vrijdag, oktober 16, 2026
    Home Hunebedden Hunebed Drouwenerveld (D26) op oude foto’s van het GIA en het IPP

    Hunebed Drouwenerveld (D26) op oude foto’s van het GIA en het IPP

    0
    156
    D XXVI – Het hunebed van Drouwenerveld (D26), in 1918 gefotografeerd door Van Giffen (gezicht vanuit het ZW; foto 1918-0221, GIA).

    Tamelijk afgelegen, aan een zandpad in het bos- en heidegebied van het Drouwenerveld en op maar een paar kilometer van het Hunebedcentrum in Borger, ligt hunebed D26. Het gaat om een middelgroot hunebed, met een lengte van ongeveer 12 m, een breedte van zo’n 3,8 m. Er zijn 12 draagstenen en nog 5 dekstenen (één, de 5e, is verdwenen), evenals, aan de uiteinden, 2 sluitstenen. Ooit was er, aan de zuidzijde, een poort met een gang. Van de oorspronkelijk waarschijnlijk ~ 27 kransstenen zijn er nog zo’n 13 zichtbaar.

    De eerste vermeldingen die duidelijk op D26 betrokken kunnen worden stammen uit 1812. De Groningse oudheidkundige Ds. Nicolaas Westendorp schreef in zijn reisverslag ‘Verhandeling ter beantwoording der vrage: Welke volkeren hebben de zoogenoemde hunebedden gesticht? In welke tijden kan men onderstellen, dat zij deze oorden hebben bewoond?’: “Tusschen Borger en Drouwen, zagen wij, op Rolde aan, en in het verschiet, een hunebed, dat wij niet konden bereiken”- ook toen lag D26 dus al erg afgelegen! Een eerste afbeelding van D26 verscheen in 1848, in het verslag van de studiereis naar de Drentse hunebedden door de conservator van het Rijksmuseum van Oudheden, L.J.F. Janssen (zie tekening onder).

    D26 werd in 1918 door Van Giffen bezocht en uitgebreid gedocumenteerd. Van Giffen’s oordeel was dat het hunebed van het Drouwenerveld “beschadigd” was, maar omdat alle draag- en beide sluitstenen nog nagenoeg compleet en in situ aangetroffen werden (en er zelfs een deel “van den aanvankelijken dek- of mantelheuvel […] grotendeels aanwezig” was) concludeerde hij dat de oorspronkelijke toestand “tamelijk duidelijk” is.

    Nog vele malen keerde Van Giffen terug naar D26. Eén van de laatste keren was bij de grote opgravingen van 1968 en 1970. Dit was gelijk ook de laatste keer dat van een Nederlands hunebed de grafkelder en de keldervulling op wetenschappelijke wijze volledig werden onderzocht. De opgravingen vond plaats onder leiding van Willem Glasbergen met Jan Albert Bakker als dagelijks veldwerkleider. Van Giffen, toen al met pensioen, was als raadgever/adviseur op de achtergrond bij deze opgravingen betrokken (foto onder). Het materiaal gevonden bij deze opgravingen maakte in D26 tot één van de rijkste vindplaatsen van de trechterbekercultuur in Nederland. Op basis van de duizenden scherven die zijn aangetroffen konden archeologen uiteindelijk ongeveer 165 bekers, potten en kommen reconstrueren. In een offerkuil, voor de ingang van het hunebed, lagen zelfs twee complete potten. Werkelijk fascinerend zijn de nagel- en vingerafdrukken, aangetroffen in één van de kommen: uit de afmetingen van die afdrukken heeft men afgeleid dat veel van het trechterbeker-aardewerk door vrouwen moet zijn gemaakt (foto’s onder). Ook werktuigen en wapens (stenen bijlen, pijlpunten), sieraden (barnstenen kralen) en zelfs (kleine) verbrande botresten zijn gevonden. Uniek voor een Nederlands hunebed was de ontdekking van een keienpad voor de ingang. Al het vondstmateriaal is door Bakker uitgebreid gedocumenteerd en uiteindelijk, in 2026, gepubliceerd- zie ook het recent verschenen artikel op Het Hunebed Nieuwscafé.

    Na afloop van de opgravingen werd het hunebed opnieuw opgebouwd en zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke vorm weer teruggezet. In 1972 keerde Van Giffen nog één keer terug en voerde hij een laatste herstel en controle uit- dit was zijn laatste restauratieproject.

    Alle grafvondsten zijn in 1e instantie terechtgekomen bij het Albert Egges van Giffen Instituut voor Pre- en Protohistorie (in 1998 opgegaan in het ‘Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology’). Jaren later heeft het IPP de volledige collectie van de opgraving in bruikleen gegeven aan het Hunebedcentrum in Borger. Daarmee is dit centrum het enige museum in Nederland dat een complete inventaris van een opgegraven hunebed kan tonen.

    Een reconstructie van de opgraving van 1968 – 1970 is sinds 2017 te zien in het Hunebedcentrum (zie foto onder).

    Tekening van D26 gezien vanuit het NW, door L.J.F. Jansen in 1848 (uit het recente boek “Hunebed D26 in het Drouwenerveld. Het laatste volledig onderzochte Nederlands hunebed” van J.A. Bakker).
    Bakker (links) en Van Giffen (rechts) in overleg tijdens de opgraving van D26 in 1968 (foto F. Gijbels, IPP; uit het boek “Hunebed D26 in het Drouwenerveld. Het laatste volledig onderzochte Nederlands hunebed”).
    Het vrijgelegde hunebed, vanuit het NW. De dekstenen zijn afgenomen, de aan de binnenzijde vrijgegraven draag- en poortstenen zijn gestut met boomstammen. De uit de keldervulling verwijderde veldkeien liggen links en rechts van de poort. Aan de verkleuring van de draagstenen is goed te zien hoe hoog de keldervulling vóór de opgraving reikte (foto F. Gijbels, IPP; uit het boek “Hunebed D26 in het Drouwenerveld. Het laatste volledig onderzochte Nederlands hunebed”).
    Plattegrond van hunebed D26 (uit A.E. van Giffen, De hunebedden van Nederland; Utrecht; 1925-1927).
    Kom met vinger- en nagelafdrukken, te zien in het museum van het Hunebedcentrum in Borger. Op basis van de grootte van de nagelindrukken (duim 1,1 cm, wijsvinger 0,9 cm breed) wordt verondersteld dat een vrouw dit fraaie aardewerk gemaakt heeft (afbeelding uit het boek “Hunebed D26 in het Drouwenerveld. Het laatste volledig onderzochte Nederlands hunebed”).
    Een reconstructie van de opgraving van hunebed Drouwenerveld (D26) in 1968 – 1970 is te zien in het Hunebedcentrum in Borger (foto Rob Wervelman).

    Voor meer informatie over D26 klik hier

    Het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie) heeft in het najaar van 2024 veel oude foto’s van opgravingen digitaal ontsloten. Een ware schatkamer. In de database staan ook de getoonde foto van hunebed D26 uit 1918.

    De historische foto bij dit artikel is te vinden via https://dbc.rug.nl/digital/collection/GIA-fotos. Als u hier de zoektermen drouwenerveld en hunebed intikt vindt u de getoonde foto.

    Het boek van Jan Albert Bakker, “Hunebed D26 in het Drouwenerveld. Het laatste volledig onderzochte Nederlands hunebed”, is in 2026 uitgegeven als deel 21 in de serie “Nederlandse Oudheden” door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed en is gratis te downloaden via cultureelerfgoed.nl.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.