
Het hunebed van Balloo (D16) ligt op de Ballooër es, aan de rand van het natuurgebied Kampsheide. Op het eerste gezicht oogt het als een rustig, goed bewaard monument in een open landschap. Maar wie D16 beter bekijkt, ziet niet alleen sporen van de prehistorie, maar ook van meer dan een eeuw archeologisch ingrijpen en debat. En daarin speelt één naam een centrale rol: Albert Egges van Giffen.
D16 werd gebouwd rond 3400–3000 v.Chr. door mensen van de Trechterbekercultuur, de eerste boeren van Noord-Nederland. Zij gebruikten de enorme zwerfkeien die tijdens de voorlaatste ijstijd vanuit Scandinavië waren aangevoerd en hier door het ijs waren achtergelaten. Het hunebed is met zijn15,6 meter lengte, negentien draagstenenennegen dekstenen één van de grotere monumenten in Drenthe. De aanwezigheid van poortstenen wijst op een duidelijk gemarkeerde toegang tot de grafkamer, die oorspronkelijk onder een heuvel van zand en plaggen verborgen lag.
De ligging op de Ballooër es is geen toeval. D16 ligt vlak bij de westelijke erosierand van een keileemrug, waar zwerfstenen gemakkelijk te vinden waren. Archeologisch onderzoek toont aan dat zich in de directe omgeving ook nederzettingen en grafheuvels uit dezelfde periode bevonden, wat D16 plaatst in een breder, intensief gebruikt cultuurlandschap rond de Ballooër es en Kampsheide.
Toen Albert Egges van Giffen in 1918 hunebed D16 bezocht, trof hij het monument aan zoals hij dat zelf omschreef “in een droevigen staat”. Alle negen dekstenen waren van hun draagstenen gegleden; sommige lagen scheef, andere half verzonken in de bodem. Van Giffen groef bij D16 een proefsleuf en legde de situatie nauwgezet vast in tekeningen en foto’s voor zijn monumentale standaardwerk De hunebedden in Nederland (1925–1927).
Van Giffen geloofde sterk dat hunebedden niet alleen gedocumenteerd, maar ook herkenbaar en leesbaar moesten blijven voor het publiek. Daarom werd D16 in 1952 en 1954 door hem gerestaureerd. Dekstenen werden opnieuw op draagstenen geplaatst, waarbij stabiliteit en zichtbaarheid prioriteit kregen. In 1978 volgde een latere fase waarin alle dekstenen opnieuw zijn teruggelegd, in aanvulling op Van Giffens werk. Deze restauraties zijn later onderwerp van debat geworden. Al in de 19e eeuw waarschuwden Britse archeologen als Lukis en Dryden dat restauraties het “oorspronkelijke beeld” konden vertekenen. Toch hebben juist Van Giffens ingrepen ervoor gezorgd dat monumenten als D16 niet verder vervielen of zelfs compleet zijn verdwenen.
D16 is ook bekend geworden door de zogeheten cup marks: kleine, ronde kuiltjes in twee van de dekstenen. Deze kunstmatige uithollingen behoren niet tot de standaard bouwkenmerken van hunebedden, en de meeste archeologen gaan er dan ook vanuit dat ze later zijn aangebracht, wellicht pas in de Bronstijd (in Nederland ca. 2000 – 800 v. Chr.). D16 was dus zeer waarschijnlijk al eeuwen oud toen mensen de stenen opnieuw gingen bewerken. Met welk doel? Dat weten we niet. Vaak wordt er een rituele of ceremoniële betekenis aan gegeven, in verband met offers, herdenkingen (voorouderverering?), of wellicht ook met andere belangrijke overgangen in het leven (geboorte, huwelijk?)- maar alles blijft speculatie. Qua afmeting en vorm lijken ze sterk op de cup marks die gevonden zijn op megalithische monumenten in Scandinavië. De cup marks van D16 als zodanig werden dan ook pas in 1987 herkend door een Deense archeoloog. Dat de sporen bewaard zijn gebleven, heeft alles te maken met de zorgvuldige documentatie van de stenen, waarin Van Giffens atlas nog steeds een referentiepunt vormt.





Voor meer informatie over D16 klik hier
Voor specifieke informatie over cup marks klik hier: Cupmarks, Groeven en Petrogliefen
Het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie) heeft in het najaar van 2024 veel oude foto’s van opgravingen digitaal ontsloten. Een ware schatkamer. In de database staan ook foto’s van de restauratie van hunebed D16 bij Balloo uit 1952.
De historische foto’s bij dit artikel zijn te vinden via https://dbc.rug.nl/digital/collection/GIA-fotos. Als u hier de zoektermen balloo en hunebed intikt vindt u onder meer de getoonde foto’s.










