dinsdag, oktober 6, 2026
    Home Hunebedden Het verdwenen hunebed van Valthe (D33) op oude foto’s van het GIA.

    Het verdwenen hunebed van Valthe (D33) op oude foto’s van het GIA.

    0
    52
    D XXXIII – Het verdwenen hunebed van Valthe (D33), zoals Van Giffen dat nog in 1918 aantrof (foto 1918-0228, GIA).

    Het bekendste verdwenen hunebed van Drenthe lag oorspronkelijk op het Valtherveld, vlakbij het nu nog bestaande hunebed Valthe-West (D34). Toen Albert van Giffen het monument in 1918 inventariseerde, trof hij eigenlijk geen herkenbaar hunebed meer aan, maar slechts een sterk verstoorde steenhoop. Hij beschreef de toestand als volgt: “Het hunebed is geheel verstoord en verkeert in een allerdroevigsten staat. De oorspronkelijke toestand is vrijwel onherkenbaar.” Er waren nog slechts negen grote keien aanwezig, waarvan hij er één met enige zekerheid als deksteen kon identificeren. Van de overige stenen was de oorspronkelijke functie niet meer vast te stellen. Ook de omvang, vorm en constructie van het hunebed waren eigenlijk niet meer te reconstrueren; van een herkenbare grafkamer was geen sprake meer. Ondanks deze deplorabele toestand kreeg het monument toch een ‘officiële’ codering: D33.

    Veertig jaar eerder, op 19 juli 1878, was D33 bezocht door William Collings Lukis en Henry Dryden, tijdens hun al eerder gememoreerde inventarisatie van de Drentse hunebedden voor de Society of Antiquaries in London (zie o.m. de bijdragen over D5, D31). Hun beschrijving is bijzonder waardevol omdat het hunebed toen weliswaar al sterk vervallen was, maar nog duidelijk beter herkenbaar dan in Van Giffen’s tijd. Zij noteerden dat D33 ongeveer 300 feet (ca. 90 meter) ten noordwesten van D34 lag. Beide hunebedden hadden vrijwel dezelfde oriëntatie en lagen bovendien in elkaars verlengde. Volgens hun metingen was D33 ongeveer 7 m lang en 4 m breed, terwijl de dekheuvel een diameter had van ongeveer 19,2 m. Lukis verwees bovendien naar het oudere verslag van archeoloog J.H. Janssen (gepubliceerd in diens Drentsche Oudheden, 1848). Daaruit blijkt dat D33 ook toen al als vervallen werd beschouwd, maar nog wel als hunebed herkenbaar was. Janssen vermeldde zelfs dar er nog vijf dekstenen aanwezig waren. In de ongeveer dertig jaar tussen Janssen en Lukis moet het monument dus aanzienlijk verder zijn achteruitgegaan. Toen Lukis en Dryden D33 in 1878 bezochten was de toestand al zo slecht dat zij, uitzonderlijk genoeg, geen van  hun gebruikelijke, nauwkeurige plattegronden meer konden vervaardigen.

    Van Giffen keerde in 1952 terug, onder meer om opnieuw foto’s van D33 te maken. Op deze opnamen zijn  nog enkele grote stenen zichtbaar, waaronder (waarschijnlijk) de deksteen die hij in 1918 al als zodanig had herkend. In 1954-1955 volgde nader archeologisch onderzoek. Daarbij werden de resterende stenen opgenomen en verwijderd. Hoewel nog enkele vloerstenen op hun oorspronkelijke plaats bleken te liggen leverde het onderzoek slechts weinig vondstmateriaal op. Daarna werden de resterende bovengrondse stenen verwijderd.

    De meeste stenen kregen in 1958 een nieuwe bestemming bij de reconstructie van hunebed D49, de Papeloze Kerk bij Schoonoord. Helaas is daarbij niet vastgelegd welke steen van D33 waar in D49 terechtkwam. Mogelijk bieden de foto’s van Van Giffen, uit 1918 en uit 1952, alsnog aanknopingspunten. Grote zwerfkeien hebben immers vaak een unieke ‘vingerafdruk’ in de vorm van karakteristieke breuklijnen, opvallende kwartsaders, specifieke verweringspatronen of een bijzondere vorm. Wellicht valt aan de hand van dergelijke kenmerken ooit te achterhalen welke stenen van D33 Van Giffen naar D49 heeft verplaatst: een mooie archeologische detectiveklus!

    D XXXIII – Het verdwenen hunebed van Valthe (D33), in 1952 nagenoeg onherkenbaar tussen de struiken (foto 1952-0238, GIA).
    D XXXIII – Het verdwenen hunebed van Valthe (D33), “na de verwijdering van het struikgewas”, in 1952 (foto 1952-0239, GIA).
    D XXXIII – Opgraving en verwijdering van de stenen van het verdwenen hunebed van Valthe (D33), gezien vanuit het W (foto 1954-0152, GIA).
    Plattegrond van hunebed D33 (uit A.E. van Giffen, De hunebedden van Nederland; Utrecht; 1925-1927).

    Voor meer informatie over D33 klik hier.

    Het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie) heeft in het najaar van 2024 veel oude foto’s van opgravingen digitaal ontsloten. Een ware schatkamer. De historische foto’s bij dit artikel zijn te vinden via https://dbc.rug.nl/digital/collection/GIA-fotos. Als u hier de zoektermen valthe en hunebed intikt vindt u onder meer de getoonde foto’s.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.