Een opmerkelijke zwerfkei, een kinnediabaas uit Zuid-Zweden

0
145
Kinnediabaas – Zwerfsteen in het veldaan de rand van de Marumerlage, een laaggelegen natuurgebied iets noordelijk van Marum. Het is de grootste zwerfsteen van dit type in ons land.

Een verhaal over zwerfkeien uit de ijstijd kent vele invalshoeken. Deze keer gaat het om een van buiten het Hondsruggebied. Het is zelfs geen Drentse kei. De zwerfsteen in dit verhaal is aan de andere kant van de grens gevonden in het Groningse Westerkwartier. Dit heb je wel meer met zwervers. Die hebben niks met grenzen.

Aan de rand van de Marumerlage, een natuurgebied bij Marum, kwam bij graafwerkzaamheden een grote zwerfkei uit de voorlaatste ijstijd tevoorschijn. Hoewel lang niet de grootste, heeft de steen een afmeting van ongeveer 1.20 x 1.10 x 95cm. Het geschatte gewicht is zo’n twee ton. Bijzonder is hij daarentegen wel. Het is veruit de grootste zwerfsteen van Kinnediabaas in ons land. Ook in Duitsland en Denemarken zijn voor zover bekend geen Kinnediabazen van deze grootte bekend.

Van dichtbij valt de gevlekte structuur van Kinnediabaas op. Het gesteente komt voor in Zuid-Zweden. Het vormt de top van een aantal tafelbergen daar. Kinnediabaas vormt een harde, verweringsbestendige afdekking, die kalksteenafzettingen uit het Ordovicium tegen erosie beschermt. De kei is aan alle zijden tijdens het ijstransport vanuit Zweden afgeschuurd. Aan één zijde is het oppervlak bedekt met gletsjerkrassen.

Wat is Kinnediabaas?

Kinnediabaas is een relatief zwaar ijzer- en magnesiumrijk gesteente. Het is sterk verwant aan basalt, maar grofkorreliger. Ook het uiterlijk verschilt van basalt. Het is een zwerfsteensoort, die afkomstig is uit Zuid-Zweden. In de omgeving van steden als Skövde, Fallköping en Skara vormt Kinnediabaas de top van een aantal vlakke tafelbergen.

Deze diabaas is tijdens vulkanische activiteiten in de Jura-periode, zo’n 280 miljoen jaar geleden, tussen oudere, horizontaal afgezette kalksteenlagen plaatvormig ingeperst. Deze vulkanische activiteiten, destijds, houden verband met het opbreken van het grote oercontinent Pangea en het ontstaan van de Atlantische Oceaan. Dit ging gepaard met talrijke vulkanische uitbarstingen.

De intrusielaag van Kinnediabaas is vele tientallen meters dik en strekte zich oorspronkelijk in Zuid-Zweden uit over vele honderden vierkante kilometers. De gesteentelagen die oorspronkelijk boven de diabaas aanwezig waren, zijn in de loop van de tijd door erosie volledig verdwenen. De huidige tafelbergen met een afdekking van Kinnediabaas vormen erosierestanten van een landschap dat er eerder volledig anders uit zag.

De naam Kinnediabaas is afkomstig van de Kinnekulle, een tafelberg aan de oostzijde van het Vänern-meer in Zuid-Zweden, waar het gesteente ook de top vormt.

Kinnediabaas is het duidelijkste voorbeeld van een gidsgesteente onder de diabazen in Scandinavië. Zwerfstenen ervan kom je in het Hondsruggebied niet of nauwelijks tegen. Daarvoor moet je in West-

Groningen, West-Drenthe en in Friesland zijn. De aanvoer van gletsjerijs kwam in het Hondsruggebied op het laatst van de Saale-ijstijd uit andere delen van Scandinavië.

Het uiterlijk van het grijze gesteente wordt bepaald door dicht opeen gelegen vlekjes of vlekken. Deze zijn zo’n halve centimeter groot of groter. Het gesteente is erg variabel. De kinnediabaas van Marum beantwoordt aan het meest gevonden type. De vlekken bestaan uit geelgrijze augiet. Dit is een donker, ijzerhoudend mineraal, dat veel voorkomt in basalt, diabaas e.a. De augietkristallen zijn doorzeefd met zeer kleine kristallen van plagioklaas, een makkelijk verweerbare veldspaatsoort, die door verwering wit kleurt. De plagioklaas is verantwoordelijk voor de grijze kleur van de zwerfsteen.

Hoewel geen zwerfkei uit het Geoparkgebied, is deze vondst toch de moeite van het vermelden waard. De steen krijgt vermoedelijk een prominente plek bij de ingang van het natuurgebied bij Marum.

De kei is aan alle zijden tijdens het ijstransport vanuit Zweden afgeschuurd. Aan één zijde is het oppervlak bedekt met gletsjerkrassen. Dit detail laat de gletsjerkrassen duidelijk zien.
In de Kinnediabaas van Marum zijn de lichtkleuriger vlekjes zo’n halve centimeter groot, plaatselijk zijn ze iets groter. Ze verlenen het gesteente bij verwering een onmiskenbaar gevlekt uiterlijk.
De vlekken bestaan uit rondachtige, geelgrijze vlekken van augiet (pyroxeen). Deze zijn doorzeefd door heel kleine kristallen van plagioklaas.
Van dichtbij is de sterke vergroeiing van augiet en plagioklaas goed te zien. Bij verwering kleurt plagioklaas snel wit. Dit veldspaatmineraal is verantwoordelijk voor de lichte, grijze kleur van de zwerfsteen. Op het breukvlak zijn de vlekken in Kinne-diabaas niet of nauwelijks zichtbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.