
Dwalen aan de overkant van de grup
Net over de grens bij Bellingwolde en Sellingen in Oost-Groningen ontvouwt zich een landelijk gebied dat vertrouwd oogt, maar tegelijk een heel eigen toon heeft: het Emsland; met daarbinnen de Hümmling als een Hondsrug-achtige landschappelijke streek met veel bossen, nog meer hunebedden en ander prehistorische bezienswaardigheden. Voor liefhebbers van rust, groen, geologie en historie is dit gebied op nog geen uur rijden een onverwachte schatkamer. Het voelt als Drenthe, maar dan met een flinke vleug buitenland en een landschap dat echt anders is ingericht. Geen eindeloze grasvlaktes, loopstalcomplexen of maïsplantages, maar veel kleinschaliger en beslotener, waar men veel meer dan bij ons aandacht heeft voor het landschap, wat er groeit en bloeit en rondstruint.

Geologisch zijn Drenthe en de Hümmling verwant. Waar Drenthe de Hondsrug heeft, bezit de Hümmling eigen stuwwallen en dekzandlandschappen, gevormd in dezelfde ijstijd toen gletsjers uit Scandinavië het land bedekten. Nadat het ijs verdwenen was, bleef een rijkdom aan bodemlagen en zwerfstenen achter, die – net als in het Hondsruggebied – duizenden jaren geleden leidde tot een indrukwekkende archeologische erfenis. Hier liggen de Großsteingräber, hunebedden die vaak bijna verlegen tussen het groen verscholen gaan, maar dan in grotere aantallen en vaak ook indrukwekkender dan in Drenthe.
De dorpen zijn klein en gastvrij, met vrijstaande huizen en boerderijen, weinig of geen rijtjeswoningen en bewoners die plattdüütsch spreken: een taal die herinnert aan het Gronings en Drents. De mensen zijn trots op hun streek en, ervaring leert, ze nemen de tijd voor een praatje, waardoor je vanzelf in een rustiger ritme belandt.
Hümmling en Emsland nodigen, behalve een autorit uit om te fietsen, te wandelen en te dwalen door naald- en loofbossen, over heidevelden met jeneverbessen, langs beekdalen, kastelen en langs roodstenen vakwerkboerderijen. Het is een gebied dat doordrenkt lijkt van de prehistorie en waar het landschap de ruimte heeft om zichzelf te zijn. Dichtbij genoeg voor een spontaan dagje of weekend uit, ver genoeg om even los te komen van de dagelijkse routine.
De route in dit verhaal vraagt meer tijd dan één dag. Neem er een paar dagen voor of zelfs meer: in elk groot dorp vind je wel een Gasthof/hotel waar je voor niet al teveel geld goed kunt eten en overnachten. Er is genoeg te zien en te beleven, en… neem als het even kan de fiets mee, want dat kun je daar als de beste.
Je kunt de beschreven route in volgorde berijden/bezoeken, maar afhankelijk van de interesse kun je ook gaan ‘grazen’. Pluk er uit wat je belangstelling heeft en maak er een dagje van


1 ) Rhede, Aschendorf en Papenburg
Bij Bellingwolde de grens over naar Rhede. Nadat je de grens gepasseerd bent, is een ritje door de directe omgeving van Rhede niet mis. Je rijdt echt in een andere wereld, die niet te vergelijken is met het landschap tussen Winschoten en Bellingwolde. Wat een contrast!
In het dorp Rhede (Ems) zelf vormt de historische dorpskern het startpunt, waar de neogotische Sint-Nicolaaskerk (St. Nikolaus) met haar opvallende toren de blikvanger is. Het is een joekel van een kerk; eigenlijk veel te groot voor het dorp. Vlak bij de kerk geeft het Landwirtschaftsmuseum Rhede een beeld van de agrarische geschiedenis van de Emsland-regio, inclusief oude werktuigen en stoommachines. Wie de natuur rond de rivier de Ems wil verkennen, kan terecht in het nabijgelegen natuurgebied rond de Oude Ems. In Rhede sla je dan rechtsaf op een binnenweg naar Borsum en Heede. Richting Heede rij je langs allerlei dode rivierarmen van de Ems. Het is een mooi stil gebied met begroeide oude riviermeanders waar wandel- en fietspaden door het polder- en rivierlandschap lopen.
Even buiten Rhede biedt de directe omgeving diverse uitstapjes: ten noorden ligt het kanaalrijke Papenburg, bekend om de imposante cruise-scheepswerf Besucherzentrum MEYER WERFT, historische ophaalbruggen en het museumschip Brigg Friederike in de stadsgracht. Verder naar het oosten, richting Esterwegen, vindt u het indrukwekkende herdenkingscentrum Memorial site Concentration Camp Esterwegen, terwijl ten zuiden van Rhede het idyllische Aschendorf lonkt met het barokke landgoed Gut Altenkamp en zijn strak aangelegde tuinen.
2) De duizendjarige linde van Heede
De ‘Dicke Linde’ in Heede is absoluut hét botanische monument van het Emsland, zo niet van heel Duitsland. De boom vind je via een wandelpad opzij van de Volksbank in Heede, in een kleine parkje met een interessante geschiedenis uit de 80-jarige oorlog. Deze reusachtige zomerlinde geldt als de dikste linde van Europa met een stamomtrek van meer dan 13 meter en een geschatte leeftijd van zo’n 800 jaar. De onderstam van de boom draagt maar liefst 13 grote stammen. In Duitsland is deze boom uitgeroepen tot de allereerste Nationaler Baum. Langs het wandelpad naar de linde groeien grote esdoorns waarvan sommige met een heel merkwaardig schorspatroon. Opletten dus.
Overigens, als het koffietijd is, kun je bij Backerei/Konditorei Flint in Heede heerlijk verpozen met eventueel wat lekkers erbij. Aanbevolen!


Terzijde: de levensloop van de linde
De Dicke Linde van Heede, in Duitsland liefdevol de Riesenlinde genoemd, is meer dan alleen een eeuwenoude boom; het is een levend monument dat al honderden jaren de geschiedenis van het Emsland stilzwijgend aanschouwt. Volgens een oude volkssage dankt de boom zijn ontstaan aan een poëtische belofte: op de plek waar een vrome maagd haar wandelstok in de aarde stak, ontsproot een linde.
Hoewel de exacte leeftijd van deze knoestige reus niet op het jaar nauwkeurig vaststaat, schatten dendrologen dat hij om en nabij 800 jaar oud is. Dus geen ‘duizend jaar’, maar dit laatste klinkt gewoon beter. In zijn jongere jaren diende de boom waarschijnlijk niet alleen als beschutting, maar ook als rechtspraaklocatie – een zogeheten Tanz- und Gerichtslinde – waar het dorpsleven en het recht spreekwoordelijk onder het bladerdak samenkwamen.
De ware magie van de linde schuilt echter in zijn ongelooflijke overlevingsdrang. Door de eeuwen heen trotseerde hij zware stormen, blikseminslagen en verwoestende branden, waaronder een catastrofale blikseminslag rond 1913 die de eens zo imposante hoofdstam verwoestte. In plaats van af te sterven, toonde de natuur haar veerkracht: de uit elkaar geweken takken vormden op een indrukwekkende, ringvormige wijze een nieuw en gigantisch bladerdak.
Om dit natuurwonder voor het nageslacht te bewaren, schoten mens en wetenschap te hulp. Halverwege de twintigste eeuw werd de holle binnenkant zorgvuldig gestut met een ingewikkeld stalen korset en een houten constructie, waardoor de immense uitwaaierende stammen niet onder hun eigen gewicht bezweken.
Met een indrukwekkende stamomtrek van meer dan dertien meter werd de linde in 2019 officieel uitgeroepen tot de allereerste Nationale Erbe-Baum van Duitsland. Vandaag de dag is de Dicke Linde van Heede een geliefde rustplaats voor bezoekers en inwoners, die onder zijn schaduwrijke bladeren nog altijd het ritselen van een ‘duizendjarig’ verleden kunnen horen. Het aanpalend infobord vertelt nog meer.
De linde staat op historisch terrein, namelijk op de plaats waar vroeger de Scharpenborg heeft gestaan. De Scharpenborg was een versterkte burcht van de edelfamilie Von Heede. Het kasteel stond vlak bij de grens met de Nederlanden en speelde een strategische rol in de verdediging en controle over het Emsland en de nabijgelegen handelsroutes. De linde stond toen binnen de kasteelgracht op de binnenplaats van deze burcht.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) lag het Emsland vlak naast de strijdtonelen in Groningen, Drenthe en Overijssel (zoals de strijd om de Bourtanger Moor en de vesting Bourtange). Het kasteel is tijdens de chaotische oorlogsjaren van de Tachtigjarige Oorlog door voorbijtrekkende troepen geplunderd en grotendeels verwoest. Zowel Staatse (Nederlandse) als Spaanse troepen, maar ook huurlingenlegers, doorkruisten het grensgebied regelmatig en lieten een spoor van vernieling achter. Terwijl de Scharpenborg tot een ruïne werd gereduceerd en uiteindelijk volledig verdween (de grachten werden later gedempt), overleefde de lindeboom de verwoestingen van de Tachtigjarige Oorlog.
3 ) Stenen zoeken in Walchum
In Heede terug naar de grote weg. Dat is eerst linksaf en een stuk rechtdoor tot het kruispunt met verkeerslichten. Op het kruispunt rechtdoor naar Dersum en Walchum. Als je gewoon de weg volgt en via Dersum Walchum grotendeels doorrijdt, sla je op een kruispunt aan het eind van het dorp rechtsaf. De weg leidt naar een zandwinning (Kieswerk). Daar kun je veel grindstenen en zwerfstenen vinden. Je moet bij het kantoor op het bedrijfsterrein om toestemming vragen. Zeg dat je graag zand, grind en zwerfstenen wilt fotograferen en op de berg grind fossielen wilt zoeken.
Terug rijden naar het kruispunt. Daar oversteken richting Steinbild en Kluse. Na een aantal kilometers sla je in Kluse rechtsaf op de grote weg (B70). Direct daarna de spoorweg oversteken en vervolgens gelijk linksaf richting Wippingen.
Je rijdt na een paar kilometer onder het 20 km lange betonnen spoor door van de oude Magnetbahn. Het is niet meer in gebruik. Bij een botsing van de zweeftrein met een onderhoudswagon bij Lathen kwamen jaren geleden 23 mensen om het leven. Dat betekende het einde van deze testbaan. In Wippingen sla je rechtsaf richting Werpeloh.


4 ) Stenen zoeken bij Wippingen
Een kleine kilometer voorbij het centrum van Wippingen sla je bij een bord met daarop ‘Kieswerk’ schuin rechtsaf een smalle asfaltweg in. Op de splitsing verderop rechts aanhouden. Parkeren doe je op het terrein van het Kieswerk of even verderop langs de smalle asfaltweg. Kijk of er activiteit is en vraag toestemming om in het grind te mogen zoeken. In de hellingen naar het water, opzij van de smalle asfaltweg liggen waarschijnlijk veel zwerfstenen. Zijn niet groot. De berg grind ligt bij de en opzij van de zeefinstallatie.
Opmerking: Voorbij Wippingen rij je een militair oefengebied in. Daar zie je vrij weinig van, maar een rood verkeerslicht laat je soms stoppen. Een half uur wachten of langer is dan weinig. Ook kunnen op de bospaden en zijwegen links en rechts van de weg slagbomen neergelaten zijn. Staan ze omhoog, dan is er niets aan de hand. In de zomervakantie in augustus zijn er sowieso geen oefeningen.
5 ) Werpeloh Steinkreis, zwerfsteenmonument
Een kleine 500 meter voor Werpeloh sla je bij een klein bord met daarop ‘Steinkreis’ rechts langs de weg, scherp schuin rechtsaf. Na een kilometer kom je rechts van de smalle weg bij de Steinkreis met infobord. Dit monument is ontworpen door pater Matthias Bergmann van Werpeloh en is samengesteld uit noordelijke zwerfstenen die bij de ruilverkaveling opgegraven werden. Het is een soort klein Stonehenge met op de kop een zwerfkei met een kleine nis waarin een zwarte madonna geplaatst is in een achtergrond van paarse amethistkristallen. Je moet er maar opkomen. De nis is zo geplaatst dat zonnestralen op 21 juni net boven de rand van de tegenoverliggende steen bij zonsopkomst de madonna beschijnen. De zwerfstenen komen meest uit Zuid-Zweden. Opzij van het zwerfsteenpad bij de ingang ligt een opvallende, 1 meter grote, ietwat gladde bruingrijze, platronde kwartsporfier uit Dalarna in Zweden, met op het oppervlak veel hoefijzervormige drukbarsten uit de ijstijd. Het is de allergrootste kwartsporfier die als zwerfsteen bekend is. Terugrijden naar de grote weg en in Werpeloh doorrijden tot de kruising.

De steencirkel: Het kunstwerk is het levenswerk van pater Matthias Bergmann, die decennialang dorpspastoor van Werpeloh was en een gepassioneerd liefhebber van het prehistorische cultuurlandschap rond Werpeloh. Geïnspireerd door de talrijke eeuwenoude hunebedden in de regio, besloot hij in de tweede helft van de twintigste eeuw een eigentijdse ode te brengen aan dit verleden. Met hulp van plaatselijke landbouwers verzamelde hij tientallen gigantische zwerfkeien die bij de ruilverkaveling (Flurbereinigung) uit de omringende akkers tevoorschijn waren gekomen. Deze enorme stenen – ooit door de gletsjers uit de ijstijd vanuit Scandinavië naar het Hümmling-gebied getransporteerd – rangschikte hij zorgvuldig in een cirkel op een zandwal in het akkerland. Pater Bergmann wilde hiermee niet alleen een visueel rustpunt in het landschap scheppen, maar vooral een ontmoetingsplek creëren die uitnodigt tot bezinning en contemplatie over de verhouding tussen mens, natuur en de eeuwigheid. Vandaag de dag staat de Steinkreis er nog altijd bij als een uniek, spiritueel en landschappelijk monument, waarin de prehistorische ijstijdgeologie en de hedendaagse creativiteit van een gepassioneerde dorpspastoor en zijn geloof naadloos samenkomen. Dat de zwarte Madonna en de paarse amethistkristallen als achtergrond kitscherig overkomen, nemen we op de koop toe. Bij de kerk in Werpeloh plaatste hij ook nog de ‘evolutiesteen, een enorme zwerfkei waarin een ammoniet gebeiteld is. Kijken dus.
6 ) Centrum Werpeloh. Parkeren op parkeerplaats bij de kerk
In het bomenrijke park rond de kerk met grote eiken is achter de kerk een replica van een Sumatraans batakhuis te bekijken. Deze laatste is echt heel mooi en geslaagd. Pater Bergmann was ooit zendeling op Sumatra in Indonesië. Hij heeft dit huis zelf gebouwd. Is geen kitsch. Alles is bouwgetrouw nagemaakt. Verder is in het parkje ook een tuinroute ingericht met tientallen zwerfstenen. De keien hebben bordjes met info. Marja Braaksma en ik hebben de stenen ter plekke voor het Geopark Emsland gedetermineerd en ook gefotografeerd. Opzij ervan is in het park op een beschutte plaats een leerlingenplek met grote zitstenen van zwerfstenen (gepolijst) ingericht. Hier wordt bij excursies les gegeven. De grote tafelvormige zwerfsteen in het midden is geslepen en gepolijst. Het is een rode Alandrapakivi. Drie van de zitstenen zijn Norrlandgranieten, afkomstig uit het verre noordelijke Zweeds Lapland.
7 ) Stenen zoeken in Werpeloh
Vanaf de parkeerplaats rij je rechtsaf richting Börger. Na ongeveer een kilometer heb je links en vooral rechts van de weg twee grote zandgroeves. Die rechts van de weg is van de fa. Schlangen. Langs de slagboom naar beneden rijden. Bij de shovelmachinist toestemming vragen of je de aardlagen mag fotograferen en stenen en fossielen mag zoeken. In de groeve zijn prachtige grove smeltwaterzanden uit de Elster-ijstijd ontsloten met vaak heel mooie sedimentatiestructuren, vaak met een scheve gelaagdheid. Soms vind je bovenin het zand ook nog vorstwiggen uit de Weichsel-ijstijd. Afhankelijk van de exploitatie ligt er bij de zeefinstallatie of opzij ervan een wisselende hoeveelheid zwerfstenen. Werpeloh is wereldberoemd om zijn zwerfsteengezelschap met opvallend veel zwerfstenen uit het Oslogebied in Zuid-Noorwegen, waaronder veel vulkanische rhombenporfieren in allerlei typen. Loop daar rond en mogelijk ook omhoog of omlaag om een indruk te krijgen van de zandafzettingen daar. De zandlagen zijn zogenoemde sandr-afzettingen, d.w.z. zandlagen die vóór het landijs door ijssmeltwater zijn afgezet.




Aan de overkant van de weg is ook een zandgroeve. Je vindt er weinig zwerfstenen. Ook hier weer fraai gelaagde grofkorrelige zandafzettingen met daarin als bijzonderheid soms fraaie opeenvolgende ritmische roestbanden van ijzeroxide. Die bandstructuren noemt men Liesegang-ringe. Kijk maar rond, maar klauter niet omhoog in de zandwanden.
8 ) De Opferstein en het Steenhus van Börger
Vervolg de weg noordwaarts tot in Börger. Hier op het kruispunt linksaf de Neubörgerstrasse inslaan. In Börger zijn twee bijzondere steentijdmonumenten te bewonderen. Van de een is de betekenis duidelijk, die van de ander berust waarschijnlijk op bijgeloof.
Sla in de scherpe bocht naar rechts linksaf de smalle Bergstrasse in. Deze voert naar de beroemde Opferstein. Op een met zwerfstenen aangekleed klein parkje ligt naast een boom een enorme roodachtige granieten kei met een opvallend vlakke schuinde kant, met daarin een duidelijke diepe groef. Het is een Smalandgraniet uit Zuid-Zweden, een zwerfkei uit de voorlaatste ijstijd.
Kadertekst: De Opferstein van Börger
De Opferstein (offersteen) in het Duitse Börger is een indrukwekkend megalietmonument omgeven door mysterieuze volksverhalen. Het bijgeloof rond deze steen stamt waarschijnlijk uit de kerstening van de regio, waarin de oude heidense rituelen van de vroegere bewoners in een duister daglicht werden gesteld. Het hardnekkigste volksgeloof wil dat de steen in een ver verleden werd gebruikt als een bloedige altaarsteen waar heidense priesters en druïden mensenoffers brachten aan de oude goden om hen gunstig te stemmen of een goede oogst af te dwingen. Volgens het bijgeloof zijn de kenmerkende uitdiepingen en groeven in de steen geen natuurlijk resultaat van erosie of ijsstroom, maar uitgebeitelde kommen en geulen waarin het bloed van de slachtoffers werd opgevangen en afgevoerd. De roodachtige kleur van de kei sluit goed aan bij het lugubere gebruik destijds.

Het epos rond de steen krijgt een nog duisterder randje door de verhalen die zich rond middernacht afspelen. De lokale folklore beweert dat het bloed van de oude offers de steen voorgoed heeft vervloekt. Wie op het heetst van de nacht of tijdens een volle maan bij de Opferstein staat, zou het ijzingwekkende gekerm van de geofferde zielen nog steeds kunnen horen waaien door de omliggende bomen. Ook wordt gezegd dat het regenwater dat zich in de kommen van de steen verzamelt nooit helemaal opdroogt en zelfs op hete zomerdagen een rode, bloedachtige gloed kan vertonen. Dat dit komt door een bepaald soort algen, is een ander verhaal. Vroeger meden de dorpsbewoners van Börger de plek dan ook zodra de zon onderging, uit angst om geteisterd te worden door boze geesten of door de duivel zelf te worden gehaald. Hoewel archeologen en geologen al lang hebben aangetoond dat de ‘bloedgeulen’ puur door verering zijn ontstaan, blijft de griezellegende van mensenoffers tot op de dag van vandaag aan de steen kleven. Dit moet je dus gaan zien, al is het ook het laatste wat je nog wilt meemaken.
09) Het Steenhus van Börger
Op een zandheuvel een paar meter naast en boven de straat ‘Am Hünenstein’ in Börger ligt op een grasveldje pal naast een woonhuis een bijzonder mooi hunebed. Opvallend is een reusachtige deksteen van graniet, waarbij je je afvraagt hoe men in vroeger tijden deze kei op de heuvel heeft gekregen, samen met de andere steenblokken. De ligging is uniek.

Het Steenhus (Steenhuis) in Börger is, net als de nabijgelegen Opferstein, een van de bekendste en best bewaarde neolithische hunebedden (Großsteingräber) in het Duitse Emsland. Dit prehistorische megalietmonument stamt uit de Trechterbekercultuur en werd gebouwd tussen 3500 en 2800 v.Chr. als een collectieve grafkamer voor de toenmalige bewoners van de streek. Het bouwwerk dankt zijn indrukwekkende verschijning aan de reusachtige randstenen en zware dekstenen van graniet, die tijdens de ijstijd door gletsjers vanuit Scandinavië naar de Emslandse geestgronden werden getransporteerd. Het Steenhus is bijzonder omdat de draagconstructie en de o-vormige steenkrans die het graf ooit omringde nog grotendeels intact op hun oorspronkelijke plek staan.
In de lokale folklore heeft de massieve stenen constructie eeuwenlang tot de verbeelding gesproken, wat leidde tot het volksgeloof dat gewone stervelingen een dergelijk bouwwerk nooit met de hand hadden kunnen oprichten. Zo ontstond de legende dat de megalieten het werk waren van ‘reuzen’ of ‘Hüne’—waar de benaming hunebed vandaan komt—die de loodzware keien als speelgoed heen en weer gooiden. Tegenwoordig vormt het Steenhus in Börger een beschermd archeologisch monument en een belangrijke stop langs de Straße der Megalithkultur, een toeristische route die het rijke steentijdverleden van Noordwest-Duitsland zichtbaar maakt voor bezoekers en wandelaars.
Opgelet!! Zin in een wandeling met gids naar het prachtige Wacholderhain op 5 september 2026 a.s.?
Op zaterdag 5 september 2026 organiseert de NABU (Natuur- en Biodiversiteitsbeschermingsunie) een begeleide wandeling over het Hümmlingpad “Wacholderpatt” bij Börger, met aanvang om 14.00 uur. Natuurgids Reinhold Stehr begeleidt de groep op de ongeveer negen kilometer lange route door het bosgebied ten noorden van het dorp. Het verzamelpunt is de parkeerplaats op de hoek van Herbergsweg en Neubörgerstraße in Börger. Wie wil deelnemen, kan zich vooraf aanmelden bij Reinhold Stehr via telefoonnummer 0170 868 59 59 of e-mailadres reinhold.stehr1@ewe.net , of bij Hermann Brinker via telefoonnummer 05951 1333.

10) Slot Clemenswerth Sögel
In Sögel ligt aan de rand van het dorp op weg naar Werlte een prachtig barok jachtslot. Het is een van de merkwaardigste en best bewaarde barokke jachtsloten van Europa. Het werd tussen 1737 en 1747 gebouwd in opdracht van de Keulse keurvorst en bisschop Clemens August van Beieren, naar een ontwerp van de beroemde Westfaalse architect Johann Conrad Schlaun.
Het complex met slot en paviljoens heeft een unieke stervormige aanleg: een centraal, achthoekig hoofdgebouw wordt omgeven door acht vrijstaande paviljoens, verbonden door symmetrische beuken/lindenlanen. In een van de paviljoens bevindt zich een rococokapel met een nog steeds functionerend kapucijnenklooster. De paviljoens zijn gedekt met platte pannen van natuursteen. Het is rode bontzandsteen, afkomstig uit de Sölling, zuidelijk van Hannover. Wandelpaden op het slotterrein zijn geplaveid met zwerfkeien.
De paviljoens waren oorspronkelijk bedoeld voor gasten, de hofhouding en de keukens. Tegenwoordig is in het hoofdgebouw het Emslandmuseum met tentoonstellingen over de barokke jachtcultuur, de rococo-interieurstijl en vooral de regionale prehistorie. Het slot wordt omgeven door bossen, vijvers en parklandschappen. Echt de moeite waard om te kijken. In één van de paviljoens is een kapel ingericht. Het komt op mij over als een soort griezelkamer. In een glazen reliekschrijn is de mummie of wat er van over is, van een of andere vrouwelijke heilige opgebaard. In de kelder van een ander paviljoen is een restaurant gevestigd, met buitenterras. Heel bijzonder en tegelijk ook indrukwekkend is de lange bomenallee, die van Sögel naar het kasteel loopt. De toegangsweg is aan weerszijden omzoomd door talloze eeuwenoude beuken- en lindebomen. De moeite waard is ook de fraaie baroktuin bij het slot. Alles is te bezoeken.

Rij terug naar de hoofdweg van Sögel en sla af richting Werlte. Na een paar honderd meter hou je eerst Werlte aan en vlak daarna sla je rechtsaf naar Eisten, Hüven en Lähden.
Meer over Sögel en zijn betekenis in de Bronstijd
Sögel is archeologisch gezien een van de belangrijkste en bekendste namen uit de Noordwest-Europese prehistorie. De plaats heeft namelijk haar naam gegeven aan een specifieke cultuurfase én een iconisch wapen uit de Bronstijd: het Sögel-Wohlde-complex. In de archeologie staat de periode van ongeveer 1600 tot 1500 v.Chr. (overgang van Vroege naar Midden-Bronstijd) in Noord-Duitsland en Nederland bekend als de Sögel-Wohlde-cultuur.
Deze cultuur markeert een van de meest fascinerende keerpunten in de prehistorie van Noordwest-Europa. Rond 1600 voor Christus, op de overgang van de Vroege naar de Midden-Bronstijd, onderging het landschap van het Duitse Emsland en het aangrenzende Nederlandse noorden een ingrijpende verandering. Waar zwerfstenen, vuursteen, hout en bot millennia lang de bepalende grondstoffen waren voor werktuigen en wapens, deed de bronsbewerking haar intrede in het dagelijks leven. De kleine boerennederzetting die Sögel toen nog was, lag op de hoge geestzandgrond van de Hümmling en werd door archeologische vondsten uit deze periode de naamgever van een herkenbare, dynamische gemeenschap die haar stempel drukte op de hele noordelijke Duitse laagvlakte, inclusief Noord-Nederland.
Wat deze cultuur zo bijzonder maakt, is het ontstaan van een uitgesproken krijgers elite. Voor het eerst in de geschiedenis lieten prominente mannen zich begraven onder opvallende grafheuvels met heel specifieke en prestigieuze grafgiften. De grafheuvel tussen Borger en Drouwen, waar de ‘hoofdman van Drouwen’ in bijgezet was, is hiervan een prachtig voorbeeld. Het absolute pronkstuk hierin was de Sögel-dolk of koptongdolk: een brons gietsel met een brede basis en klinknagelgaten, waarmee de kling stevig aan een houten of hoornen greep werd bevestigd. Deze gestroomlijnde dolken en korte zwaarden gelden als de allereerste echte zwaardvormen van Noord-Europa. Wanneer een vooraanstaand lid van de gemeenschap werd bijgezet, kreeg hij niet alleen dit zwaard mee, maar ook een bronzen randbijl, vuurstenen pijlpunten en soms zelfs gouden spiraalringen voor in het haar. Zulke rijke bijgaven tonen aan dat macht, aanzien en krijgerschap onlosmakelijk met elkaar verbonden waren geraakt.

Deze nieuwe elites leefden niet in isolement, maar maakten deel uit van een omvangrijk netwerk dat zich over grote delen van Europa uitstrekte. Omdat koper en tin – de grondstoffen voor brons – niet lokaal te vinden waren op de Noord-Duitse of Nederlandse zandgronden, moesten deze metalen via lange handelsroutes uit Centraal-Europa en de Britse Eilanden worden aangevoerd. De mensen van de Sögel-Wohlde-cultuur slaagden er wonderwel in om deze kostbare materialen te bemachtigen en lokaal om te smeden tot hun eigen, karakteristieke stijl. Ze vormden daarmee de cruciale schakel tussen de Atlantische bronstradities en de cultuurgebieden rond de Oostzee en Scandinavië. Zo veranderde het Hümmling-landschap rond Sögel van een rustig, lokaal georiënteerd gebied tot een dynamisch knooppunt in een internationaal netwerk van bronsgieters, handelaars en machtige krijgers.
11 ) Hünebed (Volbers Hünensteine) bij Hüven
Het mooie hunebed (Grosssteingrab Hüven-Nord) ligt net ten noorden van het dorp Hüven aan de weg richting Sögel (Sögeler Strasse). Er is een kleine parkeergelegenheid aan de rand van het bos, waarna een goed begaanbaar, bewijzerd bospad van circa 150 meter rechtstreeks naar het hunebed voert.

Het hunebed bestaat uit een bijzonder goed bewaarde, ovale steenkrans, die nog vrijwel intact rondom het graf ligt (afmetingen ca. 22 × 10 meter).De grafkamer (lengte 15 meter) is georiënteerd op het oost-westen. Aan de zuidzijde bevinden zich de restanten van de toegang (het gang/portaalgedeelte), wat het typeert als een klassiek Neolithisch . Trechterbeker ganggraf. Van de oorspronkelijk 11 tot 12 zware dekstenen liggen er nog 8 in situ op de 25 draagstenen. Het grafmonument ligt in eikenbos en wordt grotendeels door de boomkronen beschaduwd. Op een hete dag zoals in deze zomer best lekker, maar de keien van het hunebed zijn wel onherkenbaar groen bemost en door algen en korstmossen bedekt. Eeuwig zonde, want er valt bij die grote hunebedstenen zoveel meer te vertellen; ook bijvoorbeeld of ze door de bouwers bewust bewerkt/gespleten zijn en of de kleur van de zwerfkeien op selectie wijst en wat de samenstelling van de stenen is.
12 ) De enorme zwerfsteen van Hüven
In Hüven is een reusachtige zwerfsteen op een speciaal daarvoor ingerichte plek geplaatst. De enorme zwerfsteen staat bekend als de . “Der Koloss von Hüven”. Het is een van de grootste bekende zwerfstenen van Noordwest-Duitsland en is een geologisch rijksmonument.
Ik heb samen met mensen van het Geopark Emsland zwerfstenen in het Emsland/Hümmlinggebied bekeken en gedetermineerd; ook die van Hüven. Het is een Smaland-graniet, ook wel Växjö-graniet genoemd. Het is een Precambrische graniet met lichtblauwe kwarts met een ouderdom van ongeveer 1,3 tot 1,4 miljard jaar. De steen is afkomstig uit de provincie Småland in het zuidoosten van Zweden en is tijdens de Saale-ijstijd, ca. 150.000 jaar geleden, door het Scandinavische landijs naar het Hümmling-gebied getransporteerd. Het gewicht van de kei is geschat tussen 102 tot 105 ton! De steen is ongeveer 5 meter lang, 4,5 meter breed en bijna 3 meter hoog.

De granieten kei lag eeuwenlang vrijwel geheel begraven onder dekzand en keileem in een boerenakker westelijk bij Hüven. De kei werd in 2020 bij werkzaamheden en ontginning op een diepte van enkele meters uitgegraven en vervolgens met zwaar materiaal verplaatst. De steen is direct bij de ingang van het dorp aan de Hüvener Strasse neergezet, compleet met een informatiebord dat de geologische reis vanuit Zweden en de Saale-glaciaal toelicht. De steen is gratis en permanent toegankelijk en vormt een ‘must see’ tussenstop op je tocht door de Hümmling.
13) Hüvernermühle, een unieke wind/watermolen
Moet je beslist bezoeken. De Hüvener Mühle ligt aan de weg net ten zuiden van Hüven. Het is een gecombineerde water- en windmolen en daarom bijzonder zeldzaam. De watermolen aan het riviertje de Mittelradde stamt uit 1502. Na een verwoestende brand in 1847 werd de molen herbouwd en in 1851 uitgebreid met een bovenliggende windmolen (een Hollandse bovenkruier) om ook bij een lage waterstand te kunnen malen. Beide aandrijfmechanismen (waterrad én windrad) kunnen onafhankelijk van elkaar of gelijktijdig hetzelfde maalwerk aandrijven. De molen is volledig gerestaureerd, maalvaardig en te bezoeken (met café, omliggend parkje en bezoekerscentrum). Van dit type windmolen bestaan er volgens mij nog maar twee of drie in heel Europa.

14 ) Groot hunebed bij Lähden-Nord
Dit hunebed ligt direct aan de Hüvener Straße richting Lähden (ca. 3 km ten zuidoosten van Hüven). Dit is een zeldzaam en bijzonder indrukwekkend complex met een dubbele ovalen steenkrans rondom de grafkamer. Dit megalietgraf werd gebouwd tussen 3500 en 2800 voor Christus en ligt verscholen in een sfeervolle, bosrijke omgeving aan de westrand van de Hümmling. Wat deze specifieke locatie zo bijzonder maakt, is het opmerkelijk goed bewaarde karakter van het bouwwerk. De grafkamer heeft een lengte van ruim zes meter en is opgebouwd uit zware granieten zwerfstenen die tijdens de Saale-ijstijd vanuit Scandinavië naar de regio zijn gevoerd. Hoewel de oorspronkelijke zandheuvel die het graf ooit bedekte door de eeuwen heen is weggeërodeerd, staan vrijwel alle draagstenen en imposante dekstenen nog op hun plek of rusten ze vlak bij hun oorspronkelijke positie, wat een helder beeld geeft van de bouwkundige vaardigheid van de Neolithische trechterbekerboeren.
De archeologische betekenis van het hunebed van Lähden reikt verder dan alleen de indrukwekkende stenen constructie. Het monument maakt deel uit van het netwerk van de Straße der Megalithkultur, een toeristische en cultuurhistorische route die de belangrijkste steentijdrelicten van de regio met elkaar verbindt. Tijdens vroegere verkenningen en opgravingen in de omliggende geestgronden van de Hümmling werden in de verschillende hunebedden vaak karakteristieke aardewerken bekers met diep ingesneden geometrische patronen, vuurstenen bijlen en sieraden gevonden, die dienden als rituele bijgaven voor de overledenen.

Je rijdt nu terug naar Hüven en slaat in het centrum van het dorp linksaf de Berssenerstrasse (‘Hünengräberstrasse’) naar Gross Berssen in.
Het Emsland staat bekend om een uitzonderlijk hoge dichtheid aan Neolithische hunebedden (Großsteingräber) uit de Trechterbekercultuur (ca. 3500–2800 v.Chr.). Langs deze weg vind je tot Berssen links en rechts talrijke hunebedden. Ze liggen vaak op een hoger gelegen punt in een bosje langs de weg. Belangrijk is vooral het zgn. Königsgrab met vlak daarbij een in de jaren vijftig van de vorige eeuw opgegraven en gerestaureerd hunebed.
15 ) Königsgrab aan de Berssenerstrasse tussen Hüven en Gross Berssen
Het Königsgrab ligt verscholen in een bosperceel tussen Hüven en Groß Berßen op de Hümmling, en behoort tot de absolute kroonjuwelen van de West-Europese megalietarchitectuur.
Je komt er via de parkeerplaats links van de weg, een kilometer of twee/drie buiten Hüven. Vanaf de parkeerplaats kun je op een zandpaadje over een klein heideveld langs een vijftal kleine, volkomen geplunderde hunebedden lopen. Aan het eind ervan steek je de weg over en volg je het bordje ‘Grosssteingrab’ het bos in. Na ca. 100 meter zie je het hunebed. Eén van de grote zwerfkeien in het midden van het hunebed is een prachtige grootkorrelige bleekrode Kökar-pyterliet, afkomstig uit het noordoosten van de Oostzee bij Finland. Er liggen trouwens meer rapakivi zwerfstenen.


Het Königsgrab doet zijn koninklijke naam eer aan: met een lengte van bijna 15 meter en een robuuste dubbele steenkrans en behoort het tot een goedbewaard en imposant megalithisch grafmonument. De legende wil dat hier een machtige koning begraven ligt, maar archeologisch gezien is het gewoon een collectieve bijzettingsplaats en ritueel centrum voor de lokale gemeenschap geweest destijds. Dankzij de beschutte ligging te midden van oude eiken en dennen ademt het Königsgrab nog altijd de mysterieuze en tijdloze sfeer in een volkomen stille omgeving.
16 ) Gerestaureerd hunebed vlak bij het Königsgrab tussen Hüven en Gross Berssen
Dit verkeerd gereconstrueerde hunebed uit de jaren vijftig van de vorige eeuw is in de archeologische wereld bijzonder omdat het een van de weinige plekken is waar men bewust heeft gekozen voor een ‘volledige, aanschouwelijke reconstructie’. Het ligt op nog geen honderd meter van het Königsgrab en is via een bospaadje gemakkelijk te bereiken.
Voordat de reconstructie plaatsvond, is het oude hunebed in 1955 opgegraven door de archeologe Dr. Elisabeth Schlicht . Het graf bleek een schat aan prehistorisch materiaal te bevatten: Scherven van maar liefst 330 aardewerken potten en bekers uit de Trechterbekercultuur kwamen te voorschijn. Verder 22 pijlpunten van vuursteen, diverse steenbijlen en schrapers en… een zeldzame kleine koperen schijf (een van de oudste metaalvondsten in deze regio).

Terzijde:
Tijdens je rondtoer door de Hümmling is een bezoek aan het Emsland Archäologie Museum in Meppen ten zeerste aan te raden. Je vindt er veel van de vondsten uit de hunebedden hier. Het museum ligt aan de Koppelschleuse 19a,in Meppen, ca. 20-25 km ten zuidwesten van Groß Berssen. Het museum in Meppenis de hoofdlocatie voor de archeologie van de regio Emsland. In de vaste opstelling over de Trechterbekercultuur en het Hümmling-gebied zijn originele vondsten en reconstructies van de nabijgelegen hunebedden te zien. De archeologe Elisabeth Schlicht zelf was jarenlang directrice van de voorganger van dit museum. Veel meer informatie vind je in haar monografie ‘Das Megalithgrab 7 von Groß-Berssen ‘.
In 1958 werd besloten het zwaar beschadigde hunebed niet als een ruïne te laten liggen, maar het in zijn oorspronkelijke staat te herstellen om te laten zien hoe een Neolithisch ganggraf er in de steentijd uitzag: Een grote deksteen die in tweeën was gespleten (waarschijnlijk door vroegere pogingen om steen te verhandelen), werd met zware stalen pennen weer aan elkaar gepast. De tussenruimtes tussen de grote draag- en dekstenen werden op traditionele wijze opgevuld met stapelwerk van kleinere zwerfstenen en zandsteenplaten. De stenen grafkamer werd weer ingebed in een aarden dekheuvel, zodat het monument zijn oorsponkelijke ‘heuvel’-aanzicht terugkreeg. Echter, de ingang van het gerestaureerde ding is volkomen misplaatst.
In de gerestaureerde grafkamer bevindt zich op een van de stenen een afbeelding van een oermens/motief. Deze schildering is niet origineel maar is ten tijde van de reconstructie of kort daarna als artistieke impressie aangebracht. Om het te zien is een zaklamp of telefoonlamp noodzakelijk. Ook dit is weer een voorbeeld van restauratie die men in Duitsland samenvat onder een bijna onvertaalbare term ‘Verschlimmbessert’, ofwel onherstelbaar gerestaureerd.
We rijden verder op onze route door het zuidwestelijke deel van de Hümmling. Het kost je mogelijk wat studie op de topografische kaart om de aangegeven locaties in en bij de dorpen en plaatsen te vinden. Met de routeplanner op je telefoon lukt het zeker. Je vervolgt de weg van naar Gross-Berssen naar Klein-Berssen.
In de driehoek Stavern (met Klein Berssen) – Bruneforth – Apeldorn bevind je je op de zuidwestelijke flank van de hooggelegen en in de voorlaatste ijstijd opgestuwde Hümmling-geestrug. In het overgangsgebied van de hoge glaciale stuwwal naar het beekdal van de Nordradde kom je tal van waardevolle geologische, archeologische en landschappelijke bezienswaardigheden tegen. Je zult verbaasd staan over de veelheid aan grafheuvels, hunebedden en historische landschappen. Ik ben er sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heel vaak geweest. Het gebied is weliswaar sindsdien onherkenbaar veranderd; van een ‘Drenthe’ van ruim honderd jaar geleden tot een redelijk welvarend gebied zoals het nu is. Heidevelden zoals in Drenthe vindt je in de Hümmling nauwelijks.

Alles is ontgonnen en omgezet in bouwland of bos. Je kunt je daarom ook bijna niet voorstellen hoe kaal, open en onherbergzaam verlaten dit gebied was met zijn kleine esdorpen en keienwegen. Bossen waren er nauwelijks. Alles was heide, afgewisseld door uitgestrekte besloten hoogvenen, die men hier ‘Dosen’ noemt. Ik weet nog dat een excursie naar de zandgroeven bij Börger, Werpeloh en Fresenburg in de begin van de jaren zestig in de vorige eeuw een volle dag in beslag nam. Met de trein van Groningen naar Winschoten en vandaar met de kever van mijn vriend over de grens, de ‘rimboe’ in, waar bij Papenburg vader, moeder en de kinderen in het veen nog turf stonden te steken en op te stapelen. Niet voor te stellen en nog maar zo kort geleden. Enfin, ik neem je verder mee het landschap en de geschiedenis in.
Rijd naar Klein Berssen en sla rechtsaf de Sögelerstrasse in, in de richting van Sögel. Na ongeveer een kleine kilometer linksaf de Stavenerstrasse in, naar de historische watermolen
17 ) Watermolen Bruneforth
Dit is een oude watermolen met scheprad. Het vormt een schilderachtig ensemble langs de beek. Naast de 500 jaar oude, gerestaureerde vakwerk-watermolen bevindt zich de unieke Weidenkirche: een ‘levende’ kerk waarvan de muren en het gewelf gevlochten zijn van groeiende wilgentakken.
De locatie van de watermolen kent een zeer lange geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw. De huidige, karakteristieke vakwerkgebouwen in Noord-Duitse stijl stammen hoofdzakelijk uit de 18e en 19e eeuw. Bij de molen zelf gaat het om een onderslag-watermolen die eeuwenlang diende als graan- en oliemolen voor de omringende esdorpen. Na het stilleggen van de molen in de 20e eeuw is het molencomplex grondig gerestaureerd. Het waterrad en de maaltechniek zijn behouden/hersteld. De watermolen is een populaire pleisterplaats voor wandelaars en ligt vlak bij een groot hunebed. Iets verderop zie je op een verhoging de ruïne van een grondzeiler-molen (Erdholländer) uit 1860. Het is een mooie stop op je route die inzicht geeft in de vroegere windenergie op het toen nog open landschap van de Hümmling

18 ) Groot hunebed van Stavern/Bruneforther es/Mansberge
Vanaf de parkeerplaats bij de Wassermühle Bruneforth loopt een wandelpad het aangrenzende bos in. Wanneer je langs het grote hunebed loopt en het bospad vervolgt, wandel je direct tussen een twintigtal bolle grafheuvels uit de Midden- en Late Bronstijd. Sommige heuvels zijn tot wel 2 tot 3 meter hoog en hebben een diameter van meer dan 15 tot 20 meter. Oorspronkelijk waren veel van deze heuvels waarschijnlijk, net als de replica die bij de Natuurplaats bij Norg in Drenthe gemaakt is, omgeven door een houten paalkrans of een ringgreppel om de grens tussen de wereld van de levenden en de doden te markeren. Door de dichte boombegroeiing en de combinatie van de grote zwerfstenen grafkamer van het hunebed op korte afstand de talrijke grafheuvels, is dit een bijzondere prehistorische locatie in de Hümmling.
19) Grafheuvelveld “Steenwieken” / “Am Spille” bij Stavern/Klein Stavern
Ten oosten van Stavern in de richting van Sögel/Spahnharrenstätte ligt een groot grafheuvelveld ingebed in een oud eiken- en dennenbos. Bij archeologisch onderzoek is gebleken dat deze heuvels vaak meerdere opeenvolgende fasen van bijzetting bevatten. Gevonden zijn een primaire centraal gelegen graf op de grond, met latere uitbreidingslagen voor jongere generaties.

Net als in Drenthe en elders zijn in de 19e en vroege 20e eeuw veel grafheuvels (deels illegaal) afgegraven of door de landbouw geëgaliseerd, behalve op de zandschrale gronden rond Stavern en Bruneforth. Die waren ongeschikt voor landbouw en zijn daarom in bos omgezet.
Je komt bij de grafheuvelcomplexen door naar Stavern te rijden. Vanaf de dorpskern in Groß Stavern neem je de weg richting Klein Stavern / Sprakel, via de Sögeler Straße / Sprakeler Straße. Er zijn kleinschalige parkeergelegenheden en wandelstartpunten aan de rand van het bosgebied met de grafheuvelvelden. Mocht het exacte toponiem ‘Am Steenwieken’ niet direct in je autonavigatie of op je telefoon staan, stel dan het navigatiesysteem in op Stavern (Am Steinberg of Sprakeler Straße). Vanaf daar geven de bruine bordjes van het natuurpark de richting aan naar de prehistorische grafvelden en megalieten.
Terzijde: Van Steentijd naar Bronstijd
Het gebied rond Stavern en Bruneforth vertoont een opvallende continuïteit in menselijkebewonings- en begravingsrituelen gedurende duizenden jaren:
Neolithicum (ca. 3400–2800 v.Chr.): Bouw van de grote ganggraven (megalieten) van ter plaatse gevonden zwerfblokken
Bronstijd (ca. 2000–800 v.Chr.): Overgang van collectieve megalietgraven naar individuele bijzettingen onder aarden grafheuvels
Vroege IJzertijd (ca. 800–500 v.Chr.): Verbranding/crematie van de overledenen en de opkomst van urnenvelden, waarbij crematieresten in aardewerken urnen onder lage heuveltjes werden begraven.
Uit de latere fasen van de grafheuvels zijn talloze urnen van het zogenaamde Harpstedt-type (ruwwandige, tonvormige potten uit de ijzertijd) opgegraven. Omdat de Hümmling in de prehistorie door zijn hoge ligging een belangrijk knooppunt was op de noord-zuid verlopende handelsroutes voor koper en tin, zijn in de grafheuvels van deze streek soms kostbare bronzen vondsten gedaan, zoals siernaalden, armbanden en bronzen dolken/messen. De grafheuvels werden bewust opgeworpen op de hoogste punten van het Pleistocene landschap (de geest), vlak boven het dal van de Nordradde. Vanuit de beekdalen waren de heuvelsilhouetten op de horizon voor reizigers en bewoners van kilometers ver zichtbaar als een respect afdwingend dodenlandschap. Het is ook een aanwijzing dat het landschap in de Bronstijd al grotendeels kaal en ontbost was.
20 ) Apeldorn geografisch middelpunt van het Emsland
In het buitengebied van Apeldorn bevindt zich het berekende geometrische middelpunt van het gehele district (Landkreis) Emsland. Deze plek is gemarkeerd met een imposante ijstijdzwerfsteen en voorzien van een rustplaats en informatiebord. Je bereikt het middelpunt vanaf Apeldorn en sla aan de oostzijde van het dorp (richting Klein Berßen / Stavern) af op de weg Am Heven (of volg de bebording richting Mittelpunkt des Emslandes). Na ongeveer 1 à 1,5 km over deze landelijke weg bereik je de zwerfkei aan de bosrand.
Essen landschap & Plaggenbemesting rond Apeldorn en Stavern
Rondom Apeldorn en Klein Berßen liggen prachtig bewaarde bolle essen, geheel vergelijkbaar met die in het Hondsruggebied en overig Drenthe. Deze ‘Plaggenesch’-gronden zijn in de loop van eeuwen ontstaan door het opbrengen van potstalmest gemengd met heideplaggen, wat een opvallende donkere humeuze deklaag bovenop de pleistocene zandgronden heeft gevormd. Plaggenbemesting was erg belangrijk om de ‘eeuwige roggebouw’ mogelijk te maken. Rogge vormde net als in Drenthe op de zandschrale akkers het basisvoedsel voor de bewoners.


Vervolg je weg naar het zuiden, naar Bokeloh en vervolgens Meppen. In Meppen bezoek je het bekende museum waar ik je hierboven al het adres van heb gegeven. Na het bezoek rij je in westelijke richting over weg 402 van Meppen naar Versen en vervolgens naar het Börkener Paradies.
21 ) Börkener Paradies, een uniek natuurgebied
Het Börkener Paradies is een van de oudste, meest unieke en botanisch waardevolste natuurreservaten van het Emsland. Het heeft zich in de loop van ruim 1000 jaar ontwikkeld binnen een afgesneden meander van de rivier de Ems. Het gebied ligt ingeklemd tussen de dorpen Versen en Borken
Neem vanaf de B402 de afslag richting Versen. Rij via de Versener Straße richting de Ems en sla af naar de Paradiesweg. Aan de rand van het natuurgebied bevindt zich een kleine parkeerplaats met informatieborden. Een wandelroute van circa 3 tot 4 kilometer voert je door en rond het omheinde reservaat.
Het Börkener Paradies is een schoolvoorbeeld van hoe een historisch agrarisch gebruik heeft geleid tot een zeldzaam en bijzonder mooi cultuur- en natuurlandschap. Oorspronkelijk maakte het terrein deel uit van het gemeenschappelijke dorpsland (Allmende) van de boeren uit Borken en Versen. Eeuwenlang – van de middeleeuwen tot in de 19e eeuw – werd deze rivierdaluiterwaard gebruikt als Hudewald (een weidebos). Boeren lieten hun koeien, paarden, schapen en varkens onder toezicht van een veehoeder (Hirte) in het bos rondlopen en grazen. Het vee at vooral jonge scheuten, grassen en eikels. Hierdoor kregen jonge boompjes geen kans om uit te groeien, terwijl de reeds volwassen eiken en meidoorns gespaard bleven. Alleen als bomen en struiken opsloegen te midden van bramenstruiken en meidoorns, dan kon het vee er niet bij en konden ze uitgroeien tot hoge bomen. Dit begrazingspatroon creëerde een sprookjesachtig, parkachtig landschap: imposante, vrijstaande oude wintereiken met brede kronen, doornige meidoornstruiken en een open, bloemrijke grasmat.

Tot de tweede helft van de 19e eeuw lag het gebied binnen een grote meander van de Ems en overstroomde het regelmatig, wat een vruchtbare sliblaag achterliet. In de periode 1870–1880 werd de Ems gekanaliseerd en de meander afgesneden. Het Börkener Paradies veranderde daardoor in een ‘eiland’ omgeven door een oude rivierarm, wat de isolatie en het behoud van de historische structuur versterkte.
Toen in de 19e en 20e eeuw veel traditionele Hudewälder verdwenen door ontginning, aanplant van snelgroeiend naaldhout of intensieve veeteelt, bleef dit terrein tussen Borken en Versen grotendeels gespaard. Vanwege de buitengewone esthetische en ecologische waarde werd het Börkener Paradies al in 1937 officieel aangewezen als natuurreservaat (Naturschutzgebiet). Het behoort daarmee tot de oudste beschermde natuurgebieden van Nedersaksen.
Wat is er zoal te zien?
-Eeuwenoude monumentale wintereiken: Sommige grillig gevormde wintereiken (in Duitsland Stieleiche genoemd) in het gebied zijn 300 tot 500 jaar oud en hebben enorme stamomtrekken.
-Historische begrazing: Om de open structuur van het Hudewald te behouden en te voorkomen dat het dichtgroeit met struikgewas, wordt het terrein nog altijd begraasd door een kudde robuuste runderen (zoals Heckrunderen of Galloway-runderen).
-Rijke flora en fauna: De combinatie van stokoude bomen, boomruïnes, dood hout, schrale graslanden en stilstaand water biedt een leefomgeving voor talloze zeldzame kevers, zoals het vliegend hert en eikenboktorsoorten, spechten, vleermuizen en bosanemonen. In het voorjaar word je op sommige dagen, vooral vlak bij de ingang van het natuurgebied horendol van de nachtegalen, die met elkaar de verbale strijd aangaan om vrouwvolk.
Haselüner Kuhweide
Overigens heb je bij Haselünne, niet ver van Meppen, eveneens een oud Hudelandschap. Het is een prachtig open en soms parkachtig heidegebied, dat bekend staat als de Haselüner Kuhweide. Het gebied is gewoon te bewandelen. Is een aanrader met veel jeneverbesstruiken.

Voor de noordelijke en westelijke Hümmling geeft deze reisbeschrijving voor deelbezoeken of een paar aaneengesloten dagen wel voldoende informatie en bezoekmogelijkheden. Maar besef dat opzij van de asfaltwegen nog veel meer te zien is. Aangezien grote delen van de Hümmling zo nu en dan in gebruik zijn als militair oefengebied, laat ik die plekken voorlopig maar onbenoemd. Je kunt er echter uren in volkomen stilte langs bospaden zandwegen en door hoogvenen dwalen. Hierbij denk ik ook aan de veengebieden in het gebied die men ‘Dosen’ noemt, omdat ze rondom omgeven zijn door hogere zandgronden. Denk hierbij aan de Esterweger en Tinner Dose. Uitgestrekte hoogveenjuweeltjes zijn het.
Behalve natuur is de Hümmling op veel plaatsen bijzonder rijk aan zwerfstenen. Het lijkt wat dit betreft in meer dan één opzicht op het Hondsruggebied. Ook het zwerfsteengezelschap komt in sterke mate overeen met dat van Oost-Drenthe. Rapakivigranieten en zwerfstenen met fossiele levenssporen uit het Vroeg-Cambrium komen er veel voor.


In een aansluitend volgend verhaal neem ik jullie mee naar de oostelijke Hümmling en het gebied bij Cloppenburg en Wildeshausen, want ook daar valt van alles te zien en te beleven, soms nog indrukwekkender dan in de Hümmling zelf.











Fantastisch compleet verhaal! Kan zo als reisgids gebruikt worden.
Dag meneer Huisman,
Wat ontzettend leuk, dit!! En wat uitgebreid en interessant! Mijn man en ik zijn enthousiast, wisten niet van het bestaan…
We gaan het printen en plannen om te gaan zijn er al.
Dank u wel!
met vriendelijke groet,
De route van emsland humling is die te fietsen knooppunten route