Hoewel de naam anders doet vermoeden, is deze steen niet van Duitse origine. Er is simpelweg geen goede Nederlandse naam voor. “Gekwetste steen” zou een optie kunnen zijn, maar dat klinkt niet goed. Bovendien kunnen stenen niet mentaal gekwetst worden, alleen fysiek. Dus je hebt wel een gekwetste steen, maar nog steeds geen Quetschstein.
Quetschsteine zijn gebroken en weer aaneengekitte stenen, meestal van kalksteen, door het bindmiddel kalk dat uit circulerend grondwater is uitgescheiden.

Quetschsteine komen voor in een keileemtype dat op veel plaatsen op de Hondsrug voorkomt, maar niet altijd kalkrijk is. Op de noordelijke Hondsrug, tussen Haren en de stad Groningen, is de keileemafzetting meters dik en wel kalkrijk. Deze keileem bevat enorm veel stenen. Keileem en stenen zijn door de Hondsrug-ijsstroom aan het einde van de Saale-ijstijd hier afgezet. Kalkrijke keileem en Quetschsteine zijn ook gevonden bij graafwerkzaamheden in de Hondsrug bij Gieten en Emmen. Elders in het Hondsruggebied is de keileem uit de Saale-ijstijd door verwering en uitloging op de meeste plaatsen volledig kalkvrij. Eerder aanwezige kalkstenen en ook Quetschsteine zijn door oplossing van de kalk verdwenen.

Het bijzondere aan de keileemafzetting tussen Haren en Groningen is dat deze uit twee verschillende keileemsoorten bestaat. De onderste keileemlaag is door het landijs op de ondergrond afgezet, terwijl het andere keileemtype waarschijnlijk onderweg naar ons land van de ondergrond is opgenomen. Hoogstwaarschijnlijk bevonden keileem en stenen van dit laatste keileemtype zich op een hoger niveau in het gletsjerijs, want vanaf Letland heeft deze stenenrijke morene geen contact meer met de ondergrond gehad. Mogelijk dateert deze typisch bruinrode keileem uit de Elster-ijstijd.

Smeltprocessen op en in het ijs hebben de keileem onderweg en zeker na afzetting voor een deel uitgespoeld. Zand, grind en stenen zijn in het ijs door smeltwater gesorteerd en in lagen en pakketten naast en boven elkaar afgezet. Tegelijkertijd ontstonden onregelmatige opeenhopingen, zeg maar stenenbanken en pakketten met louter grotere zwerfkeien. Door gewicht, ijsdruk en afglijding zijn vooral kalkstenen door hun buurstenen gekraakt en kapot gedrukt. De brokstukken bleven bij elkaar omdat ze geen kant op konden. Het zeer kalkrijke water dat in de keileem en keienpakketten circuleerde, heeft deze Quetschsteine langzamerhand weer aaneengekit. Quetschsteine zijn dus kalksteenbreccies, die van tektonische breccies afwijken doordat ze op een heel bijzondere manier zijn ontstaan. Quetschsteine heb je in allerlei soorten en maten. Hoewel ze meestal van kalksteen zijn, zijn ze niet uitsluitend daarvan gemaakt. Ze zijn ook gevonden van kristallijne zwerfstenen. Hoe Quetschsteine eruitzien en in welke mate ze gebroken zijn, verschilt nogal. In de keileem van het Engels Kamp in Groningen zijn zelfs Quetschsteine gevonden van fossiele Silurische koralen.











