Ik werk al een tijd intensief aan een nieuw (foto)boek over Hondsrugfossielen. Daarvoor heb ik soms afbeeldingen nodig die nauwelijks te vinden zijn. Op dit moment ben ik bezig met vuursteen, een buitengewoon interessant onderwerp. Mart Krook uit Zuidwolde heeft hierover een prachtige gids met foto’s gemaakt, verkrijgbaar in de museumwinkel. In mijn Hondsrugboek ga ik zijn werk niet herhalen; Mart is nu eenmaal de specialist als het om vuursteenfossielen gaat. Ik beperk me tot de belangrijkste vondsten en besteed daarnaast aandacht aan het ontstaan van vuursteen en de fossielen daarin. Hier komt wat oude HBS-chemie bij kijken, maar ingewikkeld is het niet. Wie het leest, kijkt daarna toch net even anders naar een aantal zaken.
Een van de meest bijzondere vuursteenfossielen die je in het Hondsruggebied kunt vinden, is een fossiele zee-egel die destijds een deel van zijn leven gravend in de zeebodem heeft doorgebracht. Dit fossiel heeft een opmerkelijke vorm van fossilisatie/vuursteenvorming ondergaan. In de eerste plaats is het een zogenoemde fossiele waterpas van ruim zeventig miljoen jaar oud. De horizontale overgang tussen het donkere en het iets lichtere deel van de opvulling van deze zee-egel laat precies zien hoe de schaal van het dier in het slikkige sediment van de Krijtzee begraven heeft gelegen. Die scheiding is veroorzaakt door de zwaartekracht, het onderste donkere deel is vuursteen geworden, het doorschijnende deel erboven is eveneens van silica, maar dan in de vorm van chalcedoon. Dit is een microkristallijne variant van kwarts — wat vuursteen overigens ook is. De doorschijnende met chalcedoon gevulde ruimte was oorspronkelijk gevuld met rottingsgas, waarbij de zwaartekracht het eigenlijke effect veroorzaakte. Het schuine deel van de fossiele zee-egel op de foto lag destijds precies horizontaal; het is letterlijk een geologische waterpas.
Een bijzondere vorm van fossilisatie van deze zee-egels laat soms een holle ruimte in de zee-egel zien, met daarin puntige, naar het midden van de holte gerichte calcietkristallen. Naderhand raakte deze holte ook met chalcedoon opgevuld, waarbij aan de aan de bovenkant ervan afdrukken van de puntige en inmiddels opgeloste kristallen van calciet zijn achtergebleven. In Duitsland noemen ze zo’n fossiele zee-egel een Waben-Igel. Een Nederlands woord hiervoor bestaat niet, ‘honingraat-egel’ is nog de beste vertaling ervan, al klopt die niet helemaal. Een goede foto van zo’n Waben-Igel te vinden is lastig, want heel weinig mensen hebben ooit zo’n exemplaar gevonden. Tom Koops uit Emmen is er een van, en ik kreeg bericht van Dirk Lont — bij velen in het Hunebedcentrum bekend en zelf ook fossielenzoeker — dat hij een mooi exemplaar heeft.

Voordat ik dat hoorde, probeerde ik iets anders. Ik dacht: laat ik eens kijken of ik een realistische afbeelding van zo’n zee-egel in vuursteen kan maken via het platform van Mistral AI. Zulke AI-programma’s kunnen met een simpele opdracht de mooiste en vreemdste afbeeldingen produceren. Helaas is de kwaliteit lang niet altijd geschikt om te laten zien. Maar dat ik een verbluffend gedetailleerd plaatje kreeg van een nooit bestaand zoogdier, als geraamte in een holle vuursteenknol, slaat alles. Fantastisch om te zien, daar niet van, maar het klopt natuurlijk van geen kant. Die zogenaamd slimme computerprogramma’s lijken intelligent, maar ze kunnen niet denken of invoelen. Als ze iets niet in de digitale wereld kunnen vinden, verzinnen ze blijkbaar maar wat. Ik probeer me bij dit geraamte voor te stellen hoe dit dier bij leven zonder pijn, half opgerold op zijn rug, ooit heeft kunnen slapen. Dan heb ik het toch een stuk makkelijker.

Dit wilde ik jullie toch niet onthouden. In het boek komen uiteraard wél goede afbeeldingen van een Waben-Igel in vuursteen.











