Salamis was een oude Griekse stadstaat aan de oostkust van Cyprus, 6 km ten noorden van de stad Famagusta. Het is een cruciale archeologische vindplaats die, door het verrichte onderzoek op locatie, veel informatie geeft over de geschiedenis van het eiland, vooral van de vroege IJzertijd (800 tot ongeveer 500 v. Chr.) tot de Late Oudheid (300 tot 600 na Chr.).
Een stadstaat is een zelfstandig land dat bestaat uit één enkele stad met het omliggende platteland. In de geschiedenis waren stadstaten de eerste vormen van een eigen politiek bestuur. Ze hadden een eigen regering, eigen wetten, eigen munten en soms een eigen leger. In de moderne tijd zijn Monaco, Singapore en Vaticaanstad voorbeelden van stadstaten.

Volgens een oude mythe zou Teucer de stichter van Salamis zijn. Teucer was de zoon van Telamon, koning van het Griekse eiland Salamis [tegenwoordig Salamina genoemd]. Teucer kon, volgens de overlevering, na de Trojaanse Oorlog (waarschijnlijk zo rond 1.180 v. Chr.) niet naar huis omdat hij er niet in was geslaagd om zijn halfbroer Ajax te wreken. Hij vestigde zich op Cyprus en vernoemde de stad naar zijn thuisland: het eiland Salamis.
Bewijs hiervoor is echter niet gevonden. Het kan zelfs zijn dat Salamis al eerder is gesticht; dit zou te maken hebben met de achteruitgang van het nabijgelegen stedelijke centrum van Enkomi. Salamis lag, in tegenstelling tot Enkomi, aan de kust en had een natuurlijke haven en dat had voor het voeren van handel zo zijn voordelen. Onder meer de aanwezigheid van koperertsen (natuurlijke gesteenten en mineralen waaruit zuiver koper kan worden gewonnen) op Cyprus maakte het eiland in die tijd tot een belangrijk knooppunt in handelsnetwerken.
De oudste archeologische vondsten dateren uit ongeveer de 11e eeuw v. Chr. Uit die periode stamt onder meer een kamergraf, gevonden ten zuiden van de latere tempel van Zeus.
In 877 v. Chr. bereikten de legers van het Assyrische Rijk voor het eerst de Middellandse Zeekust. Het Assyrische Rijk strekte zich in die tijd uit van Egypte en Turkije tot Irak en Iran. Cyprus stond toen onder controle van de Assyriërs. Zolang Cyprus aan zijn verplichtingen aan de koning van Assyrië voldeed, genoot het een relatieve onafhankelijkheid. In de stad zijn uit die tijd Assyrische inscripties gevonden.
In de 8e en 7e eeuw v. Chr. onderhield Cyprus nauwe banden met het Midden-Oosten, maar er waren ook banden met Griekenland. In een koninklijk graf, maar ook in graven van gewone burgers, heeft men grote hoeveelheden Grieks aardewerk aangetroffen. Griekenland was in die tijd bezig met een oostwaartse expansie en stichtte koloniën in onder meer het huidige Syrië. Salamis was in deze periode (zo tussen 750 en 480 v. Chr.) een van de grootste en belangrijkste politieke entiteiten op het eiland, met een geschatte grootte van 2.700 km² (ongeveer 30% van het eiland).
In 450 v. Chr. was Salamis het toneel van zowel een strijd op het land als op zee tussen legers van het Perzische Rijk en legers van de Delische Bond. (De Delische Bond was een bondgenootschap van Griekse stadstaten met als doel de Perzen te bestrijden. De Delische Bond is opgericht in 478 v. Chr. en stond onder leiding van Athene).
Een monument dat het einde van de klassieke periode in Salamis illustreert, is de grafheuvel die het cenotaaf van Nicocreon bedekte. (Een cenotaaf is een leeg grafmonument of gedenkteken dat is opgericht voor een overledene wiens lichaam op een andere plaats is begraven).
Nicocreon was een van de laatste koningen van Salamis en zou begraven moeten liggen in één van de grote grafheuvels nabij Enkomi. Hij stierf in 311 v. Chr. door zelfmoord. Op het monumentale platform werden verschillende kleihoofden gevonden, waarvan sommige portretten zijn, mogelijk van leden van de koninklijke familie, die na hun dood op de brandstapel werden geëerd.
In 58 v. Chr. annexeerde de Romeinse Republiek het eiland Cyprus en werd het een onderdeel van de Romeinse provincie Cilicië. Cilicië was een landstreek aan de zuidoostkust van het huidige Turkije. Het ‘culturele centrum’ van Salamis tijdens de Romeinse periode bevond zich in het noordelijkste deel van de stad, waar onder meer restanten van een gymzaal, theater, amfitheater, stadion en openbare baden zijn gevonden. Salamis was in die periode een welvarende, zelfbesturende stad die profiteerde van de vrede en stabiliteit die in die periode heersten in de Romeinse Republiek.

Bij Salamis is ook een necropolis [stad der doden] aangetroffen. Deze beslaat een gebied van ongeveer 7 km² en ligt ten westen van de stad. Van de 9e tot de 7e eeuw v. Chr. begroef de elite van Salamis haar doden in een gravenveld dat bekendstaat als de ‘Koninklijke Graven van Salamis’. Ze bestaan uit een reeks van negen gebouwde kamergraven die werden gebruikt van het einde van de 8e tot het begin van de 6e eeuw v. Chr.
Deze graven werden medio vorige eeuw grotendeels opgegraven. Sommige van deze graven waren bedekt met een grafheuvel. De begrafenisgebruiken die in de Koninklijke Graven werden gevolgd, hebben veel wetenschappelijke aandacht getrokken. Belangrijke elementen zijn onder andere het offeren van paarden en strijdwagens. Er zijn tijdens het archeologische onderzoek namelijk skeletresten van paarden en afdrukken van houten strijdwagenonderdelen gevonden. Er is ook bewijs gevonden van offers van honing en olie naast de overledene. De aanwezigheid van luxe goederen als brons, ijzer, ivoor, goud en zilver onderstreept verder de rijkdom en status van de begraven personen.
Tegenwoordig staat op de locatie een museum met enkele van de vondsten. Een graf dat in 1965 werd opgegraven door de Franse missie van de Universiteit van Lyon, leverde een buitengewone rijkdom aan grafgeschenken op. De aangetroffen grafgeschenken bevestigden de handelsrelaties die er in die tijd met het Nabije Oosten waren.
Verschillende aardbevingen (met name in de 1e en 4e eeuw na Chr.) leidden tot grote verwoestingen van en in Salamis. Aan het begin van de 4e eeuw werd de stad herbouwd onder de naam Constantia door Constantius II (een Romeinse keizer, 2e zoon van Constantijn de Grote, die leefde van 337 tot 361). De stad werd een bisschoppelijke zetel en Constantius hielp de bewoners met de wederopbouw van de stad.
Uiteindelijk werd Salamis [inmiddels Constantia geheten] verwoest tijdens de Arabische invasies in de 7e eeuw. De inwoners verlieten de stad en verhuisden naar Famagusta, een stad aan de oostkust van Cyprus. De stad werd daarna nooit meer opnieuw opgebouwd.
In 1571 veroverden de Ottomanen het eiland en vestigden een Turkse gemeenschap op het eiland. (Het Ottomaanse Rijk bestond van 1299 tot 1922 en besloeg in zijn hoogtijdagen delen van Noord-Afrika, Azië (met name het huidige Turkije, Libanon, Israël en Irak) en Zuidoost-Europa). De Ottomaanse periode duurde ruim drie eeuwen.
In 1878 nam Groot-Brittannië het bestuur van het eiland over. Cyprus was belangrijk gelet op de strategische ligging nabij het Suezkanaal. In 1925 maakte Groot-Brittannië van het eiland een kroonkolonie.
In 1934 verscheen er in Cyprus een postzegel gewijd aan Salamis met daarop de beeltenis van koning George V van het Verenigd Koninkrijk. Koning George V was koning van 1910 tot 1936. George V was de 2e zoon van Edward VII en Alexandra van Denemarken. Toen zijn oudste broer in 1892 stierf aan griep, werd George V door zijn vader, Edward VII, voorbereid om te gaan regeren als koning.

In 1936 overleed koning George V en werd de oudere broer van Albert, onder de naam Edward VIII, de nieuwe koning. Echter, binnen 1 jaar deed Edward afstand van de troon, zodat Albert, de 2e zoon van de overleden koning George V, de opvolger werd van Edward. Albert nam de naam George VI aan.
In 1938 verscheen er wederom een postzegel gewijd aan Salamis, maar nu met de beeltenis van George VI.

In 1969 werd Cyprus een onafhankelijke republiek met een grondwet die de macht deelde tussen de Griekse (70%) en de Turkse (30%) bevolkingsgroepen. In 1974 pleegde de Griekse militaire junta een staatsgreep, waarop Turkije militair ingreep. Het eiland werd verdeeld in een Turks deel en een Grieks deel.
Archeologische opgravingen op de locatie begonnen aan het eind van de negentiende eeuw onder auspiciën van het Cyprus Exploration Fund. Veel van deze vondsten bevinden zich nu in het British Museum in Londen. De opgravingen in Salamis begonnen opnieuw in 1952 en liepen tot 1974.
Voor de Turkse invasie in 1974 was er veel archeologische activiteit; een Franse missie was bezig met opgravingen in Enkomi, een groep was actief in Salamis en het ‘Departement van Oudheden’ van Cyprus was bijna het hele jaar door druk met reparaties en restauraties van monumenten. (Het ‘Departement van Oudheden’ van Cyprus is de officiële overheidsinstantie van de Republiek Cyprus die verantwoordelijk is voor archeologisch onderzoek, het beschermen van cultureel erfgoed en het beheren van oude monumenten en archeologische vindplaatsen).
In 1980 verscheen in Cyprus een serie van 14 postzegels inzake archeologische vondsten in Cyprus. Twee zegels van de serie waren gewijd aan Salamis. Eén zegel toont een amfora [een Griekse amfora was behalve de naam voor een kruik ook een inhoudsmaat voor vloeistoffen van ongeveer 23,2 liter]. Vanaf de 6e eeuw v. Chr. werden de amforen beschilderd om ze te verfraaien.

De andere zegel toont een cauldron (een cauldron is een grote metalen pot, vaak rond met een deksel en een handvat). Een cauldron werd gebruikt om te koken of vloeistoffen te verwarmen boven een open vuur.

Na de Turkse invasie heeft het internationale embargo de voortzetting van de opgravingen verhinderd en is direct archeologisch veldwerk niet meer mogelijk.
De openbare gebouwen die op de stadslocatie Salamis zijn blootgelegd, dateren uit de postklassieke periode (de postklassieke periode van Cyprus eindigde zo rond 312 v. Chr. en luidde het einde in van de onafhankelijke stadstaten).
Het archeologische landschap van Salamis, met zijn verschillende periodes, vertegenwoordigt een rijk verhaal van de Cypriotische geschiedenis. De nauwgezette opgravingen, uitgevoerd door het ‘Departement van Oudheden’ van Cyprus en de Franse missie vóór 1974, zijn van onschatbare waarde geweest, maar hebben helaas nog geen vervolg gehad, zodat het ‘verhaal’ van dit gebied nog niet af is.
De erfenis van Salamis moedigt hopelijk toekomstige generaties archeologen aan om de nagedachtenis levend te houden en te pleiten voor hernieuwde toegang tot deze site om het archeologische onderzoek voort te kunnen zetten.











