maandag, oktober 12, 2026
    Home Musea Malaga, meer dan terrasjes, strand en musea!

    Malaga, meer dan terrasjes, strand en musea!

    0
    191

    Van 9 t/m 13 april 2026  was ik met mijn 3 kinderen voor een stedentrip in Malaga.

    Naast het Picasso museum, de kathedraal, het Romeinse theater en het fort wilde ik graag kijken of in de omgeving iets meer van de archeologische rijkdom te zien was.

    In het Hunebednieuwscafe verschenen er al meerdere artikelen over zoals die over de Dolmens van Antequera (Spaans: Sitio de los Dólmenes de Antequera). Dit is een culturele erfgoedsite bij de stad Antequera, niet heel ver van Malaga en heeft een museum.

    Dit was meteen mijn favoriet, ze passen bij het tijdperk van het Hunebedcentrum, maar … het kost 2 uur met de bus en een stuk lopen om ze te bereiken vanuit Malaga. Meer iets voor als je langer dan een paar dagen de tijd hebt. Wel echt een aanrader als je met de auto bent!

    Geschiedenis

    De locatie, gelegen in het hart van Andalusië in Zuid-Spanje, omvat drie megalitische monumenten: de dolmens van Menga en Viera en de Tholos* van El Romeral, en twee natuurlijke monumenten: de 880 m hoge Peña de los Enamorados en het karstgebied van El Torcal, twee markante bergformaties in het gebied. De monumenten die gebouwd zijn in het neolitische tijdperk en de koper/bronstijd en bestaan uit grote stenen blokken die kamers vormen waarvan de daken bestaan uit lateien of valse koepels. De drie tombes die begraven lagen onder de originele aarden grafheuvels behoren tot de meest opmerkelijke architecturale bouwwerken van de Europese prehistorie. Ze vormen een van de meest belangrijke voorbeelden van Europees Megalithisme. Om die redenen werden de dolmens in juli 2016 erkend als cultureel werelderfgoed en toegevoegd aan de UNESCO werelderfgoedlijst.

    De dolmens dienden als begraafplaatsen en hadden rituele functies. Ook de twee natuurlijke monumenten La Peña de los Enamorados en El Torcal horen bij dit werelderfgoed. Dit zijn twee berggroepen in dezelfde omgeving. 

    Unieke kenmerken

    De monumenten zijn erg groot, veel groter dan de hunebedden in Nederland en bestaan uit enorme stenen blokken die kamers vormen. De dolmen van Menga en Viera hebben platte stenen daken, terwijl El Romeral een koepelvormig dak heeft. Het is bijzonder dat de graven niet allemaal gericht zijn op de zonsopgang, zoals gebruikelijk was, maar een sterke relatie hebben met de omgeving. De Menga dolmen lijkt heel precies op de bergformatie Peña de los Enamorados ,waar rotstekeningen voorkomen, uitgelijnd. Wat zou de betekenis zijn…

    * Tholos, is dit een technische term uit de Grieks-Romeinse oudheid voor een rond gebouw met een koepelvormig dak, vaak omringd door zuilen. 

    Enkele fotos van de dolmens van Antequera

    Menga
    Menga
    Viera, gebouwd op de lichtinval bij de zonnewende, By Olaf Tausch – Own work, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=44312323
    El Romeral
    Bergformatie Torcal. Door Jebulon – Eigen werk, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=23208646
    De bergformatie La Pena

    Bronnen: wikipedia, https://unesco.nl/werelderfgoed/het-gebied-van-de-dolmen-van-antequera, https://www.hunebednieuwscafe.nl/2024/11/cueva-de-menga-de-antequera-dolmen-site-op-een-postzegel / https://www.hunebednieuwscafe.nl/2016/10/dolmen-van-antequera-spanje/, https://www.hunebednieuwscafe.nl/2017/09/dolmens-antequera-spain/

    Maar goed, te ver dus.

    In het hotel had niemand hier ooit van gehoord, maar: op een half uurtje rijden met bus nr 160 vanaf het busstation van Malaga lag een beter bereikbar esite: Prehistorisch park Cuevas de la Araña met een klein bezoekerscentrum. Daar wilde ik heen!

    We stapten uit de bus bij de halte La Araña en liepen naar een vervallen toren op een heuvel met prachtig uitzicht op de Mediterranee. (En helaas ook op de cementfabriek vlak naast het bezoekerscentrum). Na enig rondkijken bleek het Centro de Interpretación er inderdaad te zijn en open.

    Prehistorisch park van Malaga

    Cuevas de la Araña (Spinnenholen)  https://complejohumo.org/

    De wijk La Araña, gelegen aan de rand van het toeristische Málaga, herbergt met zijn talloze grotten en rotsschuilplaatsen (Spaans: abrigo, betekenis ook jas) een van de belangrijkste prehistorische erfgoederen van Andalusië. De baai van Málaga, gelegen in een gematigd klimaatgebied, bood door de eeuwen heen ideale omstandigheden voor het voortbestaan ​​van menselijke groepen. Dankzij het milde, mediterrane klimaat – zelfs tijdens de strengste perioden van de ijstijd – en de overvloed aan natuurlijke hulpbronnen, zoals grotten en rotsschuilplaatsen, bewoonden onze voorouders dit bevoorrechte gebied van 300.000 jaar geleden tot vrijwel heden. 

    Het Prehistorisch Park van Málaga is een openluchtmuseum gewijd aan de prehistorie, dat de archeologische vindplaatsen van La Araña herbergt. Het park bestaat uit zeven archeologische vindplaatsen en een bezoekerscentrum.

    Het is een archeologisch parkproject dat sinds 1995 wordt gepromoot in La Araña, een karstgebied ten oosten van de baai van Málaga, waar grotten en schuilplaatsen in overvloed aanwezig zijn en waar overblijfselen uit de pre-Neanderthaler-, Neanderthaler-, Cro-Magnon-, Neolithische en Chalcolithische periode zijn gevonden.

    Het interpretatiecentrum werd op 28 januari 2014 voor bezoekers geopend en is sindsdien een vaste bestemming voor verschillende scholen in de stad. Wie de grotten zelf wil bezoeken kan van te voren een rondleiding van 2 of 3 uur reserveren. Maar ook zonder dat is een bezoek de moeite waard.

    Grotten en rotsschuilplaatsen
    Het gebied bevat een groep locaties van groot archeologisch belang, waaronder grotten, rotsschuilplaatsen en openluchtgebieden. De grotten zijn Cueva de Cuervo I (ook bekend als Cueva de los Molinos), Caseta del Guardia, Cueva de Hoyo de la Mina (nu verdwenen), Cueva del Humo (ook bekend als Raja del Humo en Cueva del Montijano), Cueva de Navarro IV en Rock Shelters 0 tot en met 10. Het interpretatiecentrum houdt zich bezig met onderzoek en verspreiding van informatie over de locaties.
    De eerste studies van de Hoyo de la Mina-grot, die inmiddels verdwenen is door de mijnbouwactiviteiten van de cementfabriek, net als enkele andere rotsschuilplaatsen, werden in 1920 gepubliceerd door Miguel Such, die de grot in 1917 en 1918 opgroef. De grot was echter al in 1833 in kaart gebracht in opdracht van de overheid, blijkbaar met meer interesse in de aanwezigheid van een mogelijke schat dan in de archeologische rijkdom van de locatie. In de Cueva del Humo (Rookgrot) begon het wetenschappelijk onderzoek in 1942 met de archeologische opgraving door José Sánchez Montes, maar pas in 2011 werd het eerste bewijs van rotstekeningen gevonden. De Navarro IV-grot werd in 1979 ontdekt als gevolg van mijnbouwwerkzaamheden bij de cementfabriek, en de studie van de prachtige rotstekeningen begon met José Luis Sanchidrián, die zijn resultaten in 1981 publiceerde.

    De rotstekeningen

    De eerste herkenning van de rotsschuilplaatsen 3 tot en met 6 dateert vermoedelijk uit 1946, hoewel ze destijds als “van weinig belang” werden beschouwd. Latere studies van de rotsschuilplaatsen van het Humo-complex, uitgevoerd vanaf het midden van de jaren zestig, onthulden hun enorme archeologische waarde, aangezien ze sedimenten bevatten die overeenkomen met de overgang tussen het Midden- en Boven-Paleolithicum, die schaars zijn in het zuiden van het Iberisch schiereiland.

    Wat betreft de rotstekeningen van Cueva del Humo, waarvoor tot op heden geen absolute datering is vastgesteld, zijn schilderingen gecatalogiseerd in de vorm van rechte lijnen, gegroepeerde stippen en vlekken (oker en zwart), evenals gravures in de vorm van antropomorfe figuren en vrouwelijke symbolen (“Venus”), afbeeldingen van dieren en lineaire tekens (verticaal, schaakbordpatroon, enz.). In Cueva Navarro IV bevinden zich 149 gecatalogiseerde grottekeningen in rood en zwart, die overeenkomen met tekens (stippen, lijnen, gesloten krommen, vlekken, enz.) en één dier (oeros). Ze worden allemaal toegeschreven aan het Boven-Paleolithicum (Solutréen). In 1983 werd in schuilplaats 6 een neolithische kiezelsteen gevonden, gegraveerd met twee antropomorfe figuren en een verticale inkeping van ongeveer 7500 jaar oud op een van de vlakken.

    Wat betreft de sedimentaire opvulling bevat de Hoyo de la Mina-grot sedimenten uit het Boven-Paleolithicum, Epipaleolithicum en Neolithicum, terwijl in de Cueva del Humo mogelijk materiaal uit het Onder-Paleolithicum en Paleolithicum is beschreven.

    Het bezoek aan het interpretatiecentrum was een verrassend leuke ervaring. Een bijzonder vriendelijke en enthousiaste gids nam ons aan de hand van kopieën van skeletten en voetstappen van de eerste mensachtigen mee naar de periode waar de vondsten uit afkomstig waren. Het voelde vertrouwd, leek op het Hunebedcentrum, maar dan vooral over een veel eerdere periode èn aan zee. Mooi om te zien in de vitrines en op de wandplaten was, dat naast vuursteen gereedschappen als schrapers, messen, pijlpunten, (vuist) bijlen schelpen en ander beschikbaar materiaal uit de omgeving gebruikt werd.

    Het was een leuke gelegenheid om mijn jarenlange Spaanse lessen in de praktijk te brengen, want de teksten waren niet in het Engels vertaald. Gids Alessandro sprak wel redelijk Engels.

    Tip:  Kijk ook eens naar de website, om een idee te krijgen van de grotten en (kinder)activiteiten . https://complejohumo.org/

    replicas

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.