom Notre-Dame-de-la-Vie in Saint-Martin-de-Belleville was zo’n toevluchtsoord, het hoogtepunt lag in de zestiende eeuw. Een getuigenis uit 1664 vertelt dat een baby werd gezien terwijl hij zijn mond en zijn vuist opendeed en dat hij hierdoor kon worden gedoopt door de priester, die de formule uit sprak: Si vous êtes en vie, je vous baptise (Als je leeft, doop ik je).

Het afsmeken kon thuis gebeuren of in het plaatselijke gebedshuis, maar voor meer effect ging men op bedevaart. In de moderne geschiedschrijving noemt men dergelijke plekken ‘respijtkapellen’ (Frans: sanctuaire à répit; Duits: Aufschubsheiligtum). Het kind werd naar een miraculeus beeld gebracht (meestal Onze-Lieve-Vrouw maar soms ook een andere heilige), waar men bad en wachtte op een teken van leven. Als dit zich voordeed, kon het doopsel plaatsvinden, vaak onder voorwaarde (“Als dit kind leeft, ….”). Daarna werd de tweede, definitieve dood van het kind vastgesteld en volgde de begrafenis in gewijde aarde. Dergelijke ‘herlevingswonderen’ van ‘respijtkinderen’ zijn gedocumenteerd van de 14e tot de 19e eeuw in Frankrijk, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland en België.

Begrafenis van een pasgeboren baby bij een respijtheiligdom, miniatuur uit de 15e eeuw

De Kerk sprak zich tegen deze praktijken uit op de synode van Langres in 1452. Dit had weinig effect en na het Concilie van Trente (1545-1563) greep het fenomeen zelfs nog sterker om zich heen, al verschoof het grotendeels naar het platteland. De Romeinse curie luidde in 1729 het einde in door het gebruik uitdrukkelijk af te keuren. Het duurde nog tot het midden van de eeuw alvorens de clerus zijn medewerking staakte, waarop ouders zich tot vroedvrouwen of kosters moesten wenden. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd toegestaan dat doodgeboren kinderen in christelijke aarde werden begraven, wat uiteindelijk zijn beslag kreeg in het Kerkelijk Wetboek van 1983.

Replica van het stenen beeld bij de fontein. Eigen foto, januari 2023

Al voordat het christendom hier zijn intrede deed, al in de tijd van de Kelten, was er op deze locatie een gewijde plaats. Uit die tijd dateert ook een bijzonder beeldje van een godin, dat naast een waterbron stond en in de loop der tijd verchristelijkt werd naar Maria, de moeder van Jezus. Op deze plek aanbad men een oude stenen godin (de plaatsing van de steen wordt gedateerd in het Neolithicum).

Toen het christendom werd geïntroduceerd, gebeurde het vaker dat voorchristelijke cultusplekken belangrijk bleven. Door een christelijke heilige te verbinden aan de plek, werd deze in het nieuwe geloof opgenomen. Bij de Notre-Dame-de-la-Vie nam de heilige maagd Maria de rol van de voorchristelijke godin over. Het lukte echter niet de aanbidding van de voorchristelijke godin te laten stoppen.

Het stenen beeld is verbonden aan een heilige bron en eeuwenlang trokken duizenden mensen naar deze plek toe om haar water te drinken, wassingen uit te voeren en om genezing en andere voordelen te vragen. Dit komt ook voor op andere plekken, zoals te lezen is in Heilige stenen en miraculeuze bronnen, Grote stenen oude vrouw; de Ulug Khurtuyak-steen en De bronstijd brontempel van Santa Cristina.

Het voorchristelijke beeld van een godin, verwerkt in een funderingsmuur van een van de kapellen van de Chapelle Notre-Dame-de-la-Vie

De geestelijkheid, nogal terughoudend tegenover dergelijke ‘heidense’ praktijken, verplaatste de godin van haar oorspronkelijke positie om haar te integreren in de funderingsmuur van de meest recente van de kapellen. Dit weerhield het beeld er niet van om de devotie van de Savoyaarden te blijven ontvangen. De aanbidding bereikte een hoogtepunt in de 18e eeuw. In deze periode werden tientallen muurschilderingen aangebracht in de kapel, ter illustratie van verhalen over wonderbaarlijke genezingen door Notre-Dame-de-la-Vie.

Replica van het oude beeld en de fontein achter de Notre-Dame-de-la-Vie. Eigen foto, januari 2023

Een ooggetuige uit 1930 beschrijft een van de jaarlijkse bedevaarten naar het heiligdom Notre-Dame-de-la-Vie. Hij zag hoe de vrouwen schone lakens aantrokken om in het water te weken en hun gezicht, ogen en borsten te strelen. De kerkelijke autoriteiten moesten wachten tot 1960 tot het oude beeld permanent van zijn plaats kon worden verwijderd om het ’te beschermen tegen devoties’. Het beeld staat nu in een overdekte en gesloten galerij van de kerk.

Het beeld van Notre-Dame-de-la-Vie is zichtbaar tijdens pelgrimages op 15 augustus en 8 september. Er is een replica van het beeld geplaatst bij de fontein.

Marinda Ruiter

Het hooggelegen heiligdom Notre-Dame-de-la-Vie. Eigen foto, januari 2023

Bronnen

Wikipedia

Informatieborden bij het heiligdom

Afbeeldingen

Het voorchristelijke beeld van een godin, verwerkt in een funderingsmuur van een van de kapellen van de Chapelle Notre-Dame-de-la-Vie Par Unknown 1930s — Scan old postcard, Domaine public, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=29913771

Begrafenis van een pasgeboren baby bij een respijtheiligdom, miniatuur uit de 15e eeuw – Par Livre des costumes de Mattaus Schwartz, Allemagne, début du XVIe siècle. Paris, BnF, Ms all. 211, fol 2 — http://www.chateau-blandy.fr/library/Dossier-pedagogique-du-Chateau-de-Blandy-les-Tours, Domaine public, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=30051728

De ingebakerde pasgeborene, overleden, wordt op het altaar geplaatst in een heiligdom gewijd aan de Maagd, beschermer van kinderen. De moeder bidt in de hoop op een opstanding. – Par Gauthier de Coincy, middle 1600s — http://classes.bnf.fr/ema/grands/283.htm, Domaine public, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=29844100

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.