zondag, september 13, 2026
    Home Prehistorie Warmte en licht in de prehistorie

    Warmte en licht in de prehistorie

    0
    1213
    Swifterkamp

    Met alle isolatie, warmtepompen en klimaatbeheersing van tegenwoordig kunnen wij ons niet meer voorstellen hoe mensen in de oertijd woonden.

    Natuurlijk weten wij uit recentere periodes (onze opa’s en oma’s) dat je in de winter in een kleine ruimte om de centraal geplaatste kachel zat. Gordijnen of luiken dicht omdat anders de warmte via het enkel glas en de ongeisoleerde muren direct het huis weer verliet.

    Langer geleden is lastiger na te gaan. In de prehistorie schreef men geen boeken. We moeten het dus hebben van opgravingen, archeologische vondsten en interpretaties op basis van volkeren die nog op een oermanier wonen.

    In het oertijdpark van het Hunebedcentrum hebben wij daarom huiden hangen boven de vuurplaatsen. Gebaseerd op de traditionele woningen van de Inuït. Het is een logisch verhaal. De vonken worden door de haren op de koeienhuid gevangen en voorkomen zo brandgevaar. De rook gaat via de open bovenkanten van de kopse gevels naar buiten. Het is immers niet prettig wonen in een rokerige omgeving. En erg slecht voor de gezondheid.

    Oertijdpark Hunebedcentrum

    In SkaraBrea (Orkney eilanden) was vrijwel geen hout te vinden. De late steentijdhuizen zijn compleet met stenen interieur teruggevonden onder het zand. Vermoedelijk heeft hier een dak op gezeten van gevlochten twijgen met plaggen. Raamopeningen waren er niet en de ingang zat in een overdekte gang die om een deel van het huis heenging. Een prima manier om het ruige klimaat op de kale eilanden buiten het leefgedeelte te houden. Licht van buiten kon het huis vrijwel niet binnenkomen. Het vuur zorgde dus voor licht, warmte en rook die door het plaggendak naar buiten lekte.

    SkaraBrea (Orkney eilanden)
    SkaraBrea (Orkney eilanden)
    SkaraBrea (Orkney eilanden)

    Echter, er zijn recentere voorbeelden waar de rook en duisternis ook onderdeel was van het dagelijks leven. De Blackhouses (18e eeuw) in Schotland kenden alleen een deuropening. De naam komt van het zwarte interieur. Het dak (van takken bedekt met plaggen en daar overheen heide) was dicht en ruste op een dikke stenen muur. Het vuur was de lichtbron en de rook zocht via de dakbedekking een weg naar buiten. Het menselijk oog is in staat om met zeer weinig licht toch te kunnen zien en de rook zorgde voor mede voor conservering van het dak. De roetaanslag die zich aan de binnenkant vormt, zorgt voor een beschermende laag die het risico op brand kleiner maakt. Op basis van dit principe had men onder andere in Staphorst tot in de vorige eeuw nog houten schoorstenen.

    Blackhouse Schotland
    Blackhouse Schotland
    Blackhouse Schotland
    Blackhouse Schotland
    Boerderij in Staphorst

    Tot in de middeleeuwen (voor het gebruik van dakpannen algemeen werd) gebruikte men ook leem om daken af te smeren over het riet (zowel binnen als buitenkant). Leem kennen we volop op de Hondsrug.

    Kortom, er zijn meerdere manieren waarop huizen tegen brand beschermd konden worden. Het is één van de vraagstukken waar meerdere oplossingen voor mogelijk zijn. Wie weet komen we er ooit nog achter hoe de hunebedbouwers dit dagelijkse probleem opgelost hebben.

    Swifterkamp
    Swifterkamp

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.