maandag, september 14, 2026
    Home IJstijden Nijlpaarden: rivierpaarden in het pleistocene Nederland

    Nijlpaarden: rivierpaarden in het pleistocene Nederland

    0
    430
    Bernard Gagnon, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons

    Nijlpaarden in Nederland. Tegenwoordig denken we bij deze woorden eerder aan dierentuinen met warmwaterbassins dan aan ijstijden. Maar tijdens delen van het Pleistoceen hebben er hier nijlpaarden geleefd. En hun fossielen bewijzen dat ze zich hier prima vermaakt hebben.

    De ijstijd: koud, warm en weer terug

    Wanneer we het hebben over de ijstijd, denken we vaak aan één lange koude periode. Maar deze tijd, die we officieel het Pleistoceen noemen (2.580.000 – 11.700 jaar geleden), was niet alleen maar koud.

    De echte koude periodes noemen we ijstijden of glacialen, zoals het Weichselien, Saalien en Elsterien. Wie wat verder in de literatuur duikt, ontdekt dat er mogelijk tientallen ijstijden zijn geweest in het Pleistoceen.

    Tussen deze koude fasen lagen de warme periodes, de interglacialen. Misschien ken je namen als het Eemien en het Holsteinien. In deze periodes kon het zelfs warmer worden dan in het huidige klimaat.

    Ons kikkerlandje in het Pleistoceen

    Nederland lag in het Pleistoceen geografisch gezien op een interessante plek. Tijdens de koude periodes, die vele duizenden jaren konden duren, kon het hier bitterkoud zijn. Kale vlaktes strekten zich uit, waar zelfs de sterkste bomen werden geveld door gure wind en ijzige kou. Mammoeten, wolharige neushoorns en steppewisenten trokken dagelijks vele kilometers op zoek naar voedsel onder lagen sneeuw en ijs.

    Maar elke koude periode eindigde uiteindelijk met een stijgende temperatuur. Het ijs smolt, en langzaam vulden de eindeloze vlaktes zich weer met struiken, bomen en rivieren. De zeespiegel steeg, waardoor delen van Nederland soms onder water verdwenen. In andere gebieden ontstonden moerassen. De mammoeten van de steppe trokken naar het noorden en oosten, en maakten plaats voor dieren die beter pasten bij warmere klimaten: bosolifanten, reuzenkopbevers, verschillende hertensoorten, makaken, zelfs de Europese jaguar en de tapir van Auvergne trokken vanuit het zuiden Nederland binnen. En zodra het hier vochtig genoeg werd, arriveerden ook de nijlpaarden.

    Nijlpaarden

    Tegenwoordig kennen we nijlpaarden als enorme kolossen in Afrikaanse rivieren. Ze lijken vredig te dobberen, maar schijn bedriegt: door hun agressieve aard hebben ze al vele mensen gedood. Vooral vissers en mensen in boten zijn vaak slachtoffer, want nijlpaarden beschermen hun rivieren genadeloos. Maar ook op het land ben je niet automatisch veilig: nijlpaarden leggen ’s nachts vaak kilometers af om te grazen en komen daarbij geregeld in contact met mensen.

    Cindy Heppelmann & Hp.Baumeler, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

    Net als hun huidige verwanten waren de nijlpaarden die hier tijdens de warme periodes van het Pleistoceen rondliepen grote herbivoren (planteneters). De gevonden fossielen verschillen enigszins in formaat. Daarom wordt gedacht dat de oudere fossielen toebehoren aan de grotere Hippopotamus antiquus, en de jongere aan de kleinere Hippopotamus amphibius. De laatste soort kennen we nu nog uit Afrika en dus ook uit dierentuinen.

    Georgia Tsagkogeorga, Michael R. McGowen, Kalina T. J. Davies, Simon Jarman, Andrea Polanowski, Mads F. Bertelsen, Stephen J. Rossiter, CC BY 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by/4.0, via Wikimedia Commons

    Andere wetenschappers vermoeden echter dat alle fossielen tot één soort behoren, en verklaren het verschil in grootte door lokale verschillen in leefomgeving.

    De nu nog levende nijlpaarden wegen gemiddeld zo’n 1.400 kilo, al kunnen sommige mannetjes aanzienlijk zwaarder worden. Ze bereiken een schofthoogte van ongeveer 1,40 meter en hebben enorme hoektanden om te vechten en te imponeren.

    Ze leven vaak in grote groepen in het water, maar binnen die groepen bestaan duidelijke territoria: mannetjes verdedigen hun eigen stuk rivier, met daarin de vrouwtjes en jongen.

    Nilsrinaldi, CC BY 2.0 https://creativecommons.org/licenses/by/2.0, via Wikimedia Commons

    Evolutie van nijlpaarden

    Nijlpaarden behoren tot de familie van de evenhoevigen, en zijn daarmee verwant aan de zwijnen. Maar wist je dat hun nauwste levende verwanten walvissen en dolfijnen zijn? Ze delen dus al miljoenen jaren een sterke band met het water! Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

    Raul654, CC BY-SA 3.0 http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/, via Wikimedia Commons

    Paleobiologie: een unieke leefwijze

    Waarschijnlijk gedroegen de nijlpaarden die hier in het Pleistoceen leefden zich vergelijkbaar met hun moderne verwanten. Overdag verbleven ze in het water en ’s nachts trokken ze het land op om te grazen.

    Hoewel krokodillen en leeuwen in Afrika soms nijlpaarden aanvallen, richten ze zich vooral op jonge of kleinere dieren. Volwassen nijlpaarden staan bekend om hun felle territoriale agressie. Ze deinzen niet terug voor gevechten met roofdieren. Een krokodil of leeuw kan net zo goed slachtoffer worden als andersom. Ook prehistorische roofdieren zoals sabeltandkatten en holenleeuwen zullen een volwassen nijlpaard niet lichtvaardig hebben aangevallen.

    In Spanje zijn fossielen gevonden die erop wijzen dat nijlpaarden soms door neanderthalers zijn geslacht.

    Nevit Dilmen, CC BY-SA 3.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0, via Wikimedia Commons

    Geen leven zonder water

    Nijlpaarden leven al miljoenen jaren in nauwe verbondenheid met water. Ze kunnen eigenlijk niet zonder. Moderne nijlpaarden produceren een soort natuurlijke zonnebrand die hun huid beschermt tegen UV-straling, maar zelfs daarmee moeten ze regelmatig onder water duiken om verbranding te voorkomen. Pas na zonsondergang komen ze langdurig aan land om te eten.

    Het water biedt ze bovendien bescherming tegen de zwaartekracht. In gebieden waar nijlpaarden niet de hele dag in het water kunnen blijven, ontstaan vaak botafwijkingen doordat hun skelet het enorme gewicht niet goed kan dragen. Dergelijke afwijkingen zijn ook gevonden bij sommige fossielen uit omliggende landen. Dat wijst erop dat niet alle pleistocene nijlpaarden altijd in het water leefden. Sommigen moesten zich aanpassen aan drogere omstandigheden, ook als dat misschien noodgedwongen was.

    Wanneer de ijstijden terugkeerden

    Na elke warme periode keerde de kou weer terug. De zeespiegel daalde, moerassen droogden op, water bevroor, bomen en struiken verdwenen. Hun zaden konden in de kou niet meer kiemen of groeien. Net als andere warmteminnende dieren trokken de nijlpaarden weer weg.

    Niet veel later (maar dan op geologische schaal) was Nederland opnieuw kaal, leeg en bevolkt door mammoeten.

    Muhammad Mahdi Karim, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

    Fossiele vondsten in Nederland

    Ook in Nederland zijn fossielen van nijlpaarden gevonden. Die resten worden meestal herleid tot enkele warme en vochtige periodes binnen het Pleistoceen. Af en toe worden fossiele tanden of botten gevonden in de Noordzee of op de stranden. Vaak gaat het om grote kiezen. Vroeger werden ook vondsten gedaan in oude groeves.

    Buiten onze landsgrenzen zijn veel meer fossielen aangetroffen. Een teken dat nijlpaarden destijds bepaald geen zeldzame verschijning waren in Europa.

    Meer weten

    Wil je meer weten over de dieren die in de ijstijden in Nederland hebben geleefd? Kom dan eens langs bij het Hunebedcentrum in Borger. Zien we je snel?

    Bronnen

    https://www.geologievannederland.nl/publicaties/253.html

    https://en.wikipedia.org/wiki/Hippopotamus

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.