woensdag, november 4, 2026
    Home Hunebedden De Valther Tweeling (D36 en D37) op oude foto’s van het GIA.

    De Valther Tweeling (D36 en D37) op oude foto’s van het GIA.

    0
    6
    D XXXVI – Het hunebed van Valthe (D36), zoals Van Giffen dat in 1918 aantrof (foto 1918-0231, GIA).

    De hunebedden D36 en D37 bij Valthe, vaak samen aangeduid als de Valther Tweeling, vormen een bijzonder paar. Ze liggen slechts enkele meters van elkaar en zijn waarschijnlijk nauw met elkaar verbonden geweest, mogelijk zelfs onder één gezamenlijke dekheuvel. Juist omdat de grafkamers zelf nooit systematisch zijn opgegraven, is het recente onderzoek in hun directe omgeving extra belangrijk geworden.

    Toen Van Giffen de hunebedden in 1918 documenteerde voor zijn beroemde atlas, trof hij beide monumenten aan in een slechte toestand. D36 beschreef hij als “sterk geschonden” en D37 als “zeer geschonden”. Bij beide hunebedden waren dekstenen verdwenen of van de draagstenen gegleden. Toch constateerde hij dat de sluitstenen nog grotendeels aanwezig waren en dat resten van de oorspronkelijke dekheuvel nog herkenbaar waren. Voor D37 kon Van Giffen dankzij de nog aanwezige sluitstenen de oorspronkelijke vorm reconstrueren: ongeveer 11,4 meter lang, oriëntatie NO-ZW. Van een ingangspartij vond hij geen duidelijke resten meer. Ook noteerde hij dat van de ovale dekheuvel slechts een zwak spoor resteerde. Een hardnekkige hypothese is dat D36 en D37 oorspronkelijk onder één grote langgerekte dekheuvel lagen. Definitief bewezen is dat niet, maar de ligging van beide graven in elkaars verlengde en de nog zichtbare heuvelresten maakten die gedachte aantrekkelijk. Ook liep er vermoedelijk een prehistorische route vlak langs D37.

    De grootste archeologische doorbraak voor wat betreft de Valther Tweeling kwam eigenlijk pas heel recent, en wel door een ongeluk. In het najaar van 2011 werd ten zuiden van de hunebedden, aan de rand van de Kampervenen, per vergissing gegraven in beschermd terrein. Door deze vergissing ontstond een kans voor een noodopgraving, uitgevoerd in 2012 door het Groninger Instituut voor Archeologie onder leiding van Richard Fens en Stijn Arnoldussen. Het onderzoek resulteerde in het rapport Een opgraving nabij de hunebedden D36 en D37 te Valthe (2015)*). De resultaten van de noodopgraving bleken opmerkelijk: direct voor de vermoedelijke voet van de heuvel van D37 werd een kuil gevonden waar mogelijk stenen werden verzameld ten behoeve van de bouw van de hunebedden. Ook werden er 133 scherven van trechterbekeraardewerk gevonden, veelal versierd. Direct voor de ingang werden fragmenten van drie verbrande vuurstenen bijlen aangetroffen, mogelijk rituele deposities. In de Trechterbekercultuur waren gepolijste vuurstenen bijlen prestigieuze voorwerpen. Ze waren arbeidsintensief om te maken en werden regelmatig als grafgift of offerobject gebruikt. Het feit dat deze vuurstenen bijlen bij Valthe opzettelijk lijken te zijn verbrand, vervolgens gebroken zijn en vlak bij het hunebed gedeponeerd, wijst ook eerder op een ritueel dan op gewoon afval. Ook kwamen er aanwijzingen voor een nederzetting uit de Trechterbekercultuur aan het licht. Verder werden resten van gebouwen uit de IJzertijd gevonden. Een van die gebouwen lijkt zelfs deels in de resten van de voormalige dekheuvel te zijn geplaatst. Dat laatste is bijzonder: het suggereert dat de hunebedheuvel duizenden jaren na de bouw nog zichtbaar was en door latere bewoners werd benut.

    Het meest recente onderzoek bij D36 en D37 werd tussen 2021 en 2023 uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Universiteit Gent (UGent). De RCE groef daarbij een deel van het profiel van de opgraving van 2012 opnieuw vrij, zodat de oude bodemsporen opnieuw konden bestudeerd. Vervolgens onderzocht de UGent in hoeverre deze  neolithische sporen met geofysische, niet-invasieve, meetmethoden zichtbaar zijn te maken. Daarbij werden de eigenschappen van archeologische spoorvullingen vergeleken met die van de natuurlijke bodem en werd nagegaan hoe factoren als bodemvocht en temperatuur de meetresultaten beïnvloeden. Het onderzoek leverde niet alleen nieuwe kennis op over de omgeving van de Valther Tweeling, maar droeg ook bij aan de verdere ontwikkeling van verfijnde prospectietechnieken waarmee vergelijkbare archeologische landschappen beter zouden kunnen worden onderzocht, i.e. zonder te graven. Daarmee is de Valther Tweeling uitgegroeid tot een belangrijke proeflocatie voor innovatieve archeologische onderzoekstechnieken.

    Dit is een mooi voorbeeld van hoe de nauwkeurige veldwaarnemingen van Van Giffen nog altijd hun waarde bewijzen. Zijn vaststelling dat rond de beide hunebedden resten van een dekheuvel aanwezig waren, sluit opmerkelijk goed aan bij het huidige beeld van de Valther Tweeling als een complex ritueel landschap. Waar vroeger vooral twee losse grafkamers werden gezien, ontstaat nu steeds meer het beeld van een samenhangend monumentaal complex waarin begraven, ritueel handelen, wonen en ook later hergebruik van het terrein nauw met elkaar verweven waren.

    D XXXVII – Het hunebed van Valthe (D37), in 1918 (foto 1918-0232, GIA).
    D XXXVI en DXXXVII – De Valther Tweeling (D36 en D37), vóór de restauratie van 1952, gezien vanuit het ZO (foto 1952-0248, GIA).
    D XXXVI en DXXXVII – De Valther Tweeling (D36 en D37), ná de restauratie, gezien vanuit het ZO (foto 1952-0249, GIA).
    Plattegrond van hunebed D36 (uit A.E. van Giffen, De hunebedden van Nederland; Utrecht; 1925-1927). Linksonder is ingetekend hoe D36 en D37 ten opzichte van elkaar liggen.
    Plattegrond van hunebed D37 (uit A.E. van Giffen, De hunebedden van Nederland; Utrecht; 1925-1927). Linksonder is wederom te zien hoe D36 en D37 ten opzichte van elkaar liggen.
    Het hunebed van Valthe (D36), tegenwoordig (foto Rob Wervelman).

    Voor meer informatie over D36 en D37 klik hier.

    Het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie) heeft in het najaar van 2024 veel oude foto’s van opgravingen digitaal ontsloten. Een ware schatkamer. De historische foto’s bij dit artikel zijn te vinden via https://dbc.rug.nl/digital/collection/GIA-fotos. Als u hier de zoektermen valthe en hunebed intikt vindt u onder meer de getoonde foto’s.

    *) Een samenvatting van het archeologisch onderzoeksrapport vindt u hier.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.