Soms lijkt een museumcollectie bijna een eigen leven te leiden. Dat geldt zeker voor een bijzondere Siberische diamant die na twintig jaar plotseling weer boven water kwam. Het kleine kristal, nauwelijks groter dan een vingernagel, heeft niet alleen een spectaculair geologisch verhaal, maar ook een geschiedenis vol verdwijningen, verhuizingen en onverwachte ontdekkingen.
De diamant bevindt zich nog altijd in zijn oorspronkelijke moedergesteente en is daarmee uitzonderlijk zeldzaam. Het gaat om een ruwe diamant uit Siberië, afkomstig uit de regio Kolyma. Wat het kristal zo bijzonder maakt, is de vorm: een perfecte octaëder, een zogenoemde dubbelpiramide. Op de kristalvlakken zijn kleine trapvormige structuren zichtbaar. Die ontstonden tijdens een extreem gewelddadige reis vanuit het binnenste van de aarde.
Diamanten ontstaan diep onder de aardkorst, op diepten van ongeveer 150 tot soms meer dan 270 kilometer. Daar heersen enorme drukken en temperaturen. De Kolyma-diamant werd miljoenen jaren geleden door kimberlietmagma razendsnel omhoog gevoerd tijdens een explosieve vulkaanuitbarsting. Geologen schatten dat dit magma zich met snelheden tot ongeveer 70 kilometer per uur door de aardkorst verplaatste.
Tijdens deze spectaculaire opstijging begon het oppervlak van de diamant deels op te lossen. Dat proces heet resorptie. Juist daardoor ontstonden de karakteristieke “traptreetjes” op de kristalvlakken. Voor geologen vertelt zo’n diamant daardoor veel meer dan alleen een verhaal over schoonheid; het is een rechtstreeks venster naar processen diep in de aarde.
Een verdwenen topstuk
De diamant maakte ooit deel uit van de beroemde collectie van verzamelaar Evert Hekman uit Boijl bij Noordwolde. Hekman bouwde gedurende zijn leven een indrukwekkende verzameling op van mineralen, kristallen, meteorieten en edelstenen. Na zijn overlijden schonk de familie de collectie aan het toenmalige Natuurmuseum Groningen. Officieel is de collectie eigendom van de gemeente Groningen. Met de familie Hekman is destijds overeen gekomen dat de collectie altijd als een eenheid bewaard zou blijven.
Na de sluiting van het Natuurmuseum Groningen werden de collecties overgebracht naar en opgeslagen in het depot van het Universiteitsmuseum Groningen. Daar werden de verschillende deelcollecties beheerd en opgeslagen in afwachting van een nieuwe bestemming.
Maar rond die periode van overdracht verdwenen meerdere objecten uit de collectie. Onder de vermiste stukken bevonden zich de Siberische diamant en een klein goudklompje. Omdat nooit precies duidelijk werd wat er gebeurd was, bleef uiteindelijk maar één conclusie over: diefstal.
De zaak zorgde destijds voor veel aandacht. Toch bleef de diamant spoorloos. Twintig jaar lang leek het alsof het bijzondere kristal voorgoed verloren was gegaan.

Een onverwachte ontdekking
De vondst van de diamant gebeurde uiteindelijk bijna per toeval.
Naast de Hekman-collectie beheerde het Natuurmuseum Groningen ook een omvangrijke verzameling fossielen uit kalkzwerfstenen uit Urk en de Noordoostpolder. Ook deze collectie kwam uiteindelijk terecht in het depot van het Universiteitsmuseum Groningen en verhuisde later deels naar het Hunebedcentrum.
Begin dit jaar werd besloten dat deze fossielencollectie uit Urk en de Noordoostpolder terug zou gaan naar de oorspronkelijke verzamelaars en uiteindelijk ondergebracht zou worden in Museum Schokland. Tijdens het selecteren en opnieuw catalogiseren van de collectie gebeurde iets onverwachts: tussen de oude kratjes en dozen dook ineens de lang verdwenen Siberische diamant weer op.
Hoe het kristal daar terechtkwam, blijft een raadsel. Het vermoeden bestaat dat de dief de diamant ooit tijdelijk had verstopt tussen collectiemateriaal om hem later weer op te halen. Maar juist omdat zo’n unieke diamant vrijwel onmogelijk ongemerkt verkocht kan worden, is dat moment waarschijnlijk nooit gekomen.
Alleen het verdwenen goudklompje is nog altijd spoorloos.
Meer dan alleen een mooie steen
De terugkeer van de diamant is voor geologen en verzamelaars bijzonder nieuws. Niet alleen vanwege de financiële waarde, maar vooral vanwege het wetenschappelijke belang. Kristallen als deze vertellen iets over de diepste delen van onze planeet — gebieden waar mensen nooit direct zullen kunnen komen.
Tegelijkertijd laat het verhaal zien hoe kwetsbaar collecties soms zijn. Door sluitingen, verhuizingen en gebrek aan opslagruimte kunnen belangrijke stukken uit het zicht verdwijnen. Dat de diamant nu alsnog is teruggevonden, voelt daarom bijna als de terugkeer van een verloren zoon.
Voor het Hunebedcentrum onderstreept het opnieuw hoe belangrijk goed beheer van geologisch erfgoed is. Want soms blijken juist de kleinste stenen de grootste verhalen te vertellen.
De diamant is samen met andere verwante stenen te zien in een expositie in het Universiteitsmuseum in Groningen vanaf 11 juli 2026.












