dinsdag, oktober 6, 2026
    Home Fossielen Haaien, de grootste roofvissen in vuursteen – 2

    Haaien, de grootste roofvissen in vuursteen – 2

    0
    698
    Odontaspis sp. in vuursteen Zuidwolde, coll. H.Drupsteen

    Noordelijke vuursteenfossielen

    In het noordelijk deel van Nederland is veel vuursteen te vinden en je kunt er prachtige fossielen in aantreffen. In 2023 publiceerde Mart Krook een boekje met een uitgebreid overzicht van vondsten uit de omgeving van Zuidwolde. Deze fossielen in vuursteen zijn in heel Noord-Nederland te vinden.  
    In deel 1 zijn kraakbeenvissen, waaronder Grauwe haaien (Hexanchiformes) met de haaien Hexanchus en Notorynchus besproken.
    Deze keer de Makreelhaaien (Lamniformes) met o.a. Odontaspis en Brachycarcharias.
    Verder de Stierkophaaien (Heterodontiformes), haaien met rugvinstekels waaronder Heterodontus
     en ook de afdruk van een haaienwervel in vuursteen.

    Makreelhaaien (Lamniformes)

    Makreelhaaien komen voor in alle tropische en gematigde zeeën en oceanen, maar ook in de Middellandse Zee. Ze geven de voorkeur aan warmere wateren, maar kunnen zich ook aan koudere omstandigheden aanpassen. Het zijn snelle zwemmers en leggen vaak grote afstanden af. De meest grote en bekendste soorten zijn: de reuzenhaai en de witte haai.

    Odontaspis sp. (naar Maul, 1955)

    In noordelijk vuursteen zijn van de familie tijgerhaaien (Odontaspididae) in ieder geval twee soorten aangetroffen: Odontaspis en Brachycarcharias . Mogelijk een derde:Cretalamna, waarvan de determinatie niet helemaal duidelijk is. 
    Het zijn allemaal grote, logge haaien met flinke ogen, een bolvormige, conische snuit en een bek die zich uitstrekt tot achter de ogen. Ze hebben een grote, tweede rugvin. Het dier kan een lengte van ruim 3 meter bereiken. Hun tanden zijn lang en smal met gladde randen met soms één of twee kleine zij-spitsen aan weerszijde van de hoofdspits.

    Odontaspis
    Haaien van dit geslacht kunnen tot 3,6 meter lang worden en voeden zich meestal met beenvissen, inktvissen en garnalen.
    De kroon van de tand is lang en slank en de snijranden zijn scherp. Naast de kroon staat aan iedere kant één bijtandje, soms twee. De worteltakken zijn duidelijk gescheiden.
    Bij de tand van Odontaspis in vuursteen is goed het verschil te zien tussen het glazuur van de tand en de wortel. Ook deze is waarschijnlijk pas later in de bodem gebleekt.

    Odontaspis sp. dezelfde tand met een mediale groef aan de binnenkant op de hoofdspits, Zuidwolde, coll. H.Drupsteen

    Een gedeelte van de scherpe, slanke tand zit nog in vuursteen. De voor dit genus herkenbare zijspitsen zijn niet te zien. Bij de hoofdspits is aan de binnenkant een mediale groef te zien. Deze groef maakt een tand sterker.

    Odontaspis sp. Boventanden en ondertanden uit één kaakhelft (FAO Species Catalog)

    Brachycarcharias
    De zandtijgerhaai Brachycarcharias  is als genus uitgestorven. Deze haaien leefden tijdens het Paleoceen en het Eoceen. De tanden zijn vaak gestreept met aan beide zijkanten één of twee driehoekige bij-spitsen. De tanden van volwassen exemplaren kunnen een gladde kroon hebben en de secondaire bij-spitsen kunnen dan  helemaal afwezig zijn.

    Brachycarcharias sp. Noord-Fünen (DK), coll. S.Polkowsky
    cf. Cretalamna sp., Anderen, coll. G.van Veen (T.Koops) Belangrijke kenmerken zijn niet duidelijk, zodat Otodus sp. ook een mogelijkheid is.

    Cretalamna
    Dit genus haai is uitgestorven en leefde tijdens het Krijt en het Paleogeen. De tanden hebben een driehoekige hoofdspits met aan de zijkant (lateraal) brede driehoekige bij-spitsen en een tweelobbige wortel. Deze en verdere kenmerken zijn niet te zien bij de tand in vuursteen, omdat een gedeelte van de kroon en de wortel flink beschadigd zijn. Het kan in dit geval ook om een andere soort met bij-spitsen gaan, zoals het eveneens uitgestorven genus Otodus.

    Stierkophaaien of gehoornde haaien (Heterodontiformes)

    De soort die met 1,65 meter kleiner is dan andere haaiensoorten, komt tegenwoordig nog voor in warm gematigde en tropische zeeën van de Indische Oceaan tot aan de Stille Oceaan. Ze danken hun naam aan hun kop met uitstulpingen voor de ogen en de afgeronde snuit. Ze hebben twee rugvinnen, een aarsvin en vijf kieuwspleten. De rugvinnen zijn beide voorzien zijn van een stekel. Ze leven vooral van schaaldieren, zoals zee-egels en tweekleppigen. Hun tanden voorin zijn scherp om prooien te grijpen en achterin hebben ze platte tanden om schelpen mee te kraken.

    Heterodontus sp. (naar J.Bourdon, 2000)

    Heterodontus
    Deze haai uit de familie Heterodontidae heeft kleine meerpuntige tanden aan de voorkant en afgeplatte kiezen aan de achterkant. Ze leven vaak dicht bij de zeebodem om zich te voeden met mosselen, zee-egels en andere dieren met een harde schaal.

    Rugvinstekel in vuursteen van Heterodontus sp. Funen (DK), lengte 40 mm, coll. S.Polkowsky

    Wervels van kraakbeenvissen
    Omdat het skelet en dus ook de wervels van haaien van kraakbeen zijn, is logisch te denken dat deze over het algemeen slecht bewaard blijven in het sediment en daarmee uiteindelijk ook in vuursteen. Toch zijn er, nadat de haai dood ging en het kadaver of resten ervan op de zeebodem terecht kwamen, fossiele resten bewaard gebleven. Waarschijnlijk zijn er omstandigheden geweest, dat de delen goed bedekt werden in het sediment, er voor de ontbinding weinig zuurstof was en het kraakbeen kon verkalken. Bij sommige haaien, waaronder Squaliformes gebeurde dit soms, waardoor de wervel fossiliseerde en ook na de vorming van vuursteen erin opgenomen werd.

    Een wervel van een haai in vuursteen, Brandenburg (DE), doorsnede 9 mm, coll. R.Kautz

    In Brandenburg, Duitsland is een goed bewaarde wervel in vuursteen aangetroffen. Omdat een groot deel van de wervel niet zichtbaar is, wordt determineren moeilijk. Het betreft hier in ieder geval een kleine haaiensoort.
    Bij de meeste vuursteenfossielen die in Noord-Nederland worden gevonden zijn de harde schaaldelen en schelpen van aragoniet en calciet vermoedelijk in de loop der tijd door zuur (grond)water opgelost. Dit zal ook gelden voor de verkalkte wervels, waardoor we nu een holle ruimte, dus alleen een afdruk van de wervel in vuursteen zien.

    In noordelijk vuursteen is in Drenthe een afdruk van een wervel van haai aangetroffen. Het betreft ook hier een afdruk van haaienwervel en niet van een rog, De wervel van een rog is meer ovaal. De meeste haaien hebben ronde wervels.
    Wervels zijn moeilijk op soort te bepalen omdat ze veel op elkaar lijken en nooit samen met haaientanden worden gevonden.

    Afdruk van een haaienwervel in vuursteen. Anderen, coll. G.van Veen (T.Koops)

    Bronnen:

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.