In de categorie ‘mijn hunebed’ nodigen we mensen uit te schrijven over hun persoonlijke inzichten over hunebedden en megalithische monumenten. Hier een verhaal van Peter van den Hoek (Archeoastronoom)
Göbekli Tepe is zonder twijfel één van de meest mysterieuze bouwwerken op Aarde. Het is te vinden in het zuiden van Turkije, vlak bij de grens met Syrië. Via koolstofdatering is de oudheid ervan vastgesteld op 11.700 jaar. Deze bevinding heeft de Archeologische wereld behoorlijk in de war gebracht, omdat werd aangenomen dat dergelijke megalithische bouwwerken niet zo oud konden zijn. Daarnaast is het bouwwerk toen het geen dienst meer deed niet zomaar verlaten, maar heel behoedzaam begraven zo’n 9.800 jaar geleden.
Sinds de ontdekking ervan in de jaren zestig is er door veel mensen onderzoek gedaan naar de mogelijke functie van de vier uitgegraven cirkels met T-pilaren. Zo ook op mijn vakgebied van de Archeoastronomie, dus het zoeken naar verbanden met de hemellichamen. Zo ziet Robert Schoch een verband met de sterren van het zuidelijke sterrenbeeld Orion. Ook Giulio Magli richt zijn blik op het zuiden en wel de helderste ster Sirius. Andrew Collins gooit het over een andere boeg en richt zijn blik op het noorden, de ster Deneb en het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus)¹. Toen ik de plattegrond bestudeerde, zie tekening Ground Plan, viel mij duidelijk op dat de cirkelvormige bouwwerken steeds complexer worden richting het noorden. Het leek mij daarom ook voor de hand liggend om net als Collins de noordelijke hemel als uitgangspunt te nemen. De centrale T-pilaren binnen de bouwwerken veranderen van doorkijkrichting grofweg van noordnoordwest 320° (cirkel A) tot noord 353° (cirkel D). Voor mij vormde dit een indicatie om een eventueel verband in de sterren te zoeken, omdat deze langzaam van plek veranderen door de tijd heen. Ik dacht: ‘Laat ik eens kijken naar de oude ondergangspunten van Arcturus, de helderste ster van het noorden!’ Dit bleek een goed uitgangspunt te zijn, want vanaf dat moment viel alles op z’n plek. Arcturus leek hier dienst te doen als de uurwijzer van een enorme hemelklok. In dit artikel ga ik proberen uit te leggen hoe ik dit zie.
Wanneer je precies door het midden van de T-pilaren kijkt van constructie of cirkel A dan is dat het ondergangspunt van de helderste noordelijke ster Arcturus bij 320° in 12.600 voor Christus, zie tabel. Arcturus is vervolgens een aantal uren niet te zien, maar daar is door de bouwers ook over nagedacht, want als Arcturus op zijn laagste punt in het noorden onder de horizon staat dan is precies daar tegenover de ster Markab op zijn hoogste punt aangekomen en andersom. Zo vormen de beide sterren de uurwijzers van een enorme hemel-klok. In de tekening van Göbekli Tepe als klok in 12.600 v. Chr. is dit goed te zien. Arcturus maakt deel uit van het sterrenbeeld Ossenhoeder (Boötes) en is makkelijk te herkennen als een soort van vlieger aan de nachtelijke hemel. In 12.600 v. Chr. stond Arcturus precies boven de hoofden van de bouwers van Göbekli Tepe als deze ster zijn hoogste punt had bereikt op 90° precies. Deze bijzondere gebeurtenis is volgens mij het startsein geweest voor het bouwen van cirkel A en de klokfunctie van deze heldere ster. Markab is onderdeel van het sterrenbeeld Pegasus en is goed te herkennen aan een enorme rechthoek als basisvorm. Aan de stand van beide sterren kon men de tijd aflezen, want in 24 uur tijd draaiden ze samen een perfect rondje om de noordelijke hemelpool.


Na verloop van tijd ging Arcturus niet meer onder tussen de centraal opgerichte T-pilaren van constructie A, maar precies 17° noordelijker. Deze gebeurtenis vormde de aanleiding voor het bouwen van de B cirkel met als ondergangspunt 320°+ 17° = 337° in 10.600 v. Chr. zie tabel. Constructie C en D werden beiden gebouwd wanneer Arcturus precies 8° noordelijker onder ging in 10.100 en 9.700 v. Chr.

Tijdens de bouw van cirkel C lijkt de klokfunctie van Arcturus in het sterrenbeeld Ossenhoeder (Boötes) als flamingo of kraanvogel en Markab in Pegasus als zwijn rondom de noordelijke hemelpool (North Celestial Pole) als reliëf uitgehouwen in T-pilaar 12, zie tekening. Tijdens de bouw van cirkel D in 9.700 v. Chr. staat de ster Markab niet meer precies tegenover Arcturus. Deze plek is ingenomen door de ster Sadr van het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus). Het draaien van beide sterrenbeelden rondom de noordelijke hemelpool lijkt hier als reliëf uitgehouwen in T-pilaar 43, zie tekening. Aan de ene zijde van de hemelpool weer de flamingo als Ossenhoeder en aan de andere kant de gier als Zwaan. De krab staat hier voor het sterrenbeeld Hercules dat precies onder de noordelijke hemelpool stond in 9.700 v. Chr.
Ik moet hier eerlijk toegeven dat Andrew Collins ook het verband heeft gezien tussen het sterrenbeeld Zwaan en de noordelijke hemelpool, maar nog niet het complete plaatje voor zich zag. Collins benadrukt overigens in zijn artikel¹ het sjamanistische belang van de noordelijke hemelpool als doorgang voor de ziel van een gestorvene om naar het hiernamaals te reizen, net zoals de rook naar buiten gaat door het gat van de yurt of tent in de sjamanistische cultuur van Siberië, zoals de Chukchee en Altaians. Ik vind dit wel een heel mooie spirituele toevoeging aan de mogelijke functie van dit bouwwerk naast het meten van de tijd. Het begrip ruimtetijd krijgt hier een plek! De tijd spiraalt namelijk om de hemelpool als doorgang naar een andere ruimte of dimensie die wij pas mogen betreden als onze tijd op Aarde op is na ons sterven.

Verder bordurend op het begrip tijd is Göbekli Tepe niet slechts een klok voor de dagelijkse tijd, maar ook als kalender voor de jaarlijkse tijd te gebruiken! Tijdens het ‘in functie zijn’ van Göbekli Tepe staat Arcturus op zijn laagste punt in de lente om 0:00/24:00 uur en op zijn hoogste punt in de herfst om 0:00/24:00 uur. Voor de tegenoverliggende sterren geldt precies het omgekeerde. In 11.100 v. Chr. vallen beide momenten zelfs precies samen met het moment dat de Zon precies op 21-3 en 23-9 opkomt in het oosten en ondergaat in het westen en precies 12 uur op en 12 uur onder is. Wij noemen dit de Equinoxen, wat gelijkmaken betekent. Ik kan me heel goed voorstellen dat deze momenten hier groots werden gevierd. Er is gekozen om met twee tegenover elkaar liggende sterren te werken als uurwijzers omdat de tijd en datum van de hemel-klok dan het hele jaar kan worden afgelezen. In de lente staat Arcturus namelijk om 12:00 uur op zijn hoogste punt, net als onze Zon. Dit betekent dat deze ster zo’n twee tot drie maanden lang overbelicht wordt door de Zon en dus niet zichtbaar is aan de hemel. De tegenoverliggende ster daarentegen is dan juist om 0:00/24:00 uur op zijn hoogste punt en is dus de hele nacht goed afleesbaar als klok en kalender. Wat hebben de bouwers dat toch goed bedacht!

Göbekli Tepe meet overigens een nog veel grotere cyclus; die van de hemelpolen. Deze maken in grofweg 26.000 jaar een mooie cirkel door de hemel, ook wel het Platonisch of Kosmisch jaar genoemd. Het bijzondere hiervan is dat de verschillende bouwwerken na 26.000 jaar weer precies de positie van de sterren aangeven als tijdens de bouw. Dus constructie A geeft precies het ondergangspunt van Arcturus aan bij 320° in 26.000 – 12.600 = 13.400 na Chr.
In 9.000 v. Chr. neemt Sadr. De ondergangspositie van Arcturus in bij 360° gevolgd door Deneb uit hetzelfde sterrenbeeld Zwaan in 8.700 v. Chr. Arcturus wordt dan de tegenoverliggende ster. De hemel-klok werkt meer dan 4.500 jaar perfect met de twee tegenoverliggende sterren als uurwijzers, maar hier komt verandering in na 8.000 v. Chr. De sterren Deneb en Arcturus verschuiven langzaam van plek en rond 7.800 v. Chr. is het verschil bijna een half uur waarin de ene ster op zijn laagste en de andere op zijn hoogste punt staat. De klok geeft de tijd niet meer goed aan en het verschil wordt rap groter. Het zou weer duizenden jaren duren voordat twee sterren een dergelijke positie innemen ten opzichte van elkaar. Daarom is besloten om het bouw- en uurwerk rond 7.800 v. Chr. te begraven en te conserveren om het duizenden jaren later weer te kunnen hergebruiken als uurwerk. De koolstofdatering bevestigt deze aanname evenals de bouw van constructie D in 9.700 v. Chr.
Tenslotte wil ik nog één vraag beantwoorden: ‘Wat is de betekenis van de drie ‘handtasjes’ aan de bovenzijde van pilaar 43?’ Ik ben van mening dat het handvat de cirkel voorstelt die Arcturus en de er tegenover liggende sterren maken op hun rondje door de hemel. De bovenkant van de tas staat voor de horizon, waar de sterren tijdelijk onder gaan om later weer op te komen in hun rondedans. Kijk maar naar de kloktekening van 12.600 v. Chr. Wanneer je deze vereenvoudigt dan komt deze vorm tevoorschijn. Dit symbool dat ook voorkomt in Soemerische en Olmec reliëfkunst staat voor het begrip tijd! Deze oude culturen zagen tijd als cyclisch en niet lineair zoals wij dat doen. Zij wisten, beter dan wij, dat alles cyclisch is en steeds weer terugkeert naar zijn of haar oorsprong. Het is een wetmatigheid die houvast en kracht geeft, zoals een Sioux Hoofdman (1863-1950) het ooit verwoordde:
Alles wat de kracht van de wereld doet, wordt gedaan in een cirkel. De hemel is rond en ik heb gehoord dat de aarde rond is als een bal en de sterren ook. Als de wind op zijn krachtigst is, wervelt hij. Vogels maken ronde nesten want hun religie is dezelfde als de onze. De zon komt op en gaat onder in een cirkel. De maan doet hetzelfde en beide zijn rond. Zelfs de seizoenen vormen een grote cirkel in hun wisselingen en komen altijd terug bij waar ze waren. Het leven van de mens is een cirkel van kindertijd naar kindertijd. En zo is de cirkel overal waar kracht beweegt.
Nawoord
Tijdens mijn onderzoek ben ik twee soorten plattegronden van Göbekli Tepe tegengekomen. Beide plattegronden geven een andere richting aan door het midden van de centrale T-pilaren bij constructie A. De ene plattegrond die gemaakt is door Klaus Schmidt geeft als richting 320° aan, terwijl de andere plattegrond die gemaakt is door Rodney Hale 312° aangeeft. Normaal gesproken bezoek ik zelf een megalithisch bouwwerk om dit met behulp van mijn kompas te controleren en zo nodig aan te passen. Helaas ben ik nog niet in de gelegenheid geweest om Göbekli Tepe te bezoeken. Ik heb ervoor gekozen om de plattegrond van Klaus Schmidt als uitgangspunt te nemen omdat Arcturus precies op 90°(Zenith) boven de hoofden van de bouwers komt wanneer deze ster ondergaat bij 320°. Dit is een heel bijzondere gebeurtenis op zich en ik geloof persoonlijk dat dit het startsein is geweest voor de bouw van constructie A in 12.600 v. Chr. Mocht deze aanname toch niet blijken kloppen en 312° het ondergangspunt van Arcturus zijn dan verandert alleen het jaartal van de bouw van constructie A naar 13.700 v. Chr. dus 1.100 jaar eerder. Ook dan vormen Arcturus en Markab een sterrenpaar, precies tegenover elkaar, als de uurwijzers van deze prachtige hemel-klok.
Peter van den Hoek
Artikel Versie: 29-12-2023











