donderdag, oktober 15, 2026
    Home Hondsrug Grafheuvel Eppiesbargie op oude foto’s van het GIA.

    Grafheuvel Eppiesbargie op oude foto’s van het GIA.

    0
    3
    Het Eppiesbargie, gezien vanuit het O (foto 1937-0077a, GIA).

    Wie vanaf Odoorn naar Valthe fietst, ziet midden in het open landschap een opvallende heuvel met oude eiken erop. Het is het Eppiesbargie, ook wel Eppiesbergje genoemd: de grootste grafheuvel van Drenthe en een van de meest fascinerende plekken van de Drentse prehistorie*). Wat deze heuvel zo bijzonder maakt, is dat hij niet het verhaal vertelt van één of twee generaties, maar van bijna tweeduizend jaar aan opeenvolgende begrafenisrituelen. Rondom de heuvel zijn namelijk de resten gevonden van diverse hunebedden (zie ook de verhaaltjes over D33, D34 en D35) en ook van een omvangrijk urnenveld, waardoor het gebied een uniek venster vormt op de ontwikkeling van de prehistorische grafcultuur op de Hondsrug.

    Het verhaal van het Eppiesbargie begint in de periode van 2850 tot 2450 voor Christus, in de tijd van de Enkelgrafcultuur, die volgde op de periode van de hunebedbouwers. Terwijl deze hunebedbouwers, de mensen van de Trechterbekercultuur (ongeveer 3400 tot 3000 v. Chr.), hun doden bijzetten in collectieve stenen grafkamers gebouwd van enorme zwerfkeien, ontstond nu een nieuwe gewoonte: individuele graven onder grafheuvels. Het Eppiesbargie werd waarschijnlijk opgeworpen voor een belangrijk persoon, mogelijk een leider van een lokale gemeenschap. De grafheuvel markeerde niet alleen een laatste rustplaats, maar ook status en macht. De heuvel lag bovendien op een markante plek langs een oude route over de Hondsrug.

    Honderden jaren later kreeg het Eppiesbargie een tweede leven. Tijdens de Midden-Bronstijd, ongeveer tussen 1800 en 1100 voor Christus, werd opnieuw in de heuvel begraven. Daarbij werd de bestaande heuvel verhoogd, met veldkeien verstevigd en voorzien van een kringgreppel. Vervolgens werden nog meer personen bijgezet. Wat ooit het graf van één individu was geweest, groeide nu uit tot een monument dat wellicht meerdere generaties verbond. Archeologen beschouwen deze veranderingen als aanwijzingen dat herinnering en voorouderverering een belangrijke rol speelden. Oude grafheuvels werden niet verlaten, maar juist opnieuw opgezocht en zelfs opnieuw gebruikt.

    De omgang met de dood veranderde opnieuw vanaf ongeveer 1200 voor Christus. Crematie werd meer gebruikelijk, waarbij de asresten van overledenen in urnen werden begraven. Zo ontstond, in de late bronstijd en de vroege ijzertijd, rondom het Eppiesbargie een enorm groot urnenveld, een van de grootste urnenveldcomplexen van de Hondsrug. Dit complex groeide uit tot een gebied van tientallen tot honderden kleine lage heuveltjes waar telkens een urn onder stond. Omdat deze individuele urnenheuveltjes erg laag waren zijn ze inmiddels door eeuwenlange landbouw en weersomstandigheden volledig gladgestreken en uit het landschap verdwenen. Toch hebben archeologisch onderzoek, de vondsten van urnen, uitgewezen dat de heuvel ooit het centrum vormde van een groot prehistorisch grafveld. Daarmee vertelt de directe omgeving van het Eppiesbargie in feite de geschiedenis van drie opeenvolgende graftradities: collectieve grafkelders in hunebedden, individuele grafheuvels en urnenvelden.

    Tijdens de ontginningsperiode begin 20e eeuw zijn veel grafheuvels verdwenen, vooral die die op de Drentse heide lagen. Dat het Eppiesbargie aan deze zucht naar opruiming is ontkomen is niet alleen te danken aan de omvang van de heuvel maar misschien ook wel aan de bijzondere betekenis die de heuvel nog altijd voor de lokale bevolking had.

    Dat we vandaag zo veel weten over het Eppiesbargie, is vooral te danken aan Albert Egges van Giffen. We kennen hem natuurlijk al van zijn beroemde hunebedinventarisatie uit 1918, waarbij hij als eerste alle Nederlandse hunebedden systematisch fotografeerde en beschreef. In 1937 keerde hij terug naar het gebied tussen Odoorn en Valthe voor een grondig onderzoek van de grafheuvel zelf. Met vijftien arbeiders, twee technici van het Biologisch Archeologisch Instituut uit Groningen en mejuffrouw Guda E.G. Duyvis**) onderzocht Van Giffen de heuvel letterlijk tot op de bodem, volgens de modernste archeologische methoden van zijn tijd. Laag voor laag werd de grafheuvel afgegraven en fotografisch vastgelegd. Daarbij werden verschillende bouwfasen zichtbaar: het oorspronkelijke graf uit de Enkelgrafcultuur, de latere bronstijdgraven, de stenen krans en de greppel. Op foto’s van de opgraving is te zien hoe nauwkeurig om een van de oude eiken op de heuvel heen gegraven werd, alsof zelfs de archeologen aarzelden om de eeuwenoude verbinding tussen boom en heuvel te verbreken.

    Het resultaat was opmerkelijk. Van Giffen kon aantonen dat het Eppiesbargie niet het graf van één persoon was geweest, maar een monument met een lange geschiedenis. Onder de heuvel vond hij sporen van een graf uit de Enkelgrafcultuur. Daarboven herkende hij latere uitbreidingen uit de Bronstijd, inclusief een stenen krans en een kringgreppel. Rondom de heuvel wezen vondsten van urnen op een uitgestrekt urnenveld. Voor het eerst werd zichtbaar hoe dezelfde plek gedurende bijna tweeduizend jaar een centrale rol had gespeeld in de omgang met de dood.

    Opmerkelijk genoeg heeft sindsdien bijna negentig jaar aan voortgang in het archeologisch onderzoek weinig afgedaan aan die hoofdconclusie. Integendeel: latere generaties archeologen hebben haar vooral bevestigd en verfijnd. Sinds Van Giffens tijd zijn duizenden grafheuvels, urnenvelden en nederzettingen in Nederland, Duitsland, Denemarken onderzocht. Daardoor kunnen aardewerk, stenen bijlen en bronzen voorwerpen nauwkeuriger worden gedateerd dan in 1937 mogelijk was. Ook met de introductie van de 14C-datering, direct na de Tweede Wereldoorlog en wellicht de grootste verandering in de archeologie, bleven zijn conclusies overeind. Waar Van Giffen de (relatieve) ouderdom van een graf vooral moest afleiden uit de vorm van een pot of een bijl, konden archeologen nu organische resten zoals houtskool, bot of crematie-as rechtstreeks dateren. Daardoor werd de chronologie van de Nederlandse prehistorie aanzienlijk nauwkeuriger.

    Later kwamen daar nog nieuwe technieken bij. Pollenonderzoek maakte het mogelijk het prehistorische landschap te reconstrueren. Luchtfotografie en laserhoogtemetingen brachten verdwenen grafheuvels, raatakkers en oude routes opnieuw in beeld. En tegenwoordig kunnen DNA- en isotopenanalyses soms zelfs iets vertellen over afkomst, verwantschap en mobiliteit van de mensen die ooit werden begraven. Geen van die technieken heeft echter de kern van Van Giffen’s reconstructie onderuitgehaald. Nog altijd zien archeologen het Eppiesbargie als een monument dat begon als grafheuvel in de late steentijd, in de Bronstijd werd uitgebreid en uiteindelijk het middelpunt vormde van een uitgestrekt urnenveld. Juist daarin schuilt misschien wel de grootste verdienste van Van Giffen: gewapend met niet veel meer dan een meetlint, een camera en een scherp oog voor bodemsporen wist hij een verhaal bloot te leggen dat op de dag van vandaag fier overeind staat.

    Het Eppiesbargie, vóór het onderzoek door Van Giffen in 1937 (foto 1937-0062, GIA).
    Het Eppiesbargie, tijdens de opgraving in 1937: het noordelijke gedeelte van de grafheuvel, gezien vanuit het N (foto 1937-0073, GIA).
    Het Eppiesbargie: de middenstrook, gezien vanuit het NOO (foto 1937-0072, GIA).
    Het Eppiesbargie: het centrum van de grafheuvel, gezien vanuit het NO (foto 1937-0080, GIA).
    Het Eppiesbargie, tegenwoordig (foto Gouwenaar, publiek domein).

    Het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie) heeft in het najaar van 2024 veel oude foto’s van opgravingen digitaal ontsloten. Een ware schatkamer. De historische foto’s bij dit artikel zijn te vinden via https://dbc.rug.nl/digital/collection/GIA-fotos. Als u hier de zoektermen odoorn en grafheuvel intikt vindt u onder meer de getoonde foto’s.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.