Noordelijke vuursteenfossielen
In het noordelijk deel van Nederland is veel vuursteen te vinden en je kunt er prachtige fossielen in aantreffen. In 2023 publiceerde Mart Krook een boekje met een uitgebreid overzicht van vondsten uit de omgeving van Zuidwolde. Natuurlijk is deze vuursteen met fossielen in heel Noord-Nederland te vinden. Deze keer een artikel over protozoën in vuursteen.
Protozoën, onopvallende eencelligen
Door Mart Krook
Protozoën is een verzamelnaam, beter gezegd een vergaarbak voor eencelligen, waaronder flagellaten en foraminiferen.
De meeste soorten zijn zo klein, dat ze niet met het blote oog te zien zijn. Protozoën vertonen voornamelijk dierlijke kenmerken. Ze behoren tot de oudste en talrijkste vormen van leven en zijn fossiel aangetroffen tot 1.4 miljard jaar geleden.
Vooral in zeeën en oceanen komen ze voor en zijn belangrijk voor het ecosysteem. Zo dienen protozoën als voedsel voor vele kleine waterorganismen als zoöplankton, dat in zee leeft en vormen ze het belangrijkste dieet van bijvoorbeeld blauwe vinvissen. Van de groep eencelligen zijn in Zuidwolde alleen foraminiferen in vuursteen gevonden.

Foraminiferen uit het Krijt
Fossiele protozoën in vuursteen
De Duitse paleontoloog Otto Wetzel is een van de eerste pioniers geweest op het gebied van micropaleontologie. Hij onderzocht in de jaren ‘30 van de vorige eeuw in Noord-Duitsland zwerfstenen van vuursteen, afkomstig uit het Krijt. Hij determineerde daarin eencellige organismen. In 1968 publiceerde hij een artikel over protozoën in vuursteenzwerfstenen met onder meer de flagellaat Ophiobolus sp. en de foraminifeer Lagena hispida.
Het is Michael Hesemann die recentelijk meerdere artikelen over foraminiferen schreef en in 2008 samen met anderen het platform www.foraminifera.eu oprichtte als informatiebron en database voor foraminiferen.

Foraminiferen
Foraminiferen zijn eencellige diertjes en soms zo klein, dat je ze alleen met een microscoop kunt bekijken. Weer andere soorten kunnen centimeters groot worden.
Hun grootte varieert tussen 0,01 – 100 mm. Ongeveer 4000 recente en 55.000 fossiele soorten zijn erkend. Bijna alle soorten komen alleen in zout of brak water voor.
We onderscheiden foraminiferen in benthische soorten, die in of op de zeebodem leven en planktonische soorten, die als plankton die dicht bij het oppervlak van de zee zwemmen of drijven.
Er zijn vormen bekend met kamers recht achter elkaar of opgerold als een slak.
Foraminiferen verzorgen een aanzienlijk deel van de kalkproductie in oceanen, dat wordt geschat op 2,5%. Ze komen in enorme aantallen voor; op veel zeebodems komen meer dan 10.000 exemplaren per m2 voor.

Nodosaria sp. (Zuidwolde, coll. M.Krook)
Foraminiferen bestaan uit een klompje protoplasma, de levende inhoud van een cel. Daaromheen een kalkschaaltje van calciet, dat als uitwendig skelet soms uit één, maar meestal uit meerdere kamertjes bestaat. Uitwendige kenmerken zoals stekels en ribben of het aantal, in grootte toenemende kamers bepalen tot welke soort ze behoren.

Lenticulina sp. (Eext, coll. T.Koops)
Er zijn ook agglutinerende (‘samengeklonterde’) soorten die met zand- of kalkkorreltjes, sponsnaalden en andere deeltjes een kokerachtige schaal met kamertjes bouwen.
Fossiele foraminiferen in vuursteen
Foraminiferen is een diergroep die veel verzamelaars over het hoofd zien. Gezien de aantallen in de Krijtzee, zou het aandeel van deze fossielen ook in vuursteen aanzienlijk moeten zijn. Het sediment kalksteen bestaat uit een ophoping van foraminiferen en andere kalkhoudende organismen. De daarin voorkomende foraminiferen worden vaak als gidsfossielen gezien. Geologen kunnen met deze fossielen de relatieve ouderdom van een gesteentelaag bepalen. Zo kunnen bepaalde foraminiferen karakteristiek zijn voor een geologische periode.

Lenticulina sp. (5 mm, Rinsumageest, coll. J.Seinstra)
In Noord-Nederland, maar ook daarbuiten zijn betrekkelijk weinig foraminiferen in vuursteen gevonden en je kunt je afvragen hoe dit komt. Misschien vallen ze minder op omdat ze zo klein zijn of zijn ze niet interessant voor de verzamelaar…. Dit laatste zou een verklaring kunnen zijn voor de spaarzame meldingen over foraminiferen in vuursteen.
Het kan natuurlijk ook zijn, dat er tijdens de vuursteenvorming iets met de fossiele resten is gebeurd, of misschien in de periode erna door invloeden van buitenaf?
In vuursteen vind je soms het kalkschaaltje, waarbij de afzonderlijke kamertjes goed te zien zijn. Maar het komt regelmatig voor, dat de schaal van calciet door kiezelzuur is vervangen.

Palmula sp. (8 mm, Nordfyn DK, coll. S.Polkowsky)

cf. Planoheterohelix (∼1 mm, Magdeburg, Elbe-Kies DE, coll. S.Hartmann)
Uit onderzoek blijkt, dat in dit geval de scheidingswanden pas weer zichtbaar worden, als men kleurstof gebruikt die zich in vuursteen binnendringt.
De Britse wetenschapper Dennis Curry (1982) stelde vast dat er een selectieve vervanging heeft plaats gevonden van vooral foraminiferen in het vroegste stadium van vuursteenvorming.
In vuursteen worden soms de oorspronkelijke kamers ook als donkere opvullingen gezien.
Verder bestaat er bij vuursteenzwerfstenen natuurlijk de mogelijkheid dat het calciet van de schaal door binnendringend zuur (grond)water is opgelost. Maar in dit geval zou er een ‘holle’ ruimte moeten zijn ontstaan en die zien we niet vaak bij foraminiferen.

Nodosaria sp. (8 mm, Nordfyn DK, coll. S.Polkowsky)
Foraminiferen zijn vaak prachtig geconserveerd in vuursteen, vooral wanneer het vuursteen een breukvlak heeft. In dit geval is de kalkschaal goed te herkennen.
In Zuidwolde zijn twee exemplaren van Nodosaria gevonden. In Noord-Nederland zijn ook andere soorten foraminiferen in vuursteen bekend, zoals Lenticulina.
Alle noordelijke vuursteen is natuurlijk afkomstig uit het zuidwestelijk deel van het Oostzeegebied. Zo zijn er aan de oostkust van Denemarken en in Noord-Duitsland vondsten gemeld van Palmulas sp. en cf. Planoheterohelix sp. Al deze soorten zijn bentisch en hebben dus op of in de zeebodem geleefd. Het is te verwachten, dat de komende jaren nog veel andere microfossielen in vuursteen gevonden worden.

Nodosaria sp. (Zuidwolde, coll. H. Drupsteen)
Bronnen:
– Bilz W. Geschiebefunde von den Abbruchkanten der Eckernförder Bucht (Feuersteine)
Geschiebesammler jrg. 46-4, 133-148.
– Hesemann M. & Ketelsen D. (2024) Foraminifera in the glacial erratic Rock Sternberger Gestein from northern Germany Journal of Foraminiferal research v54, no 3, 249-263.
– Leloux J. Foraminiferen, G&H 4/5 1998, 102.
– Renema W. (2010) De Nederlandse Biodiversiteit: Foraminifera – foraminiferen, Natuur van Nederland, 10(1), 95–96.
– Wetzel O. (1968) Der gemeine Feuerstein als Fundquelle mannigfälter ‘kleinwunder’.
– Whittaker J.E & Hart M.B. (2010) Micropalaeontology, Sedimentary Environments and Stratigraphy: A Tribute to Dennis Curry (1912-2001) Geological Society London, Microaleontological Society Special Publications, 235-246.
– Wit de R. (1943) Micro-organismen in Limburgsche vuursteen, Natuurhistorisch maandblad 1943, 52-55.











