Dit graf werd in 2016 ontdekt en wetenschappelijk gedocumenteerd. Het graf werd in 2020 wetenschappelijk onderzocht. Het bleek om een ganggraf te gaan, dat bestond uit 4 dekstenen (4 trilithons). De afmetingen van de grafkamer waren 5,6 x 1,6 meter. Net als bij de andere recent ontdekte graven in de omgeving was het graf omgeven door een dikke laag keien. De ingang was naar het zuiden gericht: de gang bestond uit één paar draagstenen met een reeds eerder weggehaalde of verdwenen deksteen. De vloer bestond uit kleine vuurstenen en keien, waarvan sommige sporen van verbranding vertoonden. Een drempel van drie stenen blokken markeerde de ingang. Voor de ingang werd een vuurstenen bijl gevonden uit de Enkelgrafcultuur, welke daar tijdens de laatste grafactiviteiten werd gedeponeerd. Toen ook werden de grafkamer en de gang dichtgegooid en gedeeltelijk vernield. Datering grafkamer: 3500-3300 v. Chr. Vondsten: 148 keramische scherven (daterend uit 3250-3100 v. Chr.) en 124 vuurstenen artefacten. De start van de bouw van het ganggraf is rond 3450 v. Chr. gesteld. Het graf is na het onderzoek weer toegedekt; er zijn vanaf maaiveldhoogte geen stenen meer waarneembaar.



Foto’s: Willem Donker, juli 2025. Foto opgraving en plattegrond: uit “Vom Moor begraben” – Moritz Mennenga, Anja Behrens, Steffen Wolters, Martina Karle en Karin Fäcke











