Figuur 7: Hunebed van Wéris (achterkant), het noordelijke hunebed

In de categorie ‘mijn hunebed’ nodigen we mensen uit te schrijven over hun persoonlijke ervaringen met hunebedden. Hier een verhaal van Pierre van Eijl.

Bezoek aan het megalieten huis te Wéris

Op een enigszins frisse zomerdag kwamen we, mijn wandelvriendin en ik, aan in Wéris in de Ardennen in België om de hunebedden aldaar te bekijken. Eerst gingen we in het dorpje naar het ‘Megalietenhuis’. Dat is een klein museum over de tijd van de hunebedden, de late steentijd. Het is het Belgische ‘epicentrum’ van aandacht voor hunebedden hoewel er maar twee hunebedden in de buurt staan. Ook staan er nog een aantal menhirs in dit gebied.

Het was leuk om te zien dat ze daar een weefgetouw hadden nagebouwd zoals in de steentijd waarschijnlijk gebruikt is (zie figuur 1).

Figuur 1: Weefgetouw van hout met stenen in het Megalietenhuis

Ook kon nog een jurk uit de steentijd bewonderd worden (zie figuur 2), hoewel het natuurlijk niet helemaal zeker is dat die er toen zo uitzag. Er zijn hier immers geen jurken of restanten daarvan uit de steentijd hier opgegraven.

Figuur 2: Jurk uit de steentijd (in Megalietenhuis)

In de buurt van Wéris zijn ook nog voorwerpen uit de late steentijd opgegraven zoals de vaas (een afgietsel) van figuur 3 en de bijlen van figuur 4 die in het Megalietenhuis zijn tentoongesteld.

Figuur 3: Afgietsel (kopie) van een vaas uit de SOM-cultuur (in Megalietenhuis te Wéris)
Figuur 4: Gepolijste bijlen uit de steentijd opgegraven bij Tohogne (plateau van Quémannes), enkele kilometers noordelijk van Wéris

Ook was er nog een romantische tekening van een bijeenkomst uit de steentijd (zie figuur 5) waarin mannen en vrouwen zijn afgebeeld met kleurrijke gewaden en versieringen.

Figuur 5: Samenkomst in de steentijd (tekening in Megalietenhuis)

Het museum was een leuke start van onze tocht, maar ons eigenlijke doel was het bezoeken en onderzoeken van de hunebedden aldaar. Aan de rand van het dorp vonden we de Rue des Dolmens, oftewel de straat van de hunebedden (zie figuur 6).

Figuur 6: Rue des Dolmens

Via deze Rue des Dolmens kwamen we na tien minuten lopen buiten het dorp bij het eerste hunebed, Wéris 1, ook wel het noordelijke hunebed genaamd (zie figuur 7). De periode van het bouwen en actief gebruiken van de hunebedden wordt geschat op 3100 en 2500 v.C.

Hunebed Wéris

Figuur 7: Hunebed van Wéris (achterkant), het noordelijke hunebed

Toen we eraan kwamen lopen was het voor ons opvallend dat er menhirs in de buurt van het hunebed stonden (zie figuur 8). Iets wat bij de Nederlandse hunebedden niet het geval is. Enkele daarvan waren omgevallen (zie figuur 12).

Figuur 8: Menhirs naast het hunebed van Wéris

Wat ook opviel, was de energetische uitstraling van de stenen. Mijn wandelvriendin Erna die mee was en helemaal niet zo spiritueel is ingesteld, voelde het als eerste! Toen ze langs de stenenrij liep aan de achterkant van het hunebed (zie figuur 9), voelde ze de uitstraling ervan aan haar benen!

Figuur 9: Stenenrij aan de achterkant van het hunebed met rechts een menhir

Die uitstraling heb ik ook ervaren toen ik daar met mijn handen voelend langs liep. In het Megalietenhuis werd bij een informatiebord nog speciaal ingegaan op de uitstraling van de hunebedstenen (zie figuur 10).

Figuur 10: Waarneming van de tellurische (aarde-energie) energie van een hunebed (informatiebord Megalietenhuis Wéris)

Tekst van figuur 10 vrij vertaald in het Nederlands:

Plaatsen van hoge energie

De geobiologen, specialisten in de studie van de invloed van de aarde op de mens en zijn omgeving, hebben ontdekt dat de talrijke Europese megalieten zijn geplaatst op plekken die schadelijke tellurische krachten uitstralen. Deze steenconstructies, net als bepaalde gewijde gebouwen (middeleeuwse kathedralen, antieke tempels, Egyptische piramiden) zouden zijn gebruikt om plaatselijke negatieve energie te transformeren naar positieve energie, die herstelt en de spiritualiteit bevordert.

Onder de foto staat:

Meting van de vibraties bij de ingang van een hunebed (A. Landspurg, 1989)

Verderop in dit verhaal wordt ook de energie van het hunebed waargenomen, maar dan via de handen. Er is dan geen sprake van schadelijke energie, maar van energie die de spiritualiteit stimuleert.

De stenen van het hunebed waren niet zoals in Drenthe zwerfkeien die door gletsjers zijn meegenomen uit Scandinavië maar puddingstenen. De naam is afkomstig van het Engelse dessert ‘puddingstone’, een pudding met rozijnen, ander fruit en noten. Blijkbaar deden de keien in de puddingsteen denken aan die rozijnen en noten! Puddingsteen is een sedimentgesteente dat bestaat uit een mengsel van zandsteen en kiezel. Puddingsteen komt daar in de streek veel voor. Het is geen zacht gesteente, zoals de naam doet vermoeden, maar keihard.  Gelukkig maar, anders zouden de hunebedden in Wéris al deels zijn weggeërodeerd. De dekstenen van dit hunebed zijn kolossaal. Eén van de dekstenen weegt 30 ton!

Ik was echter vooral geïnteresseerd in het ‘Seelenloch’ aan het uiteinde van het hunebed. Een uitsparing tussen twee stenen of een gat in een steen. Die naam is ooit aan dit soort gaten in hunebedden gegeven. Iemand had bedacht dat als het hunebed een begraafplaats was, de ziel van de overledenen via het Seelenloch, het zielengat, naar buiten kon (Herman Clerinx, schrijft daarover in zijn boek ‘Een paleis voor de doden’ en noemt deze interpretatie nattevingerwerk). Ik vroeg me af of dit echt zo was. Deze gaten zijn niet uniek voor de hunebedden bij Wéris. Ook hunebedden in Noord-Frankrijk en in het stuk Duitsland (Hessen, Westfalen) aan de oostgrens van België hebben deze gaten. Ze worden niet toegeschreven aan de Trechterbekercultuur zoals in Drenthe, maar aan de SOM-cultuur. De naam SOM is een afkorting van een belangrijke plek waar deze cultuur bloeide van 3100 tot 2000 v.Chr., het Seine-Oise-Marnegebied, het bekken van Parijs, in Frankrijk.

Verkenning van de energetische uitstraling van het hunebed

Eerst ging ik de energie van het hunebed verkennen door met mijn handen de uitstraling ervan waar te nemen. Ik voelde dat iedere steen stond op een energiepunt. De dragende stenen en de dekstenen waardoor de energie stroomde vormden een soort energiecocon. Ook voelde ik dat er ruim 2 meter om het hunebed ook energiepunten waren voor waarschijnlijk de kransstenen die oorspronkelijk om de dekheuvel van het hunebed stonden. Bij sommige hunebedden elders zijn dekheuvel en kransstenen nog intact. In Nederland is een interessante reconstructie daarvan gemaakt bij de ‘Papeloze kerk’.  

Figuur 11: Plattegrond van het hunebed bij Wéris waarin vijf energiepunten zijn aangegeven in de middenlijn van het hunebed (chevet is een term uit de Franse kerkelijke architectuur en doelt op dat wat achter het graf komt)

Toen ik het hunebed binnenging, voelde ik in de middenlijn van het hunebed nog vijf energiepunten (zie figuur 11). Dergelijke energiepunten zitten in praktisch alle hunebedden die ik tot nu toe onderzocht heb. Ze zijn belangrijk voor de oorspronkelijke spirituele functie van het hunebed. Ook de aanwezige menhirs stonden op energiepunten. Een paar menhirs waren omgevallen (zie figuur 12) maar naast enkele omgevallen menhirs waren de energiepunten waarop de menhirs gestaan hadden, nog goed te voelen.

Figuur 12: Omgevallen menhir naast het hunebed van Wéris

Om meer te weten te komen over het oorspronkelijk gebruik van dit hunebed, stelde ik me in op het geven van een aura-reading. Even later kwamen de eerste beelden.

De vraag van het stamhoofd

Ik zie dat er een grote drukte is voor de ingang van het hunebed. Er staat een groep gewapende mannen in volle wapenuitrusting. Hun stamhoofd, Baroman, neemt het woord en spreekt de hoofdpriester van dit hunebed toe. “Priester, we hebben uw hulp nodig. Vanuit het zuiden komen de strijders van het zuidelijke volk en vanuit het oosten de strijders van het oostelijke volk en vanuit het westen de strijders van het westelijke volk. Ze willen ons verslaan en zijn met veel meer strijders dan wij. Wat moeten we doen priester, de situatie ziet er hopeloos uit!”

De hoofdpriester antwoordt: “De goden zullen u welgezind zijn, o Baroman, stamhoofd van de Tsjarwouten, maar eerst zal ik in trance moeten gaan om de reis naar de goden te maken. Alleen zij hebben de macht ons te helpen. Zij kunnen hemel en aarde overzien en achter de beweegredenen van mensen kijken. U en de uwen kunnen daar wachten. (Hij wijst op het gebied enkele tientallen meters van de ingang.) Wij gaan ons voorbereiden.”

Gezangen beginnen op te klinken bij de priesters van het hunebed en hun helpers. Gezangen waarin de goedgunstigheid van de goden wordt afgesmeekt. Een vuurtje wordt gemaakt waarin geurige kruiden gebrand worden die de trance van de hoofdpriester helpen opwekken. Ook neemt hij een paar kruiden in zijn mond waarop hij gaat kauwen om tot een voldoend diepe trance te komen. Het hunebed wordt van binnen in gereedheid gebracht door de andere priesters en hun helpers. De hoofdpriester voelt hoe de kruiden en geuren hem in een aparte staat brengen, alsof hij wat zweeft. Hij voelt dat het tijd wordt om naar binnen te gaan. Hij gaat door de ingang (het Seelenloch) naar binnen (zie figuur 13 en 14) en gaat op een kleed midden in het hunebed liggen met zijn hoofd op één van de energiepunten die midden door het hunebed lopen. Zijn lijf en voeten liggen ook op energiepunten. Links en rechts van hem gaat een priester zitten. Die beide priesters creëren een beschermende energiecocon voor de hoofdpriester die tussen hen in ligt zodat hij veilig in trance kan gaan. De hoofdpriester voelt zich loskomen van zijn lichaam alsof hij in slaap gaat vallen. Maar hij is getraind om bewust te blijven en zweeft met zijn energielichaam omhoog. Hij ervaart hoe hij door wazige wolken met gedachte-energie omhoog gaat.

Figuur 13: Hunebed Wéris gezien vanaf de voorkant met het Seelenloch en met links een menhir

Contact met de goden

Ineens voelt hij iets bij zijn kruin, alsof iets of iemand daarop aansluit en hem omhoogtrekt in het licht. Het is een heel weldadig licht dat hij kent van eerdere trance-sessies. Het betekent dat hij contact heeft met de goden in hun lichtende godenwereld. Dan ziet hij voor zich een lichtende figuur die hem doordringend aankijkt. ‘Priester, er is haast geboden in deze situatie waarin uw volk zich bevindt. De overmacht van de anderen volken die u aanvallen is te groot om met succes strijd te kunnen leveren. U en de uwen moeten vluchten naar het noordelijke gebied van de Combanen. Neem niet alle vee mee, daar heeft u de tijd niet voor. Betaal de Combanen voor hun gastvrijheid om u te ontvangen. Zend van daaruit onderhandelaars uit naar het oostelijke volk en het westelijke volk. Biedt hen aan zich te verenigen tegen invallen vanuit het zuiden. Zij weten ook dat ze ieder voor zich te zwak zijn om de strijders van het volk uit het zuiden tegen te houden. Mogelijk zijn de Combanen ook geïnteresseerd in samenwerking zodat ze in de toekomst een goede handelspartner kunnen worden. Ga nu snel priester, de tijd dringt. Verzamel alle mannen zodat ze de vrouwen en kinderen kunnen beschermen als die wegtrekken. Zij die slecht ter been zijn kunnen in de bossen vluchten, voorbij de heuvels van Pepin waar het bos te ondoordringbaar wordt voor de strijdgroepen. Ga nu priester, de goden zullen u en de uwen bijstaan.”

De priester is niet alleen verrast door de inhoud van de boodschap maar ook door de dringende oproep meteen te gaan handelen. Hij voelt zich met zijn energielichaam weer terugzakken door de wazige wolken en komt wat moeizaam terug in zijn fysieke lichaam. De trancekruiden die hij had gebruikt zijn nog niet helemaal uitgewerkt als hij in het hunebed bijkomt. De begeleidende priesteres vragen hem de boodschap van de goden te vertellen. Met moeite kan hij die onder woorden brengen, maar uiteindelijk lukt het. Het wordt weer helder in zijn hoofd en als hij uit het hunebed komt is hij klaar voor de ontmoeting met de strijders van zijn volk.

Figuur 14: Binnenkant van het Wéris hunebed gezien vanaf de achterkant

De boodschap van de goden wordt overgebracht

Hij vertelt hen hoe dringend de goden waren met hun advies dat ze moeten vluchten. Hij merkt dat de strijders hiervan schrikken, want ze willen hoe dan ook hun grondgebied verdedigen. Maar als hij vertelt van een toekomstig initiatief om met de oostelijke en westelijke volkeren te onderhandelen om zich te verenigen, beginnen ze weer hoop te krijgen. Baroman, de hoofdman aarzelt nog. Hij snapt de overwegingen van de goden en weet hoe precair de situatie is, maar hij heeft zijn trots en voelt zich verantwoordelijk als stamleider en dat laat zich slecht combineren met wegvluchten. De priester benadrukt dat hij nodig is om de stam te redden en de onderhandelingen met de andere volkeren goed te laten verlopen. Baroman beseft dat met deze aanpak vele mensenlevens gered worden en krijgt weer hoop voor de toekomst. Hij gaat overleggen met de stamoudsten en andere strijders en doordringt hen van de urgentie om nu meteen te vluchten. Verkenners komen ondertussen terug met verhalen over oprukkende vijanden die moordend, verkrachtend en brandschattend oprukken.

De vlucht naar het noorden

Dan komt de vlucht naar het noorden op gang. Verkenners worden naar het volk van de Combanen gestuurd om hun komst aan te kondigen en te zeggen dat ze vreedzame bedoelingen hebben en zullen betalen voor de opvang van de vluchtelingen.

Terwijl het al donker wordt, trekken de eerste groepen vluchtelingen weg, beschermd door de strijders. Ze nemen zoveel mogelijk spullen mee, maar ze moeten wat van hun voorraden en vee achterlaten, anders wordt het teveel. Groep na groep trekt weg. Ook de gemeenschappen die verderop wonen, worden gewaarschuwd en gaan vluchten.

Een groep van mensen die slecht ter been is, wordt begeleid naar de bergen van Pepin zodat ze voorlopig veilig zijn. Ze hebben voorraden bij zich om een tijdlang te kunnen overleven.

Ook de priesters en priesteressen van de hunebedden trekken weg. Ze beseffen dat ze met hun magische krachten geen kans hebben bij een overmacht van vijanden. De volgende dag wordt het steeds leger in de nederzetting en de boerderijen in de omgeving. De laatste mensen trekken weg. In de verte zijn de rookwolken te zien van de huizen die de vijandelijke strijdgroepen in brand hebben gestoken. Vluchtelingen uit die gebieden worden meteen doorgestuurd naar de vluchtpaden naar het noorden. Een aantal huizen wordt nu in brand gestoken door de stamleden om te zorgen dat de vijanden geen voorraden in handen krijgen. Het resterende vee is in de bossen gejaagd. (Op de achtergrond van figuur 15 zijn de bossen achter Wéris te zien).

Figuur 15: Zicht op Wéris en achterliggende bossen

Onderhandelingen en samenwerking

De enorme groep vluchtelingen trekt ondertussen verder naar het noorden. Onder leiding van Baroman wordt er onderhandeld met de stam van de Combanen. Een prijs wordt afgesproken voor de opvang van de vluchtelingen. Maar de Combanen zijn ongerust geworden. Het zijn niet alleen de vluchtelingen die hen zorgen baren, maar de vijandelijke strijdgroepen van het zuidelijke volk die vroeg of laat ook hun kant uit kunnen komen. En ze weten dat ze te zwak zijn om hen te kunnen weerstaan. Het idee om hun strijdgroep met de strijdgroep van de vluchtelingen te verenigen spreekt hen aan. De opvang van de vluchtelingen wordt zo goed mogelijk geregeld en de strijdgroep van Baroman gaat nu met de strijdgroep van de Combanen een linie van gewapende groepen vormen bij de zuidgrens van hun gebied.

Verkenners brengen nieuwe berichten over de oprukkende strijdgroepen van het zuidelijke volk die hebben huisgehouden in hun gebied waarbij nog meer huizen zijn verwoest. Ze berichten ook over onenigheden nu de buit niet zo groot blijkt te zijn als gedacht werd. De zuidelijke strijdgroep begint nu naar het gebied van het westelijke volk te kijken. Verovering van dit gebied zou voor hen een rijke buit op kunnen leveren.

Vereniging van volkeren

Baroman stuurt onderhandelaars naar de oostelijke en westelijke volkeren met een oproep om tot vereniging te komen met zijn volk en dat van de Combanen. Het westelijke volk reageert als eerste en heeft veel belangstelling voor toenadering. Baroman stelt wel eisen: dat ze zijn stamgebied respecteren, gevangenen vrijlaten en zich losmaken van het zuidelijke volk. En verder blijft hij voorzichtig want uiteindelijk hebben zij zich als vijanden gedragen. Hij weet ook dat de samenwerking van zijn stam met de Combanen zijn volk sterk heeft gemaakt, sterker dan het westelijke volk.

Verkenners komen nu met berichten over schermutselingen tussen de zuidelijke en westelijke strijders. De ontevredenheid van de zuidelijke strijdgroepen is groot en in het westen is nog buit te behalen. Vanuit het westelijke volk komt verrassend snel een reactie op de eisen van Baroman. Alle eisen worden ingewilligd en een afspraak wordt gemaakt voor de ontmoeting van de leiders van het westelijke volk, de Combanen en van de Tsjarwouten van Baroman. De bijeenkomst verloopt aanvankelijk stroef want Baroman ziet de Westelijken toch ook als zijn vijanden. Die hadden dit voorzien en komen met een royaal aanbod om vee te vergoeden en voorraden te delen om het verlies van de Tsjarwouten te compenseren. Voorwaarde is het werken aan een samenwerking van de drie volkeren zodat een gezamenlijke verdediging kan worden opgebouwd. Een verdediging die de zuidelijke strijdgroep tot staan kan brengen. Afspraken worden gemaakt voor een ontmoeting van de drie strijdgroepen en de opzet van een verdedigingslinie. Omdat snelheid geboden is nu de zuidelijke strijdgroep in de buurt is en kan toeslaan worden de verschillende strijdgroepen meteen paraat. Gen dag te laat want de berichten zijn dat de zuidelijke strijdgroep naar het westelijke volk begint op te trekken.

De samenwerking wordt uitgebreid

De dagen daarna zijn spannend want er komen meer confrontaties tussen de zuidelijke en de westelijke strijdgroepen. Maar dan wordt de samenwerking van de strijdgroepen zichtbaar als strijders van de Tsjarwouten en Combanen naast de westelijke strijders verschijnen en de zuidelijke strijders harde tegenstand krijgen en zelfs worden teruggedrongen.

Als reactie daarop gaan de zuidelijke strijders zich nu richten op het grondgebied van het oostelijke volk om daar buit te behalen. De Oostelijken sturen nu snel onderhandelaars naar Baroman voor samenwerking. Opnieuw stelt Baroman zijn eisen van gevangenen vrijlaten, teruggave van vee en voorraden en terugtrekking van het grondgebied van de Tsjarwouten. Zij eisen worden snel ingewilligd al zijn een aantal gevangen intussen gedood. Opnieuw wordt het patroon van afspraken gevolgd zoals dat met de Westelijken gevolgd is. Bovendien eist Baroman het stoppen van uitvallen en rooftochten van de Oostelijken in het grensgebied zoals dat in het verleden keer op keer plaatsvond en dat soms mensenlevens kostte en verlies van vee en voorraden. De Oostelijken ontkenden betrokken te zijn geweest bij de uitvallen, maar er alles aan te doen om die te voorkomen. Ook worden de afspraken tussen de volkeren gemaakt voor toekomstige ruilhandel van kaas, vlees , huiden, gereedschappen en andere producten.

Terugdringing van de indringers

De combinatie van strijdgroepen van de vier volkeren maakte hen zo sterk dat de zuidelijke strijdgroepen beseften dat er geen gemakkelijke buit meer was te behalen en dat ze bij doorgaan van de strijd zelf grote verliezen moesten incalculeren. Dit besef werd sterker toen de verenigde strijdgroepen een tangbeweging begonnen te maken om de kopgroep van de zuidelijke strijders af te sluiten van de rest. Nu begonnen de zuidelijken aan een vlucht terug van de kopgroep die steeds meer verliezen begonnen te lijden door plotselinge aanvallen van de verenigde strijdgroepen op hun flanken.

Uiteindelijk trokken de zuidelijken zich terug met hun resterende buit en gewonden. De doden moesten ze achterlaten. Ze beseften dat de verenigde strijdgroepen die het terrein beter kenden dan zij, moeilijk te verslaan waren.

De terugkeer

Nadat de strijders van de Tsjarwouten hun grondgebied weer hernomen hadden, keerden de bewoners groep na groep voorzichtig terug naar hun grondgebied. Wel bleven de verenigde strijdgroepen paraat om onverwachtse aanvallen van de strijdgroepen van het zuidelijke volk te kunnen pareren.

In de jaren daarna herstelden de Tsjarwouten hun nederzettingen en huizen. De priesters en priesteressen konden hun werk bij de hunebedden weer doen. Werk dat hoognodig was, want de strijd had veel gewonden en narigheid gebracht.

De bedreigingen waren nog niet voorbij en de strijdgroepen van de vier volkeren moesten de jaren hierna af en toe in actie komen om roversbendes te stoppen en te verslaan. Zo kon de veiligheid van de stamgebieden geleidelijk verbeteren en hoefden mensen niet in angst te leven, al bleef waakzaamheid geboden. Ook kwam er meer ruilhandel tussen de volkeren en kwam er in de grensgebieden een uitwisseling van producten en daaraan gekoppelde feestelijke ontmoetingen, gezamenlijke maaltijden en dansen.

Ook ontstonden soms conflicten tussen de stammen of leden van de stammen die de samenwerking en uitwisseling bedreigden. Overleg tussen de stamhoofden was dan nodig om deze conflicten in de hand te houden en waar mogelijk op te lossen. Ook kwam de samenwerking op gang tussen de priesters van de Tsjarwouten en de oostelijke stam die op elkaar gelijkende werkwijzen hadden. Nog veel later ontstond er zelfs een uitwisseling van producten met het zuidelijke volk.

Figuur 16: Close-up van ‘Seelenloch’ bij het Wéris 1 hunebed

Terugblik

Deze aura-reading begon met een alarmerende situatie vijfduizend jaar geleden, bij het Wéris hunebed waarbij ik in het begin geen idee had hoe dat zou aflopen. Maar geleidelijk ontvouwde zich een verhaal van vluchten voor een machtige vijand tot samenwerking met andere bedreigde volkeren en zich verenigen tegen de binnenvallende vijand. Een samenwerking die zelfs leidde tot uitwisseling van producten over de grenzen van de stammen heen en gezamenlijke activiteiten. De trance-bijeenkomst van de priester in het hunebed was daarin het kantelpunt. Het advies van deze priester kreeg van zijn lichtende goden (ook te benoemen als engelen, spirituele gidsen of lichtende intelligenties), leek vernederend want het volk moest vluchten. Maar het werd uiteindelijk een zegen toen door de situatie gedwongen de verschillende volkeren zich gingen verenigen en daardoor meer veiligheid kregen en er meer onderlinge ruilhandel en uitwisseling kwam. Tja, en van het Seelenloch van het Wéris hunebed (zie figuur 16) ben ik niet veel te weten gekomen. Maar er is nog een tweede hunebed in de buurt, met ook een Seelenloch. Daar gaat het vervolg van onze tocht naar toe. De namen van de volkeren (Tsjarwouten en Combanen) en van de hoofdman (Baroman) zijn gebaseerd op vluchtige indrukken opgedaan tijdens de aura-reading en hebben geen historische pretentie.

Informatie

Meer verhalen over het verleden van hunebedden die door middel van aura-reading zijn verkregen, zijn te vinden in deze rubriek ‘Mijnhunebed’ van het Hunebedcentrum te Borger en op de website van het KoendalinieNetwerk. Daar staat ook wat een aura-reading is.

Vorig artikelBakhuis en stookhok
Volgend artikelLezing: Alles over Hunebedden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.