Noordelijke vuursteenfossielen
In het noordelijk deel van Nederland is veel vuursteen te vinden en je kunt er prachtige fossielen in aantreffen. In 2023 publiceerde Mart Krook een boekje met een uitgebreid overzicht van vondsten uit de omgeving van Zuidwolde. Natuurlijk zijn fossielen in vuursteen in heel Noord-Nederland te vinden. Deze keer een artikel over aptychi in vuursteen.
Over aptychi (meervoud, enkelvoud aptychus) in vuursteen is weinig informatie te vinden. Ze lijken sterk op schelpen, zodat men vroeger dacht dat het tweekleppigen waren en in die tijd zo ook zijn ingedeeld. Er zijn veel soorten tweekleppigen en ook als fossiel met uiteenlopende vormen. Waarschijnlijk vielen de kleppen van aptychi daarom niet zo op in deze diergroep.
Inmiddels wordt aangenomen dat aptychi bij een ammoniet horen. Als paar worden ze nauwelijks gevonden. Ook hún vorm kan verschillend zijn.


Aptychus van Hoploscaphites constrictus, Anderen, coll. G. van Veen (T. Koops)
In enkele gevallen zijn aptychi in het gesteente gevonden, vlakbij of ín de opening van de ammoniet. In schelpenbanken in o.a. Zuid-Duitsland zijn ze aangetroffen zonder een ammoniet in de buurt, Omdat aptychi bijna nooit als paar op de juiste plek in de ammonietschelp zijn gevonden, blijft het meestal onduidelijk tot welke soort ammoniet ze behoren.

Aptychus van Hoploscaphites constrictus, lengte 16mm, Wismar (DE), coll. R. Kautz
De vorm en bouw
De twee kleppen van aptychi zijn net als de schelpen veel tweekleppigen elkaars spiegelbeeld en als paar symmetrisch van vorm. Ze lijken een beetje op een paar mosselschelpen. Bij een aptychus is de buitenrand boogvormig en als paar raken de rechte zijden van de binnenkant elkaar en zijn ze daar oorspronkelijk met elkaar verbonden. Ze hebben geen slottanden zoals tweekleppigen, waar beide kleppen in elkaar grijpen en bijeen worden gehouden door sluitspieren.
Heel zelden worden ze als paar gevonden, maar nooit dichtgevouwen. Tweekleppigen worden soms wél samengevouwen aangetroffen in het sediment. Vaak wordt van aptychi slechts één helft, de aptychus los gevonden.

Hoploscaphites constrictus, naar Machalski, 1996
De binnenkant is egaal, maar groeilijnen zijn meestal wel goed te zien. Ook de buitenkant is soms glad of heeft versieringen zoals we bij tweekleppigen zien: korreltjes, geribbeld, gegroefd of gepuncteerd. De schelp van een levende ammoniet bestond uit aragoniet, terwijl aptychi van calciet zijn. Beide bestaan uit calciumcarbonaat (CaCO3), maar de kristalstructuur is verschillend. Aragoniet lost in een zure omgeving, zoals zuur grondwater sneller op dan calciet. Daardoor zijn aptychi goed bewaard gebleven in het sediment en worden ze regelmatig vanaf het Devoon tot aan het einde van de Krijtperiode gevonden . Dit in tegenstelling tot de schelp van de ammoniet.
Naast aptychi, worden ook de uit één deel bestaande anaptychi in verband gebracht met ammonieten. Deze zijn alleen bekend uit het Paleozoïcum tot aan het Lias (Vroeg-Jura), dus niet uit het Krijt of een latere geologisch tijdperk.
Afsluiting of kauwapparaat
Over de functie van aptychi zijn de meningen nog steeds verdeeld. De dubbele kleppen zijn lang gezien als een soort afsluiting van de ‘woonkamer’ bij de opening van de ammoniet. Dus in de vorm van een dubbel deksel (operculum), zoals we dit als één geheel zien bij slakken (gastropoda). Zij sluiten hiermee de mondopening af, wanneer de slak zich terugtrekt.

Meer recentelijk wordt gedacht, dat aptychi een onderdeel van het kauwapparaat (onderkaak) van de ammoniet zijn geweest. Ze worden in verband gebracht met de radula of rasptong. Radula’s zijn kleine hoornachtige plaatjes met rijen tandjes, waarmee ze schrapen, raspen, het voedsel verkleinen of een rol spelen bij het slikken.
Ze komen, met uitzondering van tweekleppigen, bij alle levende weekdieren voor, waaronder de meeste slakken.
Radula’s zijn bekend in gesteente uit de Juratijd en in de woonkamer van ammonieten aangetroffen. Dit gegeven bevestigt de theorie dat er een verband bestaat tussen deze rasptong en ammonieten.
Bij onderzoek van de maaginhoud van sommige ammonieten bleek dat er resten van aptychi van kleinere ammonieten, foraminiferen, ostracoden en zeelelies in de maag aanwezig waren. Het is onwaarschijnlijk geweest, dat ammonieten met hun hoornachtige kaken, grotere prooidieren konden aanvallen of er stukken af scheuren.
Vermoedelijk leefden ze van kleine, op de bodem levende dieren.
Volwassen ammonieten werden gejaagd door mosasauriërs, schikdpadden en andere zeereptielen.

Aptychus van Hoploscaphites constrictus, noordelijk van Skeldervig bay, Stevns Klint (DK). coll. J.Milan, foto: O.B.Bertelsen

Aptychus in noordelijk vuursteen
In Noord-Nederland is er slechts één vondst van aptychus bekend uit Anderen (Dr.). Dit betreft een donkergrijze vuursteen. Deze soort wordt toegeschreven aan de ammoniet Hoploscaphites constrictus.
Verder is er tot op heden in Zuidwolde (Dr.) nog geen aptychus aangetroffen.
In Noord-Duitsland zijn vondsten bekend uit Hochdonn in Sleeswijk-Holstein en uit Wismar, Mecklenburg-Vorpommern.
Verder aan het strand van Witsum en Hedehusum op het eiland Föhr (DE) een viertal aptychi in geelbruin, geelwit en zwart vuursteen. (Geschiebe Sammler jrg. 34-2). Tenslotte een roodbruine vuursteen met afdrukken van twee aptychi, los gevonden op het strand van de Boesdalgroeve op Stevns Klint (DK). Deze worden eveneens toegeschreven aan Hoploscaphites constrictus (Bulletin of the Geological Society of Denmark, 1999-12-20)
Bronnen:
- https://en.m.wikipedia.org/wiki/Aptychus
- https://natuurtijdschriften.nl/pub/405376/GenH1988042005003.pdf
- https://natuurtijdschriften.nl/pub/415016/GEA1996029001002.pdf
- https://www.fceia.unr.edu.ar/fisiografia/lpb/parent/Parent%20&%20Westermann%202016.pdf
- https://www.geschiebesammler.de/register_jg__1-36.htm Geschiebesammler jrg 34, heft 2, juni 2001
- Wirbellose Tiere der Vorzeit, 1997, Lehmann, U. Hillmer, G.











