donderdag, augustus 20, 2026
    Home Megalieten op postzegels Makthar in Tunesië op een postzegel

    Makthar in Tunesië op een postzegel

    0
    4

    De archeologische vindplaats Makthar is een archeologische vindplaats in het noordwesten van Tunesië. Het ligt in de stad Makthar aan de rand van de Tunesische heuvelrug. Makthar is gelegen op ongeveer 160 km ten zuidwesten van de hoofdstad Tunis en op 150 km afstand van de oude kustplaats Carthago. Tijdens de Romeinse bezetting kreeg de locatie de naam Mactaris, tegenwoordig wordt de naam in zijn Arabische vorm gebruikt: Makthar of Mactar.

    De locatie van Makthar is sinds de prehistorie bewoond. De regio rond Makthar wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote megalithische necropolissen. Een necropolis [dodenstad] is een grote begraafplaats uit de oudheid. Het woord necropolis komt uit het Grieks: nekros betekent ‘dode’ en polis betekent ‘graf’.

    De stad werd gebouwd aan de rand van een plateau op een hoogte van 900 meter, die door haar ligging eenvoudig te verdedigen was. De locatie bevindt zich tussen de valleien van de Ouzafa en de Saboun-wadi. (Een wadi is een rivierdal).

    Deze site is één van de grootste archeologische locaties van het land.

    Een klein museum toont een aantal van de archeologische stukken die op de locatie zijn gevonden.

    In 1983 verscheen in Tunesië een postzegel (Fig. 1) met daarop een dolmen uit de regio Makthar.

    Fig. 1

    Over het ontwerp van de postzegel werd onder meer het volgende geschreven.

    Deze postzegel illustreert het megalithische erfgoed van Tunesië via een dolmen van de archeologische vindplaats Mactar. Deze enorme stenen grafmonumenten, daterend uit de late prehistorie, weerspiegelen de overtuigingen en sociale organisatie van de inheemse Berberbevolkingen. Het is een eerbetoon aan het volharden van het heilige en de kracht van de oude bouwers die een blijvend stempel hebben gedrukt op de landschappen van de Tunesische hooglanden.

    Uit de op de locatie gevonden versteende fossielen is geconcludeerd dat de locatie al sinds 800 v. Chr. bewoond was.

    Waarschijnlijk kwamen de eerste bewoners uit Libië. Al in de 4e eeuw v. Chr. ontstonden er commerciële en ook menselijke uitwisselingen met Carthago. Er ontstonden marktcentra voor het uitwisselen van goederen en het werven van huurlingen. In de 2e en 3e eeuw voor Christus werd het een belangrijke Numidische stad (Numidië was een koninkrijk in Noord-Afrika in het noorden van Algerije en delen van Tunesië). Later ontstond er een nauw bondgenootschap (alliantie) met Carthago, nadat het juist eerder had gediend ter verdediging tegen de expansiedrift vanuit datzelfde Carthago.

    Ook deze locatie ontkwam niet aan de Romeinse expansiedrift. Rond 180 n. Chr. werd de stad een Romeinse kolonie en kreeg het al vrij snel de status van vrije stad. De stad bereikte haar hoogtepunt in de 2e en 3e eeuw. In de loop van de 3e eeuw, tijdens het verval van het Romeinse Rijk, had de stad te maken met invasies van moslims. Vanaf ongeveer 440 n. Chr. begon de neergang van de stad. In de 11e eeuw trokken de Hilalianen (Arabische bedoeïenenstammen die in de 11e en 12e eeuw vanuit het Midden-Oosten naar Noord-Afrika trokken) het gebied binnen. Dit zorgde voor een grote achteruitgang van de locatie. In 1050 resulteerde dit in een volledige vernietiging van de stad.

    In 1893 begonnen de opgravingen op de site. Deze gingen heel geleidelijk door, maar werden – onder leiding van Gilbert Charles-Picard in 1944 – op grote schaal voortgezet. Enige jaren na de onafhankelijkheid van Tunesië (in 1956 werd het land onafhankelijk van Frankrijk) kregen de opgravingen in de jaren ’60 van de vorige eeuw weer een forse impuls.

    Op de site heeft men een rijke verzameling van Libische grafteksten aangetroffen. Op de locatie trof men ook restanten aan van een grote muur. Deze muur, waarvan enkele tientallen meters bewaard zijn gebleven, stamt waarschijnlijk uit de Numidische periode.

    Daarnaast zijn er ook prachtige megalieten (stenen monumenten) opgegraven. Zie Fig. 1: de postzegel. Het geheel bestond uit grote platen en had een ruimte bedoeld voor de verering van de overledene tijdens de ceremonies van het leggen van de as. De megalieten dienden als collectieve begraafplaats.

    De opgravingen van een intacte grafkamer, uitgevoerd door Mansour Ghaki, hebben grote hoeveelheden keramiek van verschillende oorsprongen opgeleverd: zowel lokaal als geïmporteerd, daterend uit het begin van de derde eeuw v.Chr. Ook hebben archeologen een openbaar plein uit de Numidische periode ontdekt dat, vanwege de aanwezigheid van tempels, het religieuze centrum van de stad moet zijn geweest.

    Reeds in 1893 werd de tempel van Hathor Miskar opgegraven. Deze tempel is vooral bekend om de vele opgravingen die hier zijn uitgevoerd. Helaas zijn de resten van deze tempel slecht bewaard gebleven. In het midden van het heiligdom vonden archeologen echter wel een altaar dat dateert van rond 100 v. Chr. Ook werden resten van thermale baden aangetroffen die dateerden van eind 2e, begin 3e eeuw.

    Fig. 2 restanten thermale baden

    De zogenaamde “Grote Baden van het Zuiden” (Fig. 2) hadden muren met een hoogte van meer dan 12 meter, met prachtige mozaïeken, en behoren tot de best bewaarde van hun soort in Noord-Afrika.

    Naast de genoemde baden, bedoeld voor recreatieve activiteiten, werden er ook resten van religieuze gebouwen aangetroffen. Er werden restanten van basilieken (Fig. 3) gevonden.

    Al met al een zeer bijzondere locatie in het noorden van Afrika met een zeer rijke historie.

    De megalithische graven uit de prehistorie toen de Numidiërs er woonden, de periode van de Romeinse overheersing met de fraaie monumenten die nog steeds [deels] aanwezig en zichtbaar zijn, zoals onder meer de baden en de basilieken, en tenslotte de christelijke periode, o.a. vastgesteld middels de ontdekking van belangrijke christelijke grafinscripties. Ook heeft men christelijke gebedshuizen aangetroffen, zoals een kerk en een basiliek.

    Fig. 3 restanten van een basiliek

    De rijke geschiedenis van deze locatie kan vrij aardig worden gereconstrueerd dankzij de gevonden restanten van bouwwerken en de op deze bouwwerken aangetroffen inscripties.

    Op 17 januari 2012 nomineerde de Tunesische regering het complex voor opname op de Werelderfgoedlijst van UNESCO als onderdeel van de koninklijke mausoleums van Numidië, Mauretanië en andere lokale pre-islamitische grafmonumenten in de regio.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.