De Horkenstein in Dahlhausen (Duitsland)

1
131
De Horkenstein

Lang geleden stond er een kleine kapel op de plek waar nu de grote katholieke kerk van Dahlhausen (Duitsland) te vinden is. Deze plek wordt in verband gebracht met de Horkenstein, ook wel Teufelsstein genoemd: een zeer bijzondere steen die nu in de binnenstad van Hattingen te vinden is. Er zijn verschillende pogingen gedaan om de naam te interpreteren, zoals Högr (Oudnoors voor “heiligdom”), Eorcanstan (Angelsaksisch voor “heilige steen”) of horkos (Oudgrieksvoor “eed”).

Oorspronkelijk lag deze steen op een hoogte, zo’n 500 meter ten oosten van de rivier de Ruhr. De kop zou naar het westen zijn gericht. De steen is door een diepe gleuf in tweeën gedeeld, ongeveer een kwart wordt afgescheiden door de rest door deze gleuf of groef (Rille). Door de groef lijkt de steen een antromorf uiterlijk gehad te hebben. Bij de groef is ook een verdieping (napje of schaaltje) in de steen aangebracht, waar ook een diepere vierhoekige verdieping is te vinden. Twee gesmeden nagels steken uit het napje. Links onder de groef is ook nog een nagel te zien.

Er zijn diverse volksverhalen aan de steen verbonden. Een van deze verhalen vertelt dat de mensen in de omgeving van de kapel in Dahlhausen blij waren dat Liudger dag en nacht aan het bidden was bij het moedergodin-beeld. Want zolang de heilige dit deed, zouden zij in de hemel komen.

Liudger, ook Lüdger of Ludgerus genoemd, was een Friese missionaris en rooms-katholieke bisschop. Hij was de broer van Hildegrim van Châlons. Hoewel later aangeduid als de ‘apostel der Groningers’, was hij een 8e-eeuwse missionaris in het gebied der Friezen.

De duivel vond het echter helemaal niet fijn dat Liudger aan het bidden was en hij was bang dat het vuur in de hel zou doven als alle mensen in de hemel terecht zouden blijven komen. Er zou niemand overblijven om te pijnigen.

Standbeeld voor Liudger vlakbij Haltern am See, Duitsland

Daarom besloot de duivel naar het Morgenland te lopen om daar een bijzonder grote steen te halen. Hiermee wilde hij de kapel vernietigen. Het Morgenland is het land of gebied in het oosten, gezien vanuit Europa als de plaats waar de zon opkomt; specifieker vaak ook in toepassing op het gebied ten oosten van de Middellandse Zee met inbegrip van Klein-Azië, dan wel op Azië in het algemeen.

De duivel vond een geschikte steen en nam deze op zijn rug mee. Met passen die tien eggen groot waren (eggen: de grond bewerken met een eg, waarbij kleine geultjes gemaakt worden om daarna te zaaien) kwam de duivel richting Dahlhausen. Hij sprong over de Zwarte Zee. Snel liep hij verder en kwam vlakbij Dahlhausen terecht. Hij werd moe toen hij voor de Ruhr stond, een zijrivier van de Rijn.

Toen kwam er een Jood aanlopen met een mand op zijn rug. Hierin zaten schoenen en slippers die hij wilde verkopen. Toen hij de enorme steen zag, kreeg hij een onbehaaglijk gevoel. Hij wilde weglopen, maar de duivel riep hem vriendelijk toe: ‘zeg me mijn zoon, hoe ver is het nog naar Wenigern waar de heilige Ludgerus verblijft? Zeg het snel, want ik draag een zware last. Ik zal jouw ziel nemen en je zult het goed bij mij hebben’.

De Horkenstein op een schets uit 1823

De Jood schrok en besefte dat hij geen verlossing zou vinden als de heilige niet meer kon bidden. Ook kon hij dan niets meer verkopen aan de heilige. De Jood antwoorde daarom: ‘ik kom vanaf Wenigern en heb van die plek tot hier zo’n grote afstand afgelegd dat ik vele schoenen heb versleten. Ze zitten in mijn mand. De weg is nog enorm lang’. De duivel kreunde en werd boos en vroeg de Jood bij welke rivier hij was aangekomen. Hij kon het zelf niet zien, want er groeiden teveel planten. De Jood gaf aan dat het om de Jordaan ging, hij vertelde dat ze in het Beloofde Land waren.

Het in de Bijbel beschreven Beloofde Land zou volgens een letterlijke opvatting ervan grotendeels samenvallen met het grondgebied van de huidige staat Israël plus de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogten (door Israël bezette gebieden) en aangrenzende delen van Syrië en Jordanië. De duivel riep dat hij het slepen met de steen niet langer wilde. Hij gooide de steen weg en vloog stijl in de lucht, een vreselijke stank achterlatend, en kwam nooit weer op de aarde terug.

Een variant op deze sage vertelt dat de heilige Liudger de duivel zag onder de enorme heidense offersteen. Hij strekte het heilige kruis naar hem uit en bande hem van de hoogte van de Grotenberg, op de grens tussen Dahlhausen en Baak. De duivel gooide de steen toen naar de Grotenberg en verdween met luid gebrul.

Meisje op de Horkenstein

Er zijn nog meer verhalen aan de steen verbonden. Heidense priesters zouden in maanverlichte nachten in witte gewaden mens- en dieroffers hebben gebracht aan de godin Hertha (zie ook de godin Hertha op Rügen).

Volgens een andere legende werden hier na de Varusslag Romeinse krijgsgevangenen geëxecuteerd door een reus genaamd Horcus. De ruw aangebrachte groef (Blutrinne) zou dit aantonen.

Van tijd tot tijd zou ’s nachts een spookachtige figuur zijn verschenen op de oude locatie bij de Wihekeln (“gewijde eiken”).

In 1980 werd de hypothese naar buiten gebracht dat het om een Frankische kalendersteen zou gaan, van de Chattuarii, uitgelijnd met het punt waar de zonsopkomst tijdens de zomerzonnewende kon worden waargenomen. Hiervoor zijn geen bewijzen, maar het valt wel op dat de plek waar de steen oorspronkelijk lag in de richting keek van het Weitmarer Holz. Een kilometer lang loopt langs deze zichtlijn een straat met de benaming “Am Sonnenberg”. Deze benaming bestond in 1840 al en processiewegen die in verband kunnen worden gebracht met de zon en megalieten zijn over een groot gebied bekend, zoals bij Stonehenge. Het is niet onaannemelijk dat de Horkenstein ooit rechtop stond en dus een (antromorfe) menhir was.

De Chattuarii (ook we Hattuarri, Attoarii, Hetwaras) vormden een Germaanse stam die zich volgens de Griekse historicus Strabo rond het begin van de jaartelling tussen de kustvolkeren en de Sueben bevond. Dit kan geïnterpreteerd worden als het gebied waar ze ook later worden gevonden: langs de Rijn ter hoogte van de Ruhr. Zij waren buren van de Bructeren en Chamaven en sloten zich in de 4e eeuw aan bij deze en andere stammen om de stamvereniging van de Rheinfranken te vormen. De naam Chattuarii zou zoiets als “bewoners van het land van de Chatten” hebben betekend. Een andere mogelijkheid is dat de naam Chattuarii betekent dat zij uit de Chatten voortgekomen zijn.

Middeleeuws Hattuariergau aan de Nederrijn, sinds de 5e eeuw bewoond door de Chattuarii in het Frankische rijik

Dat de Chattuarii onder leiding van Arminius hebben deelgenomen aan de Slag bij het Teutoburger Woud blijkt uit het feit dat volgens Strabo in de triomftocht van Germanicus ook Chattuarii werden meegevoerd. Arminius stond aan het hoofd van een verbond van Germaanse stammen, dat erin slaagde de Romeinen een vernietigende slag toe te brengen in de Slag bij het Teutoburgerwoud en van de Elbe naar de Rijn terug te dringen.

Arminius was afkomstig van de stam der Cherusken en diende een tijdlang als officier in het Romeinse leger.

De Slag bij het Teutoburgerwoud leidde een zevenjarige oorlog in, aan het eind waarvan de Rijn gedurende ruim vier eeuwen als grens van het Romeinse Rijk werd vastgelegd.

Gezien zijn goede Latijn, zijn hoge positie binnen het Romeinse leger, het feit dat zijn vader een bondgenoot van de Romeinen was en het feit dat er van hem geen Germaanse naam is overgeleverd, is het niet onwaarschijnlijk dat hij een deel van zijn kinderjaren als gijzelaar van de Romeinen binnen het Romeinse Rijk heeft doorgebracht

In de 19e eeuw was Arminius symbool voor het Duits nationalisme. Het 53,5 meter hoge Hermannsdenkmal werd tussen 1838 en 1875 in het Teutoburger Woud gebouwd. Hij wordt gezien als een der eerste grondleggers van een verenigd Germaans rijk.

De Horkenstein lag oorspronkelijk op een heuvel aan de rechterkant van het Ruhrgebied, op de Groten of Grotenberg, ten zuidoosten van de voormalige mijn. Direct daarnaast stroomt de Haimbecke het Ruhrgebied in. De steen werd voor het eerst schriftelijk vermeld tussen 1711 en 1721. In 1876 schonk de toenmalige eigenaar Heinrich Eggemann, een houthandelaar en herbergier, de steen aan de Hattingse baljuw Schuhmacher. Hij liet hem op een slee meenemen naar de tuin van het kantoorgebouw in Hattingen-Winz.

In 1984 stelden lokale historici voor om de steen terug te laten keren naar de oude locatie, die nog steeds wordt gekenmerkt door bos en weilanden. De gemeente van Hattingen vroeg daarentegen de plaatselijke thuislandconservator van Hattingen, Heinrich Eversberg , om advies. Hij adviseerde op zijn beurt de verplaatsing van het stenen monument naar het centrum van Hattingen. Dit gebeurde. De steen in Hattingen valt niet echt op, zonder uitleg en historische context ligt hij bij een stoplicht.

In 2007 plaatste de kunstenaar Holger Vockert een rode figuur op de Horkenstein. Hij wilde de steen terugbrengen in de geest van de mensen van Hattingen en hen herinneren aan de mythe als een heilige steen.

Er is een gedicht over de stenen reus verschenen in 1909:

Kunst van Holger Vockert

Umspielt vom gold’nen Abendschein,
So liegst du da, mein Horkenstein,
Inmitten der begrünten Flur,
Du alter Wächter an der Ruhr.

Noch eh’ man schlug die Hermannsschlacht
Hast du gehalten schon die Wacht,
Sah’st du auf diesen heil’gen Höh’n
Die alten Odinseichen steh’n.

Da dräute Urwald dicht und wild,
Doch hier war heiliges Gefild,
Der Hain mit seiner Götterschar,
Und du sein Tempel und Altar.

Und wer in schlimmen Bann verfiel,
Du gabst ihm Freistatt und Asyl.
Wer dich erfaßte mit der Hand,
Er war entsühnt von Mord und Brand.

Doch war der Gau vom Feind bedroht
Und herrschte um dich Kriegesnot,
So scholl’s von ander’n Melodei’n,
In Feld und Kluft, um dich, mein Stein.

Dann dröhnte Kampfruf um dich wild
Und laut erklangen Speer und Schild,
Es schwoll der Opferfeuer Glut
Und deine Rinnen dampften Blut.

Zu dir zog dann das Volk in Hast,
Der Heerschild hing am Eichenast,
Der Renner stöhnte unter’m Sporn
Und schmetternd klang das Gellahorn.

Doch war an uns’rer Väter Herd
Der Friede wieder eingekehrt,
So botest du dem flücht’gen Mann
Asyl und Freistatt wieder an.

Längst sank dahin, was hehr und schön,
Entwaldet sind die heil’gen Höh’n.
Durch Odins alten Götterhag
Wühlt Karst und Pflug rauh Tag um Tag.

Doch, ist gesunken auch der Hain,
Du zeugst davon, mein Horkenstein,
Und schaust von oben noch zu Tal,
Ein unvergänglich Göttermal.

Omringd door het gouden avondlicht,
zo lig je daar, mijn Horkenstein,
midden in de groene wilde gronden,
jij oude wachter aan de Ruhr.

Voordat de Hermannsschlacht werd uitgevochten
Heb je al de wacht gehouden,
heb je op deze heilige hoogten
de oude Odins-eiken zien staan.

Daar doemt de jungle op, dicht en wild,
Maar hier was heilige grond,
Het bos met zijn menigte goden,
en jij zijn tempel en altaar.

En wie in een vreselijke ban raakte,
U gaf hem toevluchtsoord en asiel.
Wie je met zijn hand aanraakte,
werd vrijgesproken van moord en brand.

Maar de gau werd bedreigd door de vijand
en er was oorlog om je heen,
zo klonk het uit andere melodieën,
in veld en kloof, om jou heen, mijn steen.

Toen klonk er een wilde strijdkreet om je heen,
en speer en schild klonken luid,
het offervuur ​​zwol aan
en je goten dampten van bloed.

Toen kwamen de mensen haastig naar je toe,
het legerschild hing aan de eikentak,
de renner kreunde onder het spoor
en de gellahorn klonk schetterend.

Toch keerde bij onze vaders’ haard
de vrede weer terug,
en je bood de voortvluchtige man
weer asiel en toevlucht aan.

Lang geleden zonk weg, wat subliem en mooi was,
De heilige hoogten zijn ontbost.
Door Odins oude heg van de goden
woelt ruw karst en ploegt dag in dag uit.

Ja, zelfs als het bos is verzonken,
getuig je ervan, mijn Horkenstein,
en je kijkt van bovenaf neer op de vallei,
een onvergankelijk teken van de goden.

Het niet willen slepen met de steen, na de ontmoeting tussen de duivel en de Jood, lijkt te verwijzen op het gevaar van het verplaatsen van grensstenen. Een variant op de sage noemt ook dat de steen op een grens lag. Er zijn veel verhalen over de vervloeking als je dit soort stenen versleept. Hier zouden vaker spookachtige figuren opdoemen, soms spoken deze voor altijd rond omdat ze de grenssteen hebben verplaatst. De vervloekte figuren, zoals de gloeïge of vuurman, vindt pas rust als de steen of grenspaal weer op de juiste plek is gezet.

De Chatten vereerden Wodan (ook wel Odin genoemd) zoals meerdere Germaanse stammen. Gebruik van de Wodansteen bij Maden als plaats van aanbidding, vergadering of rechtbank (een dingplaats) wordt als zeer aannemelijk beschouwd. Ook de Horkenstein zou zo’n cultusplek kunnen zijn geweest. Napjesstenen komen veelvuldig voor en ook spijkers of nagels worden vaker in dit soort stenen aangebracht, voorbeelden zijn te vinden in Verhalen over offerstenen, Verhalen over offerstenen – 2, Kinderstenen en Verstening.

Er zijn ook vele verhalen bekend waarin de duivel een grote steen wilde gebruiken om een christelijk bouwwerk te vernietigen. Vaak misste de duivel zijn doel en de steen kwam naast het bouwwerk terecht. In werkelijkheid lagen deze cultusstenen juist eerder op de desbetreffende locatie en werden deze plaatsen gekerstend door in de nabijheid een kapel of kruis te bouwen. Dit zou kunnen betekenen dat het moedergodinbeeld uit de sage de Horkenstein betreft; de kapel werd hier vlakbij gebouwd om mensen te redden (de voorchristelijke bevolking aanbad een voorchristelijke godin). Zo kwamen ze niet in de hel, wat volgens het nieuwe geloof gebeurde als je niet het ‘ware geloof aannam’, maar in de hemel.

De voorchristelijke goden, zoals Hertha, en de daarmee verbonden Horkenstein werden gedemoniseerd en werden in verband gebracht met de duivel. Een alternatieve benaming voor de Horkenstein is “Teufelsstein”, er zijn veel Duivelsstenen bekend. Stenen werden niet alleen gedemoniseerd, maar soms juist in het christendom opgenomen. Een voorbeeld is de ingemetselde monoliet van Betenbrunn, andere voorbeelden zijn te vinden in Gekerstende stenen. Een voorbeeld van een antromorfe steen die nog altijd wordt vereerd als moedergodin is de Grote stenen oude vrouw, aan deze steen met een uitgehouwen gezicht en dikke zwangere buik worden nog altijd offers gebracht.

Marinda Ruiter

Postkaart Dahlhausen Bochum in het Ruhrgebiet, Kurhaus Horkenstein

Bronnen

Wikipedia

Menhire in Deutschland, Johannes Groht, herausgegeben on Harald Meller

Afbeeldingen

De Horkenstein – CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1845700

Standbeeld voor Liudger vlakbij Haltern am See, Duitsland – CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=295308

De Horkenstein op een schets uit 1823 – Von nicht bekannt – [1], PD-alt-100, https://de.wikipedia.org/w/index.php?curid=10420825

Meisje op de Horkenstein – Von Woodie Wood – Eigenes Werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=71185199

Middeleeuws Hattuariergau aan de Nederrijn, sinds de 5e eeuw bewoond door de Chattuarii in het Frankische rijik – Von Sindala, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1858399

In de 19e eeuw was Arminius symbool voor het Duits nationalisme. Het 53,5 meter hoge Hermannsdenkmal werd tussen 1838 en 1875 in het Teutoburger Woud gebouwd. Hij wordt gezien als een der eerste grondleggers van een verenigd Germaans rijk. – Von Daniel Schwen – Eigenes Werk, Gemeinfrei, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2703717

Kunst van Holger Vockert – https://www.megalithic.co.uk/article.php?sid=23227

Postkaart Dahlhausen Bochum in het Ruhrgebiet, Kurhaus Horkenstein –

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.