dinsdag, oktober 6, 2026
    Home Hondsrug Tynaarlo: een landschap vol verhalen

    Tynaarlo: een landschap vol verhalen

    0
    47
    De zogenoemde offerpot uit het neolithicum/bronstijd werd gevonden op de Noorderesch van Zuidlaren. De pot was bewust ondersteboven in het zand geplaatst, met de oorspronkelijke bodem naar boven. Foto: Archeologisch Rapport Oranjewoud 2013/99

    Van de eerste jagers-verzamelaars tot de middeleeuwse dorpen

    In het kader van het Faro-project ‘Vondsten on Tour’ schetst dit artikel de archeologische rijkdom van de gemeente Tynaarlo. Die rijkdom is niet alleen zichtbaar in hunebedden en grafheuvels. Ook onder akkers, in beekdalen, in veengebieden en onder de oude dorpskernen liggen sporen van duizenden jaren bewoning verborgen.

    Wie door de gemeente Tynaarlo rijdt, ziet het karakteristieke Drentse landschap van dorpen, essen, bossen, beekdalen en landgoederen. Onder dat decor gaat een lange geschiedenis schuil. Hunebedden, grafheuvels, prehistorische akkers, nederzettingen, veenvondsten, een middeleeuwse waterburcht en oude dorpskernen vertellen samen het verhaal van de mensen die dit gebied vanaf de prehistorie hebben bezocht, bewoond en ingericht.

    Tynaarlo behoort tot de archeologisch interessantste gebieden van Drenthe. Dat is nauw verbonden met het landschap. De hoger gelegen zandgronden, waaronder de in de ijstijden gevormde Rolderrug, boden geschikte plaatsen voor bewoning en landbouw. De lager gelegen beekdalen en veengebieden leverden water, hout, planten en andere natuurlijke hulpbronnen. Zo lagen verschillende landschappen op korte afstand van elkaar, elk met eigen mogelijkheden.

    De oudste bewoners

    De geschiedenis van Tynaarlo begint lang vóór de bouw van de hunebedden. Op verschillende plaatsen zijn vuurstenen werktuigen gevonden van jagers-verzamelaars. Vondsten uit het paleolithicum en mesolithicum laten zien dat zij door het gebied trokken, er jaagden en tijdelijk verbleven. Het landschap was toen nog grotendeels bedekt met bos en werd doorsneden door beken en natte laagten.

    Een belangrijk voorbeeld is het Groote Veen bij Eelde. Voorafgaand aan de aanleg van een nieuwbouwwijk vond hier tussen 2008 en 2010 grootschalig archeologisch onderzoek plaats. De oudste vondsten dateren van omstreeks 6500 v.Chr. Het gaat onder meer om kleine vuurstenen werktuigen van jagers-verzamelaars. Zulke vondsten lijken bescheiden, maar ze vormen tastbaar bewijs van menselijke aanwezigheid in een tijd waarvan in het landschap geen zichtbare sporen zijn overgebleven.

    De eerste boeren en hun hunebedden

    Vanaf de nieuwe steentijd veranderde het leven ingrijpend. Boeren vestigden zich blijvend in het gebied, kapten delen van het bos, hielden vee en legden akkers aan. De grote zwerfstenen die tijdens de ijstijden vanuit Scandinavië naar Drenthe waren meegevoerd, kregen daarbij een bijzondere bestemming: ze werden gebruikt voor de bouw van wat wij nu hunebedden noemen. Wonen, werken, begraven en rituele handelingen raakten zo nauw met het landschap verbonden.

    Een van de zichtbaarste herinneringen aan deze eerste landbouwers is hunebed D6 bij Tynaarlo. Het monument werd gebouwd door mensen van de trechterbekercultuur, omstreeks 3400–3050 v.Chr. Oorspronkelijk bestond het uit een stenen grafkamer die grotendeels onder een aarden heuvel lag. In de grafkamer werden overledenen bijgezet, vaak samen met aardewerk en andere grafgiften. Het hunebed kreeg later ook een plaats in het collectieve geheugen: het is afgebeeld op de schoolplaat ‘De heide met hunebed bij Tynaarloo’ uit 1901.

    De beroemde schoolplaat “De heide met hunebed bij Tinaarloo”. De plaat werd gemaakt naar een aquarel van Bernard Bueninck (1864–1933). De oorspronkelijke afbeelding dateert uit 1901. Fotoarchief: Hunebedcentrum.

    Ook bij Zeijen ligt een hunebed: D5, aan de rand van het Noordse Veld. Daar staat het monument niet op zichzelf, maar maakt het deel uit van een veel groter prehistorisch cultuurlandschap.

    Het Noordse Veld: duizenden jaren geschiedenis bijeen

    Op weinig plaatsen in de gemeente komt de archeologische rijkdom zo duidelijk samen als op het Noordse Veld bij Zeijen. Hier bevinden zich dicht bij elkaar hunebed D5, grafheuvels, nederzettingssporen, oude karrensporen, resten van een versterkte nederzetting en een goed bewaard raatakkercomplex, ook wel Celtic field genoemd. Vanwege die bijzondere samenhang is het gebied aangewezen als archeologisch rijksmonument.

    Onderzoek heeft aangetoond dat het Noordse Veld een lange gebruiks- en bewoningsgeschiedenis kent, van het midden-neolithicum tot in de Romeinse tijd. Generaties boeren uit de ijzertijd legden er akkers aan, bouwden boerderijen en begroeven hun doden. Wie er nu wandelt, loopt dus letterlijk door een landschap dat gedurende duizenden jaren door mensen is gevormd.

    Fragment van de Actuele Hoogtekaart van Nederland van het Noordse Veld nabij Zeijen. Te zien zijn uitgebreide ijzertijdakkers en tientallen grafheuvels. Bron: www.ahn.nl

    Grafheuvels zijn ook elders in Tynaarlo te vinden. Sommige tekenen zich nog duidelijk af als lage verhogingen; andere zijn door landbouw en erosie vrijwel verdwenen. Concentraties liggen onder meer op het Noordse Veld, in de Zeijerstrubben en in de omgeving van Oudemolen.

    Opgraving van een grafheuvel bij Tynaarlo. Bron: Fotoarchief GIA

    Bijzonder is de Adderhorst, tussen Tynaarlo en Zeegse, nabij het Zeegserloopje. Op dit landgoed ligt een groep van dertien goed bewaarde grafheuvels. Samen laten zulke grafmonumenten zien hoe belangrijk de herinnering aan voorouders en overledenen gedurende lange tijd in het landschap bleef.

    De grafheuvels uit e Bronstijd bij de Adderhorst in Tynaarlo duidelijk herkenbaar op de Actuele Hoogtekaart van Nederland. Het Zeegserloopje stroomt daar vlak langs. Rechtsonder ligt nog een grafheuvel. Bron: www.ahn.nl

    Versterkte nederzetting bij het Noordse Veld

    Bij het Noordse Veld zijn twee opmerkelijke omheinde of ‘versterkte’ nederzettingen opgegraven. Ze behoren tot de interessantste nederzettingscomplexen uit de late ijzertijd/vroege Romeinse tijd in Noord-Nederland.

    De ontdekking van de nederzettingen werd gedaan door A.E. van Giffen. In 1933 werd hij gewezen op opvallende grondverkleuringen op een perceel ten zuidwesten van het Celtic field. Onderzoek bracht daar de sporen aan het licht van wat Van Giffen als een versterkte nederzetting interpreteerde.

    In 1934 werd bij Zeijen een grote versterkte nederzetting opgegraven. Deze was omgeven door palissaden. De nederzetting dateert van vlak voor onze jaartelling. Binnen de omwalling lag een aantal grote houten gebouwen waarvan op de foto de contouren, de paalsporen te zien zijn. Foto: GIA-Fotoarchief.

    Het bijzondere was dat de nederzetting door een palissade of houten omheining van de omgeving was afgescheiden. Binnen deze omheining werden sporen van gebouwen aangetroffen. Het ging dus niet om een gewone verspreide boerennederzetting zoals we die uit de Drentse ijzertijd veel kennen, maar om een duidelijk begrensd woonterrein.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Noordse Veld door graafwerkzaamheden bedreigd, onder andere door de aanleg van een Duits vliegveld. In 1944 onderzocht Van Giffen een tweede omheinde nederzetting bij het Witteveen.

    Over de twee versterkte nederzettingen bestaat geen zekerheid dat deze voor verdediging zijn bedoeld. Ze kunnen ook een sociale, rituele of praktische functie hebben gehad, bijvoorbeeld om de dieren binnen de palissade te houden.

    GIA



    Op het Noordse Veld is veel archeologisch onderzoek gedaan. Dit zijn vondsten die in 1917 zijn gevonden. Zij dateren uit de ijzertijd en Romeinse tijd. Foto: GIA-fotoarchief

    Eelde: van steentijdnederzetting tot klokbekergraf

    Het onderzoek in het Groote Veen bij Eelde leverde niet alleen sporen van jagers-verzamelaars op. Archeologen vonden er ook huisplattegronden en vuurstenen voorwerpen van de trechterbekercultuur, daterend uit ongeveer 3500–2800 v.Chr. De plek werd dus in verschillende perioden opnieuw gebruikt.

    Een van de opvallendste ontdekkingen was een graf uit de late nieuwe steentijd. Een kringgreppel omgaf een centrale grafkuil. Daarin lagen gecremeerde menselijke resten, twee klokbekers, een drieledige schaal en twee gouden sieraden. Het graf wordt omstreeks 2000 v.Chr. gedateerd en behoort tot de klokbekercultuur. De kostbare grafgiften maken de vondst uitzonderlijk en tonen dat het gebied deel uitmaakte van wijdvertakte culturele contacten.

    Ook uit de ijzertijd en de Romeinse tijd zijn bij het Groote Veen bewoningssporen bekend. Rond 250 n.Chr. kwam aan deze plaatselijke bewoning een einde. Dat betekende echter niet dat de gemeente als geheel verlaten raakte: op andere locaties ging de bewoning door of ontstonden later nieuwe nederzettingen.

    Mysterieuze offerpot bij Zuidlaren

    Bij de aanleg van een gasleiding werd in 2013 op de Noorderesch bij Zuidlaren een bijzondere archeologische vondst gedaan. In het zand werd een ruim vierduizend jaar oude pot ondersteboven aangetroffen.

    De pot dateert uit de laatste fase van de klokbekercultuur, rond 2200–2000 v.Chr. Alleen het bovenste gedeelte bleef bewaard. De pot was versierd met groeven, knobbels en diepe nagelindrukken. Vooral de manier waarop hij in de grond was geplaatst, maakte archeologen nieuwsgierig. In de directe omgeving werden namelijk geen duidelijke resten van een graf of nederzetting gevonden.

    De zogenoemde offerpot uit het neolithicum/bronstijd werd gevonden op de Noorderesch van Zuidlaren. De pot was bewust ondersteboven in het zand geplaatst, met de oorspronkelijke bodem naar boven. Foto: Archeologisch Rapport Oranjewoud 2013/99

    Waarom iemand de pot duizenden jaren geleden bewust op zijn kop zette, blijft een raadsel. Mogelijk ging het om een ritueel offer aan goden of bovennatuurlijke machten. Ook een bijzondere vorm van begraving is niet uitgesloten. Bewijs daarvoor is niet gevonden. Daarom spreken archeologen voorzichtig van een mogelijk ritueel gedeponeerde klokbekerpot.

    De offerpot was niet de enige ontdekking. Langs het tracé kwamen ook resten van boerderijen uit de ijzertijd en Romeinse tijd, graanschuurtjes, aardewerk en oude karrensporen tevoorschijn. Daarmee gaf de aanleg van de gasleiding onverwacht een kijkje in duizenden jaren bewoningsgeschiedenis rond Zuidlaren.

    Maar de omgekeerde pot blijft de meest intrigerende vondst. Meer dan vierduizend jaar geleden zette iemand hem bewust in de grond. Wie dat deed en waarom, weten we niet. En juist dat maakt de offerpot van Zuidlaren zo bijzonder.

    Veen, water en het Meisje van Yde

    Naast de zandgronden vormen de beekdalen en veengebieden een tweede archeologische schatkamer. In natte, zuurstofarme omstandigheden kunnen organische materialen uitzonderlijk goed bewaard blijven. Hout, leer, textiel en soms zelfs menselijke lichamen kunnen daardoor vele eeuwen of millennia overleven.

    Het bekendste voorbeeld is het Meisje van Yde. In mei 1897 vonden twee veenarbeiders bij Yde een menselijk lichaam in het veen. Het bleek te gaan om een jonge vrouw van ongeveer zestien jaar. Dankzij het veen waren haar lichaam en enkele voorwerpen opmerkelijk goed geconserveerd. Rond haar hals zat een band en de omstandigheden wijzen op een gewelddadige dood. Waarom zij stierf, weten we niet zeker.

    Het Drents Museum dateert haar dood in de periode van ongeveer 40 v.Chr. tot 50 n.Chr. Mogelijk was zij een offer, maar archeologen blijven voorzichtig: de precieze aanleiding en betekenis van haar dood zijn niet meer vast te stellen. De vondst maakt wel duidelijk dat veengebieden voor prehistorische gemeenschappen niet eenvoudigweg onbruikbare moerassen waren. Het waren ook plaatsen waaraan bijzondere of rituele betekenissen konden worden toegekend.

    Romeinse tijd en vroege middeleeuwen

    In de jaren 2003–2005 heeft het Groninger Instituut voor Archeologie van de Rijksuniversiteit Groningen bij De Bloemert in Midlaren grootschalige opgravingen uitgevoerd. De aangetroffen sporen tonen de vroege ontwikkeling van een klein dorp in de kop van Drenthe, vanaf de ijzertijd tot ver in de middeleeuwen. Interessant is de bijzondere landschappelijke ligging van de nederzetting op de grens tussen Hondsrug en Hunzedal. Archeologen troffen naast de nederzettingssporen een grafveld uit de late Romeinse tijd en vroege middeleeuwen aan. De vondsten laten zien dat in de eeuwen na de prehistorie gemeenschappen in het gebied woonden en hun doden begroeven. Naast de gebouwresten zijn er duizenden vondsten gedaan.

    Middeleeuws kasteel, veenterpjes en dorpskernen

    Ook de middeleeuwen hebben duidelijke sporen in Tynaarlo nagelaten. Ten zuiden van Eelde liggen de resten van de Waterburcht van Eelde, een archeologisch rijksmonument dat teruggaat op een dertiende-eeuws kasteel. Grachten en andere onderdelen zijn nog in het landschap herkenbaar. In de zeventiende en achttiende eeuw stond op dezelfde plaats een havezate.

    Waterburcht van Eelde op de Actuele Hoogtekaart van Nederland. De burcht werd in 1266 gebouwd. Bron: www.ahn.nl

    In het noordelijke deel van de Eeldermaden zijn bovendien enkele veenterpjes aangetroffen. Als verhoging zijn ze tegenwoordig nauwelijks meer te herkennen; soms verraadt vooral een afwijkende begroeiing hun ligging. Archeologisch onderzoek heeft laten zien dat deze bescheiden woonplaatsen informatie bevatten over het leven in het noordelijke Drentse veengebied rond het jaar 1000.

    De archeologische geschiedenis houdt niet op bij de zichtbare monumenten buiten de bebouwde kom. Ook oude dorpskernen, zoals die van Vries, Zuidlaren en Eelde, zijn het resultaat van eeuwenlange bewoning. Onder straten, erven en gebouwen kunnen resten liggen van oudere boerderijen, waterputten, greppels, afvalkuilen en werkplaatsen. De oude kerken vormen daarbij belangrijke historische ankerpunten.

    De Bonifatiuskerk in Vries behoort tot de oudste kerken van Drenthe. Archeologisch onderzoek door A.E. van Giffen in 1946 en 1947 onderstreepte dat ook kerkgebouwen en hun directe omgeving waardevolle bronnen zijn voor de bewoningsgeschiedenis.

    Aquarel van de kerk in Vries uit 1713. Bron: ALT, Drents Museum.

    De Bonifatiuskerk in Vries is zonder twijfel het meest markante historische gebouw binnen een wijde omgeving. Al vroeg ontwikkelde Vries zich tot hoofddorp, waarin waarschijnlijk in de 8e eeuw de eerste houten vakwerkkerkjes gebouwd werden. In de 9e eeuw is een eerste tufstenen kerk gebouwd op een opgeworpen heuvel. Eind 11e eeuw is de bouw van de huidige romaanse kerk aangevangen. Tijdens de opgravingen van 1946 en 1947 vond Van Giffen graven van 153 kinderen die waarschijnlijk rond het jaar 1000 daar zijn begraven.

    Een landschap om te onderzoeken én te delen

    Het interessante van de archeologie van Tynaarlo ligt niet alleen in afzonderlijke topvondsten. Juist de samenhang is bijzonder: van vuurstenen werktuigen en hunebedden tot grafheuvels, raatakkers, veenvondsten, nederzettingen, een waterkasteel en dorpskernen. Samen tonen zij hoe mensen het landschap gedurende duizenden jaren hebben gebruikt en veranderd.

    Dat maakt Tynaarlo bij uitstek geschikt voor een project als ‘Vondsten on Tour’. Archeologische vondsten krijgen betekenis wanneer hun verhalen worden gedeeld met en door bewoners, vrijwilligers, onderzoekers en bezoekers. Het landschap wordt dan meer dan een mooie omgeving: het wordt een leesbaar geschiedenisboek, waarvan nog lang niet alle bladzijden zijn ontdekt.

    Bronnen en verantwoording

    Deze bijdrage is samengesteld op basis van informatie van de gemeente Tynaarlo, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Groninger Instituut voor Archeologie (RUG), het Drents Museum, Noordelijk Archeologisch Depot, Nuis (NAD), Hunebednieuwscafé, DANS Data Station Archaeology en Archis.

    Dit artikel is onderdeel van het project Vondsten on Tour.

    Literatuur:

    Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN viewer www.ahn.nl

    Archeologische Rapporten Oranjewoud 2013/99, Archeologische begeleiding (protocol opgraven) zes vuursteenvindplaatsen en drie essen in het Aardgastransportleidingtracé tussen winningslocatie NorgUGS (Langelo) en Overslag Sappemeer, december 2013.

    Arnoldussen, Stijn uit 2012, Het Celtic Field te Zeijen-Noordse veld.

    Hengst, Pieter den, Gedoopt of niet-gedoopt, dat is de kwestie ─ Kinderbegraafplaatsen uit de 11de eeuw onder de kerken van Vries en Norg, NDVA 2022,

    Huisman Michiel, Centernet Archeologie, Structuurvisie Archeologie Gemeente Tynaarlo “Een rijk verleden”, Versie 1.6

    Louwe Kooijmans, L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A.L. van Gijn (red.), 2005. Nederland in de Prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

    Nicolay, J.A.W, (red.) Opgravingen bij Midlaren – 5000 Jaar wonen tussen Hondsrug en Hunzedal, rijk geïllustreerd, 790 pagina’s, 2008,Barkhuis Publishing, Eelde.

    Spek, T., 2004. Het Drentse Esdorpenlandschap. Een Historisch-Geografische studie. Stichting Matrijs, Utrecht

    Spiekhout, A.G.M. (2010), Tussen wal en gracht : Een classificerend en vergelijkend onderzoek naar de vorm en functie van het laatmiddeleeuwse kasteelcomplex ‘de Waterburcht’ te Eelde. Bachelorscriptie.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.