donderdag, oktober 15, 2026
    Home Hunebedhunters Duizenden jaren oud menselijk DNA gevonden op grotwanden

    Duizenden jaren oud menselijk DNA gevonden op grotwanden

    0
    78
    Polychrome ceiling of Altamira from which pigment samples were analysed. © Matthias Meyer

    Menselijk DNA kan duizenden jaren bewaard blijven op de wanden van grotten. Deze bijzondere ontdekking biedt archeologen een nieuwe manier om te onderzoeken wie in de prehistorie grotten bezocht en hoe mensen deze plekken gebruikten – zelfs als er geen botten, gebruiksvoorwerpen of andere duidelijke sporen zijn achtergebleven.

    Onderzoekers zijn er voor het eerst in geslaagd om oud menselijk DNA terug te vinden op de wanden van prehistorische grotten in Spanje en Portugal. De ontdekking is bijzonder, omdat DNA-onderzoek tot nu toe vooral afhankelijk was van menselijke botten, tanden en sedimenten uit archeologische opgravingen.

    Nu blijkt dat zelfs een ogenschijnlijk kale grotwand genetische informatie kan bewaren over mensen die daar duizenden jaren geleden zijn geweest.

    Het onderzoek werd uitgevoerd binnen het internationale First Art-project, waarin wetenschappers onderzoek doen naar de oudste grotkunst en naar de materialen die prehistorische mensen gebruikten om deze kunstwerken te maken. Onderzoekers uit Spanje en Portugal werken hiervoor samen met wetenschappelijke instellingen uit onder andere Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en China.

    Een team van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology in Leipzig onderzocht of in en rond de grotkunst ook oud DNA bewaard was gebleven.

    Op zoek naar de makers van grotkunst

    De onderzoekers bestudeerden 24 plekken met rotskunst in elf verschillende grotten. Het ging onder meer om eenvoudige geschilderde tekens, handafdrukken en pigment dat afkomstig was van beroemde prehistorische schilderingen, waaronder die in de grot van Altamira in Spanje.

    Daarnaast werden stukjes van beschilderde en onbeschilderde grotwanden onderzocht, evenals sediment, botmateriaal en zelfs een bijzonder prehistorisch voorwerp dat werd gebruikt om verf op een wand te blazen.

    De grote vraag was: kunnen mensen door het aanraken of beschilderen van een grotwand sporen van hun DNA hebben achtergelaten die duizenden jaren later nog terug te vinden zijn?

    Het antwoord blijkt ja te zijn.

    Pigment sampling at a claviform rock art figure in Tebellín, Spain.

    © Alberto Martínez Villa; from: Bossoms Mesa et al., Nature Communications (2026)

    DNA verborgen in de steen

    In totaal verzamelden de onderzoekers 120 monsters. In vijf daarvan werd betrouwbaar oud menselijk DNA aangetroffen.

    Een van de belangrijkste vondsten kwam uit de grot van Escoural in Portugal. Daar werd menselijk DNA gevonden in een laagje kalksteen waar pigment onder zat. Ook op twee onbeschilderde delen van de wand, dieper in dezelfde grot, werd oud menselijk DNA gevonden.

    Daarnaast leverden twee onbeschilderde plekken bij prehistorische rotskunst in de grot van Covarón in Noord-Spanje menselijk DNA op.

    Dat juist op onbeschilderde delen van de grotwanden DNA werd aangetroffen, was voor de onderzoekers een verrassing. Deze plekken waren oorspronkelijk juist bemonsterd als controlemateriaal.

    De ontdekking laat zien dat menselijk DNA duizenden jaren op een grotwand bewaard kan blijven, zelfs wanneer aan de buitenkant niets te zien is dat op menselijke activiteit wijst.

    Speeksel, zweet of ander lichaamsvocht?

    Bij twee van de onderzochte monsters werd wel menselijk DNA aangetroffen, maar geen DNA van dieren. Volgens de onderzoekers is dat een belangrijke aanwijzing dat het menselijke DNA rechtstreeks op de wand terecht kan zijn gekomen.

    Dat kan bijvoorbeeld zijn gebeurd via speeksel, zweet of ander lichaamsvocht.

    Dat is interessant in verband met de manier waarop sommige prehistorische grotschilderingen werden gemaakt. Pigment kon bijvoorbeeld op een wand worden gewreven, maar mensen konden verf ook met hun mond tegen de rotswand blazen. Bij dergelijke handelingen zou DNA kunnen zijn achtergebleven.

    Bij andere monsters werd naast menselijk DNA ook DNA van dieren gevonden. Daar kan het DNA op een indirecte manier op de wand terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld via sediment of water dat door de grot stroomde.

    De onderzoekers benadrukken dat ze nog niet kunnen bewijzen dat het gevonden DNA afkomstig is van de mensen die de grotkunst daadwerkelijk hebben gemaakt. Wel is voor het eerst aangetoond dat menselijke DNA-sporen duizenden jaren op grotwanden bewaard kunnen blijven.

    Wie waren deze mensen?

    Het onderzoek leverde zelfs informatie op over de mensen van wie het DNA afkomstig was. Van drie monsters bleek het DNA voornamelijk van vrouwen afkomstig te zijn en één monster bevatte vooral DNA van een man. Bij het vijfde monster kon dit niet worden vastgesteld.

    Bij twee monsters uit de grot van Covarón konden de onderzoekers nog verder gaan. Het DNA bleek afkomstig te zijn van moderne mensen (Homo sapiens) die genetisch behoorden tot de West-Europese jager-verzamelaars. Dat past bij wat uit ander DNA-onderzoek naar prehistorische bewoners van het Iberisch Schiereiland bekend is.

    Hiermee ontstaat een fascinerend vooruitzicht. Misschien kunnen archeologen in de toekomst niet alleen bepalen dát mensen een grot bezochten, maar ook iets te weten komen over wie deze mensen waren.

    Een prehistorische verfspuit

    Een bijzonder voorwerp dat eveneens werd onderzocht, was afkomstig uit de beroemde grot van Altamira. Het gaat om een hol vogelbot dat in de prehistorie waarschijnlijk werd gebruikt om rode oker tegen de grotwand te blazen.

    De onderzoekers hoopten dat in het bot nog menselijk DNA uit speeksel aanwezig zou zijn. Dat bleek helaas niet het geval.

    Het voorwerp is in de loop der jaren veelvuldig door moderne mensen aangeraakt en onderzocht. Daardoor bevatte het zoveel modern menselijk DNA dat eventuele prehistorische sporen niet meer betrouwbaar konden worden vastgesteld. Bovendien wilden de onderzoekers het bijzondere voorwerp zo weinig mogelijk beschadigen en konden zij slechts een zeer klein monster nemen.

    Dit laat tegelijkertijd zien hoe kwetsbaar oud DNA is en hoe belangrijk het is om archeologische vondsten en vindplaatsen zorgvuldig te behandelen.

    Grotwanden als genetisch archief

    De ontdekking verandert volgens de onderzoekers onze kijk op plekken waar oud DNA kan worden gevonden. Niet alleen menselijke resten of bodemlagen kunnen genetische informatie bevatten: ook de wanden van een grot kunnen fungeren als een soort genetisch archief.

    Dat roept allerlei nieuwe vragen op.

    Wie raakte duizenden jaren geleden een bepaalde grotwand aan? Was het een man of een vrouw? Tot welke bevolkingsgroep behoorde deze persoon? En hoe diep drongen mensen door in grotten?

    Door op verschillende plaatsen in een grot DNA te onderzoeken, zou in de toekomst misschien zelfs kunnen worden gereconstrueerd welke delen van grotten door mensen werden bezocht en hoe zij zich door deze ondergrondse wereld bewogen.

    Het gaat dus om veel meer dan alleen het achterhalen van de makers van grotkunst. De techniek kan ons uiteindelijk meer vertellen over de manier waarop prehistorische mensen grotten gebruikten.

    Niet iedere grotschildering bevat DNA

    Toch is enige voorzichtigheid nodig. Van de 24 onderzochte plekken met rotskunst leverde slechts één daadwerkelijk oud menselijk DNA op. Daarnaast werd DNA gevonden op twee locaties direct naast andere rotskunst.

    De kans dat menselijk DNA duizenden jaren bewaard blijft, lijkt dus klein. De omstandigheden moeten daarvoor gunstig zijn. DNA kan bijvoorbeeld beter beschermd blijven wanneer een oppervlak wordt afgedekt door een natuurlijke minerale korst.

    De onderzoekers willen daarom eerst beter begrijpen onder welke omstandigheden DNA op grotwanden behouden blijft en hoe de onderzoeksmethoden verder kunnen worden verbeterd.

    Wie maakten de grotschilderingen?

    Toch opent de ontdekking een geheel nieuwe deur voor archeologisch onderzoek. Tot nu toe konden archeologen grotkunst bestuderen, dateren en de gebruikte pigmenten analyseren, maar de mensen achter deze kunst bleven meestal anoniem.

    DNA kan daar mogelijk verandering in brengen.

    De volgende stap is om meer grotten, verschillende soorten rotskunst en uiteenlopende schildertechnieken te onderzoeken. Vooral handafdrukken zijn interessant. Bij het maken daarvan kwamen mensen immers heel dicht bij de wand en werd pigment soms rond een hand geblazen.

    Wanneer daarbij voldoende DNA is achtergebleven én duizenden jaren bewaard is gebleven, zou het in de toekomst misschien mogelijk worden genetische informatie te verzamelen over de mensen die prehistorische kunstwerken maakten.

    Daarmee zouden de anonieme kunstenaars uit de prehistorie voor het eerst iets van hun identiteit kunnen terugkrijgen.

    Dit persbericht is oorspronkelijk verschenen op 24 juni 2026 op de website van het Max Planck Instituut (Max Planck Gesellschaft)

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.