Drentse prehistorische schoenen in een koud nat klimaat

2
258

Door Dorine Christ

Door een kijker zonder kennis van de prehistorie, met enige kennis van schoenen, die na het opdoen van enige kennis prehistorische schoenen gaat maken…

Sinds afgelopen zomermaanden ben ik vrijwilliger bij het Hunebedcentrum. In het verleden heb ik een schoenenwinkel gehad en heb nu nog steeds last van beroepsdeformatie. Ik kon het weer niet laten, schoenen kijken, maar nu bij de oermensen. Ik zag, aan de voeten zachte lappen leer geplooid en bijeen geregen, de hiel met een klein opstaand flapje leer aan de buitenkant van de schoen. Het flapje leer leek mij onpraktisch als het regent, immers, het water loopt zo makkelijk in de schoen. Dat gladde leer daar glij je toch op uit in de modder!. Ik zag meerdere modellen en niet gehinderd door enige kennis van prehistorische schoenen, vroeg ik mij het volgende af: Hoe hielden de mensen in de winter hun voeten warm in de winter, welke materialen gebruikten ze en welke modellen werden in welke tijd gemaakt?

Ik besloot om mijn lichte afwijking, de beroepsdeformatie, ten goede te gaan gebruiken. Om enige kennis te vergaren, heb ik het boek “Stepping through Time” uit de bibliotheek gehaald en ben gaan lezen. Ik zag meerdere modellen gevonden in het veen in Drenthe. De oudste vrijwel om de hoek van het Hunebedcentrum, bij Buinerveen, gedateerd op ongeveer 1200 BC. De modellen zijn allen van een huid of van leer gemaakt, hert, rund en soms een niet te identificeren soort.

Er is ook een huis uit de steentijd: welke schoenen droegen ze in de (late) steentijd? De ongeveer 5500 jaar oude leren schoen, gevonden in Armenië, lijkt veel op enkele leren modellen gevonden in Drenthe. Net als het oudere model uit Scandinavië, de Jothunheimen-schoen. Bekend is eveneens dat er veel contact moet zijn geweest tussen het Midden-Oosten, Oost Europa, Midden Europa en West Europa.1) Dus verbazingwekkend kan het niet zijn dat gelijkende modellen op grote afstanden van elkaar zijn gevonden. In Drenthe betreft het de schoenvondsten uit Buinerveen, Emmer-Erfscheiderveen , Klazienaveen en Boertangerveen (bronstijd), die lijken op de veel oudere schoenen.

Er werden meerdere soorten huid gebruikt voor schoenen ,waaronder beer, rund, hert en rendier. 2). Beer is bekend van de schoenen van Ötzi, hertenhuid van de man van Emmer-Erfscheiderveen. In Noord-West Europa wordt runderhuid het meest genoemd. Deze huid zou dik en zeer duurzaam zijn (lang meegaan) en tegelijkertijd het nadeel hebben om nogal stug te zijn.3). Verder valt op dat schoenen veelal met de vacht naar binnen, of, indien het leer was met de haarporiën naar binnen, werden gedragen. De suède-kant zit dus aan buitenkant. De schoenen werden veelvuldig met vet ingesmeerd.4) Welk soort vet wordt niet benoemd. De schoenen zijn aan de zijranden ingesneden met 1 tot 2 cm grote inkepingen, waar doorheen leren banden zijn gevlochten. Deze banden trekken niet alleen de schoen om de voet, maar houden ze ook aan de voet.

Al deze bevindingen zijn voor mij heel logisch. De schoenen van dik runderhuid geven stevigheid, warmte en zijn slijtvast. Regelmatig invetten maakt de huid niet alleen soepeler, het beschermt de runderhuid en zorgt voor het waterdicht/-afstotend houden. De harige vacht geeft warmte in de winter, maar kan de voet koel houden in de zomer. Ook de leren schoenen zijn ingevet voor onderhoud van het leer.

Voor het oerweekend, in oktober jl., bleken 7 paar nieuwe schoenen nodig. In overleg met het Hunebedcentrum is de keuze gevallen op de huid van een rund, dat nu het dichtst bij de vroege rassen staat, de Schotse Hooglander.

De keuze voor het schoenmodel, gezien al mijn bevindingen, is gevallen op de schoen uit het Boertangerveen, met de kleine hiel-insnijding. Het is het model dat ik bij de meeste oermensen ook aan de voet heb gezien. Ik heb ook overwogen om het Buinerveenmodel te maken, maar deze heeft als nadeel dat de achterkant ook ovaal is en aan de hiel moet worden ingeplooid, om de schoen passend aan de voet te maken. Een dikke runderhuid lijkt hiervoor niet geschikt. Proefondervindelijk heb ik moeten constateren dat bij het gebruik van een dikke huid, het Buinerveense model oncomfortabel is aan de hiel.

De patronen staan in het boek (Stepping through Time) getekend, dus moet het eenvoudig zijn om de schoenen in verschillende maten te maken. Niets is minder waar. Ik heb een pantoffellijn ontworpen en weet dat naarmate de maten van klein naar groot lopen de verhoudingen van lengte en breedte van de voet niet hetzelfde blijven. De te maken schoenen varieerden van maat 38 tot maat 47. En dus verandering in de verhoudingen.

Het Boertangerveen model heeft waarschijnlijk 7 plooien bij de tenen gehad, de maat van de gevonden schoen is 39. Bij maten groter of kleiner dan de bovengenoemde veranderen niet alleen de verhoudingen, maar daarmee ook de grootte van de plooien om de schoen passend te houden. Bij de grotere maten kunnen de plooien, zonder nodige aanpassingen van de aantallen, te dik worden en op de tenen kunnen gaan drukken. Bij kleinere maten zullen er minder of kleinere plooien gemaakt moeten worden. De plooien kunnen te klein worden voor het dikke materiaal, waardoor dunner materiaal nodig is om de benodigde plooien te maken.

Wat te doen met de hielflap? Bij regen loopt het water naar binnen. Ik heb de hielflap naar binnen gevouwen en de insnijdingen van de hielnaad, maken het mogelijk de hiel met de flap, met leren banden, goed dicht te trekken. (Bij de 7 paar voor het oerweekend is de hielflap nog niet aangebracht, bij de daarop volgende paren wel). Zie de bijgevoegde foto.

Ook aan de voorkant van de schoen heb ik leren banden gebruikt om te plooien en de schoenen goed aan de voet te binden. De banden zijn sterk en snijden niet in de huid.

De schoenen hebben geen aparte waterdichte zolen, zodat de schoenen binnen afzienbare tijd nat kunnen worden met als gevolg koude voeten. Daarnaast zal de schoen snel erg vies worden. Van Ötzi weten we dat hij een binnenschoen had van een getwijnd netwerk met gras erin om zijn voeten warm te houden en een buitenschoen met bont aan de buitenkant.

Het opvullen van de schoenen met isolerende materialen heeft consequenties voor de maat. Deze moet misschien wel 2 tot 3 maten groter zijn dan de voet 5). De gevonden schoenen in Drenthe variëren van maat 33 t/m maat 41. Het is dus niet vanzelfsprekend dat de werkelijke voetgrootte zonder meer is af te leiden.

Meer kennis roept nog meer vragen op. Welke isolerende materialen gebruikten mensen in Noordwest-Europa of meer specifiek in Drenthe. Hoe werd het opvulmateriaal geprepareerd. Hoe werd de vulling in de schoen gestopt? Hoe zit het met de overschoenen, in welke vormen en van welke materialen, werden zij gemaakt? Allemaal nieuwe vragen die, indien mogelijk, ik nu wil beantwoorden, om daar, op een verantwoorde manier uitvoering aan te kunnen geven.

Mijn zoektocht naar het binnenwerk van de schoenen is inmiddels begonnen.

Dorine Christ

1) Nieuwkomers in het laat Neolithicum, deel 18, Hunebednieuwscafe 2021

2) Stepping through time, blz 385, 2011

3) en 4) Stepping through time blz 383, 2011

5), Hurcombe Perishable Materials. blz 42,t/m 45, 2014

literatuur:

Stepping through Time blz 379 t/m 389, 2001

Ötzi , the Iceman, Angelika Fleckinger, , blz 62 t/m 72, 2011

Perishable material culture in prehistory, investigating the missing majority: Linda M. Hurcombe hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 blz. 33 t/m 35 40 t/m,45,hoofdstuk 3 blz 79 t/m 86, 2014

Hunebednieuwscafe.:Alle artikelen over schoenen.

6 paar schoenen met een rechte achterkant, zonder insnijding.
Schoenen met een insnijding aan de achterkant, naar binnen gevouwen, waardoor het water er niet in kan lopen.

Het onderstaande schoenenmodel heb ik verkocht in mijn winkel van 2006 t/m 2014, ze zijn ontworpen door Jan Jansen. Inspiratie?; lijkt me duidelijk.

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.