In de bossen ten Oosten van het stadje Heiden, net ten Oosten van Borken en niet ver van de Nederlandse grens bij Winterswijk, ligt een wat onbekend megalithisch graf, de Düwelsteine – Duivelsstenen’ genaamd.

Zelf geven ze aan dat het Duitslands meest zuidelijk gelegen hunebed is. Maar dat hangt een beetje af van wat je onder die term laat vallen. Hoe het ook zij, in deze regio klopt het wel. In elk geval is deze het meest Westelijke in Duitsland. De eerste naar het noorden toe liggen bij Emsbüren en naar het noordoosten toe rond Osnabrück. Het is één van de vier die in Westfalen liggen (de anderen zijn bij Wechte, en de Große & Kleine Sloopsteine bij Wersen).

Het graf is een ganggraf van het type dat in Noord Duitsland veel wordt gevonden. Deze bestaat uit 20 stenen die op een lichte verhoging zijn gelegen, naar het zich laat aanzien de resten van de vroegere dekheuvel. Er is een grafkamer van (nog) 4 dekstenen waarvan de grootste 2,5 bij 2 m is en 0,5 m dik. De hele grafkamer is 8 bij 2 m. Tussen de tweede en derde steen aan de zuidoost kant is mogelijk een smalle doorgang geweest voor latere bijzettingen maar die ingang is eigenlijk niet meer goed vast te stellen. Er zijn aanwijzingen dat er omheen een steenkring is geweest.

Bij het zoeken naar ‘schatten’ en door eerder onderzoek is de oorspronkelijk opbouw flink verstoord. Verschillende stenen zijn ook verdwenen.

Het eerst beschreven onderzoek van dit hunebed dateert uit het begin van de 18de eeuw al, door Jodocus Hermanus Nunningh. Hij heeft daar resten van aardewerk gevonden. Uit de beschrijvingen en tekeningen in zijn boek wordt is dat duidelijk trechterbeker keramiek. J.A. Bakker geeft aan dat Nunningh daarmee de eerste is die een precieze beschrijving geeft van zogenoemd ‘westelijk diepsteek/tiefstich aardewerk’, waarschijnlijk van het type: ‘Drouwen fase D1 aardewerk’.

In 1931 is opnieuw grondig archeologisch onderzoek gedaan. Toen zijn ter plekke geen aardewerk, stenen werktuigen of menselijke resten meer gevonden. In de directe omgeving is wel nog materiaal uit het neolithicum aangetroffen. In 1932 is het hunebed op basis van wat men aan bodemsporen had aangetroffen gereconstrueerd.

Voor de gemeente Heiden is het graf al eeuwenlang een opvallend en belangrijk monument. Op oude kaarten staan de Düwelsteine al duidelijk aangegeven, met mogelijk andere graven en grafheuvels die hier vroeger ook aanwezig zijn geweest.

Kaartuitsnede uit 1836

Dat ze het belangrijk vonden blijkt ook uit het feit dat het in het gemeente wapen voorkomt. En in de PR gebruiken ze het ook uitgebreid, zie hun website. En het staat ook op de eigen poststempel.

wapen gemeente Heiden
poststempel met hunebed

Ook aan dit hunebed is een verhaal verbonden.

Toen Karel de Grote in Aken de Dom liet bouwen, was op een gegeven moment het geld op. Goede raad was duur. Maar hulp komt soms uit een vreemde hoek. De duivel, herkenbaar aan zijn paardenpoten, meldde zich bij het Domkapitel en bood aan te helpen. Maar op een voorwaarde: van de eerste die de voltooide kerk zou binnengaan, mocht hij de ziel hebben. Men ging akkoord en de Dom werd afgebouwd.

Het Domkapittel had echter een list bedacht. Toen de kerk klaar was, joeg men als eerste een wolf de deur door. De duivel greep het beest en rukte het de ziel uit. Toen had hij door dat hij bedonderd was. Woedend stormde hij weg en zwoer wraak.

Hij ging naar het Noorden en verzamelde daar een boel zwerfkeien die hij in een grote doek bond en met deze last op zijn rug ging hij naar Aken op weg. Dat viel niet mee. Ergens halverwege kwam hij een man tegen. Dat was een schoenmaker die op weg was met 12 paar versleten schoenen om te repareren. De duivel vroeg hem hoe ver het nog naar Aken was. En de man, die de duivel aan zijn paardenpoten had herkend, vertelde dat dat nog wel een heel eind was: ‘Zie maar. Deze 12 paar schoenen heb ik al versleten sinds ik uit Aken ben vertrokken.’ De duivel vloekte en begreep dat hij dat niet ging halen. Hij gooide de stenen neer en gaf zijn tocht op. De duivelsstenen zijn daar altijd blijven liggen.

De mensen vertelden later dat niemand de stenen van hun plaats kan halen of ze zonder schade kan vernietigen. Ooit nam een boer een platte deksteen mee en gebruikte die als fundament voor zijn nieuwe broodoven. In het heksenuur van de volgende nacht ontstond er door het hele huis groot rumoer. De koeien braken los, de varkens renden als gekken rond en de kippen fladderden in paniek door de ren. ’s Ochtends bleek de oven ingestort en lag de steen weer op zijn oorspronkelijke plek.

Overigens wordt in Aken het verhaal anders verteld. Hier gaat de duivel woest naar de kust en haalt twee zakken zand op om de Dom te bedelven. Hij komt een oud vrouwtje tegen dat op geheel versleten schoenen loopt. Aken is zo ver dat haar schoenen nu versleten zijn. En dus gooit de duivel de zakken zand daar neer, een paar kilometer voor Aken. Daar liggen nu twee heuvels, de ‘Loresberg’ en de ‘Salvatorberg’.

Literatuur

J. A. Bakker, ‘De TRB Westgroup. Studies in the Chronology and Geography of the Makers of Hunebeds and Tiefstich Pottery’, Sidestone Press 2nd ed 2009 (1979)

August Heselhaus, ‘Zur Vor- und Frühgeschichte der Gemeinde Heiden‘, uit: Heidener Schriften – Band 1, ‘Beiträge zur Geschichte der Gemeinde Heiden‘, herausgegeben von Ludger Kremer und Bert Sniers, Heimat- und Verkehrsverein Heiden/Westf. 1975

Jodocus Hermanus Nunningh, ‘Sepulcretum Westphalico-Mimigardico-Gentile etc. etc‘, uitgegeven in Frankfurt 1714. http://diglib.hab.de/wdb.php?dir=drucke/hl-129&distype=thumbs

Dieter Steinhoff, ‘Unbekanntes Westfalen‘, Verlag Aschendorf Münster, 1970

Website Gemeinde Heiden https://www.heiden.de/staticsite/staticsite.php?menuid=185&topmenu=369

Altertumskommission Westfalen https://www.altertumskommission.lwl.org/de/forschung/megalithik/die-duwelsteene-bei-heiden/

Foto’s: Jan Venselaar 2005

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.