De Teufelskanzel in Nedersaksen (Duitsland)

0
153
Teufelskanzel, eigen foto oktober

In de Deister, een bergrug in Nedersaksen, ligt de Teufelskanzel (Duivelspreekstoel). Het is een enorm blok steen, dat volgens de legende door een reus van de Süntel op de Deisterhang zou zijn gegooid. De preekstoel van de duivel bevindt zich in de Teufelskammer, een deel van het staatsbos in de Deister tussen de Nordmannsturm en het die Alte Taufe (‘de oude doop’, volgens de verhalen een Germaanse offersteen) waarin veel grote rotsblokken verspreid liggen in het bos.  De legende vertelt over een ruzie tussen een reus en de duivel. De reus zou stenen uit de grond hebben gescheurd en naar zijn tegenstander hebben gegooid.

Een paar duizend jaar voor onze jaartelling was er een dorp tussen de huidige stad Bad Münder en de stad Hamelspringe, waarvan de naam en locatie al lang vergeten en verdwenen zijn. Daar woonde een hardwerkende en eerlijke boer met zijn vrouw. Ze kregen twee zonen en twee dochters. Het jongste kind, een zoon, deed het buitengewoon goed, tot trots en vreugde van de ouders. Ze noemden hem “Esegir”, wat zoiets betekent als “hij kan hard grijpen”. Maar al snel veranderde de vreugde van de ouders in afschuw, omdat de jongen onmetelijk groeide, dus zijn honger was ook buitensporig. Zo ging het zestien jaar lang. 

Esegir groeide uit tot een gigantische figuur. Toen kwam er grote nood over het hele land. Weken van regen en zware hagelbuien bedierven de gewassen op de velden en mensen leden honger. Met honger gekweld drong Esegir de provisiekast binnen. Net toen hij zich begon te proppen met de schamele voorraden, kwam zijn vader naar hem toe en probeerde hem weg te trekken. Vol teleurstelling, boosheid en schaamte sloeg de zoon de vader met een machtige stoot. De vader, getroffen door de vreselijke klap, viel levenloos op de grond. Esegir, gegrepen door blinde angst, rende naar buiten, haastte zich naar het bos en werd vanaf dat moment nooit meer gezien. Vanaf nu woonde hij in de wilde Süntel-bergen.

De Teufelskanzel

Rond dezelfde tijd groeide in een ander dorp dat tussen de huidige gemeenten Eimbeckhausen en Messenkamp lag en ook vandaag is verdwenen, een jongen op, die de dorpelingen “Haniel” noemden. Deze naam betekent “van gigantische gestalte”. Hij had geen ouders of andere familieleden, hij was jaren daarvoor achtergelaten door migranten. Toen de grote hongersnood uitbrak, waren de deuren voor hem op slot en dus, gedreven door honger en diepe eenzaamheid, draafde hij naar het nabijgelegen Deister. Mensen hebben hem ook nooit meer gezien. Hij woonde nu in het wilde Deisterwald.

Op een dag dreef een vreselijk woedende storm uit het westen de tak van een wonderbaarlijke plant de Deister in. Het was bezaaid met glanzende groene bladeren en felrode bessen. Haniel vond deze tak. Hij herinnerde zich dat de mensen uit zijn Deister-dorp de struik waar deze tak vandaan kwam “Hülse” noemden. Mensen gebruikten het graag om hun woonruimte in de winter te decoreren. Om indruk te maken op een meisje dat aan de rand van de Deister geiten en vee hoedde, besloot Haniel naar de Süntel te gaan om zichzelf met de takken te versieren.

Op een avond sjokte hij weg en vond al snel wat hij zocht. Plotseling hoorde hij een vreselijk gerommel, een wild gebrul en gevloek. Esegir, met wapperend rood haar, stampte woedend naar voren, greep een enorm rotsblok en slingerde het naar de schelpendief. Haniel vluchtte in grote angst. Maar Esegir volgde hem en slingerde steen na steen naar hem. Toen Haniel een beetje bekomen was van zijn schrik en pijn, ging hij op weg naar de Deisterkamm. Hij besloot de Süntelriesen terug te betalen voor zijn aanval. Hij greep een paar stenen en gooide ze met enorme kracht in de Süntel. Maar Esegir slingerde in zijn tomeloze woede steen na steen naar de Deister. Dagen en nachten woedde de strijd. De mensen verstopten zich in hun huizen en het meisje waar Haniel zijn oog op had laten vallen, bleef in het huis van haar ouders.

Haniel merkte al snel dat zijn meisje niet meer verscheen. Hij werd zo boos dat hij wat rotsblokken opraapte, oprukte naar de Süntel en de rotsblokken met grote kracht gooide. Esegir, die er alleen maar op had gewacht, raapte ook een enorm rotsblok op, hees het de vallei in en gooide het naar de vluchtende Haniel. Intussen had hij bijna de top bereikt toen de rots hem hard in de machtige rug trof, zodat hij bewusteloos viel en spoedig stierf. Deze steen wordt nog altijd de Teufelskanzel genoemd. Rondom vielen nog veel meer stenen die Esegir naar Haniel had geslingerd. Haniel kon je nog lang na zijn dood horen klagen en jammeren.

Marinda Ruiter

Er staat tekst op de steen

Bronnen

Wikipedia

https://www.komoot.com/nl-nl/highlight/131911

https://www.mystic-culture.de/kultplatz/deister/teufelskanzel/teufelskanzel-sage.html

Afbeeldingen

De Teufelskanzel – Von Den man tau – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=40063025

Er staat tekst op de steen – Von Tim Rademacher, Wikimedia Commons, CC-BY-SA-4.0, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=86397206

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.