dinsdag, oktober 6, 2026
    Home Mythen en legenden Kerken op heidense heilige plaatsen in Groot Brittannië

    Kerken op heidense heilige plaatsen in Groot Brittannië

    0
    29
    De muren van het kerkhof van Ysbyty Cynfyn in Wales bevatten een prehistorische steencirkel

    In Byways in British Archaeology beschrijft Walter Johnson niet zozeer complete sprookjes, maar vooral volksverhalen, legendes en oude gebruiken die volgens hem herinneringen bewaren aan een ver verleden. Een belangrijk thema in het boek is wat de auteur “folk-memory” noemt: het idee dat oude overtuigingen en gebruiken generaties lang worden doorgegeven.

    Volgens de auteur zijn oude heidense heiligdommen, monumenten en ontmoetingsplaatsen vaak niet verdwenen maar kregen ze een nieuwe religieuze functie. Hierdoor zijn sporen van zeer oude culturen bewaard gebleven binnen de christelijke tradities en gebouwen van Groot-Brittannië.

    Folk lore of East Yorkshire (1890) met een afbeelding van de de enorme Rudstone Monolith op het kerkhof.

    Rond mysterieuze stenen en prehistorische grafheuvels ontstonden talloze legenden. Mensen vertelden dat reuzen deze stenen hadden geworpen, dat er schatten onder verborgen lagen of dat er bovennatuurlijke wezens zoals feeën verbleven.

    Een bekend Engels volksverhaal waarin zowel een kerk als feeën een rol spelen is de legende van de bouw van de kerk van Binsey bij Oxford. Volgens het verhaal wilden de dorpelingen een kerk bouwen op een bepaalde plaats. Iedere nacht kwamen echter feeën en verplaatsten de bouwstenen naar een andere locatie. Wat de mensen overdag opbouwden, maakten de feeën ’s nachts ongedaan. Uiteindelijk begrepen de bouwers dat de feeën wilden dat de kerk op de nieuwe plek werd gebouwd. De mensen gaven toe en bouwden de kerk daar, waarna de verstoringen ophielden. Dit motief, waarbij feeën de bouw van een kerk beïnvloeden of bepalen, komt vaker voor in Britse folklore.

    De huidige kerk van Binsey dateert grotendeels uit de 12e en 13e eeuw, maar volgens de overlevering stond hier rond het jaar 700 al een Saksisch oratorium dat door Frideswide werd gesticht. De beroemdste legende vertelt dat Frideswide vluchtte voor een edelman of koning die met haar wilde trouwen. Zij verborg zich in Binsey, waar een wonderbaarlijke bron ontstond nadat zij had gebeden om water. Het water kreeg een genezende reputatie en maakte van Binsey een bedevaartsoord.

    Binsey Church, Oxford, 1775, Yale Center for British Art

    In latere volksverhalen werd de omgeving van de bron verbonden met feeën en magische verschijningen. De legende van de wonderbron, de afgelegen ligging en het karakter van een oude heilige plaats passen precies in het soort verhalen dat in Engeland vaak werd toegeschreven aan feeënplaatsen en gekerstende heilige bronnen.

    Wat zo bijzonder is aan deze verhalen is dat Johnson niet zozeer geïnteresseerd is in de vraag of de verhalen die over deze plaatsen worden verteld letterlijk waar zijn. Hij ziet ze vooral als een vorm van “volksgeheugen”: verhalen die oude herinneringen aan heilige plaatsen, stenen, grafheuvels en rituelen door de eeuwen heen levend hebben gehouden.

    Johnson ziet deze verhalen als een manier waarop oude herinneringen aan (soms vergeten) monumenten bewaard zijn gebleven. Deze verhalen zijn vooral interessant omdat ze laten zien hoe folklore, archeologie en lokale geschiedenis met elkaar verweven zijn. Ook buiten Groot Brittannië worden prehistorische cultusplaatsen en/of artefacten gevonden door op plekken te zoeken waar bijzondere verhalen over worden verteld.

    Naast de Rudstone Church (Yorkshire) staat de hoogste prehistorische steen van Groot-Brittannië: de Rudstone Monolith. Lokale legendes vertelden dat de enorme steen door reuzen of een duivel was geworpen of uit de hemel was gevallen. Johnson zag dit als een voorbeeld van hoe mensen probeerden de oorsprong van oude monumenten te verklaren nadat de werkelijke geschiedenis vergeten was geraakt. Zie ook De gekerstende monoliet van Rudston.

    Een terugkerend volksgeloof was dat christelijke kerken vaak werden gebouwd op plaatsen die al vóór het christendom als heilig golden. Rond oude stenen, grafheuvels en tempelplaatsen ontstonden verhalen dat deze locaties bijzondere krachten bezaten of al sinds onheuglijke tijden door mensen werden vereerd.

    Een voorbeeld is de Pirton Church (Hertfordshire). De kerk ligt vlak bij een oude heuvel die bekendstaat als Toot Hill. Dergelijke heuvels werden volgens Johnson vaak verbonden met vroegere bijeenkomsten, rechtspraak en religieuze rituelen. Johnson merkt op dat zulke heuvels vaak verband lijken te houden met oudere heidense of prehistorische plaatsen. Het valt hem op dat Toot Hills opvallend in het landschap liggen, een wijd uitzicht bieden en dicht bij oude routes, kerken of nederzettingen voorkomen. Sommige archeologen hebben voorgesteld dat bepaalde Toot Hills mogelijk gebruikt werden als:

    • wachtposten;
    • vergaderplaatsen;
    • rechtsplaatsen (moot-hills);
    • of locaties voor signalering met vuur of rook.

    De naam zelf betekent echter in de eerste plaats “heuvel van waaruit men uitkijkt”. Dat is de meest algemeen aanvaarde etymologie. In de volksverhalen golden deze plekken als bijzondere plaatsen waar belangrijke gebeurtenissen plaatsvonden en waar soms bovennatuurlijke krachten werkzaam zouden zijn geweest.

    De St Martin’s Church (Canterbury) wordt door Johnson genoemd vanwege de zeer oude christelijke en mogelijk nog oudere religieuze geschiedenis van de locatie. Zulke plaatsen kregen in de volksmond vaak een bijna heilige status waarbij verhalen ontstonden over wonderen, genezingen en een onafgebroken religieuze traditie die terug zou gaan tot de oudste tijden. De kerk is gebouwd vóór het jaar 597.

    De St Martin’s Church (Cantebury) was de privékapel van Queen Bertha of Kent, een christelijke Frankische prinses. Zij kwam naar Kent om te trouwen met de heidense koning Æthelberht of Kent. Æthelberht stond haar toe haar geloof te blijven uitoefenen en liet een bestaand gebouw gebruiken voor christelijke erediensten. Het gebouw combineert Romeinse, Angelsaksische en latere middeleeuwse elementen.

    De geleerde Bede schreef dat de kerk al tijdens de Romeinse periode als kerk in gebruik was geweest en later in verval was geraakt. Moderne onderzoekers twijfelen of het werkelijk een kerk was, maar erkennen dat veel van het materiaal Romeins is. De locatie lag dicht bij een Romeinse weg en een Romeins grafgebied. In de kern van het gebouw zijn resten van een Romeins grafmonument opgenomen. De muren bevatten grote hoeveelheden hergebruikte Romeinse bakstenen en tegels.

    Een ander voorbeeld is de Chislehurst Church (Kent). Bij deze kerk lag vroeger een opvallende grafheuvel. Volksverhalen verbonden zulke heuvels vaak met oude koningen, krijgers of vergeten schatten. Johnson wijst erop dat veel kerken bewust werden gebouwd bij al bestaande monumenten, waardoor de oorspronkelijke betekenis van de plaats bleef voortleven in nieuwe verhalen.

    Ook op het kerkhof van Berwick Church (Sussex) bevindt zich een oude grafheuvel. De oude funderingen bij de Lyminge Church (Kent) worden in het boek als aanwijzing genoemd dat de plek mogelijk al vóór de christelijke periode een bijzondere betekenis had. In de illustraties van het boek zijn de “Ancient foundations at Lyminge church” zelfs afzonderlijk opgenomen. Bij de Alphamstone Church (Essex) werden prehistorische grafurnen gevonden. Ook dit wijst op een veel oudere rituele betekenis van de locatie.

    Menhir ingebouwd in de portiek van de parochiekerk van Corwen in Denbighshire. Deze plek wordt niet in het boek genoemd: er zijn talloze voorbeelden in Groot Brittannië van kerken of kapellen die op of nabij prehistorische cultusplaatsen zijn gebouwd.

    Ook Gumfreston Church (Pembrokeshire) wordt in het boek behandeld en is gekoppeld aan oude volksgebruiken en landschapstradities. De kerk van Gumfreston staat bij drie heilige bronnen (holy wells) die al zeer lang als geneeskrachtig werden beschouwd.

    De nabijheid van de bronnen wordt gezien als een sterk voorbeeld van een christelijke plaats die een oudere heidense broncultus heeft overgenomen. De bronnen liggen direct ten zuiden van het kerkhof en bestaan uit drie ondiepe putten waarvan het water samenvloeit tot één stroom.

    St Lawrence Church Gumfreston – holy wells, healing wells, springs

    Tot in de 17e eeuw werd er een gebruik vermeld waarbij men gebogen spelden in het water van de bronnen wierp aan het einde van de vastentijd, een ritueel dat bekend stond als “throwing Lent away”. Dit gebruik draait voornamelijk om verschillende Europese tradities die het fysieke en symbolische einde markeren van de zware 40-daagse vastenperiode. Omdat de vastentijd van oudsher strenge dieetbeperkingen en somber gedrag met zich meebracht, bedachten gemeenschappen uitbundige, louterende rituelen om de geest van het vasten letterlijk uit te drijven naarmate Pasen naderde.

    In de 19e eeuw werd nog melding gemaakt van genezende eigenschappen van de bronnen. Eén bron stond bekend om haar helende werking; twee andere bevatten ijzerhoudend water. Prehistorische cultusstenen zijn vaker gelegen in de nabijheid van een bron, zie ook Heilige stenen en miraculeuze bronnen.

    The Cove vlakbij de St Mary the Virgin’s church, Stanton Drew. Er zijn drie steencirkels in de nabijheid van deze plek. Stanton Drew werd in het Domesday Book van 1086 vermeld als Stantone. Het eerste element is duidelijk een directe verwijzing naar het megalithische monument, dat ruim 1000 jaar geleden in veel betere staat verkeerde dan nu en dat een zeer opvallende indruk moet hebben gemaakt op de eerste Engelstaligen die in dit gebied arriveerden (waarschijnlijk in de tweede helft van de 7e eeuw). 

    The Cove bestaat uit een groep van grote staande stenen bij Stanton Drew. Tegenwoordig zijn er drie stenen zichtbaar. Archeologisch wordt een “cove” gezien als een kleine rechthoekige of vierkante opstelling van massieve stenen binnen een groter ritueel complex. De oorspronkelijke functie is onbekend.

    Het grotere prehistorische monument van Stanton Drew omvat niet alleen The Cove, maar ook drie steencirkels en andere prehistorische elementen. Het wordt beschouwd als een van de belangrijkste prehistorische rituele landschappen van Engeland. Onderzoek wijst uit dat The Cove dateert van circa 4000-3000 v.Chr. terwijl de grote cirkels later zijn aangelegd.

    All Saint’s parochiekerk, Brixworth, Northamptonshire: zuidelijke ingang uit de 10e eeuw ingevoegd in de westtoren uit de 7e eeuw. Wat op kleitegels lijkt, zijn in feite hergebruikte Romeinse bakstenen.

    Johnson noemt Brixworth Church (Northamptonshire) als voorbeeld van een zeer vroege kerk met mogelijk gebruik van oudere bouwresten en een locatie met een lange religieuze geschiedenis. Zij speelt een rol in zijn argument over continuïteit van heilige plaatsen. De kerk is opgezet als een vroegchristelijke basilica, een bouwvorm die teruggaat op Romeinse voorbeelden. De kerk ligt op een heuvel aan de noordzijde van het dorp en wordt al meer dan 1300 jaar onafgebroken voor christelijke eredienst gebruikt. In het metselwerk zijn ook hergebruikte Romeinse materialen verwerkt, waaronder Romeinse baksteen.

    Het boek behandelt de ligging van de Maplescombe Church (Kent) en de relatie met oudere landschappelijke en mogelijk rituele kenmerken. Op de plattegrond van deze kerk in het boek worden twee sarsen stones aangegeven. Johnson noemt een grote, gedeeltelijk verzonken sarsensteen aan van ongeveer 91 × 61 × 49 cm. Deze steen lag op wat volgens hem de plaats van het oude altaar leek te zijn. Daarnaast waren er enkele kleinere sarsens zichtbaar. Volgens Benjamin Harrison waren andere sarsens in de loop der tijd door hopplukkers weggehaald om veldhaarden mee te bouwen.

    De ruïne van Maplescombe Church (Kent). Walter Johnson vermeld op pagina 396 dat bij de ruïnes nog een oude taxus staat.

    Johnson noemt bij de St Saviour’s Cathedral (Southwark) Romeinse resten onder of bij de kerk. Ook dit past in zijn bredere thema dat christelijke heiligdommen vaak oudere religieuze locaties overnamen. Bij de St Swithin’s Church (Lincoln) bespreekt Johnson een Romeins altaar dat in de kerk bewaard is gebleven. Volgens de geschiedenis van de huidige kerk werd tijdens de bouw van de negentiende-eeuwse kerk een Romeins altaar gevonden, maar dat altaar bevindt zich nu in de collectie van het Lincoln Museum.

    De ruïne van deze kerk in Knowlton (Dorset) staat midden in een prehistorische aardwal, een zogenaamde henge. Volgens Johnson is dit een van de opvallendste voorbeelden van een christelijke kerk die op een veel oudere heilige plaats werd gebouwd. Het bijbehorende volksverhaal vertelt dat zulke oude cirkels een bijzondere en soms mysterieuze kracht bezaten, waardoor ze eeuwenlang een plek van samenkomst en verering bleven.

    In veel dorpen geloofde men dat de oude taxusbomen op kerkhoven een bijzondere bescherming boden. Deze bomen werden vaak beschouwd als symbolen van eeuwig leven en stonden centraal in plaatselijke verhalen over geesten, voorouders en het voortbestaan van de ziel.

    Een mooi voorbeeld uit het boek is de kerk van Knowlton in Dorset. Deze verwoeste Normandische kerk staat midden in een veel ouder, rond prehistorisch aarden monument (een henge). Vlak naast dit terrein bevond zich volgens Johnson ook een groep oude, door weer en wind geteisterde taxusbomen. Hij wijst erop dat de combinatie van een heilige plaats, een kerk en taxusbomen waarschijnlijk geen toeval is. Byways in British Archaeology noemt dit als een aanwijzing dat de plek al lang vóór het christendom een bijzondere betekenis had.

    Ook noemt hij een kerkhof waar een taxus op een oude grafheuvel stond. Bij Taplow in Buckinghamshire stond bijvoorbeeld een oude taxus boven op een grafheuvel die later een Saksisch vorstengraf bleek te bevatten. Voor Johnson was dit opnieuw een teken dat de taxus in de volksverbeelding nauw verbonden bleef met voorouders, graven en heilige plaatsen.

    De taxusboom van Crowhurst op het kerkhof van de parochiekerk van St. George in Crowhurst, Surrey. Deze eeuwenoude boom is naar schatting zo’n 4000 jaar oud; misschien wel twee keer zo oud als de kerk op wiens kerkhof hij nu staat. De kerk op deze plek suggereert mogelijk een poging om een ​​duidelijk christelijk stempel te drukken op een locatie die al van religieuze of spirituele betekenis was voor een prechristelijke bevolking en zo de overgang naar een andere religie te vergemakkelijken.

    Volksverhalen verbonden paarden met geluk, bescherming en soms zelfs met oude godheden. Ook het gebruik van hoefijzers als geluksbrenger wordt genoemd als een overblijfsel van zulke oude overtuigingen. Een van de bekendste voorbeelden is het ophangen van een hoefijzer boven een deur. In de volkscultuur zou dit geluk brengen en boze geesten afweren. Johnson beschouwt dit niet als een simpel bijgeloof, maar als een mogelijk overblijfsel van een oudere verering van het paard als bijzonder of heilig dier.

    In verschillende Britse streken bestonden verhalen over bovennatuurlijke paarden die uit meren, moerassen of rivieren kwamen. Deze dieren lokten mensen op hun rug om hen vervolgens het water in te sleuren. Johnson verbindt zulke verhalen met oude mythologische opvattingen over paarden en de onderwereld. In volksvertellingen verschijnt het paard soms als begeleider van de doden. Er leefde het geloof dat paarden geesten konden zien of hun komst konden voorspellen. Hierdoor kreeg het paard een bijzondere plaats in begrafenisgebruiken en verhalen over het hiernamaals.

    Een spookachtige figuur van de Dood verschijnt rijdend op een paard. Reproductie Søren Lünd, 1900

    Johnson bespreekt oude overtuigingen waarin een zwart of spookachtig paard werd gezien als een voorbode van ongeluk of dood. In sommige streken vertelde men over een spookpaard dat langs wegen of kerkhoven verscheen. Deze verhalen maken deel uit van een bredere traditie van bovennatuurlijke dieren in de Britse folklore.

    In sommige gebieden werden paardenhoofden of afbeeldingen daarvan aan gebouwen bevestigd. Volgens volksgeloof beschermden zij huis en bewoners tegen kwade invloeden. Johnson ziet ook hierin mogelijk een overblijfsel van oudere religieuze ideeën rond het paard. In bepaalde dorpen trokken tijdens feesten vermomde “hobby horses” door de straten. Dit waren mensen verkleed als paard die deelnamen aan rituelen rond vruchtbaarheid, voorspoed en de komst van de lente. Johnson beschouwt deze tradities als mogelijke resten van voorchristelijke rituelen.

    Johnson bespreekt de beroemde krijtfiguren van paarden die in Engelse heuvels zijn uitgehakt, zoals het Uffington White Horse. Volgens volksverhalen waren deze paarden soms door reuzen gemaakt, soms door legendarische koningen, en soms zouden ze ’s nachts tot leven komen. Johnson ziet ze als mogelijke herinneringen aan een zeer oude paardencultus.

    Het paard, een bekend Saksisch symbool of motief, heeft de populaire toe-eigening sterk bevorderd; maar het feit dat dit dier een zeer prominent object is op de munten van de Galliërs en de oude Britten, vóór de vestiging van de Romeinen op dit eiland, is voldoende om twijfel te zaaien over de vermeende Saksische oorsprong. De zeer opvallende gelijkenis in stijl van deze ruwe figuur met pogingen om een ​​paard af te beelden op het vroege geld van de oude Britten, is een ander argument tegen de populaire traditie. In ieder geval, als het werkelijk Saksisch was, zou de barbaarse uitvoering ervan niet rechtvaardigen dat we het toeschrijven aan de tijd van Alfred, maar eerder aan de heidense Saksische tijd. An archaeological index to remains of antiquity of the Celtic, Romano-British, and Anglo-Saxon periods (1847)

    Volgens oude volksopvattingen hadden oost, west, noord en zuid elk hun eigen symbolische betekenis. Het oosten werd vaak verbonden met leven, licht en wedergeboorte, terwijl het westen juist met de dood en het hiernamaals werd geassocieerd. Zulke ideeën beïnvloedden zelfs de manier waarop kerken en graven werden aangelegd.

    Johnson noemt het gebruik dat kerkelijke processies vaak volgens een vaste richting rond kerk of kerkhof liepen. De looprichting was niet willekeurig maar sloot aan bij oudere symbolische ideeën over zon, licht en heilige bewegingen.

    Church of St Michael, Llanfihangel-y-Pennant. Het gebouw dateert uit de 12e eeuw maar het kerkhof en de omgeving zijn veel ouder, mogelijk Keltisch.

    Een concreet voorbeeld dat Johnson bespreekt is de algemene aanleg van middeleeuwse kerken in Engeland en Wales, waarbij het altaar aan de oostkant werd geplaatst. Hij ziet dit niet alleen als een kerkelijke regel, maar ook als een voortzetting van veel oudere volksopvattingen over de heilige betekenis van de zonsopgang. Volgens zijn theorie leefden zulke voorchristelijke ideeën voort binnen de christelijke traditie.

    Er zijn talloze voorbeelden van kerken die op plekken zijn gebouwd die voor de komst van het christendom al belangrijk waren. Soms werden de prehistorische stenen omgegooid en onder de grond of onder een gebouw verstopt, zoals bij De verborgen Sarsen Stones van de St Mary Church in Alton Barnes.

    Avebury Saint James; de kerk van St. James ligt binnen het gebied van de beroemde steencirkel van Avebury. Dit is de grootste steencirkel en henge ter wereld en de kerk en huizen en bijgebouwen zijn van brokstukken van de prehistorische stenen gemaakt. Ondanks de sloop van vele stenen is nog een indrukwekkend aantal overgebleven van de gigantische steencirkel. Volksverhalen vertelden dat sommige stenen versteende mensen waren.

    Veel kerkterreinen lijken oorspronkelijk heidense heilige plaatsen te zijn geweest. De sterkste aanwijzingen voor heidense oorsprongen van kerkplaatsen komen van tastbare resten zoals stenen monumenten, grafheuvels, aardwerken (zoals een henge), heilige bronnen, botten, urnen, munten en werktuigen, aangevuld met plaatsnamen en volksverhalen over feeën, heksen, reuzen en demonen.

    Dit komt niet alleen in Groot Brittannië voor, zie bijvoorbeeld Gekerstende stenen, Gekerstende stenen in Nederland, Gekerstende stenen in Duitsland, Gekerstende stenen in Frankrijk en De gekerstende megaliet in de Sint-Baafskerk (België). Ook zijn paarden en hoefijzervormen op diverse plekken buiten Groot Brittannië te vinden, zie Hoefijzervormen en megalieten, Een hoefafdruk voorspelt het verloop van de strijd en Pas Bayard; hoefafdrukken in stenen in België.

    Volgens Johnsson blijven vooral tradities rond religie, bijgeloof, angst, dood, rampspoed en maatschappelijk belangrijke zaken langdurig bewaard, terwijl vergeten beroepen en technieken snel uit het geheugen verdwijnen en plaatsmaken voor mythen. Tegelijkertijd verzwakken modernisering, individualisering, onderwijs, boeken en kranten de volksherinnering omdat mensen minder afhankelijk worden van mondelinge overdracht. Daardoor raken oude tradities vervormd of verdwijnen zij geheel. Toch pleit hij ervoor om resterende gebruiken, liederen, documenten, parochieregisters, charters, testamenten en volksverhalen nog snel vast te leggen en met elkaar te vergelijken, omdat deze bronnen steeds schaarser worden maar nog waardevolle inzichten kunnen bieden in de verbinding tussen verleden en heden.

    Marinda Ruiter

    Plattegrond van Avebury door William Stukely (1687 –1765). Binnen deze henge en steencirkel werd een compleet dorp gebouwd en diverse prehistorische stenen zijn als bouwmateriaal gebruikt. Stukeley geeft op deze plattegrond ook aan welke stenen hij eerder zelf nog zag (omgevallen of nog rechtop staand) en/of zijn verdwenen. De kerk is links te zien in de daar onderbroken henge, er is een kapel in het midden van de henge. Ook zijn moderne wegen aangelegd die de henge onderbreken. Er liggen twee kleinere steencirkels binnen de henge en grote steencirkel. De Devil’s chair – Avebury en De Swindon Stone – Avebury zijn op deze afbeelding te zien, zie ook de nabijgelegen stenen Adam en Eva.

    Bronnen

    BYWAYS IN BRITISH ARCHAEOLOGY, CAMBRIDGE UNIVERSITY PRESS: https://www.gutenberg.org/files/57846/57846-h/57846-h.htm#page_396

    wikipedia

    Stanton Drew Circles and Cove | English Heritage

    De muren van het kerkhof – By Rudi Winter, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9278422

    De taxusboom van Crowhurst By Dan Gregory, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=13241916

    Church of St Michael, Llanfihangel-y-Pennant – By Llywelyn2000 – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=48699295

    Avebury Saint James – By Lipinski – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=16966845

    Folk lore of East Yorkshire (1890) – By Internet Archive Book Images – No restrictions, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=44115532

    Menhir ingebouwd in de portiek van de parochiekerk van Corwen in Denbighshire. – By Antiquary – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=178789215

    De ruïne – By Maplescombe Chapel (rems of) by N Chadwick, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=155331742

    Een spookachtige figuur van de Dood verschijnt rijdend op een paard – By https://wellcomeimages.org/indexplus/obf_images/15/3f/edb6021354ac5198112e019515a3.jpgGallery: https://wellcomeimages.org/indexplus/image/V0042256.htmlWellcome Collection gallery (2018-03-22): https://wellcomecollection.org/works/bmcynkd8 CC-BY-4.0, CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=36648515

    The Cove – By The Cove, Stanton Drew by Maigheach-gheal, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=112575772

    Gumfreyston Wells, St. Florence, Pembrokeshire

    St Lawrence Church Gumfreston – healing wells, springs – By St Lawrence Church Gumfreston – healing wells, springs by welshbabe, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=131454838

    History of All Saints’ — All Saints Church Brixworth

    Exploring St. Martin’s Church: The Oldest Parish Church in England – Anglo Saxon Sites

    St Margaret’s holy well and church, Binsey – British Pilgrimage Trust

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.