Het Balloërveld is één van de belangrijkste zoekplekken in Drenthe als het gaat om zwerfstenen uit Scandinanvië. In dit natuurgebied bevindt zich een stuifzandvlakte waar zwerfstenen voor het oprapen liggen. Tussen deze zwerfstenen komen geregeld windkanters voor. Meestal zijn windkanters ontstaan uit graniet, zandsteen of andere steensoorten, windkanters van vuursteen zijn echter zeldzaam.

Wat is een windkanter?
Een windkanter is een steen die aan één of meerdere zijden vlakgeslepen is door zandbeladen wind. Windkanters zijn ontstaaan tijdens de ijstijden, toen het landschap veel kaler was dan nu. De bodem bestond uit los zand, grind en keien, wat nauwelijks bijeen werd gehouden door planten of wortels. Het zand werd opgepakt door de wind en over het landschap verstoven, en schuurde duizenden jaren langs grote en kleine stenen die aan de oppervlakte lagen. Wanneer de wind lange tijd uit dezelfde richting kwam, trad er aan één kant van die stenen sterke afslijting op. Indien de steen anders kwam te liggen, kon er aan een andere zijde ook zo’n afgesleten vlak ontstaan. De mooiste windkanters hebben twee of drie vlakken die elkaar onder een bepaalde hoek raken, zodat er een scherpe richel (kiel genaamd) ontstaat.

Het Balloërveld
Het Balloërveld is een heidegebied dat in de middeleeuwen ontstaan is door het steken van plaggen en overmatige begrazing. Het is een cultuurlandschap dat lange tijd onderdeel uitmaakte van het potstal/essensysteem op de Drentse zandgronden. Hoewel de meeste ‘woeste gronden’ van Drenthe zijn ontgonnen in de 19e eeuw, is dit gebied gespaard gebleven vanwege de status als militair oefenterrein vanaf de eerste wereldoorlog. Bijna een eeuw lang is het gebied in handen geweest van het Ministerie van Defensie. Sinds 2006 is het een beschermd natuurgebied en is het eigendom van Staatsbosbeheer. Tegenwoordig is het een van de weinige plekken in Drenthe waar je nog kunt zien hoe dit uitgestrekte heidelandschap er tijdens de middeleeuwen uit zag. In het gebied bevinden zich kleine zandverstuivingen waar het dekzand uit de Weichsel-ijstijd, de meest recente ijstijd, door de wind is weggeslagen. Het rondrijden met zware militaire voertuigen heeft de erosie versterkt waardoor het Boerzand, een van deze zandverstuivingen, zijn uiteindelijke vorm heeft gekregen. Het fijnere, glinsterende zand dat onder het dekzand tevoorschijn komt is een afzetting uit een eerdere ijstijd, de Elster-ijstijd. Tussen deze twee lagen zand in liggen de resten van de Saale-ijstijd: keizand. Oorspronkelijk werd er in die periode door landijs dikke lagen keileem afgezet, waarvan de leem plaatselijk verweerd en uitgespoeld is. Wat overblijft is een laag met grind en stenen, afkomstig uit Scandinavië. De stenen liggen hier aan de oppervlakte, terwijl ze elders nog bedekt zijn door dekzand. Dat maakt het Balloërveld een geliefde zoekplek voor zwerfsteenliefhebbers.


Windkanters van vuursteen
Windkanters kunnen ontstaan uit allerlei soorten gesteenten. Dat windkanters van vuursteen zeldzaam zijn, wordt verklaard door de hardheid van het gesteente. Vuursteen is een zeer hard, glasachtig kiezelgesteente dat voornamelijk uit silica bestaat. Het is zo hard dat het voor afslijting nauwelijks gevoelig is. Een verweringsvorm die wel vaak bij vuursteen waar te nemen is, is windlak. De wind die tijdens de Weichsel-ijstijd zo lang over het landschap waaide, schuurde de aan de oppervlakte liggende vuurstenen tot glimmends toe. Het lijkt daardoor wel alsof ze gepolijst zijn. Deze verweringsvorm blijft beperkt tot het buitenste laagje van de steen en daarmee is het nog geen windkanter. De oorspronkelijke vorm van de vuursteen (of fragment) blijft bij windlak namelijk behouden.

Onlangs zijn er tegen de verwachting in drie vuurstenen windkanters gevonden op het Balloerveld. Deze kleine vuursteentjes vertonen de onmiskenbare geslepen vlakken van een windkanter. Omdat gebarsten vuursteen van nature vaak scherpe richels bevat, is het lastig om deze fragmenten van een windkanter te onderscheiden. Als er ook nog windlak aanwezig is, is het onderscheid al helemaal moeilijk te maken. Dit geldt voor zowel natuurlijk gespleten stukken als bewerkt vuursteen (werktuigen). Om uit te kunnen sluiten dat het om een ‘gewone’ breuk gaat, moet er dus sprake zijn van een windkanter met meerdere verweringsvlakken, zodat er een driehoekige richel gevormd is. Ook speelt de hoek van het slijtvlak een rol. De scherpe, gelijkmatige vlakken die zo ten opzichte van elkaar ontstaan, komen bij gewone vuursteenfragmenten niet voor.


Verder lezen:
Op hunebednieuwscafé.nl kunt u uitgebreide artikelen vinden over geologie en gesteenten. Wilt u meer lezen over windkanters, kijk dan hier. Meer lezen over ijstijden, kijk hier. Meer lezen over vuursteen en verwering, kijk hier.
De drie meest recente ijstijden:
- Elsterien 475.000 – 410.000 jaar geleden
- Saalien 370.000 – 130.000 jaar geleden
- Weichselien 115.000 – 11.700 jaar geleden











